Als Christus nu langs komt > Door Maria naar Jezus > Hst 14
139

Homilie gehouden op 4 mei 1957 (Mariamaand)

Een blik op de wereld, een blik op het Godsvolk (vgl. 1 Petr. 2, 10) aan het begin van deze meimaand is voldoende om het schouwspel te zien van de devotie tot Maria, die zich in vele oude en nieuwe gebruiken uit, maar die in een gelijke geest van liefde beleefd wordt.

Het is mij een vreugde te kunnen vaststellen, dat de devotie tot de heilige Maagd nog altijd leeft en de harten van de gelovigen ertoe brengt om bovennatuurlijk te handelen als domestici Dei (Ef. 2, 19), als huisgenoten van God.

Ook u voelt zich in deze maand waarin zoveel mensen op alle mogelijke manieren uiting geven aan hun liefde tot Maria, waarschijnlijk dichter bij de Kerk en meer één met uw broeders en zusters in het geloof. Het is als met een familiereünie, waarbij de kinderen, die door de omstandigheden van het leven zijn gescheiden, elkaar weer bij moeder ontmoeten. En als zij al eens een keer ruzie gehad hebben of elkaar slecht hebben behandeld, dan komt dat op die dag niet ter sprake. Op die dag voelen zij zich één, vinden zij elkaar terug in wederkerige genegenheid.

Maria bouwt voortdurend de Kerk op, houdt haar hecht bijeen. Het is bijna onmogelijk een echte devotie tot de heilige Maagd te hebben, zonder zich meer verbonden te voelen met de andere ledematen van het Mystieke Lichaam; meer ook met het zichtbaar hoofd ervan, de Paus. Daarom zeg ik altijd zo graag: Omnes cum Petro ad Iesum per Mariam!, allen met Petrus naar Jezus door Maria! En door te erkennen dat wij deel uitmaken van de Kerk, dat wij uitgenodigd zijn ons als broeders in het geloof te voelen, begrijpen wij beter de diepe zin van de broederschap die ons met de gehele mensheid verbindt; want de Kerk werd door Christus gezonden tot alle mensen en tot alle volkeren (vgl. Mt. 28, 19).

Wat ik zojuist gezegd heb, is iets wat wij allemaal ervaren hebben, want het heeft ons niet ontbroken aan gelegenheden om de bovennatuurlijke gevolgen te ondervinden van een ware devotie tot Onze Lieve Vrouw. leder van u zou hier veel over kunnen vertellen. En ik zelf ook. Ik herinner mij nu een bedevaart die ik in 1933 heb gemaakt naar een Mariakapelletje in Castilië: naar Sonsoles.

Het was geen bedevaart in de zin die men er gewoonlijk aan geeft. Ze was niet massaal, niet luidruchtig: wij waren met ons drieën. Ik eerbiedig en waardeer die andere openbare uitingen van vroomheid, maar ik persoonlijk tracht liever Maria dezelfde tederheid en hetzelfde enthousiasme aan te bieden door persoonlijke bezoeken of in kleine groepjes, waardoor een gevoel van intimiteit ontstaat.

Bij die bedevaart naar Sonsoles kwam ik achter de oorsprong van de aanroeping Sonsoles. Het is een kleinigheid zonder veel belang, maar toch een fijn gebaar van de kant van de mensen uit die streek. Het beeld van Onze Lieve Vrouw dat daar wordt vereerd was enige tijd verborgen gehouden ten tijde van de strijd tussen christenen en mohammedanen in Spanje. Enkele jaren later werd het beeld gevonden door een paar herders die, aldus de traditie, bij het aanschouwen ervan spontaan zeiden: Kijk, wat een schitterende ogen! Het lijken wel zonnen! (In het Spaans: Son soles!).


140

Moeder van Christus, Moeder van de christenen

Sinds dat jaar 1933 heb ik bij talrijke en regelmatige bezoeken aan Mariaheiligdommen ruimschoots gelegenheid gehad om na te denken en te mediteren over de echte genegenheid van zó vele christenen jegens de Moeder van Jezus. Ik heb steeds gedacht dat deze genegenheid een beantwoording was van liefde, een teken van kinderlijke dankbaarheid. Want Maria is ten nauwste verbonden met dit hoogste bewijs van Gods liefde: de Menswording van het Woord, dat mens werd net als wij en onze ellende en zonden op zich nam. Maria heeft, trouw aan de goddelijke opdracht waarvoor zij werd geschapen, zich ingezet en zet zich nog steeds volledig in om de mensen te dienen, die allen geroepen zijn om broeders en zusters te zijn van haar Zoon Jezus. En de Moeder van God is werkelijk ook de Moeder van de mensen.

Zó is het, omdat de Heer het aldus gewild heeft. En de heilige Geest heeft bepaald dat het geschreven werd, opdat het vast zou staan voor alle generaties: Bij Jezus' kruis stonden zijn Moeder, de zuster van zijn Moeder, Maria de vrouw van Klopas en Maria Magdalena. Toen Jezus zijn Moeder zag en naast haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot zijn Moeder: Vrouw, ziedaar uw zoon. Vervolgens zei Hij tot de leerling: Zie daar uw Moeder. En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis (Joh. 19, 25-27). Johannes, de geliefde leerling van Jezus, ontvangt Maria, neemt haar op in zijn huis en in zijn leven. De geestelijke schrijvers hebben in deze woorden van het Evangelie een uitnodiging gezien, gericht tot alle christenen, opdat ook wij Maria in ons leven opnemen. Maria wil inderdaad dat wij haar aanroepen, dat wij vol vertrouwen tot haar gaan, dat wij een beroep doen op haar moederschap, en haar vragen dat zij zich aan ons toont als onze Moeder (Monstra te esse Matrem [Liturgische hymne Ave maris stella]).

Maar zij is een moeder tot wie men geen smeekbeden hoeft te richten, die zelfs onze verzoeken vóór is, omdat zij onze noden kent en zich haast om ons te hulp te komen, om zo met daden te bewijzen dat zij steeds aan haar kinderen denkt. leder van ons, als hij zijn leven nagaat en ziet hoe zich daarin de erbarming van God manifesteert, kan duizend en één redenen ontdekken om zich op een zeer bijzondere wijze kind van Maria te voelen.


141

De teksten in de heilige Schrift die handelen over Onze Lieve Vrouw tonen aan hoe de Moeder van Jezus haar Zoon stap voor stap begeleidt, zich verenigt met zijn verlossende taak, zich met Hem verheugt en met Hem lijdt. Zij houdt van al degenen van wie Jezus houdt, zij wijdt zich met moederlijke zorg aan al diegenen die bij Hem zijn.

Laten wij bijvoorbeeld denken aan het verhaal van de bruiloft te Kana. Onder al die genodigden bij een van die lawaaierige boerenbruiloften waarbij mensen uit verschillende dorpen aanwezig zijn, merkt Maria op dat er wijn ontbreekt (vgl. Joh. 2, 3). Zij alleen merkt het op en wel onmiddellijk. Wat komen de passages uit het leven van Christus ons toch vertrouwd voor! Want de grootheid van God gaat samen met het gewone, het alledaagse. Het is eigen aan de vrouw, vooral aan een aandachtige huisvrouw, een nalatigheid op te merken en te letten op die kleine details die het menselijk bestaan veraangenamen, en zo heeft Maria dat ook gedaan.

Let er ook op dat het Johannes is, die het voorval te Kana vertelt. Hij is de enige evangelist die dit trekje van moederlijke zorg heeft waargenomen. De heilige Johannes wil ons eraan herinneren, dat Maria aanwezig is geweest aan het begin van het openbaar leven van de Heer. Dit bewijst ons dat hij het belang van de aanwezigheid van Onze Lieve Vrouw heeft weten te doorgronden. Jezus wist aan wie Hij zijn Moeder toevertrouwde, namelijk aan de leerling die haar bemind had, die geleerd had van haar te houden als van zijn eigen moeder en in staat was haar te begrijpen.

Laten wij nu denken aan de dagen die volgden op de hemelvaart, in afwachting van het pinksterfeest. De leerlingen, vol geloof vanwege de triomf van Christus die verrezen was, en vol verlangen door de belofte van de heilige Geest, willen zich verenigd weten en wij zien hen samen met Maria de Moeder van Jezus, cum Maria matre Iesu (vgl. Hand. 1, 14). Het gebed van de leerlingen begeleidt het gebed van Maria: het was het gebed van een verenigde familie.

De heilige Lucas nu levert ons dit gegeven over. Hij is de evangelist die het uitvoerigst over de kinderjaren van Jezus verhaalt. Het lijkt erop alsof hij ons wil doen inzien dat, zoals Maria een voorname rol in de menswording van het Woord heeft gespeeld, zij op analoge wijze ook aanwezig is geweest bij het begin van de Kerk, die het Lichaam van Christus is.

Vanaf het eerste ogenblik van het bestaan van de Kerk hebben alle christenen die de liefde van God hebben gezocht (de liefde die zich aan ons openbaart en vlees wordt in Jezus Christus), de heilige Maagd ontmoet en op zeer verschillende wijzen haar moederlijke zorg ondervonden. De allerheiligste Maagd Maria kan zich terecht Moeder van alle christenen noemen. De heilige Augustinus zei dat in duidelijke taal: Zij heeft meegewerkt met haar liefde, opdat in de Kerk gelovigen geboren zouden worden, ledematen van dat hoofd, waarvan zij naar het vlees werkelijk Moeder is (H.Augustinus, De sancta virginitate, 6 [PL 40, 399]).

Het is dus niet vreemd, dat één van de oudste bewijzen van de devotie tot Maria juist een gebed vol vertrouwen is geweest. Ik bedoel die antifoon, eeuwen geleden samengesteld, die wij heden ten dage nog steeds bidden: Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht, o Heilige Moeder van God; verstoot onze gebeden niet in onze nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd (Sub tuum praesidium confugimus, Sancta Dei Genitrix: nostras deprecationes ne despicias in necessitatibus, sed a periculis cunctis liberanos semper, Virgo gloriosa et benedicta).


142

Met Maria omgaan

Het verlangen om met de Moeder van God, die ook onze Moeder is, om te gaan komt bij ons op spontane natuurlijke wijze op: de wens om met haar om te gaan zoals men omgang heeft met een levende persoon. Immers de dood heeft niet over haar gezegevierd. Integendeel, zij is met ziel en lichaam bij God de Vader, bij haar Zoon, bij de heilige Geest.

Om de rol die Maria in het christelijk leven speelt te begrijpen, om ons tot haar aangetrokken te voelen, om met kinderlijke genegenheid haar liefdevol gezelschap te wensen, zijn geen diepzinnige overpeinzingen nodig, ook al is het mysterie van het goddelijk Moederschap zo rijk aan inhoud, dat wij er nooit voldoende over zullen kunnen nadenken.

Het katholieke geloof ziet in Maria een teken bij uitstek van de liefde van God: God noemt ons reeds nu Zijn vrienden. Zijn genade werkt in ons, zuivert ons van de zonde, geeft ons kracht opdat wij ondanks de zwakheden, die eigen zijn aan iemand die nog steeds stof en ellende is, toch enigszins het gelaat van Christus kunnen weerspiegelen. Wij zijn niet alleen maar drenkelingen, aan wie God beloofd heeft hen te zullen redden, maar deze redding is nu al in ons werkzaam. Onze omgang met God is niet die van een blinde, die naar het licht verlangt, zuchtend te midden van de angst der duisternis, maar wél die van een kind, dat weet dat zijn Vader van hem houdt.

Over die hartelijkheid, dat vertrouwen, die zekerheid, spreekt Maria tot ons. Daarom raakt haar naam zo rechtstreeks het hart. De relatie van ieder van ons met onze eigen moeder kan als voorbeeld en als maatstaf dienen voor onze omgang met de Vrouwe met de Zoete Naam, Maria. Wij moeten God liefhebben met hetzelfde hart, waarmee wij onze ouders, onze broers en zusters liefhebben, en al onze andere familieleden, en onze vrienden en vriendinnen; wij hebben nu eenmaal geen ander hart. Met ditzelfde hart moeten wij met Maria omgaan.

Hoe gedragen een gewone zoon of dochter zich tegenover hun moeder? Op duizend en één verschillende manieren, maar altijd met genegenheid en vertrouwen. Een genegenheid, die zich op veel manieren kan uiten; die ontstaan is uit het leven zelf, die nooit kil is, maar gegroeid binnen de intieme sfeer van de huiselijke kring. Het zijn meestal van die kleine dingen die dagelijks voorkomen en die de moeder zal missen als haar kind ze soms vergeet; zoals gedag zeggen bij het weggaan of een kusje bij het thuiskomen, een klein cadeautje, een paar veelzeggende lieve woorden.

Er zijn bij onze betrekkingen met onze Moeder in de hemel ook vormen van kinderlijke vroomheid, die de weg zijn voor een normale omgang met haar. Veel christenen zijn gewend een scapulier te dragen of zij hebben de gewoonte de beeltenissen van Maria, die in elk christelijk gezin aanwezig zijn en die zoveel straten van talloze steden sieren, te groeten; een groet waarvoor men geen woorden hoeft te gebruiken, maar waarvoor een gedachte volstaat. Of ze bidden dat prachtige gebed van de heilige rozenkrans, waarbij de ziel niet moe wordt steeds hetzelfde te herhalen, evenmin als een verloofd paar het moe wordt elkaar steeds weer hetzelfde te zeggen. Het is een gebed waarin wij de hoogtepunten van het leven van de Heer opnieuw leren beleven. Of zij wijden aan Onze Lieve Vrouw één dag van de week toe, juist deze waarop wij nu bij elkaar zijn, de zaterdag, om haar een of andere kleine attentie aan te bieden en haar moederschap in het bijzonder te overwegen.

Er zijn veel andere devoties tot Maria, waaraan wij nu niet hoeven te herinneren. Niet alle hoeven voor te komen in het leven van elke christen, want het groeien in het bovennatuurlijk leven is heel wat anders dan een opeenhoping van devoties. Maar ik moet wel zeggen, dat wie geen enkele van deze Mariadevoties beoefent, niet de volheid van het christelijk geloof bezit.

Degenen, die de devoties tot de allerheiligste Maagd als verouderd beschouwen, hebben alle begrip verloren voor de diep christelijke betekenis ervan. Zij zijn de bron waaruit ze zijn ontstaan, vergeten; namelijk het geloof in de verlossende wil van God de Vader; de liefde tot God de Zoon, die werkelijk mens werd, geboren uit een vrouw; en het vertrouwen in God de heilige Geest, die ons heiligt met zijn genade. Het is God die ons Maria heeft gegeven, en wij hebben niet het recht haar af te wijzen, maar wij moeten met kinderlijke liefde en blijdschap onze toevlucht tot haar nemen.


143

Worden als kinderen in de liefde tot God

Laten we dit punt eens aandachtig bekijken, want het kan ons helpen veel belangrijke dingen te begrijpen. Het geheim van Maria laat ons immers zien dat wij ons, willen we dichter bij God komen, klein moeten maken. Voorwaar, Ik zeg u - zei de Heer tot zijn leerlingen - als gij niet opnieuw wordt als de kleine kinderen, zult gij het rijk der hemelen niet binnengaan (Mt. 18, 3).

Kind worden, dat is verzaken aan de hoogmoed, aan de zelfgenoegzaamheid; erkennen dat wij alleen helemaal niets kunnen, want wij hebben de genade nodig, de kracht van God onze Vader, om op weg te leren gaan en om op die weg te volharden. Klein zijn vereist zich geven zoals kinderen zich geven, geloven zoals kinderen geloven, bidden zoals kinderen bidden.

Dit alles leren wij uit de omgang met Maria. De devotie tot de maagd Maria is niet week of verwijfd. Ze geeft troost en vervult de ziel met grote blijdschap, juist in de mate waarin ze een diepe en volledige oefening van geloof betekent, die ons buiten onszelf doet treden en onze hoop op de Heer doet stellen. Mijn Herder is Jahwe! - zingen de Psalmen - Het ontbreekt mij aan niets: Hij laat mij rusten in groene beemden; Hij voert mij naar vredige wateren, verkwikt mijn ziel en leidt mij in het rechte spoor, omwille van Zijn Naam. Al moet ik door donkere krochten heen, ik ben voor geen onheil bevreesd: want Gij staat mij bij (Ps. 22, 1-4).

Omdat Maria moeder is, leert de devotie tot haar ons kinderen te zijn, echt grenzeloos lief te hebben, ongecompliceerd eenvoudig te zijn, zonder moeilijkheden die voortkomen uit ons egoïsme, het alleen aan onszelf denken. De devotie tot Maria leert ons blij te zijn, in het besef dat ons niets kan overkomen wat onze hoop te niet kan doen. De vertrouwelijke liefde tot Maria is het middel dat ons in staat stelt de weg op te gaan waarvan het einde de totale liefde tot God is. Zo heb ik het jaren geleden omschreven in het voorwoord van enkele commentaren op de heilige rozenkrans, en sindsdien heb ik vaak weer de waarheid van deze woorden ondervonden. Ik zal deze gedachten niet verder uitwerken; ik wil u alleen maar uitnodigen dit zelf te ervaren, dit zelf te gaan ontdekken door liefdevol met Maria om te gaan, voor haar uw hart open te stellen, aan haar uw vreugde en uw zorgen toe te vertrouwen en haar te vragen dat zij u helpt Jezus te leren kennen en Hem na te volgen.


144

Als u Maria zoekt, dan zult u Jezus vinden. En u zult enigszins leren begrijpen, wat er in het hart van God omgaat, in God die zich vernedert, die weigert zijn macht en majesteit te tonen, maar zich aan ons voordoet in de gedaante van een slaaf (vgl. Fil. 2, 6-7). Menselijkerwijze gesproken zouden wij kunnen zeggen, dat God “buiten zijn boekje gaat”. Immers, Hij beperkt zich niet tot het strikt noodzakelijke om ons te redden, maar Hij gaat verder. De enige norm of maatstaf waarmee wij Gods overgave aan ons enigszins kunnen begrijpen, is het inzicht dat ze grenzeloos is. Ze ontstaat uit een vurige liefde, die Hem ertoe brengt ons vlees aan te nemen en zelf het gewicht van onze zonden te dragen.

Hoe is het mogelijk dit te beseffen en te merken dat God ons bemint en wij toch niet gek worden van liefde? Het is nodig deze waarheden van ons geloof diep in ons hart te laten doordringen, tot ze ons hele leven veranderen. God bemint ons! De Almachtige, die hemel en aarde gemaakt heeft!

God stelt zelfs belang in de onbelangrijke dingen van zijn schepselen: die van u en van mij, en Hij roept ons één voor één, ieder bij onze eigen naam! (vgl. Jes. 43, 1). Deze zekerheid, die het geloof ons verschaft, maakt dat we alles wat ons omringt in een geheel nieuw licht bezien, en dat we merken dat alles veranderd is, hoewel het uiterlijk gelijk blijft, want alles is een uiting van Gods liefde.

Op deze wijze wordt ons leven een voortdurend gebed, een nooit eindigend goed humeur, een blijvende vrede, een dankzegging gedurende de gehele dag. Mijn ziel - zong Onze Lieve Vrouw - prijst groot de Heer en mijn geest jubelt van vreugde in God, mijn Redder. Want Hij heeft welwillend neergezien op de geringheid van zijn dienstmaagd. En zie, van nu af prijzen alle geslachten mij zalig; want de Machtige heeft aan mij grote dingen gedaan, en heilig is zijn Naam (Lc. 1, 46-49).

Ons gebed kan dit gebed van Maria begeleiden en navolgen. Evenals zij zullen wij de aandrang voelen om het uit te zingen, om de wonderdaden van God te verkondigen, opdat de gehele mensheid en alle schepselen deelachtig worden aan ons geluk.


145

Maria maakt dat wij ons broeders en zusters van elkaar voelen

We kunnen niet met Maria omgaan als haar kind en tegelijk alléén aan onszelf denken, aan onze eigen problemen. Men kan geen omgang hebben met Maria en tegelijkertijd egoïstische, persoonlijke problemen hebben. Maria leidt tot Jezus. Jezus is primogenitus in multis fratribus (Rom. 8, 29), de eerstgeborene onder vele broeders. Jezus leren kennen betekent dus, dat wij ons leven niet anders kunnen leiden dan in de zin van een overgave ten dienste van anderen. Een christen kan niet stil blijven staan bij louter persoonlijke problemen, want hij moet leven met het oog gericht op de universele Kerk, denkend aan de verlossing van alle zielen.

Op deze wijze zijn zelfs die aspecten, die men als privé-aangelegenheden zou kunnen beschouwen, - de zorg voor onze eigen innerlijke vooruitgang - , eigenlijk niet persoonlijk meer: de zelfheiliging en het apostolaat zijn één en dezelfde zaak. Wij moeten ons daarom inspannen voor ons innerlijk leven en de beoefening van de christelijke deugden voor het welzijn van de gehele Kerk. Wij kunnen het goede niet doen en Christus niet uitdragen, als wij ons niet echt inspannen om de leer van het Evangelie te beleven.

Als wij geheel doordrongen zijn van deze geest, eindigen onze gebeden steeds via de weg van de dienst aan anderen, ook al gaan ze uit van onderwerpen en voornemens die ogenschijnlijk persoonlijk zijn. En als wij voortgaan aan de hand van de maagd Maria, zal zij bewerken dat wij ons als broeders en zusters van alle mensen voelen; want wij zijn allen kinderen van die God, van wie zij de dochter, de bruid en de moeder is.

De problemen van anderen horen ook onze problemen te zijn. Het christelijke saamhorigheidsgevoel hoort zo diep geworteld te zijn in onze ziel, dat niemand ons onverschillig kan blijven. Maria, de moeder van Jezus, die Hem opgevoed en begeleid heeft tijdens zijn aardse leven en die nu bij Hem in de hemel is, zal ons helpen Jezus te herkennen die ons langs de weg tegemoet komt, die zich aan ons openbaart in de noden van onze naasten.


146

Tijdens die bedevaart, waar ik het in het begin met u over had, kwamen wij onderweg naar het kapelletje van Sonsoles langs enige korenvelden. De oogst schitterde in de zon, terwijl de wind de aren heen en weer wuifde. Toen schoot mij een tekst uit het Evangelie te binnen, enkele woorden die de Heer tot zijn leerlingen richtte: Zegt gij niet: nog vier maanden en dan komt de oogst? Welnu, Ik zeg u: slaat uw ogen op en kijkt naar de velden; ze staan wit, rijp voor de oogst (Joh. 4, 35). Ik dacht toen voor de zoveelste keer dat de Heer in ons hart dezelfde ijver, hetzelfde vuur wilde uitstorten, waarvan Hij zelf vervuld was. En ik ging even terug om enkele aren te plukken als aandenken.

Wij moeten onze ogen openen en om ons heen weten te kijken om die roepstem van God te herkennen, die Hij tot ons richt via de mensen in onze omgeving. Wij mogen niet met onze rug naar de mensen toe leven, in onze eigen beperkte wereld. Zo heeft Jezus niet geleefd. De Evangelies vertellen ons vaak over zijn barmhartigheid, zijn vermogen om te delen in de smart en de noden van anderen: Hij wordt bewogen door medelijden met de weduwe uit Naïm (vgl. Lc. 7, 11-17), Hij weent om de dood van Lazarus (vgl. Joh. 11, 33), Hij is bezorgd over de menigte die Hem volgt en niets te eten heeft (vgl. Mt. 15, 32). Hij ontfermt zich ook vooral over de zondaars, over degenen die door de wereld gaan zonder het licht of de waarheid te kennen. Toen Jezus aan land ging, zag Hij dan ook een grote menigte. Hij gevoelde medelijden met hen, want zij waren als schapen zonder herder; en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten (Mc. 6, 34).

Als wij werkelijk kinderen van Maria zijn, dan begrijpen wij die houding van Christus, zodat ons hart groter wordt en wij medelijden hebben. Dan doen het lijden, de ellende, de misstappen, de eenzaamheid, de angst, de smart van andere mensen, onze naasten, ons pijn. En wij voelen de dringende noodzaak hen in hun noden te helpen en met hen over God te spreken, opdat zij als kinderen met Hem leren omgaan en de moederlijke zorg van Maria kunnen leren kennen.


147

Apostel van apostelen zijn

De wereld vervullen met licht: zout en licht zijn (vgl. Mt. 5, 13-14). Zo heeft Christus de taak van zijn leerlingen omschreven. De blijde boodschap van Gods liefde brengen tot de uiteinden der aarde. Daaraan moeten wij, alle christenen, ons hele leven op een of andere wijze wijden.

Nog duidelijker gezegd: wij horen ernaar te streven om hierbij niet als enkeling te werk te gaan, maar wij moeten ook anderen aanmoedigen mee te werken aan de goddelijke opdracht om de harten van de mensen met vreugde en vrede te vervullen. De heilige Gregorius de Grote schrijft: Neem anderen mee, in de mate waarin jullie zelf voortgang maakt; wens metgezellen te hebben op de weg die leidt naar de Heer (H. Gregorius de Grote, In Evangelia homiliae, 6, 6 [PL 76, 1098]).

Maar vergeet niet: cum dormirent homines, terwijl de mensen sliepen kwam de vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen, zegt de Heer in een parabel (Mt. 13, 25). Wij mensen staan steeds bloot aan het gevaar ons in slaap te laten sussen door egoïsme, door oppervlakkigheid, door uitsluitend belangstelling te hebben voor duizend en één zaken van tijdelijke aard, waardoor wij vermijden dieper in te gaan op de ware betekenis van de aardse dingen. Dat in slaap laten sussen is een trieste zaak, het ontneemt de waardigheid aan de mens en ketent hem aan een somber, uitzichtloos leven.

Eén bepaald geval doet ons bijzonder veel verdriet: het feit dat sommige christenen veel meer zouden kunnen doen en hier toch niet toe komen. Zij zouden zich geheel kunnen geven om alle consequenties van hun roeping als kinderen Gods te beleven, maar ze verzetten zich tegen de roepstem om edelmoedig te zijn. Het doet ons pijn, want de gave van het geloof is ons niet geschonken om haar verborgen te houden, maar opdat zij voor alle mensen zou schijnen (vgl. Mt. 5, 15-16). Vooral omdat degenen die zo handelen zowel hun aardse geluk als het eeuwige op het spel zetten. Het christelijk leven is een daad van Gods wondermacht, die de beloften van voldoening en gemoedsrust in zich draagt, maar op voorwaarde dat we Gods gaven weten te waarderen (vgl. Joh. 4, 10) door grenzeloos edelmoedig te zijn.

Het is dus nodig degenen die ingedommeld zijn wakker te maken, hen eraan te herinneren dat het leven geen spel is, maar een goddelijke zaak, die vruchtbaar moet worden gemaakt. Bovendien is het nodig de weg te wijzen aan degenen die van goede wil zijn en vol goede bedoelingen, maar niet weten hoe ze die kunnen verwezenlijken. Christus spoort ons aan. Ieder van u moet niet alleen apostel zijn, maar ook apostel van apostelen, die anderen meesleept opdat ook zij Jezus Christus verkondigen.


148

Misschien vraagt iemand zich af, hoe hij die kennis aan de mensen kan overdragen. En ik antwoord u: met natuurlijkheid, met eenvoud, door midden in de wereld te leven, vol toewijding aan uw beroep en aan de zorg voor uw gezin, door deel te nemen aan de nobele verlangens van de mensen, door ieders rechtmatige vrijheid te respecteren.

Sinds bijna dertig jaar heeft God in mijn hart de drang gelegd om mensen van welke levensstaat dan ook, van alle rangen en standen, in elk beroep, voor deze leer ontvankelijk te maken, en uit te leggen dat het alledaagse leven heilig kan zijn en vervuld van God, dat Christus ons roept om onze dagelijkse taak te heiligen, omdat zich daarin de volmaaktheid van de christen uit. Laten wij dit nog eens beschouwen aan de hand van het leven van Maria.

Wij mogen niet vergeten dat bijna alle dagen die Onze Lieve Vrouw op aarde heeft doorgebracht, voorbijgingen op een wijze die veel lijkt op die van miljoenen andere vrouwen, die zich bezighouden met de zorg voor hun gezin en met de opvoeding van hun kinderen, door het huishouden zo goed mogelijk te verzorgen. Maria heiligt ook het onaanzienlijkste werk, dat wat velen ten onrechte waardeloos en van geen belang vinden: het werk van iedere dag, de kleine attenties voor de mensen van wie wij houden, gesprekken met en bezoeken aan familieleden en vrienden. Allemaal heel gewone dingen, die doortrokken kunnen zijn van liefde tot God.

Want wat ons in het leven van Maria het meest aanspreekt is haar liefde. Een liefde die tot het uiterste wordt beleefd, tot aan het totale vergeten van zich zelf, blij om daar te mogen zijn waar God haar wil hebben, en die haar er toe geleid heeft Gods wil zo nauwkeurig mogelijk te volbrengen. Daardoor is ook haar simpelste handeling niet banaal, maar integendeel vol inhoud. Maria, onze Moeder, is voor ons een voorbeeld en een weg. Wij moeten trachten te zijn zoals zij, in de concrete omstandigheden waarin God gewild heeft dat wij leven.

Als wij zo handelen zullen wij aan de mensen om ons heen getuigenis geven door ons eenvoudig en gewoon leven. Een leven dat weliswaar de beperkingen en gebreken vertoont die eigen zijn aan onze menselijke natuur, maar dat toch consequent is. De mensen zullen zien dat wij net als zij zijn. Dan zullen zij ons vragen: hoe komt het toch dat jullie altijd zo opgewekt zijn? Waar halen jullie de kracht vandaan om je egoïsme en gemakzucht te overwinnen? Wie leert jullie zo veel begrip voor anderen te hebben, een eerlijke samenleving tot stand te brengen, die overgave, die dienstbaarheid?

Dan is het moment aangebroken om hun het goddelijk geheim te onthullen van het christelijk bestaan; om hun over God te spreken, over Christus, de heilige Geest, Maria. Het is het moment om te trachten, door middel van onze armzalige woorden, die dwaasheid van onze liefde tot God, die de genade in onze harten heeft ingestort, door te geven.


149

De heilige Johannes heeft in zijn Evangelie een mooie zin van Onze Lieve Vrouw voor het nageslacht bewaard in een tafereel dat we al overwogen hebben: de bruiloft te Kana. De evangelist verhaalt ons dat Maria tot de dienaren zei: Doet wat Hij u zeggen zal (Joh. 2, 5). Daar gaat het nu juist om: de zielen ertoe brengen dat zij zich voor Jezus plaatsen en Hem vragen: Domine, quid me vis facere? (Hand. 9, 6), Heer, wat wilt Gij dat ik doe?

Het christelijk apostolaat - en ik spreek nu heel concreet over dat van een doodgewone christen, over dat van de man of vrouw die leeft zoals zijn of haar gelijken - is één grote catechese, waarin de dorst naar God in de ander wordt gelegd door middel van de persoonlijke omgang, door een echte en loyale vriendschap. Zo helpen we hen een nieuwe horizon ontdekken, op een natuurlijke, eenvoudige manier (zei ik al), met het voorbeeld van een goed beleefd geloof, met een vriendelijk woord, dat echter doordrenkt is van de kracht van de goddelijke waarheid.

Wees moedig. U kunt rekenen op de hulp van Maria, de Koningin van de apostelen. En Onze Lieve Vrouw, die zich steeds gedraagt als moeder, weet haar kinderen op hun juiste verantwoordelijkheden te wijzen. Maria bewijst degenen die tot haar komen en haar leven beschouwen steeds de grote gunst, dat zij hen naar het Kruis voert, dat zij hun het voorbeeld van de Zoon van God voorhoudt. En bij deze confrontatie, waarin de beslissing over het christelijk leven ligt, bemiddelt Maria, opdat ons gedrag zijn bekroning mag vinden in een verzoening van de jongste broer - u en ik - met de eerstgeboren Zoon van de Vader.

Aan veel bekeringen, veel beslissingen om zich in dienst van God te stellen, ging een ontmoeting met Maria vooraf. Onze Lieve Vrouw heeft het verlangen om te zoeken aangewakkerd, heeft op moederlijke wijze de onrust in onze ziel gestimuleerd, doet ons zuchten naar verandering, naar een nieuw leven. En op deze manier wordt het: doet wat Hij u zeggen zal, een realiteit van liefdevolle overgave, een christelijke roeping die ons hele persoonlijke leven verlicht.

Dit korte gesprek in tegenwoordigheid van de Heer, waarin wij de devotie en de genegenheid tot zijn en onze Moeder beschouwd hebben, kunnen wij besluiten door ons geloof weer te verlevendigen. De meimaand begint nu. Christus verwacht van ons, dat wij deze kans niet onbenut laten om in liefde tot Hem te groeien door de omgang met zijn Moeder. Laten wij iedere dag meer contact met haar zoeken in de kleine details - kleine dingen, fijne attenties - die op den duur uitgroeien tot grotere daadwerkelijke heiligheid en apostolaat, kortom tot een voortdurende inspanning om aan de verlossing die Christus aan de wereld heeft gebracht, een bijdrage te leveren.

Sancta Maria, spes nostra, ancilla Domini, sedes sapientiae, ora pro nobis! heilige Maria, onze hoop, dienstmaagd des Heren, zetel van de wijsheid, bid voor ons!


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende