 |
| 83 |
 |
Homilie gehouden op 14 april 1960 (Witte Donderdag)
Het paasfeest was nabij. Jezus, die wist dat zijn uur gekomen was om uit de wereld over te gaan naar de Vader en die de zijnen in de wereld bemind had, gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe (Joh. 13, 1). Deze woorden uit het evangelie van de apostel Johannes kondigen de lezer aan, dat er die dag iets groots ging gebeuren. Het is een van liefde bewogen inleiding, volkomen gelijk aan die welke de heilige Lucas voor ons bewaarde: Vurig heb Ik verlangd, verklaarde de Heer, eer Ik ga lijden, dit paasmaal met u te eten (Lc. 22, 15). Eerst vragen we nu de heilige Geest ons de zin van ieder gebaar, van ieder woord van Jezus Christus te doen begrijpen: omdat wij een bovennatuurlijk leven willen leiden; omdat de Heer ons zijn wil kenbaar gemaakt heeft zich als voedsel voor ons zieleleven te geven; omdat wij erkennen dat Hij alleen woorden van eeuwig leven heeft (Joh. 6, 69).
Krachtens ons geloof belijden wij met sint Petrus: wij geloven en weten dat Gij de Christus zijt, de Zoon van God (Joh. 6, 70). Dat geloof, samen met onze liefde, brengt ons ertoe op dit verheven ogenblik, vermetel in navolging van Johannes, het hoofd te laten rusten aan de borst van de Meester (vgl. Joh. 13, 25), die de zijnen zo vurig liefhad en - we hoorden het zojuist - in zijn liefde tot het uiterste ging.
Iedere taal is te arm om ook maar bij benadering het geheim van Witte Donderdag te verklaren. Maar het is niet moeilijk ons enigszins een denkbeeld te vormen van de gevoelens die Jezus' hart vervulden gedurende deze laatste avond die Hij met de zijnen doorbracht vóór het offer van Kalvarië.
Wat gaat er om in twee personen die veel van elkaar houden, op het ogenblik van scheiden? Zij zouden graag altijd bij elkaar blijven, maar om een of andere reden moeten zij uit elkaar gaan. Hun hartenwens is blijven, maar dat kunnen ze niet. De liefde van een mens, hoe groot ook, is nu eenmaal beperkt. Om elkaars afwezigheid draaglijker te maken nemen zij hun toevlucht tot een symbool: ze geven elkaar een herinnering, misschien een foto met een onderschrift dat van warme vriendschap getuigt. Meer kunnen zij niet doen: schepselen kunnen alles willen, maar niet alles doen.
Wat wij niet kunnen, kan de Heer wel. Jezus Christus, in volmaakte zin God en Mens, laat ons geen symbool na, maar de werkelijkheid: Hij blijft zelf. Hij zal naar de Vader gaan, maar Hij zal ook bij de mensen blijven. Hij zal ons niet zo maar een geschenk achterlaten, dat ons aan Hem doet denken, een beeltenis, die natuurlijk met de tijd vervaagt, zoals dat met een foto gebeurt die al gauw verbleekt en vergeelt. Onder de gedaanten van brood en wijn is Hij werkelijk tegenwoordig: met zijn Lichaam, zijn Bloed, zijn Ziel en zijn Godheid.
|
| 84 |
 |
De vreugde van Witte Donderdag
Onafgebroken hebben de christenen door de eeuwen heen een lofzang gehouden op de heilige Hostie. Wat begrijpen wij dat nu goed! Bezing, mijn stem, het geheim van het glorievolle Lichaam en van het kostbaar Bloed dat de Vrucht van edele Schoot, de Vorst der volkeren, vergoot als losprijs voor de wereld (Hymne Pange lingua). Eerbiedig moeten wij deze verborgen God aanbidden (vgl. Adoro te devote, hymne van de H. Thomas van Aquino): het is dezelfde Jezus Christus die geboren werd uit de Maagd Maria; dezelfde die leed en geslachtofferd werd op het Kruis; dezelfde uit wiens doorboorde zijde bloed en water vloeide (vgl. Ave verum).
Dit is het heilig gastmaal waarin Christus zelf genuttigd wordt, waarin de gedachtenis aan zijn Lijden wordt vernieuwd en waarin de ziel, met Hem verenigd, intiem spreekt tot haar God en een onderpand bezit van de toekomstige glorie (vgl. hymne 0 sacrum convivium). De liturgie van de Kerk heeft in enkele korte strofen de geschiedenis samengevat van wat Christus' vurige liefde ons schonk.
De God in wie wij geloven, is niet een ver verwijderd Wezen dat onverschillig het lot van de mensen gadeslaat: hun verlangens, hun strijd en angsten. Hij is een Vader die zijn kinderen zozeer liefheeft dat Hij het Woord, de tweede Persoon van de heilige Drie-eenheid zendt, opdat Hij, mensgeworden, voor ons zou sterven en ons zou verlossen. Diezelfde liefhebbende Vader trekt ons nu met zachte hand tot zich door de werking van de heilige Geest, die in onze harten woont.
De vreugde van Witte Donderdag vindt daar haar bron: in het besef dat de Schepper zich te buiten gegaan is in liefde voor zijn schepselen. Alsof alle andere blijken van zijn barmhartigheid niet genoeg geweest waren, stelt onze Heer Jezus Christus de eucharistie in, opdat wij Hem altijd dicht bij ons kunnen hebben. En omdat - voor zover wij in staat zijn deze reden te begrijpen - zijn liefde, hoewel die niemand nodig heeft, niet buiten ons om te werk wil gaan. De heilige Drie-eenheid is verrukt over de mens die tot de bovennatuurlijke orde van de genade is verheven en gemaakt is naar haar beeld en gelijkenis (Gen. 1, 26). Zij heeft hem vrijgekocht van de zonde - de zonde van Adam, die over heel zijn nageslacht neerkwam, en van de persoonlijke zonden van iedere mens - en Zij verlangt vurig in onze ziel te verblijven: als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen (Joh. 14, 23).
|
| 85 |
 |
De Eucharistie en het geheim van de Drie-eenheid
Deze niet aflatende stroom van liefde voor de mensen blijft ons op sublieme wijze toevloeien in de eucharistie. De katechismus leert ons dat de heilige eucharistie beschouwd kan worden als offer en als sacrament; en dat dit sacrament voor ons weer een dubbele betekenis heeft: het is de heilige Communie en het altijd aanwezige altaargeheim in het tabernakel. De Kerk wijdt op Sacramentsdag een apart feest aan het eucharistisch geheim, aan het Lichaam van Christus dat in alle tabernakels over de hele wereld aanwezig is. Vandaag, op Witte Donderdag, gaat onze aandacht speciaal naar de heilige eucharistie, offer en voedsel, naar de heilige Mis en de heilige Communie.
Ik sprak zojuist over de liefdestroom van de Drie-eenheid voor de mensen. Waar zien we deze duidelijker dan in de Mis? De Drie-eenheid, in geheel haar volheid, neemt er actief deel aan het heilig offer van het altaar. Daarom sluit ik telkens weer zo graag de gebeden af met: door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon - we richten ons tot de Vader -, die met u leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen. Amen.
In de Mis roepen we voortdurend de Vader aan. De priester is een vertegenwoordiger van de eeuwige Priester, Jezus Christus, die tegelijk ook het slachtoffer is. En de werking van de heilige Geest in de Mis is niet minder verheven noch minder zeker. Door de kracht van de Heilige Geest, schrijft de heilige Johannes Damascenus, geschiedt de verandering van het brood in het Lichaam van Christus (H. Johannes Damascenus, De fide orthodoxa, 13 [PG 94, 1139]).
Deze werking van de heilige Geest komt duidelijk tot uitdrukking, wanneer de priester de zegen van God afsmeekt over de offergaven: Kom, Heiligmaker, almachtige eeuwige God, en zegen dit offer, uw heilige naam bereid (Romeins Missaal, Offerande, Aanroeping van de heilige Geest), het offer dat aan de heiligste naam van God de eer zal geven die Hem toekomt. De heiliging die wij afsmeken wordt toegeschreven aan de Trooster, ons gezonden door de Vader en de Zoon. Wij erkennen ook het actieve aandeel van de heilige Geest bij het offer, als we kort voor de Communie zeggen: Heer Jezus Christus, Zoon van de levende God, Gij hebt naar de wil van de Vader, met de Heilige Geest, de wereld door uw dood het leven gegeven... (Romeins Missaal, Voorbereidingsgebed voor de heilige Communie).
|
| 86 |
 |
De heilige Drie-eenheid is in haar volheid aanwezig in het altaaroffer. Door de wil van de Vader, met de medewerking van de heilige Geest, biedt de Zoon zich als offer voor onze verlossing aan. We moeten dan ook leren ons te wenden tot de heilige Drie-eenheid, één en drievuldig: drie goddelijke Personen in de eenheid van hun wezen, van hun liefde en van hun daadwerkelijk heiligende activiteit.
Direct na de handwassing bidt de priester: aanvaard, heilige Drievuldigheid, dit offer dat wij U opdragen ter gedachtenis aan het Lijden, de Verrijzenis en de Hemelvaart van Jesus Christus onze Heer (Romeins Missaal, Offerande, Gebed tot de heilige Drie-eenheid), en aan het einde van de Mis een ander gebed vol vurige liefde voor de ene God in drie Personen: moge, heilige Drievuldigheid, de hulde van mijn dienstwerk U behagen en laat het offer dat ik onwaardig voor uw Majesteit heb opgedragen, U welgevallig zijn en mij en allen voor wie ik het heb opgedragen door uw barmhartigheid verzoening bereiden (Romeins Missaal, Gebed voorafgaande aan de laatste zegen).
De Mis, het zij nogmaals met nadruk gezegd, is niet een menselijk maar een goddelijk gebeuren, een daad van de Drie-ene God. De priester die celebreert stelt zich in dienst van wat Christus gaat doen door Hem zijn stem en lichaam te lenen; hij handelt echter niet in eigen naam, maar in persona et in nomine Christi, in de persoon van Christus en in de naam van Christus.
De liefde van de Drie-eenheid voor de mensen maakt dat uit de tegenwoordigheid van Christus in de eucharistie voor de Kerk en voor de mensheid, alle genaden voortkomen. Het is het offer dat de profeet Malachias voorspeld had: van de opgang der zon tot aan haar ondergang is mijn Naam groot onder de volken; op iedere plaats wordt mijn Naam een wierookoffer en een reine offerande gebracht (Mal. 1, 11). Het is het offer van Christus, aan de Vader aangeboden met medewerking van de heilige Geest: een offerande van oneindige waarde, die in ons de Verlossing eeuwig doet duren, wat de offers van de Oude Wet niet konden.
|
| 87 |
 |
De heilige Mis in het leven van de christen
De heilige Mis plaatst ons zovoor de allerhoogste geloofsmysteries, want zij is de gave van de heilige Drie-eenheid aan de Kerk. Zo begrijpen we dat de Mis het middelpunt en de wortel is van het geestelijk leven van de christen. Zij is het eindpunt waar alle sacramenten heenwijzen (vgl. H. Thomas van Aquino, S. Th. III, q. 65, a. 3). Het leven van de genade dat het doopsel in ons plantte en dat, gesterkt door het vormsel, verder uitgroeide, wordt in de Mis naar zijn volle ontplooiing geleid. Wanneer wij deelnemen aan de eucharistie, schrijft de heilige Cyrillus van Jeruzalem, ondervinden wij de geestelijke inwerking van de Heilige Geest, die ons vergoddelijkt: Hij maakt ons niet alleen gelijkvormig aan Christus, zoals bij het doopsel gebeurt, maar maakt ons geheel en al gelijk aan Christus, door ons deelgenoot te maken aan de volheid van Christus Jezus (H. Cyrillus van Jeruzalem, Catecheses, 22, 3).
Doordat de uitstorting van de heilige Geest ons gelijk aan Christus maakt, brengt zij er ons ook toe te beseffen dat wij kinderen van God zijn. De Trooster, die liefde is, leert ons heel ons leven met deze geest te doordringen; en consummati in unum (Joh. 17, 23), dat wil zeggen één geworden met Christus, kunnen wij te midden van de mensen zijn wat de heilige Augustinus van de eucharistie zegt: teken van eenheid, band van de Liefde (H. Augustinus, In Joannis, Evangelium tractatus, 26, 13 [PL 35, 1613]).
Ik onthul niets nieuws met te zeggen dat er christenen zijn die een zeer armzalige opvatting hebben over de heilige Mis: voor sommigen is zij een uiterlijke plechtigheid, zo niet alleen maar een maatschappelijk gebruik Dat komt doordat wij, in onze bekrompenheid, in staat zijn van de grootste gave van God aan de mensen een sleur te maken. De Mis, deze Mis die wij nu vieren, is, ik zeg het nog eens, op een heel speciale wijze het werk van de Allerheiligste Drie-eenheid. Aan zoveel liefde beantwoorden vraagt van ons een totale overgave van lichaam en ziel. Wij luisteren naar God, wij spreken met Hem, wij zien Hem en wij nuttigen Hem. En als woorden te kort schieten, zingen we en gebruiken we onze stem - Pange, lingua - om voor heel de mensheid de grootheid te verkondigen van de Heer.
|
| 88 |
 |
De heilige Mis beleven, dat is aanhoudend in gebed blijven, de overtuiging hebben dat het hier, voor ieder van ons, gaat om een persoonlijke ontmoeting met God. We aanbidden, we loven, we vragen, we danken, we brengen eerherstel voor onze zonden, we zuiveren ons en we voelen ons, in Christus, één met alle christenen.
Misschien hebben wij ons wel eens afgevraagd hoe wij aan zoveel liefde van God kunnen beantwoorden. Misschien hebben wij zelfs wel eens gewenst, nu eens duidelijk het program voor een christelijk leven opgesteld te zien. De oplossing is eenvoudig en ligt binnen het bereik van alle gelovigen, namelijk: in een geest van liefde deelnemen aan de heilige Mis, leren om in de Mis God te ontmoeten, omdat dit offer alles inhoudt wat God van ons verlangt.
Staat mij toe u nog eens te herinneren aan wat u zelf zo dikwijls hebt kunnen zien, namelijk het verloop van de liturgische plechtigheden. Als we ze stuk voor stuk aandachtig volgen, is het zeer wel mogelijk dat de Heer ieder van ons laat ontdekken wat hij verbeteren moet, welke gebreken hij moet uitroeien en hoe wij broederlijk met alle mensen horen om te gaan.
De priester gaat naar het altaar van God, van God die onze jeugd verblijdt. De heilige Mis zet in met een lied vol vreugde, want God is hier. De vreugde, gepaard aan dankbaarheid en liefde, wordt uitgedrukt door de kus op de altaartafel. Het altaar is namelijk een zinnebeeld van Christus en een herinnering aan de heiligen (wier relikwieën erin neergelegd zijn. Het is een kleine ruimte, maar geheiligd, omdat op die altaarsteen het Sacrament zal worden voltrokken waarvan de genadewerking oneindig is.
In de schuldbelijdenis spreken we onze onwaardigheid uit. Het is niet een vage, onpersoonlijke herinnering aan schuld. Nee, we stellen onszelf levendig onze zonden en fouten voor ogen, duidelijk bepaald. Daarom herhalen we: Heer, ontferm u over ons, Christus, ontferm u over ons. Als de vergiffenis die wij nodig hebben afhankelijk zou zijn van onze verdiensten, dan zouden in ons gevoelens van bittere droefheid opwellen. Maar door Gods goedheid danken we de vergeving aan de goddelijke barmhartigheid, die wij direct hierna loven en zegenen: Gloria! - want Gij alleen zijt de Heilige, Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste, Jezus Christus, met de Heilige Geest, in de heerlijkheid van God de Vader.
|
| 89 |
 |
Wij luisteren nu naar het Woord van de Schrift, de lezingen uit Oude en Nieuwe Testament, met als laatste het Evangelie. Daarin straalt voor ons het licht van de heilige Geest, die in menselijke taal spreekt, opdat ons verstand zal begrijpen en overwegen, onze wil gesterkt wordt, de daad door ons gesteld wordt. Omdat wij een volk zijn, dat een geloof belijdt, bidden we een Credo; we zijn dan een volk verenigd in de eenheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest (H. Cyprianus, De dominica oratione, 23 [PL 4, 553]).
Dan volgt de offerande: het brood en de wijn van mensen. Het is niet veel, maar het gaat vergezeld van het gebed: aanvaard, Heer, onze vernederde geest en ons rouwmoedig hart, en laat heden ons offer zó voor Uw aangezicht komen, dat het U behaagt, Heer God. Opnieuw denken we aan onze ellende, maar ook aan het verlangen dat alles wat de Heer wordt aangeboden zuiver en gereinigd moge zijn: ik zal mijn handen wassen, ik houd van de waardigheid van Uw huis.
Vóór de handwassing hebben wij de heilige Geest aangeroepen en Hem gevraagd het offer te zegenen, dat in zijn heilige Naam wordt opgedragen. Na de reiniging wenden wij ons tot de Drie-eenheid: - Suscipe, Sancta Trinitas - aanvaard, heilige Drievuldigheid, dit offer, dat wij U opdragen ter gedachtenis aan het leven, het lijden, de verrijzenis en de hemelvaart van Jezus Christus onze Heer, ter ere van de heilige Maria altijd Maagd en ter ere van alle heiligen.
Moge het offer tot ons aller heil strekken - bidt broeders, zo smeekt de priester - , want mijn offer is het uwe, het offer van de gehele Kerk. Bidt, mijn broeders, zelfs al zijt gij maar klein in aantal, zelfs al is er maar één christen lichamelijk aanwezig, en zelfs al is de celebrant alleen. Want elke Mis is een offer van allen, de losprijs van alle stammen, alle talen, alle volken en alle naties (vgl. Apok. 5, 9).
Alle christenen ontvangen, door de gemeenschap van de heiligen, de genade van iedere Mis, of zij nu wordt opgedragen in tegenwoordigheid van duizenden personen of alleen van een kind, dat misschien nog verstrooid is ook. In alle gevallen verenigen zich hemel en aarde om met Gods engelen aan te heffen: heilig, heilig, heilig...
Ik juich mee en verenig me met de lofzang van de engelen. Dat valt me niet moeilijk, want ik weet me door hen omringd wanneer ik de heilige Mis opdraag. Zij zijn een en al aanbidding van de Drie-eenheid. Zo weet ik ook dat de allerheiligste Maagd in zekere zin tussenbeide komt, innig verbonden als zij is met de heilige Drie-eenheid en ook omdat zij Moeder is van Christus, van zijn Vlees en zijn Bloed: Moeder van Jezus Christus, volmaakt God en volmaakt Mens. Jezus Christus, in de schoot van de heilige Maria ontvangen zonder tussenkomst van een man, alleen door de kracht van de heilige Geest, heeft het bloed van zijn Moeder; dat bloed nu is opgedragen als verlossingsoffer op Kalvarië en in de heilige Mis.
|
| 90 |
 |
Zo komen we aan het eucharistisch gebed, in kinderlijk vertrouwen jegens God, onze goedertierenste Vader. Wij bidden Hem voor de Kerk en voor allen die tot de Kerk behoren: voor de paus, voor ons gezin, onze vrienden en collega's. En de katholiek, met een allenomvattende liefde, bidt voor iedereen, want zijn vurige ijver kan niemand of niets uitsluiten. Opdat onze bede aanvaard wordt, herinneren we aan de banden die wij hebben met de glorierijke Maria altijd Maagd en met dat handjevol mensen die het eerst Christus volgden en voor Hem gestorven zijn.
Gewaardig U... Het ogenblik van de consecratie nadert. In de Mis is het nu Christus zelf die opnieuw handelend optreedt door middel van de priester Dit is mijn Lichaam. Dit is de kelk van mijn Bloed. Jezus is met ons! Met de transsubstantiatie, de zelfstandigheidsverandering, wordt de oneindige goddelijke dwaasheid, door de Liefde gestuwd, opnieuw voltrokken. Wanneer nu dat ogenblik weer aanbreekt, hoop ik dat ieder van ons in stilte tot de Heer kan zeggen dat niets ons van Hem zal kunnen scheiden en dat Hij - door zich weerloos beschikbaar te stellen om bij ons te blijven onder de broze uiterlijke schijn van brood en wijn - ons tot zijn vrijwillige slaven gemaakt heeft: praesta meae menti de te vivere, et te illi semper dulce sapere (Adoro te devote), geef dat ik altijd van u mag leven en steeds het geluk van Uw liefde genieten.
Weer andere gebeden - want wij willen alsmaar vragen - zijn voor onze gestorven broeders en zusters en voor ons zelf. We dragen al onze ongetrouwheden, onze ellende aan. De last is zwaar, maar Jezus wil die dragen voor ons en met ons. Het eucharistisch gebed eindigt met een ander gebed tot de heilige Drie-eenheid: Door Christus, met Christus en in Christus, onze Liefde, komt u God almachtige Vader in de eenheid van de heilige Geest alle eer en glorie toe door alle eeuwen der eeuwen.
|
| 91 |
 |
Jezus is de weg, de middelaar. In Hem is alles, buiten Hem is er niets. In vereniging met Christus die het ons heeft geleerd, durven wij de Almachtige Onze Vader noemen: Hij die hemel en aarde gemaakt heeft, is de liefdevolle Vader die van ons verwacht dat wij steeds weer tot Hem zullen terugkeren, als een nieuwe, onverbeterlijke verloren zoon.
Zie het Lam Gods..., Heer, ik ben niet waardig. Wij gaan de Heer ontvangen, Wanneer op aarde hoogwaardigheidsbekleders ontvangen worden, is er verlichting, muziek en galakleding. Hoe moeten wij ons dan voorbereiden om Christus in ons te ontvangen? Hebben wij er ooit over nagedacht hoe wij ons zouden gedragen wanneer wij slechts eenmaal in ons leven te communie konden gaan?
Toen ik kind was bestond de praktijk van de veelvuldige communie nog niet. Iedereen bereidde zijn ziel en lichaam er zo goed mogelijk op voor. Ik herinner me hoe de mensen hun best deden er zo mooi mogelijk uit te zien: hun beste kleren, goed verzorgd haar, een letterlijk schoon en fris gewassen lichaam- Het waren attenties van verliefde mensen, van fijngevoelige en sterke zielen, die de Liefde met liefde wisten te beantwoorden.
Met Christus in ons eindigt de heilige Mis: moge de zegen van de Vader, de Zoon en de heilige Geest ons gedurende de hele dag begeleiden, bij onze eenvoudige, gewone taak om alle edele menselijke bezigheden te heiligen.
Door de heilige Mis bij te wonen zullen wij leren met ieder van de drie goddelijke Personen om te gaan. Met de Vader, die de Zoon voortbrengt, met de Zoon, die door de Vader wordt voortgebracht; met de heilige Geest die uit beiden voortkomt. Door ons te richten tot één van de drie Personen, richten wij ons tot één God. En door ons te richten tot de drie Personen, de Drie-eenheid, richten wij ons evenzeer tot één God, de enige en waarachtige. Houdt van de Mis, mijn geliefden, houdt van de Mis. En gaat met ijver te communie, ook al voelt u zich koud, al zwijgt elk gevoel van dankbare ontroering. Gaat toch te communie met geloof, hoop en vurige liefde.
|
| 92 |
 |
Intieme omgang met Jezus Christus
Wie niet van de heilige Mis houdt, zich geen moeite geeft deze rustig, devoot, met innige liefde te beleven, bemint Christus niet. Liefde maakt liefhebbende harten uiterst fijngevoelig; zij stelt hen in staat de teerste nuances en de kleinste attenties waarin verliefdheid schuilgaat te ontdekken. Met zo'n aandachtige liefde moeten wij ook de Mis bijwonen. Daarom ben ik steeds van mening geweest dat degenen die erop uit zijn een korte, haastig gelezen Mis te horen, door deze weinig te waarderen houding tonen dat zij nog niet begrepen hebben wat het eucharistisch offer is.
Uit liefde voor Christus die zich aan ons geeft, zullen wij aan het einde van de Mis graag enkele minuten vinden voor een persoonlijke intieme dankzegging. Zo zetten wij in stil gebed de dankzegging voort die de eucharistie zelf is. Hoe moeten wij ons tot Jezus richten, met Hem spreken, hoe ons gedragen?
Het christenleven kent geen strenge regels, want de heilige Geest leidt ons niet collectief, maar aan iedereen geeft Hij die besluiten, raadgevingen en liefdedaden in, die ons helpen de wil van de Vader te kennen en te volbrengen. Maar ik denk toch dat ons gesprek met Jezus bij de dankzegging na de Mis heel dikwijls dit schema kan volgen: Jezus is voor ons koning, geneesheer, leraar en vriend.
|
| 93 |
 |
Hij is koning en Hij verlangt te heersen in het hart van Gods kinderen. Het gaat hier echter niet over een menselijk koningschap. Christus is geen heerser en Hij wil zich niet opdringen, want Hij is niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen (Mt. 20, 28).
Zijn koninkrijk is vrede, vreugde en rechtvaardigheid. Christus, onze koning, verwacht van ons geen mooie woorden, maar daden, want niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer, zal binnengaan in het koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader, die in de hemel is (Mt. 7, 21).
Hij is geneesheer en Hij geneest ons egoïsme, als wij maar zijn genade tot in het diepst van onze ziel laten doordringen. Jezus heeft ons getoond dat de ergste ziekte huichelarij is, hoogmoed die ons blind maakt voor onze persoonlijke zonden. We moeten op de eerste plaats volkomen oprecht zijn tegenover onze geneesheer en niets van de waarheid achterhouden. Dan mogen wij zeggen: Heer, als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen (Mt. 8, 2). Heer, als Gij wilt, - en Gij wilt het altijd - kunt Gij mij genezen. Gij kent mijn zwakheid. Ik ben mij bewust van dit of dat tekort, ik lijd aan bepaalde gebreken. En dan laten we Hem eenvoudigweg de wonden zien en de pus als we die hebben. Heer, Gij hebt zovele zielen genezen, laat mij, wanneer ik U in mij draag of U aanbid in het tabernakel, in U een goddelijke Geneesheer vinden.
Hij is leraar in een wetenschap die Hij alleen bezit: de wetenschap van de grenzeloze liefde tot God en, in God, tot alle mensen. In de school van Christus leren we dat ons bestaan niet aan ons toebehoort. Hij heeft zijn leven voor alle mensen gegeven, en als wij Hem volgen, moeten we dit begrijpen: we mogen niet zelfzuchtig op ons eigen leven beslag leggen zonder het leed van anderen te delen. Ons leven behoort God toe en we moeten het in zijn dienst besteden door ons edelmoedig voor het heil van de mensen in te zetten en met woord en voorbeeld te tonen hoe ver de eisen van een christelijk leven gaan.
Jezus verwacht van ons dat wij het verlangen om ons deze wetenschap eigen te maken zullen aanwakkeren. Dan zal Hij ons steeds weer influisteren: als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke (Joh. 7, 37). En wij antwoorden: leer ons onszelf vergeten om aan U te denken en aan al onze medemensen. Zo zal de Heer ons met zijn genade voorthelpen, net als toen wij begonnen te schrijven. Herinnert ge u nog die strepen uit onze kinderjaren, aan de hand van de meester? Zo zullen wij het geluk gaan smaken ons geloof, die andere gave van God, uit te dragen. We zullen het uitdragen door een kordaat christelijk gedrag, waarin iedereen het werk van Gods genade kan herkennen.
Hij is vriend, de Vriend: vos autem dixi amicos (Joh. 15, 15), zegt Hij. Hij noemt ons vrienden en Hijzelf deed de eerste stap. Hij heeft ons het eerst bemind. En toch dringt Hij zijn genegenheid niet op, Hij biedt haar aan. Hij geeft van zijn vriendschap het duidelijkst bewijs: geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden (Joh. 15, 13). Hij was de vriend van Lazarus en huilde om hem toen Hij zag dat hij gestorven was. Hij wekte hem ten leven. Als Hij ons koud en lusteloos aantreft, misschien met de gevoelloosheid van een kwijnend innerlijk leven, zal zijn medelijden ons leven geven: Ik zeg u: sta op en loop (vgl. Joh. 11, 43; Lc. 5, 24), sta op uit die kleinmoedigheid. Dat is toch niet leven.
|
| 94 |
 |
Onze meditatie over Witte Donderdag gaan we nu beëindigen. Als de Heer ons heeft geholpen - en daartoe is Hij steeds bereid, wanneer wij ons hart voor Hem openstellen - , zullen wij ons gedrongen voelen aan het belangrijkste te beantwoorden: beminnen. En wij zullen door een leven van dienstbaarheid die liefde onder de mensen verspreiden. Ik heb u een voorbeeld gegeven (Joh. 13, 15), herhaalt Jezus op de avond van het laatste Avondmaal tot zijn leerlingen na hun de voeten gewassen te hebben. Laten we hoogmoed, eerzucht en heerszuchtige verlangens in ons uitroeien. Dan zullen rond ons en in ons, geworteld in het persoonlijk offer, vrede en vreugde heersen.
Ten slotte een gedachte van kinderlijke genegenheid voor Maria, de Moeder van God en onze Moeder. Neem mij niet kwalijk dat ik weer een jeugdherinnering vertel. Het betreft een plaatje dat in mijn land veel verspreid werd in de tijd dat de heilige Pius X de veelvuldige communie bevorderde. Het stelt Maria voor in aanbidding voor de heilige Hostie. Onze Lieve Vrouw leert ons vandaag, evenals toen en zoals steeds, dikwijls naar Jezus te gaan, Hem te erkennen en te vinden bij alles wat dagelijks gebeurt, en heel bijzonder op het verheven ogenblik waarop tijd en eeuwigheid samenkomen. Namelijk wanneer Jezus in het heilig Misoffer, waar Hij optreedt als de eeuwige Hogepriester, alle dingen tot zich trekt om ze door de adem van de heilige Geest - divino afflante Spiritu - voor het aangezicht van God de Vader te plaatsen.
| |
 |
|