Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  Als Christus nu langs komt > De christelijke roeping > Punt 1
1

Homilie gehouden op 2 december 1951 (eerste zondag van de Advent)

Vandaag begint het liturgisch jaar en de gedachte die ons door het openingsgebed van de Mis wordt ingegeven, is nauw verbonden met het fundament van ons christelijk leven: de roeping die wij gekregen hebben. Vias tuas, Domine, demonstra mihi, et semitas tuas edoce me (Ps. 24, 4), Heer, toon mij uw wegen, leer mij uw paden kennen. Wij vragen de Heer dat Hij ons leidt, dat Hij ons zijn weg laat zien, opdat wij ons zullen richten naar de volheid van zijn geboden, namelijk de liefde (vgl. Mt. 22, 37; Mc. 12, 30; Lc. 10, 27).

Als u aan de omstandigheden denkt, die uw beslissing om helemaal uit het geloof te leven mede hebben bepaald, denk ik dat u, evenals ik, de Heer innig dankbaar bent. U bent er immers diep van overtuigd, zonder valse nederigheid, dat u daarbij niet kunt steunen op enige verdienste van uw kant. De meesten van ons hebben van kinds af aan God leren aanroepen door de mond van christelijke ouders. Later hebben leraren, vrienden, personen uit onze omgeving ons op velerlei wijzen geholpen om Jezus Christus niet uit het oog te verliezen.

Op zekere dag - ik wil niet in algemene termen spreken: open uw hart voor de Heer en vertel Hem over uw leven - heeft misschien een vriend, een gewoon christen zoals u, u een heel nieuw perspectief doen ontdekken, nieuw en toch oud zoals het evangelie. Hij heeft u doen inzien dat u zich volledig kon inzetten om Christus na te volgen en apostel van apostelen te worden. Van dat ogenblik af hebt u misschien de rust verloren. U hebt die pas teruggevonden, en nu als intense vrede, toen u “ja” gezegd hebt tot God in volle vrijheid, omdat u het wilde, wat het meest bovennatuurlijke motief is. Toen is de sterke, blijvende vreugde gekomen, die slechts kan verdwijnen als u zich van Hem verwijdert.

Ik spreek niet graag van uitverkoren of bevoorrechte mensen. Het is Christus die zo spreekt, Hij is het die kiest. Zo spreekt de Schrift: elegit nos in ipso ante mundi constitutionem, zegt de apostel Paulus, ut essemus sancti (Ef. 1, 4), Hij heeft ons uitverkozen vóór de schepping der wereld, opdat wij heilig zouden zijn. Ik weet dat u daardoor niet met trots vervuld wordt en zich niet boven anderen verheven voelt. Die keuze, het motief van uw roeping, moet ook het fundament van uw nederigheid zijn. Heeft men ooit een monument opgericht voor de penselen van een groot schilder? Al hebben die penselen gediend voor het creëren van kunstwerken, de verdienste ervan komt toe aan de kunstenaar. Welnu, wij - de christenen - zijn slechts instrumenten in de hand van de Schepper der wereld, de Verlosser van alle mensen.

[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
  Zie hoofdstuk Volgende