 |
11 |
 |
De hoop van de Advent
Meer wilde ik niet zeggen op deze eerste zondag van de advent, waarop wij de dagen beginnen te tellen die ons nog scheiden van de Geboorte van de Zaligmaker. Wij hebben de werkelijkheid van onze christelijke roeping overwogen. Wij hebben gezien hoe de Heer ons zijn vertrouwen heeft geschonken opdat wij de zielen nader tot heiligheid bij Hem brengen, opdat wij ze verenigen met de heilige Kerk, opdat wij het rijk van God tot alle harten uitbreiden. De Heer wil dat wij offervaardig, trouw, fijnzinnig en liefdevol zijn. Hij wil ons heilig en helemaal voor zichzelf hebben.
Aan de ene kant hoogmoed, zinnelijkheid, verveling en egoïsme. Aan de andere kant liefde, toewijding, barmhartigheid, nederigheid, offervaardigheid en blijdschap. U moet kiezen. U bent geroepen tot een leven van geloof, hoop en liefde. U kunt niet minder hoog mikken en in een middelmatig isolement blijven steken.
Op zekere dag zag ik een arend opgesloten in een ijzeren kooi. Hij was vuil en had zijn veren half verloren. Tussen zijn klauwen hield hij een stuk dood vlees. Toen dacht ik: wat zal er van mij terechtkomen als ik de roeping in de steek liet die ik van God gekregen had. Het eenzame dier, zo opgesloten, terwijl het geboren was om heel hoog op te stijgen naar de hemel om de zon in het gezicht te zien, wekte mijn medelijden op. Wij kunnen ons verheffen tot de nederige toppen van de liefde tot God en de dienst aan alle mensen. Maar daarvoor mag er in onze ziel geen enkele schuilhoek zijn waar de zon van Jezus niet door kan dringen. Wij moeten alle beslommeringen die ons van Hem zouden kunnen scheiden ver van ons af werpen. Christus moet heersen in uw verstand, op uw lippen, in uw hart, in uw werken. Heel uw leven - hart en werken, verstand en woorden - moet vervuld zijn van God.
Blikt op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing is nabij (Lc. 21, 28), hebben wij in het evangelie gelezen. De adventstijd is een tijd van hoop. Heel het panorama van onze christelijke roeping, die eenheid van leven waarvan het middelpunt de tegenwoordigheid van God onze Vader is, kan en moet voor ons een dagelijkse werkelijkheid zijn.
Vraag dat met mij aan Onze Lieve Vrouw, en stelt u zich voor hoe zij deze maanden leefde in afwachting van de Zoon die zij ter wereld zou brengen. En Onze Lieve Vrouw, de heilige Maria, zal ervoor zorgen dat u alter Christus, ipse Christus wordt, een andere Christus, Christus zelf!
|
 |
|