Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  Als Christus nu langs komt > De Hemelvaart van de Heer > Punt 119
119

Leven van gebed

Een gebed tot de God van mijn leven (Ps. 41, 9). Als God voor ons het leven is, dan kan het ons zeker niet verwonderen dat ons bestaan als christen van gebed doortrokken moet zijn. Maar denk niet dat het gebed iets is dat iemand doet en daarna vergeten kan. De rechtvaardige vindt zijn welbehagen in de wet van Jahwe en op zijn wet peinst hij dag en nacht (Ps. 1, 2). In de ochtend denk ik aan U (vgl. Ps. 62, 7) en in de avond stijgt mijn gebed voor u op als wierook (vgl. Ps. 140, 2). De hele dag kan namelijk een tijd van gebed zijn; van de avond tot de ochtend en van de ochtend tot de avond. Sterker nog: de heilige Schrift wijst ons erop dat ook de slaap gebed hoort te zijn (vgl. Deut. 6, 6 en 7).

Herinnert u wat het Evangelie ons over Jezus verhaalt. Soms bracht Hij de hele nacht door in een innige tweespraak met zijn Vader. Hoe deed de figuur van de biddende Christus de eerste leerlingen in liefde ontvlammen! Nadat zij deze steeds weerkerende gebedshouding van de Meester hadden opgemerkt, vroegen ze Hem: Domine, doce nos orare (Lc. 11, 1), Heer, leer ons bidden.

De heilige Paulus schrijft: orationi instantes (Rom. 12, 12). Volhardt in het gebed; en zo wordt overal het levend voorbeeld van Christus verkondigd. Sint Lucas geeft met deze woorden de manier van leven van de eerste christenen weer, namelijk eensgezind volhardden zij samen in het gebed (Hand. 1, 14).

De standvastigheid van een goed christen wordt met de genade verworven in de smidse van het gebed. Dit levend voedsel, namelijk het gebed, is niet gebonden aan één bepaalde uitdrukkingsvorm. Het hart zal zich gewoonlijk in woorden uitdrukken in de mondelinge gebeden die ofwel God zelf ons heeft geleerd: het Onze Vader, ofwel zijn engelen: het Wees gegroet. Andere keren zullen wij gebeden gebruiken die in de loop van eeuwen zijn gerijpt en waarin de vroomheid van miljoenen van onze broeders en zusters in het geloof zich heeft uitgedrukt: die van de liturgie - lex orandi - of die ontsproten zijn aan de gloed van een liefhebbend hart, zoals veel gebeden tot Maria: Sub tuum praesidium, onder uw bescherming... Memorare, gedenk... Salve Regina, wees gegroet Koningin...

Bij andere gelegenheden zijn twee of drie zinnen, gericht tot de Heer, genoeg. Korte puntige gezegdes: schietgebeden, die wij leren uit de aandachtige lezing van het leven van Christus: Domine, si vis, potes me mundare (Mt. 8, 2), Heer, als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen. Domine tu omnia nosti, to scis quia amo te (Joh. 21, 17), Heer, Gij weet alles, Gij weet dat ik u bemin; Credo, Domine, sed adiuva incredulitatem meam (Mc. 9. 23), ik geloof, Heer, maar kom mijn ongeloof te hulp, sterk mijn geloof. Domine, non sum dignus (Mt. 8, 8), Heer, ik ben niet waardig!; Dominus meus et Deus meus (Joh. 20, 28), mijn Heer en mijn God!... Of andere korte hartelijke zinnen die opwellen uit een innige vurigheid van de ziel en aan een bepaalde situatie beantwoorden.

Het gebedsleven moet bovendien gebonden zijn aan bepaalde tijden in de loop van de dag, die uitsluitend bestemd zijn voor de omgang met God; momenten voor een stil gesprek, als het maar even mogelijk is bij het Tabernakel, om zo de Heer te danken voor zijn eenzaam wachten op ons, al twintig eeuwen lang. Zo ontstaat in onze geest een dialoog met God, van hart tot hart, waarbij de gehele ziel betrokken is: verstand en verbeelding, geheugen en wil. Deze meditatie geeft aan ons armzalig menselijk leven, aan ons gewone dagelijkse bestaan een bovennatuurlijke waarde.

Dank zij die vaste tijden van meditatie, die mondelinge gebeden en ook de schietgebedjes, slagen wij erin van onze dag, ongedwongen en onopvallend, een voortdurende lofprijzing van God te maken. Wij zullen in zijn tegenwoordigheid blijven zoals verliefde mensen in hun gedachten bij elkaar zijn en al onze handelingen, zelfs de kleinst, zullen vervuld worden van geestelijke kracht.

Wanneer een christen de weg bewandelt van de ononderbroken omgang met de Heer - en dit is een weg voor iedereen en niet alleen voor bevoorrechte personen - dan komt het innerlijk leven tot zekere en krachtige groei. Zo wordt de mens bevestigd in de vreedzame en tegelijkertijd veeleisende strijd om Gods wil tot het einde te vervullen.

Vanuit het gebedsleven kunnen wij ook het andere onderwerp, dat het feest van vandaag onder onze aandacht brengt, begrijpen. Namelijk het apostolaat, het in praktijk brengen van de leer van Jezus. Dit heeft Hij de zijnen gezegd vlak vóór Hij naar de hemel opsteeg: gij zult mijn getuigen zijn in Jerusalem, in geheel Judea en Samaria, en tot aan het einde der aarde (Hand. 1, 8).

[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Zie hoofdstuk Volgende