 |
12 |
 |
Homilie gehouden op 24 december 1963 (Kerstmis)
Lux fulgebit hodie super nos, quia natus est nobis Dominus (Jes. 9, 2: Introïtus uit de 2e Mis van Kerstmis), vandaag straalt het licht over ons, omdat de Heer ons is geboren. Deze heerlijke boodschap ontroert vandaag de christenen en door hen wordt ze aan de hele mensheid gericht. God is hier. Die waarheid moet ons leven vervullen. Ieder kerstfeest moet voor ons een nieuwe bijzondere ontmoeting met God worden, door zijn licht en zijn genade diep in onze ziel te laten doordringen.
Wij blijven staan voor het Kind, voor Maria en Jozef, en beschouwen de Zoon van God, die ons vlees heeft aangenomen. Ik herinner mij dat ik op 15 augustus 1951 de Santa Casa in Loreto bezocht, met een heel persoonlijke wens in mijn hart. Ik las daar de heilige Mis en wilde die ingetogen opdragen, maar ik had niet gerekend op de vurigheid van de menigte. Ik had er niet aan gedacht dat er op deze grote feestdag veel mensen uit de omgeving naar Loreto zouden komen, gewone christenen met het grote geloof van dit land, met hun vurige liefde tot de Madonna. Hun vroomheid bracht hen tot handelingen die, als men die, hoe zal ik het zeggen, alleen maar toetst aan de liturgische voorschriften van de Kerk, niet helemaal passend waren.
Terwijl ik namelijk het altaar kuste, zoals de rubrieken van de Mis voorschrijven, deden drie of vier vrouwen hetzelfde. Daardoor werd ik afgeleid, maar innerlijk ontroerde het me. Ook werd mijn aandacht getrokken door de gedachte dat in die Santa Casa, waar volgens een overlevering Jezus, Maria en Jozef hebben gewoond, boven het altaar de woorden geschreven staan: Hic Verbum caro factum est, hier is het Woord vlees geworden. Hier, in een huis door mensenhanden gebouwd op een stukje van onze aarde, heeft God gewoond.
|
 |
|