Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  Als Christus nu langs komt > Door Maria naar Jezus > Punt 139
139

Homilie gehouden op 4 mei 1957 (Mariamaand)

Een blik op de wereld, een blik op het Godsvolk (vgl. 1 Petr. 2, 10) aan het begin van deze meimaand is voldoende om het schouwspel te zien van de devotie tot Maria, die zich in vele oude en nieuwe gebruiken uit, maar die in een gelijke geest van liefde beleefd wordt.

Het is mij een vreugde te kunnen vaststellen, dat de devotie tot de heilige Maagd nog altijd leeft en de harten van de gelovigen ertoe brengt om bovennatuurlijk te handelen als domestici Dei (Ef. 2, 19), als huisgenoten van God.

Ook u voelt zich in deze maand waarin zoveel mensen op alle mogelijke manieren uiting geven aan hun liefde tot Maria, waarschijnlijk dichter bij de Kerk en meer één met uw broeders en zusters in het geloof. Het is als met een familiereünie, waarbij de kinderen, die door de omstandigheden van het leven zijn gescheiden, elkaar weer bij moeder ontmoeten. En als zij al eens een keer ruzie gehad hebben of elkaar slecht hebben behandeld, dan komt dat op die dag niet ter sprake. Op die dag voelen zij zich één, vinden zij elkaar terug in wederkerige genegenheid.

Maria bouwt voortdurend de Kerk op, houdt haar hecht bijeen. Het is bijna onmogelijk een echte devotie tot de heilige Maagd te hebben, zonder zich meer verbonden te voelen met de andere ledematen van het Mystieke Lichaam; meer ook met het zichtbaar hoofd ervan, de Paus. Daarom zeg ik altijd zo graag: Omnes cum Petro ad Iesum per Mariam!, allen met Petrus naar Jezus door Maria! En door te erkennen dat wij deel uitmaken van de Kerk, dat wij uitgenodigd zijn ons als broeders in het geloof te voelen, begrijpen wij beter de diepe zin van de broederschap die ons met de gehele mensheid verbindt; want de Kerk werd door Christus gezonden tot alle mensen en tot alle volkeren (vgl. Mt. 28, 19).

Wat ik zojuist gezegd heb, is iets wat wij allemaal ervaren hebben, want het heeft ons niet ontbroken aan gelegenheden om de bovennatuurlijke gevolgen te ondervinden van een ware devotie tot Onze Lieve Vrouw. leder van u zou hier veel over kunnen vertellen. En ik zelf ook. Ik herinner mij nu een bedevaart die ik in 1933 heb gemaakt naar een Mariakapelletje in Castilië: naar Sonsoles.

Het was geen bedevaart in de zin die men er gewoonlijk aan geeft. Ze was niet massaal, niet luidruchtig: wij waren met ons drieën. Ik eerbiedig en waardeer die andere openbare uitingen van vroomheid, maar ik persoonlijk tracht liever Maria dezelfde tederheid en hetzelfde enthousiasme aan te bieden door persoonlijke bezoeken of in kleine groepjes, waardoor een gevoel van intimiteit ontstaat.

Bij die bedevaart naar Sonsoles kwam ik achter de oorsprong van de aanroeping Sonsoles. Het is een kleinigheid zonder veel belang, maar toch een fijn gebaar van de kant van de mensen uit die streek. Het beeld van Onze Lieve Vrouw dat daar wordt vereerd was enige tijd verborgen gehouden ten tijde van de strijd tussen christenen en mohammedanen in Spanje. Enkele jaren later werd het beeld gevonden door een paar herders die, aldus de traditie, bij het aanschouwen ervan spontaan zeiden: Kijk, wat een schitterende ogen! Het lijken wel zonnen! (In het Spaans: Son soles!).

[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Zie hoofdstuk Volgende