 |
14 |
 |
De goddelijke betekenis van Jezus' leven op aarde
Telkens als ik voor de Kribbe spreek, probeer ik te kijken naar Christus onze Heer, om te zien hoe Hij in doeken gewikkeld op stro ligt. Hoewel Hij nog een Kind is en nog niet kan praten, zie ik nu al de Leraar, de Meester in Hem. Zo kom ik Hem wel bekijken, want ik moet van Hem leren. En om van Hem te leren, is het nodig zijn leven te kennen, het evangelie te lezen en de betreffende gebeurtenissen die het Nieuwe Testament ons vermeldt, te overwegen. We leren de goddelijke betekenis van Jezus' leven op aarde verstaan.
Het leven van Jezus moet zich in ons eigen leven herhalen, doordat wij Jezus leren kennen door lezen en altijd weer lezen, door het steeds weer overwegen van de heilige Schrift, door altijd weer te bidden, zoals nu hier voor de kribbe. Laten we proberen de leer te verstaan die Jezus ons nu al geeft als Kind, als pasgeborene, wiens ogen zich zoëven voor onze gezegende aarde geopend hebben.
Door als een van ons op te groeien en te leven openbaart Hij ons dat het menselijk bestaan, het gewone alledaagse doen een goddelijke betekenis heeft. Hoe dikwijls we deze waarheid ook hebben overwogen, steeds kan de gedachte aan de dertig jaar van zijn verborgen leven ons in verbazing brengen, die dertig jaar die het grootste deel vormen van zijn verblijf onder zijn broeders en zusters, de mensen. Jaren in de schaduw, maar voor ons helder als het zonlicht. Of beter, stralende jaren die onze dagen verhelderen en er de ware betekenis aan geven. Want wij zijn gewone christenen die een normaal leven leiden zoals miljoenen mensen overal ter wereld.
Dertig jaar lang leefde Jezus als fabri filius (Mt. 13, 55), als zoon van de timmerman. Dan pas volgen de drie jaar van zijn openbaar leven tussen een drukke menigte. Men vraagt zich verwonderd af: Wie is deze mens? Waar weet Hij dat alles van? Hij was immers een van hen, leidde het leven van de mensen in zijn land. Hij was de faber, filius Mariae (Mc. 6 3), de timmerman, de zoon van Maria. Hij was God, die op het punt stond het menselijk geslacht te verlossen en alles tot zich te trekken (Joh. 12, 32).
|
 |
|