Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  Als Christus nu langs komt > Christus die door zijn nederigheid overwint > Punt 17
17

Pertransiit benefaciendo. Hoe heeft Jezus de aarde kunnen overladen met zoveel goeds, en alleen met het goede, overal waar Hij kwam? In drie woorden samengevat staat er in het evangelie nog een levensomschrijving van Jezus die ons het antwoord geeft: Erat subditus illis (Lc. 2, 51), Hij was aan hen onderdanig. In de wereld van nu is er zoveel ongehoorzaamheid, kwaadsprekerij, onenigheid, dat wij de gehoorzaamheid bijzonder hoog moeten schatten.

Ik houd veel van de vrijheid, en juist daarom ben ik zozeer gehecht aan de christelijke deugd van gehoorzaamheid. Wij moeten ons kinderen van God voelen en leven met het blije verlangen de wil van onze Vader te vervullen. Alles doen zoals God het wil, omdat wij er zin in hebben: een meer bovennatuurlijke beweegreden is er niet.

De geest van het Opus Dei die ik al meer dan 35 jaar probeer te beleven en te verkondigen, heeft mij de persoonlijke vrijheid doen begrijpen en liefhebben. Telkens als God, onze Heer, aan de mensen zijn genade schenkt, als Hij hun een specifieke roeping geeft, dan is het alsof Hij hun een hand reikt, een vaderlijke hand, vol kracht maar vooral vol liefde. Zo zoekt Hij ieder van ons afzonderlijk op, als zijn dochters en zonen, want Hij kent onze zwakheid. De Heer verwacht van ons dat wij de kracht opbrengen deze hand, die Hij ons reikt, te grijpen. God verwacht dat wij ons inspannen, als teken van onze vrijheid. Wil dit lukken, dan moeten wij nederig zijn, als kinderen worden en de zegenrijke gehoorzaamheid liefhebben waardoor wij antwoorden op het gezegende vaderschap van God.

Het is goed toe te laten, dat de Heer zich in ons leven mengt, dat Hij als een vertrouwd persoon met ons omgaat zonder op oneffenheden en hindernissen te stoten. Wij, mensen, hebben de neiging onszelf te verdedigen ons aan ons egoïsme vast te klampen. Wij willen altijd koning spelen, al is het in ons rijk van ellende. Laat het door deze overweging duidelijk worden, waarom wij naar Jezus moeten gaan: opdat Hij ons werkelijk vrij maakt en wij zo in staat zijn God en alle mensen te dienen. Alleen op deze manier zullen wij de waarheid van de woorden van de heilige Paulus begrijpen: Nu echter bent u van de zonde bevrijd en staat u in Gods dienst. Als vrucht oogst u heiligheid, als doel hebt u het eeuwig leven. Want het loon van de zonde is de dood. Het genadegeschenk van God is echter het eeuwig leven in Christus Jezus onze Heer (Rom. 6, 22-23).

Laten wij op onze hoede zijn, want onze neiging tot egoïsme sterft nooit en de bekoring kan op talloze manieren binnensluipen. God verlangt dat wij het geloof beleven in gehoorzaamheid, Hij verkondigt zijn wil niet met luid trompet- en bazuingeschal. Soms manifesteert zijn wil zich als met zachte stem, diep in ons geweten, en wij behoren aandachtig te luisteren om die stem te vernemen en haar trouw te volgen.

Dikwijls spreekt de Heer tot ons door andere mensen. Het kan gebeuren dat we verlokt worden niet te gehoorzamen, omdat we hun fouten kennen of in ons binnenste opwerpen dat ze maar slecht op de hoogte zijn en onze omstandigheden niet begrijpen.

Dat kan een bovennatuurlijke betekenis hebben, want de Heer verplicht ons niet tot een blinde, maar tot een weloverwogen gehoorzaamheid, en we zullen ons verplicht voelen anderen met ons inzicht te helpen. Maar laten wij eerlijk zijn tegenover onszelf en telkens opnieuw nagaan of wat ons beweegt de liefde tot de waarheid is, of het egoïsme en het vasthouden aan de eigen mening. Als onze mening ons van de anderen vervreemdt, wanneer zij het contact met onze naasten verbreekt en onenigheid zaait, dan is dat een duidelijk teken dat wij niet volgens de geest van de Heer handelen.

Laten wij niet vergeten: wie gehoorzamen wil moet nederig zijn. Dat heb ik al dikwijls gezegd. Wij moeten ons opnieuw het voorbeeld van Christus voor ogen houden: Jezus gehoorzaamt. Hij gehoorzaamt Jozef en Maria. God kwam op aarde om te gehoorzamen, om te gehoorzamen aan de mensen: Maria, onze Moeder, groter dan zij is alleen God, en Jozef, die rechtschapen en zeer kuise mens, twee volmaakte schepselen, maar niet meer dan schepselen. En Jezus, die God is, gehoorzaamt hun. Wij moeten van God houden om zó zijn wil te beminnen. Wij zullen het verlangen hebben de roepstem te volgen die Hij tot ons richt door middel van onze dagelijkse verplichtingen: die onze burgerlijke staat, ons beroep, ons werk met zich meebrengen; in gezin en maatschappij; in eigen leed en dat van anderen; in onze vriendschappen en bij ons pogen goed en rechtvaardig te zijn,

[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Zie hoofdstuk Volgende