Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  Als Christus nu langs komt > Christus die door zijn nederigheid overwint > Punt 18
18

In de dagen voor Kerstmis kijk ik altijd graag naar de afbeeldingen van het Kerstkind. Zij tonen ons de Heer zoals Hij zich ontledigt, en herinneren mij eraan dat God ons roept, dat de Almachtige zich voor ons wilde tonen als een hulpbehoeftig en van de mensen afhankelijk wezen. In de kribbe van Betlehem zegt Christus tegen u en mij dat Hij ons nodig heeft. Hij nodigt ons uit tot een christelijk leven zonder voorbehoud, tot een leven van overgave, werk en vreugde.

Wij zullen nooit echt blij zijn als wij Christus niet echt navolgen, als wij niet nederig zijn, zoals Hij. De vraag dringt zich weer op: ziet u waar de grootheid Gods verborgen gaat? In een kribbe, in windselen, in een stal. De verlossende kracht van ons leven kan zich slechts in nederigheid voltrekken, doordat wij ophouden met aan onszelf te denken en doordat wij ons voor de anderen verantwoordelijk voelen.

Ook mensen met de beste bedoelingen kan het overkomen dat ze bij zichzelf conflicten veroorzaken die geen enkele objectieve grond hebben, maar hen met zorg vervullen, wat komt door gebrek aan zelfkennis dat tot hoogmoed leidt: het middelpunt van de belangstelling willen zijn; door iedereen gewaardeerd willen worden; altijd een goede figuur willen slaan; geen genoegen nemen met iets goeds te doen en dan te verdwijnen; zich steeds druk maken om zijn eigen veiligheid. Zo wordt menigeen die een diepe vrede kon genieten en een echt blij leven kon leiden, door trots en eigenwaan ongelukkig en blijven zijn werken vruchteloos.

Christus was nederig van hart (vgl. Mt. 11, 29). Tijdens zijn leven wilde Hij voor zichzelf geen extraatjes, geen privileges. Zoals ieder ander mens bracht Hij op natuurlijke wijze negen maanden door in de schoot van zijn Moeder. De Heer wist maar al te goed dat de mensheid Hem bitter nodig had. Daarom verlangde Hij vurig op aarde te komen om alle mensen te redden. Maar Hij wil niets overhaasten en komt op zijn uur, zoals ieder mens ter wereld komt. Van de ontvangenis tot aan de geboorte van Jezus bemerkt niemand het wonder behalve Jozef en Elisabet: het wonder dat God onder de mensen komt wonen.

Kerstmis is ook wonderlijk eenvoudig. De Heer komt zonder praal, zonder dat iemand het weet. Op aarde hebben alleen Maria en Jozef deel aan dat goddelijk avontuur. En de herders aan wie de engelen de tijding brengen, en ten slotte de wijzen uit het oosten. Zo geschiedt de bovenzinnelijke gebeurtenis die hemel en aarde, God en de mens verenigt.

Maar hoe is het mogelijk dat wij zo verstokt zijn, dat wij zo vlug aan dit gebeuren kunnen wennen? God vernedert zich, opdat wij nader tot Hem kunnen komen, opdat wij zijn liefde met de onze kunnen beantwoorden, opdat onze vrijheid zich niet alleen buigt voor het schouwspel van zijn macht, maar ook voor het wonder van zijn nederigheid.

Zie de grootheid van een Kind dat God is. De Schepper van hemel en aarde is zijn Vader en de Zoon ligt hier in een kribbe, quia non erat eis locus in diversorio (Lc. 2, 7), want er was voor de Eigenaar van de wereld, voor de Heer van al het geschapene geen andere plaats op aarde.

[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Zie hoofdstuk Volgende