Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  Christus komt langs > De openbaring van de Heer > Punt 36
36

Wij offeren wierook: we laten onze wens om een rechtschapen leven te leiden tot de Heer opstijgen waardoor de bonus odor Christi2 Kor 2, 15), de goede geur van Christus wordt verspreid. Als we onze woorden en daden laten doordringen van die bonus odor dan zullen we begrip en vriendschap verbreiden. Ons leven moet opgaan in het leven van de mensen om ons heen, zodat niemand alleen is of zich alleen hoeft te voelen. Onze naastenliefde moet vol menselijke warmte en genegenheid zijn.

Zo leert Jezus het ons. De mensheid heeft eeuwenlang op de komst van de Verlosser gewacht; de profeten hadden Hem op honderden manieren aangekondigd. En het verlangen naar God, de hunkering naar de verlossing, bleef tot in het laatste uithoekje van de aarde leven, ook al was een groot deel van Gods Openbaring aan de mensen verloren gegaan door zonde en onwetendheid.

Uiteindelijk breekt de volheid van de tijden aan. Maar er verschijnt geen filosofisch genie als Socrates of Plato om deze zending te vervullen, evenmin een machtige wereldveroveraar als Alexander de Grote. Nee, er wordt een kind geboren in Betlehem, het is de Verlosser van de wereld, en voordat het begint te spreken laat het zijn liefde al zien. Het brengt geen magische formule mee, want het weet dat de verlossing die het ons brengt alleen door het hart van de mens kan gaan. Aanvankelijk is er niet meer dan het lachen en huilen van een klein kind, de onschuldige slaap van een mensgeworden God, wat ons vertedert en waardoor we Hem in onze armen durven te nemen.

Wij zien opnieuw dat dit het christendom is. Als de christen niet met daden bemint dan mislukt hij als christen, en dan mislukt hij ook als mens. Je kunt niet over anderen denken in termen van nummers of sporten van een ladder waarover je naar boven kunt klimmen. En ook niet als over “de massa” die naargelang het uitkomt wordt geprezen of vernederd, gevleid of geminacht. Je moet in de anderen — en op de eerste plaats in de mensen om je heen — dat zien wat ze werkelijk zijn: kinderen van God, met heel de waardigheid die ze door deze prachtige titel hebben gekregen.

We moeten ons tegenover kinderen van God gedragen als kinderen van God: onze liefde moet een dagelijks wegcijferen van onszelf zijn en tot uitdrukking komen in duizend en één kleine blijken van begrip, stille offers en zwijgende overgave. Dat is de bonus odor Christi, die maakte dat de mensen uit de omgeving van onze eerste broeders in het geloof uitriepen: Ziet hoe zij elkaar liefhebben!

Ik heb het niet over een verheven ideaal. De christen is geen Tartarin de Tarascon (zie Alphonse Daudet, Tartarin de Tarascon, novelle uit 1872) die leeuwen wil jagen waar ze niet zijn, namelijk in de gangen van zijn eigen huis. Ik heb het wel over het concrete, dagelijkse leven: over de heiliging van het werk, over de omgang met elkaar in het gezin, over de vriendschap. Als we ons daar niet als christenen gedragen, waarin dan wel? De aangename geur van wierook is te danken aan het gloeiend kooltje dat onopvallend een grote hoeveelheid korrels opbrandt. De mensen nemen de bonus odor Christi niet waar in het flakkeren van een vuurtje, maar in de verborgen maar werkzame gloed van deugden: rechtvaardigheid, loyaliteit, trouw, begrip, edelmoedigheid, blijmoedigheid.

[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Zie hoofdstuk Volgende