Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  Als Christus nu langs komt > De christelijke roeping > Punt 6
6

De andere vijand, schrijft Sint Jan, is de begeerlijkheid van de ogen. Dat is een diepgewortelde gierigheid die ons ertoe brengt alleen maar waarde te hechten aan wat tastbaar is. Onze ogen blijven als het ware aan de aardse dingen kleven en zijn niet in staat de bovennatuurlijke werkelijkheid te ontdekken. Daarom kunnen wij de woorden van de heilige Schrift niet alleen gebruiken om te wijzen op de begeerte naar materiële goederen, maar ook om de misvorming aan de kaak te stellen, waardoor wij alles wat ons omringt - de anderen, de gebeurtenissen in ons leven en in onze tijd - slechts met menselijke ogen bezien.

De ogen van de ziel worden troebel. Onze zelfgenoegzame rede meent alles te begrijpen uit eigen kracht, zonder God nodig te hebben; een subtiele bekoring die zich verschuift achter het door God, onze Vader, aan de mens geschonken edele verstand, waardoor de mens Hem vrij kan kennen en beminnen. Door zo'n bekoring meegesleept meent het menselijk verstand ten slotte dat het de spil van het heelal is en loopt weer warm voor het oude Ge zult als goden zijn (Gen. 3, 5). Geheel van eigenliefde vervuld, zal dit verstand ten slotte Gods liefde de rug toekeren.

Zo kunnen wij ons onvoorwaardelijk overleveren in de handen van onze derde vijand, de superbia vitae. Die heeft niet alleen betrekking op kortstondige gedachten van ijdelheid en eigenliefde, maar veeleer op een zelfverheffing van heel ons wezen. Wij mogen vooral niet onderschatten, dat de hoogmoed de ergste van alle kwalen is, de wortel van al onze dwalingen. Wij moeten blijven vechten tegen de hoogmoed, want men gebruikt niet voor niets de beeldspraak, dat deze hartstocht pas een dag na onze dood sterft. Het is de barse, koele trots van de farizeeër die door God nooit gerechtvaardigd kan worden, omdat Hij daarbij stoot op een barrière van zelfoverschatting. Het is de arrogantie, de aanmatiging die ons ertoe brengt de anderen te verachten, hen te overheersen, hen te kleineren. Want waar trots is, daar is belediging en schande (Spr. 11, 2).

[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Zie hoofdstuk Volgende