 |
9 |
 |
Het zout van de versterving
De gewone christen, die geen religieus is en zich niet uit de wereld terugtrekt omdat de wereld de plaats is waar hij Christus ontmoet, heeft geen habijt of een of ander onderscheidingsteken nodig om heilig te worden. Hij onderscheidt zich innerlijk door de voortdurende aanwezigheid van God en de geest van versterving. In werkelijkheid vormen die twee een eenheid, want de versterving is niets anders dan het gebed der zintuigen.
De christelijke roeping is roeping tot offer, versterving en boete. Wij moeten boete doen voor onze fouten. Hoe vaak hebben wij ons gezicht niet afgewend om God niet te zien! Boete ook voor alle zonden van de mensen. Wij moeten de voetsporen van Christus volgen. Te allen tijde dragen we Jezus' doodslijden in ons lichaam rond, - dat is de zelfverloochening van Christus, zijn vernedering aan het Kruis - opdat ook Jezus' leven door ons lichaam wordt geopenbaard (2 Kor. 4, 10). Onze weg is die van de opoffering. In die zelfverloochening zullen wij het gaudium cum pace, de vreugde en de vrede vinden.
Wij bezien de wereld niet met een treurig gezicht. De beschrijvers van heiligenlevens die koste wat kost bij de dienaren van God buitengewone trekken wilden zien, en wel vanaf het eerste kindergehuil, hebben zonder het te willen de catechese een slechte dienst bewezen. Ze vertellen dat sommige heiligen niet huilden toen ze nog een baby waren, en dat ze uit versterving vrijdags de moedermelk weigerden... U en ik zijn huilend geboren zoals het hoort; en wij zogen melk aan de borst van onze moeder zonder ons te bekommeren om de vasten of de onthoudingsdagen.
Wij hebben nu met de hulp van God, in de loop van de schijnbaar altijd eendere dagen, een spatium verae poenitentiae leren ontdekken, een tijd van echte boete. Op die ogenblikken besluiten wij ons leven te beteren: emendatio vitae. Dat is de weg die ons geschikt maakt de genade en de ingevingen van de heilige Geest in onze ziel te verkrijgen. En samen met de genade komt ook het gaudium cum pace, de vreugde, vrede en volharding op onze weg (Gaudium cum pace, emendationem vitae, spatium verae poenitentiae, gratiam et consolationem Sancti Spiritus, perseverantiam in bonis operibus, tribuat nobis omnipotens et misericors Dominus. Amen. [Romeins brevier, voorbereidingsgebed voor de heilige Mis]).
De versterving is het zout van ons leven. En de beste verstervingen zijn die kleine inspanningen in de loop van de dag waarmee we het opnemen tegen de begeerlijkheid van het vlees, de begeerlijkheid van de ogen en tegen de hoogmoed. Verstervingen die niet ànderen lastig vallen, maar onszelf fijngevoeliger maken, met meer begrip en openheid tegenover iedereen. U bent niet verstorven als u lichtgeraakt bent, als u alleen naar uw egoïsme luistert, als u uw wil aan anderen oplegt, als u geen afstand kunt doen van het overbodige en soms zelfs van het noodzakelijke, als u het hoofd laat hangen wanneer de dingen niet lopen zoals u bedoeld had. Maar u bent wel verstorven als u alles voor allen bent geworden om met alle middelen enkelen te willen redden (1 Kor. 9, 22).
|
 |
|