Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Smidse > Ontdekking > Hst 1
1

Kinderen van God. Dragers van de enige vlam die de weg van de mensen op aarde kan verlichten; van het enige licht waarvoor schaduw, schemer of duisternis wijkt.

De Heer gebruikt ons als fakkels om dat licht te laten schijnen... Het hangt van ons af of veel mensen niet langer in de duisternis blijven, maar de paden volgen die naar het eeuwig leven leiden.


2

God is mijn Vader! Als je dit overweegt zul je deze troostvolle gedachte nooit meer los willen laten.

Jezus is mijn dierbare Vriend! Weer zo'n ontdekking! Hij heeft mij lief met heel de goddelijke dwaasheid van zijn Hart.

De Heilige Geest is mijn Vertrooster! Hij begeleidt iedere stap op mijn weg.

Denk hierover na. Jij bent van God... en God is van jou.


3

Mijn Vader - ga zo, vol vertrouwen met Hem om! - in de hemel, kijk met een liefdevolle barmhartigheid op mij neer en maak dat ik aan uw liefde beantwoord.

Geef mij een verliefd hart, doe mijn hart van brons smelten. Brand en zuiver mijn onboetvaardig vlees. Vul mijn verstand met bovennatuurlijk licht. Maak van mijn tong de tolk van de Liefde en de Glorie van Christus.


4

Christus, die het Kruis besteeg met wijd geopende armen, met het allesomvattende gebaar van de Eeuwige Priester, wil op ons rekenen - op ons die niets zijn - om de vruchten van zijn verlossing naar 'alle' mensen te brengen.


5

Heer, het is ons een vreugde in uw gewonde hand te zijn. Neem ons stevig vast, pers ons uit, zodat we alle aardse ellende kwijtraken, zodat we gezuiverd worden, zodat we in vuur en vlam raken, zodat we doordrenkt worden van uw Bloed!

En slinger ons dan weg, ver weg, vol verlangen naar de oogst van een akker die elke dag vruchtbaarder wordt, uit liefde tot U.


6

Je hoeft niet bang te worden; het is niet nodig dat je schrikt of versteld staat; maar laat je ook niet leiden door valse voorzichtigheid.

De oproep om de wil van God te vervullen - ook de roeping - komt plotseling, net zoals bij de apostelen. Christus ontmoeten en gehoor geven aan zijn oproep...

Niemand twijfelde: Christus ontmoeten en Hem volgen was één en hetzelfde.


7

Een dag van heil, een dag van eeuwig leven is voor ons aangebroken. Opnieuw klinkt het gefluit van de goddelijke Herder en weer zijn die liefdevolle woorden er, vocavi te nomine tuo, Ik heb je bij je naam geroepen.

Zoals onze moeder, roept Hij ons bij onze naam; bij de naam waarmee we thuis geliefkoosd werden. Daar, in de intimiteit van je ziel, roept Hij. Je hoeft alleen maar te antwoorden: Ecce ego, quia vocasti me, Hier ben ik, omdat Gij mij geroepen hebt. En deze keer ben ik vastbesloten de tijd niet voorbij te laten gaan, als water dat over rotsen loopt, zonder ook maar een spoor achter te laten.


8

Leef heel dicht bij Christus! Je zou samen met Petrus, Johannes en Andreas een rol moeten spelen in het evangelie..., want Christus leeft ook nu: Iesus Christus, heri et hodie, ipse et in saecula, Jezus Christus leeft! Gisteren en vandaag; tot in de eeuwigheid blijft Hij dezelfde.


9

Heer, laat uw kinderen zijn als gloeiende kooltjes, maar zonder steekvlammen die van verre zichtbaar zijn. Kooltjes die de eerste vonk doen overspringen naar elk hart waarmee ze in aanraking komen...

Gij zult ervoor zorgen dat die vonk een uitslaande brand wordt. Uw engelen - ik weet het, ik heb het gezien - zijn experts in het aanwakkeren van gloeiende vuurresten in het hart van de mensen... En een hart zonder sporen van as kan toch alleen maar van U zijn.


10

Denk vol dankbaarheid aan deze indrukwekkende woorden van de Heilige Geest: Elegit nos ante mundi constitutionem, Hij heeft ons uitverkoren vóór de schepping van de wereld, ut essemus sancti in conspectu eius, om heilig te zijn voor zijn aangezicht!

Heilig zijn is niet gemakkelijk, maar ook niet moeilijk. Heilig zijn is een goed christen zijn: lijken op Christus. Hoe meer iemand op Christus lijkt, hoe meer christen, hoe meer van Christus, hoe heiliger hij is.

En welke middelen hebben we? Dezelfde als de eerste gelovigen die Christus zelf gezien hebben, of Hem leerden kennen door woorden van de apostelen of van de evangelisten.


11

Wat ben je God, je Vader, niet verschuldigd! Hij heeft je het leven gegeven, je verstand, je vrije wil... Hij heeft je zijn genade gegeven, de Heilige Geest; Jezus in de heilige Hostie; het kindschap Gods; de allerheiligste Maagd en Moeder van God, onze Moeder. Hij gaf je de mogelijkheid deel te nemen aan de heilige Mis en Hij vergeeft je je zonden. Hoe vaak heeft Hij je niet vergeven! Je kreeg talloze gaven, waaronder een paar buitengewone...

Mijn kind, zeg me, hoe heb je aan dit alles beantwoord? Hoe beantwoord je op dit moment?


12

Ik weet niet wat jou gebeurt..., maar ik wil je in vertrouwen vertellen dat ik ontroerd raak bij het lezen van de woorden van de profeet Jesaja: Ego vocavi te nomine tuo, meus es tu, Ik heb je bij je naam geroepen, Ik heb je naar mijn Kerk gebracht, je bent van Mij! God zegt dat ik van Hem ben! Het is om gek te worden van Liefde!


13

Kijk eens hoeveel mannen en vrouwen er op de wereld zijn... Onder hen is er niet één die niet door de Meester wordt geroepen.

Hij roept op tot een christelijk leven, een heilig leven, een uitverkoren leven, een eeuwig leven.


14

Om de boeien van de zonden en tekortkomingen te verbreken, heeft Christus om jou en voor jou geleden.


15

In deze tijden vol geweld, vol grove en onbehouwen seks, moeten wij in opstand komen. Jij en ik, wij verzetten ons. Wij hebben er geen zin in om met de stroom mee te gaan en als beesten te zijn.

Wij willen ons gedragen als kinderen van God, als mannen en vrouwen die met hun Vader omgaan die in de hemel is en die heel dichtbij, in het innerlijk van ieder van ons wil zijn.


16

Overweeg dikwijls het volgende: ik ben katholiek, een kind van de Kerk van Christus! Hij liet me geboren worden in een gezin dat 'van Hem' is, zonder enige verdienste van mijn kant.

Mijn God, wat ben ik U veel verschuldigd!


17

Herinner iedereen eraan - dat geldt in het bijzonder voor veel vaders en moeders die zich katholiek noemen -, dat 'roeping' het roepen van God is, een genade van de Heer, een uitverkiezing van de goddelijke goedheid, een reden tot heilige trots, een oproep allen van harte te dienen uit liefde tot Christus.


18

Geef het door aan anderen: het is voor ouders geen offer als God hun kinderen vraagt. Ook is het voor wie Hij roept geen offer Hem te volgen.

Het is juist een geweldige eer, een grote en heilige trots, een teken van uitverkiezing en een bewijs van de grote liefde die God op een bepaald moment doet ervaren, maar die van eeuwigheid in zijn geest was.


19

Dank je ouders ervoor dat ze je het leven hebben willen geven, waardoor je een kind van God kunt zijn. En wees hun nog dankbaarder als zij dat eerste zaadje van het geloof, van de godsvrucht, van je weg als christen of van de roeping, in je ziel hebben gelegd.


20

Er zijn veel mensen om je heen. Je hebt niet het recht hun geestelijk welzijn en hun eeuwig geluk in de weg te staan.

Het is je plicht heilig te worden: je kunt noch God teleurstellen die jou gekozen heeft, noch de mensen die veel van jou als christen verwachten.


21

Het gebod je ouders lief te hebben is een gebod van het natuurrecht en van positief goddelijk recht. Ik heb het altijd het 'allerzoetste gebod' genoemd.

Verwaarloos je plicht niet om elke dag meer van je ouders te houden, voor hen te bidden, verstervingen voor hen te doen, en erkentelijk te zijn voor alles wat je aan hen te danken hebt.


22

Wat de Meester verlangt is dat jij - midden in de wereld waarin we leven en bij alles wat de mensen ondernemen - zout en licht bent. Licht dat het verstand en het hart van allen verlicht. Zout dat smaak geeft aan het leven en het beschermt tegen bederf.

Maar als het je aan apostolische ijver ontbreekt, zul je zonder kracht en zonder nut zijn. Je zult de anderen teleurstellen en je leven zal zijn doel voorbijschieten.


23

Een golf van verdorvenheid en vuiligheid - bloedrood en vuilgroen - staat op het punt de aarde te overstromen en het Kruis van de Verlosser op infame wijze te bezoedelen...

Hij wil echter dat er uit ons hart een andere golf opwelt - stralend wit en machtig als de rechterhand van de Heer -, die met zijn zuiverheid de vuiligheid van het materialisme zal wegspoelen, en de werking van het bederf dat zich wereldwijd verspreid heeft zal neutraliseren. Dit - en nog meer - is de taak van de kinderen van God.


24

Velen stellen zich de vraag - en het is alsof ze zichzelf willen rechtvaardigen - waarom ze zich in het leven van anderen zouden mengen.

Omdat je als christen de plicht hebt je in het leven van anderen te mengen en hun van dienst te zijn!

Omdat Christus zich ook in jouw en in mijn leven heeft gemengd!


25

Als je echt een 'andere Christus' bent en je gedraagt als een kind van God, zul je alles in vuur en vlam zetten, wáár je ook bent. Christus raakt alle harten, Hij laat er niet één onberoerd.


26

Het is pijnlijk om te zien dat er na tweeduizend jaar zo weinig mensen op de wereld zijn die zich katholiek noemen, en dat er onder de mensen die zich katholiek noemen, zo weinigen werkelijk vanuit de leer van Christus leven.

Het is de moeite waard je leven in te zetten en te werken en te lijden uit Liefde, om de plannen van God vooruit te brengen, om met Hem te verlossen.


27

Ik zie uw Kruis, Jezus, en ben gelukkig met uw genade, want de Heilige Geest is ons geschonken als beloning voor uw Calvarië... En elke dag geeft U zich aan mij, vol liefde - dwaas van liefde! - in de heilige Hostie... En U hebt me kind van God gemaakt! En U hebt mij uw Moeder gegeven.

Ik kan U daarvoor niet genoeg bedanken. Een andere gedachte die bij me opkomt, Heer: er zijn zoveel zielen die nog zo ver van U zijn!

Voed in je leven een hartstocht voor het apostolaat, zodat ze Hem leren kennen... Hem beminnen... en zich door Hem bemind weten!


28

Je hebt me regelmatig de opmerking horen maken dat men soms van liefde spreekt alsof het een drang naar de bevrediging van de eigen verlangens is, of eenvoudigweg een middel om zichzelf op egoïstische wijze te verwezenlijken.

Ik heb je elke keer gezegd dat dat geen liefde is. Echte liefde vraagt los te komen van zichzelf, zich te geven. Echte liefde brengt altijd blijdschap met zich mee, een blijdschap die haar wortels heeft in de vorm van het Kruis.


29

Mijn God, hoe is het mogelijk dat ik een kruisbeeld zie en niet huil van verdriet en liefde?


30

De grootmoedigheid van God is gewoonweg om versteld van te staan. Hij is Mens geworden om ons te verlossen, zodat jij en ik - je zult het met me eens zijn dat we dat niet waard zijn! - vol vertrouwen met Hem kunnen omgaan.


31

O, Jezus..., sterk onze zielen, effen ons de weg, maar vervul ons vooral van uw Liefde! Maak een vlammenzee van ons leven, die de aarde doet branden met het goddelijk vuur dat U ons gebracht hebt.


32

Een beetje dichter bij God komen, wil zeggen bereid zijn tot een nieuwe bekering, tot verbeteren, tot aandachtig luisteren naar zijn ingevingen - deze heilige verlangens die Hij in onze ziel doet opwellen - en ze in daden omzetten.


33

Waar ben je zo trots op? Elke nieuwe impuls die je krijgt komt van Hem. Trek daar je conclusies uit.


34

Wat een respect, wat een waardering en wat een liefde moeten wij voor ieder mens afzonderlijk voelen, als we bedenken dat God van die mens houdt omdat die van Hem is!


35

Een doelstelling: de dagen die de Heer ons geeft alleen maar gebruiken om Hem aangenaam te zijn!


36

Ik zou graag willen dat je doet zoals Petrus en Johannes: dat je in het gebed met Jezus spreekt over wat je vrienden, je collega's nodig hebben... en dat je hun vervolgens met je voorbeeld kunt zeggen: -Respice in nos, Kijk naar ons! Kijk naar mij!


37

Als je heel veel van iemand houdt, wil je alles over die persoon weten.

Denk eens na: verlang je ernaar Christus door en door te kennen? Dat... is de maatstaf van je liefde.


38

Wie beweert dat wij, priesters, eenzaam zijn spreekt de waarheid niet, of vergist zich. Niemand is minder eenzaam dan wij, want de Heer houdt ons voortdurend gezelschap en wij horen ononderbroken met Hem om te gaan.

Wij zijn verliefd op de Liefde, op de Schepper van de Liefde!


39

Ik zie mezelf als een arm, klein vogeltje dat enkel gewend is van boom tot boom te vliegen, of hooguit naar het balkon van een derde verdieping... Op een goede dag slaagt het erin het dak van een gebouw te bereiken, dat niet bepaald een wolkenkrabber is...

Plotseling wordt onze vogel gegrepen door een adelaar die hem aanziet voor een jong van zijn eigen soort. En tussen die machtige vleugels stijgt het vogeltje hoger en hoger, tot boven de bergen der aarde, boven de sneeuwtoppen, boven de witte en blauwe en roze wolken, nóg hoger zelfs, totdat het oog in oog komt te staan met de zon... Dan laat de adelaar het vogeltje los en zegt: vooruit, vlieg...!

Heer, laat ik niet weer opnieuw laag bij de grond fladderen. Laat de stralen van de goddelijke zon - Christus in de Eucharistie - mijn leven altijd verlichten! Laat mijn vlucht niet onderbroken worden, totdat ik rust vind bij uw Hart.


40

Onze gemeenschappelijke vriend eindigde zijn gebed als volgt: “Ik bemin de wil van God. Daarom verlaat ik me volledig op Hem, opdat Hij mij leidt zoals Hij wil en waarheen Hij wil.”


41

Vraag de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en ook je Moeder Maria, dat ze je helpen jezelf te kennen en al deze lage dingen van je te betreuren die - helaas - zoveel sporen in je achterlieten... Zeg Hem ook, zonder de ogen voor je eigen ellende te sluiten: geef mij, Jezus, een liefde als een louterend vuur, waarin mijn arme vlees, mijn arme hart, mijn arme ziel en mijn arme lichaam worden verteerd en gezuiverd van alle aardse ellende... En als mijn eigen ik dan helemaal 'leeg' is, vul het dan met U, zodat ik me nooit hecht aan iets van hier beneden, maar alleen door uw liefde gedragen word.


42

Verlang niets voor jezelf, niets goeds en niets slechts. Wil voor jezelf alleen maar wat God wil.

Het maakt niet uit wat uit zijn hand, uit de hand van God komt. Met zijn hulp zul je ook dat, wat in de ogen van de mensen slecht is, goed vinden, heel goed zelfs! En met steeds meer overtuiging zul je zeggen: Et in tribulatione mea dilatasti me..., et calix tuus inebrians, quam praeclarus est! Zelfs in de tegenspoed heb ik me verheugd... Hoe wonderbaarlijk is uw kelk, die mijn hele wezen voedt!


43

We moeten de Heer het offer van Abel brengen. Een offer van jong en zuiver vlees, het beste uit de kudde; van gezond en heilig vlees. Het offer van een hart dat slechts één liefde heeft: U, mijn God! Het offer van een verstand dat gevormd is door diepgaande studie en zich onderwerpt aan uw wijsheid. Het offer van een kinderlijke ziel die niets anders wil dan U aangenaam zijn.

Heer, aanvaard vanaf nu dit offer met zijn zoete geur.


44

We moeten leren onszelf te geven en voor Gods aanschijn te branden als het licht dat op de kandelaar wordt geplaatst, om te schijnen voor de mensen die in de duisternis verkeren; om te zijn als de godslampen bij het altaar die licht geven totdat ze tot de laatste druppel zijn opgebrand.


45

De Heer - de Meester van de Liefde - is een jaloerse minnaar die alles van ons vraagt, al onze liefde. Hij verwacht dat wij Hem alles geven wat wij hebben en de weg volgen die Hij voor ieder van ons aangeeft.


46

Mijn God, ik zie dat ik U nooit als mijn Verlosser zal accepteren, als ik U niet tegelijkertijd als mijn voorbeeld beschouw.

Geef mij, omdat U arm wilde zijn, liefde voor de heilige armoede. Ik neem me voor om - met de hulp van uw genade - arm te leven en arm te sterven, zelfs als ik over miljoenen zou beschikken.


47

Je werd heel ernstig toen ik je toevertrouwde dat, als het voor de Heer is, alles me te weinig lijkt.


48

Wat zou het mooi zijn als van jou gezegd kan worden dat de liefde voor de wil van God het belangrijkste kenmerk van je leven is.


49

Ieder werk dat aan de Heer wordt opgedragen - zelfs het meest verborgene of onbeduidende -, heeft de kracht van het goddelijk leven in zich!


50

Wees je bewust van de verantwoordelijkheid die je opdracht met zich meebrengt: de hele hemel kijkt toe!


51

God wacht op jou! Daarom moet je proberen om Hem, daar waar je bent, na te volgen en je met Hem te verenigen: met blijdschap, met liefde, met het verlangen te dienen, ook als dat op een gegeven moment - of gewoonlijk - veel moeite kost.

God wacht op jou... en wil graag dat je trouw bent.


52

Je schreef: “Mijn Koning, ik hoor U roepen met een luide stem die in mij blijft naklinken: Ignem veni mittere in terram, et quid volo nisi ut accendatur? Vuur ben Ik op aarde komen brengen, en wat zou ik anders verlangen dan dat het oplaait?”

Je voegde eraan toe: “Heer, ik antwoord U uit het diepst van mijn hart, met al mijn krachten en vermogens: Ecce ego quia vocasti me, Hier ben ik omdat U mij geroepen hebt!”

Moge dit antwoord een dagelijkse realiteit zijn.


53

Je moet de evenwichtigheid, de sterkte en het verantwoordelijkheidsbesef hebben dat mensen vaak pas na verloop van vele jaren krijgen, als ze op hoge leeftijd zijn. Jij zult dat alles bereiken terwijl je nog jong bent, als je het bovennatuurlijk besef niet verliest dat je een kind van God bent. Hij zal jou, meer dan die oudere mensen, de nodige kwaliteiten geven om je werk als apostel te verrichten.


54

Je ervaart een innerlijke vreugde en vrede die je voor niets ter wereld zou willen ruilen. God is hier aanwezig. Er bestaat niets beters dan je zorgen aan Hem toe te vertrouwen, zodat ze ophouden zorgen te zijn.


55

Hoe is het mogelijk, vroeg je me, dat Christus al zoveel jaren - twintig eeuwen - in de wereld doorwerkt en dat de wereld is, zoals ze is? Hoe is het mogelijk, hield je aan, dat er nog mensen zijn die de Heer niet kennen?

Met volle overtuiging heb ik je geantwoord: dat is onze schuld! Wij zijn immers geroepen medeverlossers te zijn en soms, misschien zelfs vaak, werken we niet aan dit goddelijk plan mee.


56

Wat is Jezus nederig! Wat schaam ik me daarentegen voor mezelf - ik ben immers niet meer dan een hoop vuil -, omdat ik mijn hoogmoed zo vaak verborgen heb achter een masker van waardigheid, van gerechtigheid... Wat heb ik veel kansen om de Meester na te volgen gemist of ongebruikt gelaten, doordat ik er geen bovennatuurlijke dimensie aan gaf!


57

Lieve Moeder... leid ons tot die dwaasheid die ook anderen 'dwaas' maakt omwille van Christus.

Lieve Moeder Maria, laat onze liefde geen bedrieglijk vuur van dwaallichten zijn, veelal het product van in ontbinding verkerende stoffelijke resten... Laat het een gretig om zich heen grijpend vuur zijn, dat alles waarmee het in aanraking komt aansteekt.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende