Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Smidse > Roeping > Hst 11
855

Zich binden uit liefde! Ik vind dat heel mooi! Wij, kinderen van God, verplichten ons - uit vrije wil - om ons leven aan God te wijden, met de wens dat Hij ons leven volledig beheerst.


856

Heiligheid, echte heiligheid, zal over de rand van de kruik heen stromen en hart en ziel van andere mensen vullen uit deze overvloed.

Wij, kinderen van God, zullen heilig worden als we anderen helpen heilig te worden. Vraag je elke dag weer af of het christelijk leven zich in jouw omgeving verbreidt.


857

Het Rijk van Jezus Christus: dáár gaat het om! Wees dus grootmoedig, mijn kind, en vraag niet eens naar één van de vele redenen die Hij heeft om in jou te heersen.

Alleen al door naar Hem te kijken weet je hoeveel Hij van je houdt... en je zult ernaar verlangen om aan zijn Liefde te beantwoorden en uit te roepen dat ook jij van Hem houdt. Je zult beseffen dat Hij jou nooit zal verlaten, als jij Hem niet verlaat.


858

De eerste stap om anderen dichter bij Christus te brengen, is dat ze je tevreden en gelukkig zien; dat ze zien dat je zeker bent van je weg naar God.


859

Jezus altijd en overal navolgen, zonder iemand buiten te sluiten. Een man of vrouw die katholiek is, mag deze kerngedachte van het christelijk leven nooit vergeten.


860

Onze Heer verlangt van ons dat wij Hem van dichtbij volgen. Een andere weg is er niet.

De Heilige Geest verricht dit werk in elke ziel, ook in de jouwe. Wees dus volgzaam, zodat je geen obstakels opwerpt voor God.


861

Een duidelijk teken dat je de heiligheid zoekt, is - als ik het zo mag uitdrukken - de 'gezonde psychologische instelling' jezelf te vergeten en te bedenken hoe je anderen dichter bij God kunt brengen.


862

Eén ding moet duidelijk zijn: God heeft jou niet nodig. Dat Hij jou toch roept komt door de liefdevolle barmhartigheid van zijn Hart.


863

Behandel iemand die dwaalt met hartelijkheid en met liefde - met christelijke liefde! -, maar zonder in te stemmen met iets dat tegen ons heilig geloof ingaat.


864

Neem je toevlucht tot Onze Lieve Vrouw, Moeder van God en onze Moeder, om haar voor alle mensen de reinheid naar ziel en lichaam te vragen.

Zeg haar dat jij, en hopelijk ook anderen, haar wilt aanroepen om altijd te overwinnen, in de slechte - of goede, en heel goede - tijden, waarin je moet strijden tegen de vijanden van de kinderen Gods.


865

Hij kwam op aarde om de hele wereld te verlossen: Omnes homines vult salvos fieri.

Bedenk dat er, onder al die mensen met wie je samenwerkt, niet één mens is die voor Christus niet meetelt!


866

Heer! - zo verzekerde je Hem - ik zou altijd en tegenover iedereen dankbaar willen zijn.

Luister eens, je bent geen steen, geen boom, geen muildier..., je behoort niet tot het deel van de schepping dat zijn doel hier beneden vervult. Daarom heeft de Heer jou tot zijn zoon of dochter willen maken... en Hij houdt van jou in caritate perpetua, met eeuwige liefde.

Jij wilt graag dankbaar zijn? En zou je daarbij een uitzondering maken voor de Heer? Elke dag zou er een stormachtig dankgebed uit je ziel moeten opstijgen!


867

Begrip, echte liefde. Als je dat bereikt, zul je een groot hart hebben voor allen, zonder enig onderscheid te maken. Je zult, ook tegenover mensen die je slecht behandeld hebben, de raad van Jezus opvolgen: “Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt..., en Ik zal u rust en verlichting schenken.”


868

Wees hartelijk tegen mensen die God niet kennen. Reden temeer om zo om te gaan met degenen die Hem wel kennen: als je het laatste niet doet, zal het eerste je niet lukken.


869

Als je met hart en ziel van God zou houden, dan zou de liefde voor je naaste - die je soms zo zwaar valt - een noodzakelijk gevolg zijn van je grote Liefde. Je zou tegenover niemand een vijandige houding aannemen, noch enig onderscheid tussen de mensen maken.


870

Verlang je vurig, met een goddelijke dwaasheid, dat de mensen de Liefde van God leren kennen? Neem dan verstervingen op in je dagelijks leven, bid, doe je plichten en overwin jezelf in veel kleinigheden.


871

Spreek rustig met de Heer en zeg Hem: Goede Jezus, als ik apostel moet worden - apostel van apostelen - moet U mij heel nederig maken.

Geef mij zelfkennis; laat mij mezelf én U kennen.

Dan zal ik mijn nietigheid nooit uit het oog verliezen.


872

Per Iesum Christum Dominum nostrum, door Jezus Christus, onze Heer. Op die manier moet je de dingen aanpakken: door Christus!

Het is goed dat je een groot hart hebt, maar als je alleen in actie komt als het om een bepaalde persoon gaat, dan is dat fout! Natuurlijk gaat het ook om die broer of die vriend, maar doe het vooral voor Christus!


873

De Kerk, mensen op alle continenten, mensen van onze en van komende tijden, verwachten veel van jou... Maar laat het goed tot je doordringen dat je geen vruchten zult voortbrengen als je niet heilig bent, of beter gezegd: als je niet strijdt om heilig te worden!


874

Laat je vormen door de genade die je ontvangt, of die nu hard of zacht aankomt. Span je ervoor in geen hinderpaal, maar een instrument te zijn. Als je wilt, zal je allerheiligste Moeder je helpen de loop van de goddelijke wateren te kanaliseren, en daarvoor niet langer een hindernis te zijn.


875

Heer, help mij trouw en volgzaam te zijn, sicut lutum in manu figuli, als klei in de handen van de pottenbakker. Dan zal niet ik het zijn die leeft, maar U, mijn Geliefde, zult in mij leven en werken.


876

Jezus zal ervoor zorgen dat je voor allen met wie je omgaat een grote genegenheid opvat. Jouw liefde voor Hem zal daardoor niet minder worden. Integendeel: hoe meer je Jezus bemint, hoe meer mensen je in je hart zult sluiten.


877

Naarmate het schepsel dichter bij God komt, voelt het zich universeler. Zijn hart wordt groter en in het enige, sterke verlangen de hele wereld aan Jezus' voeten te leggen, heeft het voor alles en iedereen een plaats in zijn hart.


878

Jezus was drieëndertig jaar toen Hij aan het Kruis stierf. Je kunt je niet verschuilen achter het feit dat je jong bent!

Bovendien ben je elke dag een beetje minder jong... ook al zul je met Hem altijd jong blijven.


879

Je moet het nationalisme, dat begrip en een harmonieuze samenleving in de weg staat, afwijzen: het is in de geschiedenis regelmatig een van de schadelijkste hindernissen gebleken.

En wijs het nog krachtiger af, als men het - wat nog erger zou zijn - op het Lichaam van de Kerk zou willen toepassen. Want juist daar moet de eenheid schitteren, de eenheid van alles en allen in de liefde tot Christus.


880

Jij, kind van God, wat heb je tot nu toe gedaan om de mensen in je omgeving te helpen?

Je kunt geen vrede hebben met die passiviteit en die slapheid. Hij wil andere mensen bereiken door jouw voorbeeld, door jouw woord, door jouw vriendschap, door jouw hulpvaardigheid...


881

Offer je op en zet je in voor de zielen. Bewerk ze één voor één, zoals kostbare juwelen één voor één bewerkt worden.

Sterker: je inzet moet nóg groter zijn, want het gaat hier om iets van onschatbare waarde. Het doel van je geestelijke begeleiding is goede instrumenten voor de dienst aan God voor te bereiden. En elk van deze instrumenten is een mens, voor wie Christus zijn Bloed vergoten heeft.


882

Katholiek, en in het bijzonder priester zijn, betekent niets anders dan aan het Kruis genageld te zijn. Maar vergeet niet dat alle gedoopten deelhebben aan het koninklijk priesterschap van Christus.


883

Als je consequent was dan zou je - nu je zijn licht hebt gezien - net zo heilig willen worden als je vroeger zondig was. En je zou strijden om dat verlangen te verwezenlijken.


884

Het is geen teken van hoogmoed maar van sterkte, als je je gezag laat gelden en ergens korte metten mee maakt, wanneer de heilige wil van God dat vereist.


885

Soms moet men iemand, met respect, enigszins de handen binden, zonder beledigend of onbeleefd te worden. Niet uit wraak, maar als geneesmiddel. Niet als straf, maar als medicijn.


886

Je keek me heel ernstig aan..., maar ten slotte begreep je me toen ik zei: “Ik wil dat het leven van Christus wordt weerspiegeld in de kinderen van God. Dat wil ik bereiken door zijn leven te beschouwen, zodat ik kan handelen zoals Hij deed en alleen maar over Hem kan spreken.”


887

Jezus wilde in de Eucharistie blijven uit liefde... voor jou.

Hij bleef, hoewel Hij wist hoe de mensen Hem zouden ontvangen... en hoe jij Hem ontvangt.

Hij bleef om voedsel voor jou te zijn, om met je te kunnen spreken wanneer je Hem opzoekt en Hem vertelt wat je bezighoudt. Hij bleef opdat je, door je gebed bij het tabernakel en door de heilige Communie, elke dag meer van Hem gaat houden en bereikt dat veel, heel veel andere mensen dezelfde weg volgen.


888

Je zegt dat je de heilige armoede wilt beleven, dat je onthecht wilt zijn van alles wat je gebruikt. Stel jezelf dan de vraag: zijn mijn gevoelens inzake armoede en rijkdom, de gevoelens van Christus?

Ik heb je verder aangeraden je toe te vertrouwen aan God, jouw Vader, met de werkelijke overgave van een kind... en je ogen in het bijzonder op de deugd van de armoede te richten, om haar te beminnen zoals Christus deed. En dan zul je haar niet meer zien als een kruis, maar als een teken van uitverkiezing.


889

In de praktijk geven christenen het gebod van de liefde niet de buitengewoon belangrijke plaats die het toekomt. In die wonderbaarlijke laatste redevoering zei Christus, bij wijze van testament, tot de zijnen: Mandatum novum do vobis, ut diligatis invicem, een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben.

En Hij drong nog aan: In hoc cognoscent omnes quia discipuli mei estis, hieruit zullen allen kunnen opmaken, dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart.

Hopelijk besluiten wij te leven zoals Hij het wil!


890

Door de vroomheid krijgen we een sterke band met God en, door Hem, met onze medemensen in wie wij Christus zien. Zonder deze band komt er onherroepelijk verdeeldheid, waarmee de christelijke geest verloren gaat.


891

Dank de Heer uit het diepst van je hart voor de bewonderenswaardige... en tegelijkertijd beangstigende vermogens waarmee Hij je heeft geschapen: het verstand en de wil. Bewonderenswaardig omdat ze jou op Hem doen lijken; beangstigend omdat er mensen zijn die ze tegen hun Schepper gebruiken.

Ik kan mijn dankbaarheid als kind van God, onze Vader, niet beter uitdrukken dan door - nu en altijd weer - te zeggen: Serviam, ik zal U dienen!


892

Zonder innerlijk leven en zonder geestelijke vorming, is echt apostolaat niet mogelijk en levert het werk geen vruchten op. Het is de vraag of het enig nut heeft en of het niet alleen maar uiterlijke schijn is.

Onze verantwoordelijkheid als kinderen van God is dan ook heel groot! Wij moeten blijven hongeren en dorsten naar Hem en naar wat Hij ons leert.


893

Iemand wilde een gemeenschappelijke vriend van ons vernederen door hem te zeggen dat hij een tweede- of derderangs ziel had.

Overtuigd van zijn niets-zijn redeneerde onze vriend, zonder zich kwaad te maken: omdat iedere mens maar één ziel heeft - ik heb de mijne -, is de eigen ziel voor iedereen... van de hoogste rang. Ik wil niet laag scoren! Daarom heb ik een ziel van de 'allereerste rang'. Met Gods hulp wil ik haar zuiveren, rein maken en in brand zetten, opdat mijn Geliefde heel tevreden over mij zal zijn.

Vergeet ook jij niet dat je niet laag mag scoren, ook al voel je je nog zo ellendig!


894

Luister eens, je beklaagt je erover dat je er alleen voor staat in een omgeving waar een agressieve sfeer heerst. Bedenk dat Jezus, de goede Zaaier, ieder van ons, zijn kinderen, in zijn gewonde hand klemt - als tarwe - en ons doordrenkt met zijn Bloed, ons zuivert, ons reinigt, ons dronken maakt van Liefde... en ons dan, één voor één, heel gul over de wereld uitstrooit. Bedenk dat tarwe niet per zak wordt gezaaid, maar korrel voor korrel.


895

Ik wil je op het hart drukken de Heer te vragen om ons, zijn kinderen, de 'gave van talen' te geven, de gave waardoor we door iedereen begrepen worden.

Uit de bladzijden van het evangelie kun je afleiden waarom ik naar deze 'gave van talen' verlang, want ze staan vol met gelijkenissen en voorbeelden die de leer tastbaar en het geestelijke aanschouwelijk maken, zonder afbreuk te doen aan het woord van God.

Voor allen - geleerden en minder geleerden - is het gemakkelijker de goddelijke boodschap te beschouwen en te begrijpen door middel van deze menselijke beelden.


896

In onze tijd - en eigenlijk altijd al! - wil de Heer dat het goddelijk zaad overal wordt uitgestrooid. Maar Hij wil ook dat de uitbreiding niet ten koste gaat van de dieptewerking...

Je hebt de duidelijke, bovennatuurlijke opdracht eraan bij te dragen dat de intensiteit niet verloren gaat.


897

Ja, je hebt gelijk: er zit heel wat ellende in jou! Wat zou er van jou, in je eentje, terechtgekomen zijn...?

“Alleen een Liefde vol barmhartigheid kan nog van mij houden”, erkende je.

Laat dit je tot troost zijn: als je Hem zoekt, zullen jou noch zijn Liefde, noch zijn Barmhartigheid ontbreken.


898

Je moet ervoor zorgen dat er, midden in de wereld, veel mensen zijn die God met heel hun hart beminnen.

Maak daarom de balans op: hoeveel mensen heb je geholpen deze Liefde te ontdekken?


899

De kinderen van God zijn in de wereld aanwezig om de anderen mee te slepen, niet om zelf meegesleept te worden; om hun stempel - het stempel van Christus - op hun omgeving te drukken, niet om zich door hun omgeving te laten bestempelen.


900

Je mag je niet afzijdig houden van de mensen om je heen. Je moet hen wakker schudden, nieuwe en brede horizonten openen voor hun verburgerlijkt en egoïstisch bestaan. Je moet hun op heilige wijze 'het leven ingewikkeld maken', zodat ze zichzelf vergeten en openstaan voor de problemen van anderen.

Anders ben je geen goede broer van de mensen, die behoefte hebben aan deze gaudium cum pace, deze blijdschap en deze vrede die zij vergeten zijn, of misschien nooit hebben gekend.


901

Niet één kind van de heilige Kerk kan onbezorgd door het leven gaan bij het zien van de onpersoonlijke massa's: kudde, roedel, troep, schreef ik bij gelegenheid. En toch: er sluimeren zoveel edele hartstochten onder die schijnbare onverschilligheid; zoveel mogelijkheden!

Het is noodzakelijk je voor allen in te zetten, iedereen persoonlijk de handen op te leggen - singulis manus imponens zoals Jezus deed -, om hen tot leven te brengen, om hun verstand te verlichten en hun wil te sterken, zodat zij nuttig kunnen zijn.


902

Ook ik had nooit gedacht dat God mij in die mate naar zich toe zou trekken als Hij deed. Maar de Heer - laat het mij nog eens herhalen - vraagt geen toestemming om ons 'het leven ingewikkeld te maken'. Hij mengt zich in ons leven... Zo begint het!


903

Heer, op U alleen vertrouw ik. Help mij trouw te zijn. Ik weet dat ik dan al mijn zorgen en bezigheden in uw handen kan laten en alles van U kan verwachten.


904

Laten we God steeds weer danken voor deze prachtige roeping die we van Hem hebben ontvangen. Moge onze dankbaarheid oprecht, diep en vol nederigheid zijn.


905

Het voorrecht zich te mogen tellen tot de kinderen van God, het hoogste geluk dat er is, is altijd een onverdiend geschenk.


906

Hartverscheurend is de - nog steeds actuele! - uitroep van Gods Zoon, die klaagt dat de oogst groot is maar dat er weinig arbeiders zijn.

Deze woorden uit de mond van Christus zijn ook voor jou bedoeld. Hoe heb je daarop gereageerd? Bid je ervoor dat Hij arbeiders stuurt om te oogsten? Doe je dat iedere dag?


907

Om de Heer te volgen moet men zich - onvoorwaardelijk en moedig - voor eens en voor altijd geven en vastberaden de schepen achter zich verbranden, zodat het niet mogelijk is terug te krabbelen.


908

Schrik niet wanneer Jezus jou nog meer vraagt, zelfs als dit het aardse geluk van je naaste familie raakt. Wees er in bovennatuurlijk opzicht van overtuigd dat Hij ook het recht heeft om offers van je naasten te verlangen, opdat Hij verheerlijkt wordt.


909

Je verzekert me dat je een apostel van Christus wilt zijn.

Ik ben blij dit te horen en ik vraag de Heer dat Hij je helpt om te volharden. Denk eraan dat alles wat wij denken, zeggen en voelen, alleen maar op God en op de ijver voor de zielen gericht moet zijn. Alles moet op de een of andere manier naar God leiden en je in ieder geval niet van Hem verwijderen.


910

Dat de Kerk priesters nodig heeft zal altijd zo blijven. Vraag de Allerheiligste Drieëenheid, op voorspraak van de heilige Maria, iedere dag weer opnieuw, om roepingen.

Vraag om blijde, actieve en voortreffelijke priesters, met een goede vorming, die zich vol vreugde opofferen voor hun medemensen, zonder zich slachtoffer te voelen.


911

Neem steeds je toevlucht tot de allerheiligste Maagd Maria, de Moeder van God en de Moeder van alle mensen. Zij zal de Liefde van God, met moederlijke zachtheid, doorgeven aan de mensen met wie je omgaat, opdat ook zij besluiten om in hun dagelijkse bezigheden en in hun beroep van Jezus te getuigen.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende