Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Smidse > Strijd > Hst 2
58

Goddelijke uitverkiezing betekent - en vereist - persoonlijke heiligheid.


59

Als je gehoor geeft aan de oproep van God, zal jouw leven - jouw onbeduidend leven! - in de geschiedenis van de mensheid een diepe en brede voor achterlaten; een schitterende en vruchtbare, eeuwige en goddelijke voor.


60

Wees je elke dag weer bewust van je plicht heilig te worden. Heilig! Dat betekent niet dat je vreemde dingen moet doen. Het betekent dat je moet strijden in het geestelijk leven, en in het heldhaftig en voortreffelijk doen van wat je moet doen.


61

Heiligheid bestaat niet uit grootse ondernemingen. Heiligheid is de strijd om het bovennatuurlijk leven niet te laten uitdoven, maar het tot het laatste restje op te branden, terwijl je God dient op de laatste plaats... of op de eerste: daar waar de Heer je roept.


62

De Heer heeft zich er niet toe beperkt ons te zeggen dat Hij van ons houdt. Hij heeft het met daden, met zijn hele leven bewezen. - En jij?


63

Als je de Heer liefhebt, zul je noodgedwongen de gezegende last van de zielen voelen die naar God gebracht moeten worden.


64

Voor wie wil leven uit Liefde - met een hoofdletter - is het bewandelen van de middenweg niet goed genoeg. Dat zou beknibbelen, een kleingeestig berekenen zijn.


65

Hier heb je het recept voor je leven als christen: bidden, boete doen, onvermoeibaar werken en liefdevol je plichten vervullen.


66

Mijn God, leer mij liefhebben! Mijn God, leer mij bidden!


67

We moeten God om geloof, hoop en liefde vragen, en dat moeten we doen met nederigheid, met volhardend gebed, met een integer en zuiver leven.


68

Je zei dat je niet wist hoe je me kon bedanken voor de heilige ijver waar je zo vol van bent.

Ik heb je onmiddellijk geantwoord dat je die ijver niet aan mij te danken hebt, maar aan de Heilige Geest.

Houd van Hem. Zoek zijn gezelschap. Op die manier zul je Hem steeds meer en beter leren beminnen, en Hem bedanken omdat Hij zich in je ziel vestigt en je innerlijk leven schenkt.


69

Blijf strijden opdat het heilig Misoffer echt het middelpunt en de wortel van je geestelijk leven wordt, zodat je hele dag een eredienst wordt, een voortzetting van de Mis die je bijgewoond hebt en een voorbereiding op de volgende. Een dag vol schietgebeden, bezoeken aan het Allerheiligste, het opofferen van je beroepswerk, van je gezinsleven...


70

Probeer Jezus in de Eucharistie ook te bedanken met lofzangen tot Onze Lieve Vrouw, de allerzuiverste Maagd, de Onbevlekte Ontvangenis, die de Heer ter wereld bracht!

En durf, met de stoutmoedigheid van een kind, tegen Jezus te zeggen: Lieve Jezus, gezegend zij de Moeder die U ter wereld bracht!

Ik verzeker je dat Hij dit graag wil horen en dat Hij nóg meer liefde in je ziel zal leggen.


71

De evangelist Lucas vertelt dat Jezus aan het bidden was... Hoe zal zijn gebed geweest zijn!

Denk eens na over het volgende: De leerlingen gaan met Jezus om en in hun gesprekken - en ook door wat Hij doet - leert de Heer hun hoe zij moeten bidden. Hij leert hun het grote wonder van Gods barmhartigheid: dat wij kinderen van God zijn, dat wij ons tot Hem kunnen richten, zoals een kind tot zijn Vader.


72

Iedere dag opnieuw begin je je werk samen met Christus en zet je je weer in voor veel mensen die Hem zoeken. Wees ervan overtuigd dat je dat alleen kan door je toevlucht te nemen tot de Heer; dat is de enige weg.

Alleen in en door het gebed leren wij anderen van dienst te zijn!


73

Denk eraan dat het gebed niet bestaat uit mooie redevoeringen, volzinnen of troostvolle woorden...

Gebed is soms niet meer dan een blik op een afbeelding van de Heer of van zijn Moeder; andere keren een verzoek dat in woorden wordt uitgedrukt; dan weer het opdragen van een goede daad of de vruchten van je trouw...

Als een soldaat die de wacht houdt moeten wij bij de poort van Onze Lieve Heer staan. Dát is bidden. Of als een hondje dat aan de voeten van zijn baas ligt.

Je moet het niet erg vinden Hem te zeggen: Heer, hier ben ik, als een trouwe hond; of nog beter, als een ezeltje dat niet achteruit zal slaan tegen iemand die van hem houdt.


74

Wij moeten allen ipse Christus worden, Christus zelf. Dit gelast de heilige Paulus ons in naam van God: Induimini Dominum Iesum Christum, bekleedt u met Jezus Christus.

Ieder van ons - jij ook! - moet eens bekijken hoe hij het kleed draagt waarover de apostel spreekt. Iedereen moet een heel persoonlijke, ononderbroken dialoog met de Heer voeren.


75

Je gebed mag niet blijven steken in louter woorden. Het moet tot daden leiden, het moet gevolgen hebben.


76

Bidden is de weg om van alle kwalen waaraan wij lijden genezen te worden.


77

Ik wil je een raad geven die ik nooit moe word te herhalen: houd ontzettend veel van de Moeder van God. Zij is ook onze Moeder.


78

Heldhaftigheid, heiligheid en moed, vergen een ononderbroken geestelijke training. Je kunt anderen alleen geven wat je zelf hebt. Als je God wilt geven, moet je met Hem omgaan, zijn Leven leven en Hem dienen.


79

Zolang het niet tot je doorgedrongen is, zal ik blijven herhalen: vroomheid, vroomheid, en nog eens vroomheid! Als je te kort schiet in de naastenliefde komt dat niet doordat je een slecht karakter hebt, maar doordat je te weinig innerlijk leven hebt.


80

Als je een goed kind van God bent, zal het je vergaan als een klein kind dat, als het 's ochtends wakker wordt of 's avonds gaat slapen, niet zonder zijn ouders kan. Je eerste en laatste gedachte van iedere dag zullen voor Hem zijn.


81

Wees standvastig en stel eisen aan je gebedsleven, ook als je je moe of dor voelt. Houd vol! Deze tijden van gebed zijn als de hoge roodgeschilderde palen langs de bergwegen, die bij hevige sneeuwval dienen als bakens. Ze geven - altijd! - aan waar de veilige weg ligt.


82

Doe moeite om op ieder moment te beantwoorden aan wat God van je vraagt. Heb de wil om Hem te beminnen met daden. Het zal om kleinigheden gaan, maar laat die nooit achterwege.


83

Je krijgt een sterker innerlijk leven door dagelijks te strijden om de vroomheidsoefeningen met liefde te doen - sterker nog, met liefde te beleven -, want onze weg als kinderen van God is een weg van liefde.


84

Zoek God in de diepte van je rein en zuiver hart. Zoek Hem in de diepte van je ziel waar Hij aanwezig is als je Hem trouw bent, en raak deze intimiteit nooit meer kwijt!

Mocht je eens niet weten hoe je met Hem kunt spreken of wat je Hem kunt zeggen, of mocht je Jezus niet in je binnenste durven te zoeken, neem dan je toevlucht tot Maria, tota pulchra - smetteloos mooi, wonderschoon - en vertrouw haar toe: Moeder Maria, de Heer heeft gewild dat Gij het was die God met uw handen zou verzorgen. Leer mij - leer ons allen - hoe we met uw Zoon moeten omgaan!


85

Overtuig de mensen ervan heldhaftig te zijn en de kleine dingen van iedere dag tot in de perfectie te doen, alsof het heil van de wereld van elk van deze kleinigheden zou afhangen.


86

Door je gebedsleven zul je leren de deugden te beoefenen die eigen zijn aan een kind van God, aan een christen.

En door die deugden zul je een hele reeks geestelijke waarden verwerven die klein lijken, maar heel groot zijn. Ze zijn als kostbare, schitterende stenen die we onderweg moeten verzamelen om aan de voet van Gods troon neer te leggen, in dienst van de mensen: eenvoud, blijdschap, trouw, vrede, kleine blijken van onthechting, diensten die onopgemerkt blijven, het trouw nakomen van je plichten, vriendelijkheid...


87

Ga geen andere verplichtingen aan dan... de eer van God, zijn Liefde, zijn apostolaat.


88

De Heer heeft je duidelijk laten zien dat jouw weg die van een christen midden in de wereld is. Je verzekert me echter dat je vaak met afgunst - je hebt me ook gezegd dat het eigenlijk gemakzucht was - hebt gedacht aan het geluk een onbekende te zijn, iemand die ergens in een uithoekje werkt, onopgemerkt... God en jij!

Naast plannen om het geloof te gaan verbreiden in Japan, komt de gedachte weer bij je op aan dat verborgen en verstorven leven... Zou je echter proberen - aangenomen dat je geen andere verplichtingen hebt - je te 'verstoppen' in een of andere religieuze instelling, zonder dat het je roeping is, dan zou je niet gelukkig worden. Je zou geen vrede hebben; je zou immers je eigen zin gedaan hebben en niet de wil van God.

Jouw 'roeping' zou dan een andere naam krijgen: vluchten. Geen resultaat van goddelijke inspiratie, maar van puur menselijke angst voor de strijd die op handen is. En dat kan niet!


89

Als je een rein leven leidt en de heilige zuiverheid beleeft, dreigt er een groot gevaar waaraan wij allemaal blootgesteld zijn: het risico om in het geestelijk leven of in het beroepsleven te verburgerlijken. Het gevaar - ook voor degenen die door God tot het huwelijk geroepen zijn - een zonderling te worden, een egoïst, een mens zonder liefde.

Bestrijd dat risico tot in de wortel, zonder ook maar enige concessie te doen.


90

Het overwinnen van de zinnelijkheid - wij hebben nu eenmaal te maken met ons lichaam dat als een ezeltje is - vraagt dagelijks om met edelmoedigheid kleine, en bij gelegenheid ook grote verstervingen te doen. Zorg er ook voor in Gods aanwezigheid te blijven. Hij zal zijn blik nooit van je afwenden.


91

Je kuisheid mag zich niet beperken tot het vermijden van de zonde of van de naaste gelegenheid...; het mag onder geen voorwaarde een kille en rationele onthouding zijn.

Besef je dat kuisheid een deugd is, die als zodanig moet groeien en volmaakter moet worden?

Het is dus niet voldoende dat je - overeenkomstig je levensstaat - de kuisheid beleeft. Je moet een zuiver leven leiden en dat vraagt soms een heldhaftige inspanning.


92

De bonus odor Christi, de uitstraling die van Christus uitging, moet ook van ons uitgaan door een rein leven, door kuisheid - ieder, herhaal ik, in zijn eigen staat -, door de heilige zuiverheid, die een vreugdevolle bevestiging is; sterk en fijn tegelijk. Fijngevoelig vermijdt ze ook het gebruik van ongepaste woorden, omdat die God niet aangenaam zijn.


93

Maak er een gewoonte van de engelbewaarders bij voorbaat te bedanken... om ze zo nog meer aan je te verplichten.


94

Op iedere christen zou de naam van toepassing moeten zijn die in de begintijden gebruikelijk was: 'drager van God'.

Gedraag je zó dat die prachtige kwalificatie voor jou gebruikt kan worden.


95

Bedenk eens wat er zou gebeuren, als wij, christenen, niet als zodanig willen leven... en stel je gedrag bij!


96

Ontdek de Heer bij iedere gebeurtenis, in elke situatie. Dan zul je door alles wat er gebeurt meer van Hem gaan houden en er steeds meer naar verlangen aan zijn Liefde te beantwoorden. Hij wacht altijd op ons en biedt ons steeds de mogelijkheid het voornemen dat we gemaakt hebben uit te voeren: Serviam, ik zal U dienen!


97

Hernieuw elke dag het verlangen jezelf weg te cijferen en te verloochenen. Vergeet jezelf en ga verder in novitate sensus, met een nieuw leven. Ruil je armzaligheid in voor heel de verborgen en eeuwige grootheid van God.


98

Heer, geef dat ik zó van U ben, dat ook de heiligste gevoelens mijn hart alleen bereiken door uw gewond Hart.


99

Zorg ervoor tactvol te zijn, een mens met goede manieren. Wees niet grof!

Wees altijd fijngevoelig; dat is iets anders als geaffecteerd zijn.


100

De liefde bereikt alles. Zonder liefde kunnen wij niets.

Liefhebben! Dat is het geheim van je leven... Bemin! Verdraag het lijden met blijdschap. Sterk je ziel, hard je wil. Verenig je overgave met de wil van God en je zult doeltreffend zijn.


101

Wees eenvoudig en vroom als een kind, en dapper en sterk als een held.


102

De wereld kan de vrede en de daaruit voortvloeiende vreugde niet geven.

Mensen zijn altijd bezig vrede te sluiten, maar zij raken steeds weer verwikkeld in oorlogen. Zij zijn vergeten dat ze een innerlijke strijd moeten voeren en op de hulp van God moeten steunen, opdat Hij overwint. Alleen dan zal er vrede heersen in het eigen hart, in het gezin, in de samenleving en in de wereld.

Als wij ons zo gedragen, dan zullen jij en ik vol blijdschap zijn, want die valt de overwinnaars ten deel. En als we nederig zijn zullen we ons, met de genade van God - die geen veldslag verliest - overwinnaars kunnen noemen.


103

Je leven en je bezigheden moeten geen negatieve ondertoon hebben, of tegen 'van alles en nog wat' zijn. Je leven moet veeleer positief zijn, vol optimisme, jeugd, blijdschap en vrede!


104

Er zijn twee terreinen die van beslissend belang zijn in het leven van de volkeren: de huwelijkswetgeving en de onderwijswetgeving. Op deze terreinen moeten de kinderen van God sterk staan en zich belangeloos inzetten uit liefde voor alle mensen.


105

De blijdschap is een christelijk goed dat wij bezitten zolang we strijden, want zij is de vrucht van de vrede; de vrede is de vrucht van het behalen van de overwinning, en het leven van de mens op aarde - lezen we in de Heilige Schrift - is strijd.


106

Onze goddelijke oorlog is een schitterend zaaien van vrede.


107

Wie de strijd opgeeft berokkent schade aan de Kerk, aan haar bovennatuurlijke werkzaamheid, aan zijn broeders en zusters, aan alle zielen.

Ga eens na of je niet wat meer liefde voor God kunt leggen in je geestelijke strijd. Ik bid voor jou... en voor allen. Doe jij hetzelfde.


108

Jezus, als er iets in mij is wat U niet aangenaam vindt, maak me dat dan duidelijk, zodat we het met wortel en al kunnen uitrukken.


109

Het geestelijk leven heeft een kleine en domme vijand die helaas zeer efficiënt is: de geringe inzet bij het gewetensonderzoek.


110

In de christelijke ascese beantwoordt het gewetensonderzoek aan een behoefte van de liefde, van de fijngevoeligheid.


111

Als iets in je niet overeenstemt met wat God van je verwacht, doe daar dan onmiddellijk iets aan!

Denk aan de apostelen: zij waren zwak en hadden veel fouten, maar in naam van de Heer deden zij wonderen. Alleen Judas, die misschien ook wonderen deed, is verloren gegaan. Hij trok zich uit vrije wil van Christus terug. Hij was niet bereid om, vastberaden en moedig, te breken met wat niet overeenstemde met de geest van God.


112

Mijn God, wanneer zal ik me eens echt bekeren?


113

Heilig worden. Wacht daar niet mee tot je oud bent, want dan zou je een grote vergissing begaan!

Begin er nu serieus aan, met blijdschap en vol enthousiasme, door middel van je verplichtingen, je werk, je dagelijks leven...

Wacht niet tot je oud bent, want dat zou niet alleen een grote vergissing zijn - herhaal ik -, maar je weet ook niet óf je wel oud wordt!


114

Smeek de Heer dat Hij je de nodige fijngevoeligheid geeft om je bewust te zijn van het kwaad van de dagelijkse zonde; om die te beschouwen als een echte en uitgesproken vijand van je ziel; en om die met Gods genade te vermijden.


115

Denk rustig en zonder scrupules over je leven na. Vraag om vergeving en maak het vaste, concrete, duidelijk omlijnde voornemen om je in het een en ander te beteren: in wat je moeite kost, in wat je gewoonlijk niet doet zoals het hoort, en waarvan je heel goed weet dat het anders moet.


116

Maak goede voornemens. Dat is iets heiligs dat God aangenaam is. Maar laat het daar niet bij! Zorg dat je een ziel - een man, een vrouw - van daden bent. Om je voornemens te verwezenlijken moeten ze duidelijk en goed omschreven zijn.

En daarna, mijn kind, moet je strijden om die voornemens met de hulp van God in praktijk te brengen!


117

Vol vuur vraag je: wat moet ik doen om mijn liefde voor God vast te houden en te laten groeien?

Mijn kind, doe afstand van de oude mens. Doe ook afstand van dingen die op zich goed zijn, maar die je zelfverloochening in de weg staan... Zeg Hem steeds met concrete feiten: “Hier ben ik, Heer, bereid om te doen wat U maar wilt.”


118

Heilig! Een kind van God zou moeten overdrijven in het beoefenen van de deugden, áls er op dit punt al overdrijving mogelijk is..., want anderen zullen zich aan dit voorbeeld spiegelen. Alleen als het kind heel ver komt, zullen die anderen een goed gemiddelde halen.


119

Schaam je er niet voor als je ontdekt dat je de fomes peccati, de neiging tot het kwaad, in je hart hebt. Dat zal je hele leven zo blijven; niemand is vrij van deze last.

Schaam je er niet voor, want de Heer die almachtig en barmhartig is, heeft ons de middelen gegeven om deze neiging tot het kwaad te overwinnen: de sacramenten, het gebedsleven, werk dat aan Hem wordt opgedragen.

Gebruik die middelen met volharding en wees bereid steeds weer opnieuw te beginnen, zonder de moed te verliezen.


120

Heer, verlos me van mijzelf!


121

Een apostel die het niet vanzelfsprekend vindt regelmatig te bidden vervalt onherroepelijk tot lauwheid... en zal dan niet langer apostel zijn.


122

Heer, ik zou van nu af een ander mens willen zijn: ik zou niet langer 'ikzelf' willen zijn, maar 'die ander' die U wilt dat ik ben.

Ik zou willen dat ik U nooit weiger wat U me vraagt; dat ik weet te bidden; dat ik in staat ben te lijden; dat ik me nergens anders zorgen over maak dan over uw glorie, en dat ik uw aanwezigheid voortdurend ervaar.

Ik zou de Vader willen liefhebben, naar U willen verlangen, mijn Jezus, in een voortdurende Communie en ik zou willen dat ik het vuur van de Heilige Geest in mij voel branden.


123

De Heer heeft je gezegd: Meus es tu, jij bent van Mij.

Dat deze God die een en al schoonheid, een en al wijsheid, een en al grootheid, een en al goedheid is, tegen je zegt, dat je van Hem bent...! En dat jij het niet kan opbrengen Hem te antwoorden!


124

Het moet je niet verwonderen als je in je leven de last voelt waarover de heilige Paulus spreekt: “In mijn handelen ontwaar ik een andere wet, die strijd voert met de wet van mijn rede.”

Herinner je dan dat je aan Christus toebehoort en neem je toevlucht tot de Moeder van God, die ook jouw Moeder is. Zij zullen je niet in de steek laten.


125

Neem de raadgevingen van de geestelijke leiding aan alsof ze van Christus zelf komen.


126

Je hebt me gevraagd hoe je in de dagelijkse strijd kunt overwinnen en ik heb je geantwoord: als je je hart opent, vertel dan eerst datgene waarvan je het liefst hebt dat niemand het te weten komt. Zo wordt de duivel altijd overwonnen.

Wees duidelijk en eenvoudig. Open je hart helemaal, zodat de zon van de Liefde van God tot in de verste hoekjes kan doordringen!


127

Als de stomme duivel - waarover in het evangelie gesproken wordt - in je ziel weet binnen te dringen, zal hij daar alles kapot maken. Als hij er echter onmiddellijk uitgezet wordt komt alles goed; men gaat dan gewoon verder en zal gelukkig zijn.

Een vast voornemen: een fijngevoelige 'meedogenloze oprechtheid' in de geestelijke leiding... en dat vanaf het eerste moment.


128

Bemin de hulp van degene die je ziel leidt. Zoek die hulp! Leg bij de geestelijke leiding in alle oprechtheid je hart bloot - bedorven, als het bedorven is -, met het verlangen genezen te worden. Anders zal deze aangetaste plek nooit verdwijnen.

Als je je echter tot iemand wendt die de wond alleen maar oppervlakkig kan schoonmaken... ben je een lafaard, omdat je in feite de waarheid verbergt, in het nadeel van jezelf.


129

Wees nooit bang de waarheid te zeggen, maar vergeet niet dat het soms beter is uit naastenliefde te zwijgen. Zwijg echter nooit uit laksheid, uit oppervlakkigheid, of uit lafheid.


130

De wereld hangt van leugens aan elkaar. Toch is het al twintig eeuwen geleden dat de Waarheid onder de mensen kwam.

We moeten de waarheid zeggen! Juist wij, kinderen van God, moeten dat doen. Wanneer de mensen de gewoonte krijgen de waarheid te verkondigen en ernaar te luisteren, zal er meer begrip in de wereld zijn.


131

Toegeeflijkheid in geloofspunten zou valse liefde, een duivelse en leugenachtige liefde zijn. De heilige Petrus eist fortes in fide, sterk in het geloof, standvastig te zijn.

Dit is geen fanatisme, maar niets anders dan het beleven van het geloof. Het is ook geen liefdeloosheid ten aanzien van andere mensen. Wij kunnen toegeeflijk zijn in alles wat bijkomstig is, maar op het terrein van het geloof kan dat niet. Wij mogen de olie van onze lampen niet afstaan, want dan zullen ze als de Bruidegom komt niet meer branden.


132

Om de leer van Christus aan te nemen is het noodzakelijk nederig en gehoorzaam te zijn.


133

Neem het woord van de paus aan met een vrome en nederige houding, met een innerlijke en effectieve instemming. Zorg dat het weerklank krijgt!


134

Bemin de paus en bejegen hem met respect. Bid voor hem en doe verstervingen voor hem; en dat met steeds meer liefde. Hij is het fundament van de Kerk. In de loop der eeuwen en tot aan het einde der tijden zal hij onder alle mensen het heiligingswerk en de leiding voortzetten, die Jezus aan Petrus toevertrouwde.


135

Je grootste liefde, je hoogste achting, je diepste respect, je meest toegewijde gehoorzaamheid en je grootste genegenheid dient uit te gaan naar de plaatsvervanger van Christus op aarde, naar de paus.

Wij, katholieken, moeten bedenken dat de Heilige Vader, in de hiërarchie van de liefde en het gezag, na God en onze Moeder de allerheiligste Maagd Maria komt.


136

Moge het dagelijks overwegen van de zware last die op de paus en de bisschoppen rust, je ertoe aanzetten hen met respect en genegenheid te bejegenen en hen te steunen met je gebed.


137

Laat je liefde tot de Maagd Maria dieper en bovennatuurlijker worden.

Ga niet alleen naar haar toe om te vragen, maar ook om te geven: geef haar je genegenheid en je liefde voor haar goddelijke Zoon. Laat haar deze liefde zien door je inzet voor anderen, die ook haar kinderen zijn.


138

Jezus is ons voorbeeld. Laten we Hem navolgen!

Laten we Hem navolgen, door de heilige Kerk en de hele mensheid te dienen.


139

Als je het gebeuren van de Menswording overweegt, versterk dan je voornemen om de nederigheid in praktijk te brengen. Bedenk dat Hij zich vernederde door onze armzalige natuur aan te nemen.

Reageer daarom, elke dag weer opnieuw, door onmiddellijk - en van harte - de vernederingen te aanvaarden die de Heer toelaat. De genade van God zal je daarbij helpen.


140

Beleef je christen-zijn met natuurlijkheid! Ik kan daar niet genoeg op aandringen: geef het beeld van Christus weer door je gedrag, zoals een gewone spiegel een beeld weergeeft zonder het te vervormen of om te zetten in een karikatuur. Als je even 'gewoon' bent als die spiegel, zul je het leven van Christus weerspiegelen, waardoor anderen het kunnen zien.


141

Als je oppervlakkig bent, als je alleen maar aan je eigen gemak denkt en vindt dat het leven van de anderen - de hele wereld - om jou moet draaien, dan heb je het recht niet je christen te noemen, of je te beschouwen als een leerling van de Heer. Hij heeft ons duidelijk aangegeven dat wij voor iedereen afzonderlijk et animam suam, onze ziel, zelfs ons hele leven moeten geven.


142

De 'nederigheid van het verstand' zou voor jou een vanzelfsprekend uitgangspunt moeten zijn.

Denk daar eens rustig over na... Is het niet onbegrijpelijk dat sommigen tot intellectuele hoogmoed vervallen zijn? Een heilige kerkleraar heeft het treffend verwoord: “Het is een afkeurenswaardige ongeordendheid, dat de mens, die ziet dat God zelf kind geworden is, zich op deze aarde groot wil voordoen.”


143

Laat de kans niet voorbijgaan iemand met wie je in aanraking komt - wie dat ook mag zijn -, op een ongedwongen manier aan te steken met je blijdschap, met de levensvreugde van een kind van God.


144

De goddelijke Meester heeft ons een grote en mooie opdracht toevertrouwd: dienen! De bereidheid om te dienen verleent de mens een grote innerlijke waarde en is volledig te verenigen met de liefde voor de vrijheid, die het werk van de christen moet kenmerken.


145

Je kunt niemand op een genadeloze manier behandelen. Als je meent dat iemand niet anders verdient, bedenk dan dat jij ook niet anders verdient.

Zonder enige persoonlijke verdienste ben je geschapen, ben je christen, ben je kind van God, behoor je tot je familie...


146

Broederlijke vermaningen geven is een duidelijk bewijs van de bovennatuurlijke deugd van de liefde. Verwaarloos dit niet. Het kan moeite kosten; het is gemakkelijker het uit de weg te gaan - veel gemakkelijker zelfs! - maar dat is niet bovennatuurlijk.

En van die nalatigheden zul je rekenschap moeten geven aan God.


147

Als je iemand een broederlijke vermaning moet geven, doe het dan wat vorm en inhoud betreft op een uiterst fijngevoelige manier - met liefde -, want op dat ogenblik ben je een instrument van God.


148

Als je in staat bent van anderen te houden en je deze genegenheid - die wortelt in de fijngevoelige liefde van Christus - onder allen verbreidt, zullen jullie een steun zijn voor elkaar. En mocht iemand dreigen te vallen, dan zal hij zich door die broederlijkheid gesteund en aangespoord voelen om trouw te zijn aan God.


149

Versterk je geest van versterving door kleine attenties te hebben en de weg naar de heiligheid midden in de wereld voor allen aantrekkelijk te maken. Een glimlach zal soms de beste uiting zijn van de geest van boetvaardigheid.


150

Wat zou het mooi zijn als jij jezelf, iedere dag opnieuw, van harte en onopgemerkt, weet weg te cijferen om de anderen het leven aangenaam te maken.

Op deze manier had Christus de mensen lief.


151

Zorg ervoor dat er, daar waar je bent, een goede stemming heerst - echte blijdschap -, die de vrucht van innerlijk leven is.


152

Let erop - en dat kan een heel interessante versterving zijn - dat je gesprekken niet om jezelf draaien.


153

Een goede manier om gewetensonderzoek te doen:

Heb ik vandaag de tegenslagen die God voor mij bedoeld heeft als boetedoening weten te aanvaarden? Ook de tegenslagen die mijn medemensen mij bezorgden door hun manier van zijn? En die van mijn eigen ellende?

Heb ik de Heer, als boetedoening, het verdriet aangeboden dat ik voel omdat ik Hem zo ontzettend vaak beledigd heb? Ook het feit dat ik mij ervoor schaam en het als vernederend ervaar zo weinig vooruitgang te boeken op de weg van de deugden?


154

Steeds weer terugkomende verstervingen die je gewend bent te doen... Goed, maar raak daar niet door geobsedeerd.

Beperk je niet tot steeds dezelfde. De geest van versterving moet je zoeken in het constante, het alledaagse, het steeds weer terugkerende, zonder er aan te wennen.


155

Je wilt in het voetspoor van Christus treden, je met zijn kleed bekleden, je met Jezus vereenzelvigen. Laat je geloof dan tot uiting komen in offers, in werken van dienstbaarheid, en zet alles wat daarvoor een belemmering is overboord.


156

Heiligheid heeft de flexibiliteit van soepele spieren. Wie heilig wil worden weet zich zo te ontwikkelen, dat hij iets doet dat een versterving voor hem betekent, maar iets anders nalaat - als dat geen belediging van God is - wat hem óók moeite zou kosten en hij dankt God daarvoor. Als wij, christenen, op een andere manier handelden, dan zouden wij het risico lopen stijf en levenloos te worden als een pop.

Heiligheid is niet gespannen, maar kan glimlachen, toegeeflijk zijn en wachten. Heiligheid is leven: bovennatuurlijk leven.


157

Moeder, laat mij niet in de steek! Help mij uw Zoon te zoeken; uw Zoon te vinden; uw Zoon... met hart en ziel te beminnen! Denk aan mij, Maria, denk aan mij.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende