Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Smidse > Pessimisme > Hst 4
216

Met de genade van God moet je wat onhaalbaar is aanpakken en voor elkaar zien te krijgen..., want wat haalbaar is kan iedereen.


217

Zet dat pessimisme van je af, en wil ook geen pessimisten om je heen hebben. God moet gediend worden met blijdschap en met overgave.


218

Maak je los van die menselijke voorzichtigheid die je zo behoedzaam en, neem me niet kwalijk dat ik het zeg, zo laf maakt.

Laten wij geen mensen zijn met een bekrompen visie. Geen onvolwassen, kortzichtige mannen of vrouwen, zonder bovennatuurlijke horizon...! Werken wij soms voor onszelf? Nee!

Laten wij dan ook met grote vrijmoedigheid zeggen: Jezus, wij werken voor U en... dan zult U ons de materiële hulpmiddelen toch niet onthouden? U weet heel goed hoe slecht wij ervoor staan; ik zou mij zo niet gedragen tegenover een schepsel dat mij dient...

Daarom hopen wij, zijn wij er zelfs van overtuigd, dat U ons alles zult geven wat wij nodig hebben om U te kunnen dienen.


219

Doe een oefening van geloof: tegen Hem vermag men niets. Noch tegen de zijnen.

Vergeet dat niet.


220

Laat de moed niet zakken. Vooruit! Ga verder met een heilige koppigheid, die op geestelijk vlak volharding wordt genoemd.


221

Mijn God, als wij echt iets nodig hebben, dan geeft U ons dat altijd.


222

Nee, je gaat niet achteruit! Het enige is dat je nu duidelijker ziet hoe je bent. Zet daarom zelfs de geringste neiging tot ontmoediging van je af.


223

Op de weg naar persoonlijke heiligheid kan men soms de indruk hebben in plaats van vooruit, achteruit te gaan; in plaats van te beteren, te verslechteren.

Zolang er innerlijke strijd is, is deze pessimistische gedachte niet meer dan een valse indruk of een misrekening, die je maar het best van je af kunt zetten.

Ga rustig verder. Als je doorzet, ga je vooruit op je weg en word je heilig.


224

Innerlijke dorheid is geen lauwheid. In de mens die lauw is wordt het water van de genade niet opgenomen, maar loopt het zonder meer weg... Daarentegen zijn er schijnbaar dorre akkers, die genoeg hebben aan een paar regendruppels om op zijn tijd bloemen en heerlijke vruchten voort te brengen.

Wanneer raken wij er eindelijk van overtuigd dat het belangrijk is op ieder moment aan de oproep van God gehoor te geven? Juist dat verwacht God van ons!


225

Wees op een heilige manier 'slim'. Wacht niet tot de Heer je tegenslagen stuurt. Loop erop vooruit met vrijwillige boetedoening. Dan zul je de tegenslagen niet tegemoet gaan met gelatenheid - wat een verouderd begrip is - maar met Liefde: een woord dat eeuwig jong is.


226

Vandaag heb je voor het eerst de indruk dat alles eenvoudiger wordt, dat alles 'ontrafeld' wordt. Je ziet dat problemen die je verontrustten eindelijk uit de weg zijn geruimd. Je begrijpt nu ook dat ze eerder en beter worden opgelost naarmate je je meer in de handen van God, je Vader, laat.

Wat houdt jou dan nog tegen om je altijd als een kind van God te gedragen? Het kindschap moet de drijfveer van je leven zijn!


227

Richt je tot de Maagd Maria - zij is de Moeder, Dochter en Bruid van God, en ook onze Moeder -, om haar te vragen dat zij meer genade voor je verkrijgt van de Allerheiligste Drieëenheid: de genade van geloof, van hoop, van liefde en van berouw. Wanneer er in het leven een sterke droge wind dreigt op te steken die in staat is de bloemen van de ziel te verdorren, zal deze die van jou niet verdorren..., noch die van je broers en zusters.


228

Heb een groot geloof en het volste vertrouwen! De Heer zegt het ons bij monde van Jeremia: Orabitis me, et ego exaudiam vos, telkens wanneer jullie je tot Mij wenden, telkens wanneer jullie tot Mij bidden, zal Ik jullie verhoren.


229

Ik betrek alles op U, mijn God. U bent mijn Vader, wat zou er van mij terechtkomen zonder U?


230

Laat mij jou de raad geven van een ervaren ziel: jouw gebed - je leven dient niet anders dan bidden te zijn - moet vol vertrouwen zijn, zoals 'het gebed van een kind'.


231

Er wordt een zieke naar Jezus gebracht en deze kijkt hem aan. Beschouw deze gebeurtenis en overweeg zijn woorden: Confide, fili, heb vertrouwen, mijn zoon.

Dat zegt de Heer tegen jou, wanneer je de last van je fouten voelt. Geloof! Heb op de eerste plaats geloof en laat je vervolgens leiden door anderen, zoals de lamme deed: meegaandheid, innerlijke gehoorzaamheid!


232

Kind, op eigen krachten zul je op bovennatuurlijk vlak niets bereiken; maar als werktuig van God kun je alles! Omnia possum in eo qui me confortat, ik vermag alles in Hem die mij sterkt! In zijn goedheid wil Hij gebruik maken van onbeholpen werktuigen, zoals jij en ik.


233

Probeer altijd te bidden met het geloof van de zieken uit het evangelie. Je moet ervan overtuigd zijn dat Jezus je hoort.


234

Moeder! De moeders van de wereld hebben een duidelijke voorkeur voor het kind dat gehandicapt is; of voor het kind dat zwakker, zieker of minder begaafd is dan de andere kinderen...

Maria, ik weet dat u meer Moeder bent dan alle andere moeders bij elkaar... En omdat ik uw kind ben... en omdat ik zwak ben en ziek... en gehandicapt... en lelijk...


235

We hebben niet genoeg geloof. Pas als wij ons - vol vertrouwen in God en zijn Moeder - op die deugd gaan toeleggen, zullen wij moedig en trouw zijn. God, die altijd dezelfde is, zal door onze handen wonderen verrichten.

Jezus, geef mij dat geloof waarnaar ik echt verlang! Maria, allerheiligste Moeder, maak dat ik geloof!


236

Een vast besluit: mij met al mijn ellende in de handen van Jezus laten, en op elk ogenblik openstaan voor wat Hij wil. Fiat, dat het geschiede!


237

Laat je nooit ontmoedigen. De Heer is altijd bereid je de genade te geven voor de nieuwe bekering die je nodig hebt om verder te kunnen op je weg.


238

Toen je net gebiecht had, zei je bij jezelf: geloofd zij God. En je dacht: het is net of ik opnieuw geboren ben.

Vervolgens ging je vol vrede verder: Domine, quid me vis facere, Heer, wat wilt Gij dat ik doe?

En je gaf jezelf het antwoord: Met uw genade zal ik, boven alles en iedereen, uw allerheiligste wil vervullen. Serviam, ik zal U onvoorwaardelijk dienen!


239

De evangelist vertelt dat de wijzen videntes stellam, toen zij de ster weer zagen, vervuld werden van een grote blijdschap.

Ze zijn blij, mijn kind, ze ervaren een enorme vreugde, omdat ze gedaan hebben wat ze moesten doen. En ze zijn blij, omdat ze zeker weten dat ze bij de Koning zullen komen, die nooit iemand in de steek laat die Hem zoekt.


240

Als je de wil van God werkelijk liefhebt, zul je altijd, ook op de momenten van de grootste ontreddering, blijven zien dat onze Vader in de hemel altijd dicht, heel dicht bij je is; met zijn eeuwige Liefde, met zijn oneindige genegenheid.


241

Als het panorama van je inwendig leven, van je ziel, duister wordt, laat je dan als een blinde bij de hand leiden.

De Heer zal je na enige tijd weer licht en helderheid geven, omdat je in staat was je hoofd te buigen.


242

Het past een kind van God niet voor iets of iemand bang te zijn, al zeker niet voor degene die onze ziel leidt.


243

Raakt het je niet als er iets aardigs over je moeder wordt gezegd?

Voor de Heer geldt hetzelfde. Wij kunnen Jezus niet van zijn Moeder scheiden.


244

Neem in periodes van uitputting, van tegenzin, vol vertrouwen je toevlucht tot de Heer en zeg Hem zoals die vriend van ons: “Jezus, U moet maar zien wat U doet... ik ben al moe, voordat ik aan de strijd begin.”

Hij zal je zijn kracht geven.


245

Als je geen moeilijkheden ondervindt bij je werk, dan heeft het geen aantrekkingskracht..., noch menselijk, noch bovennatuurlijk. Als je een spijker in de muur slaat en daarbij geen weerstand ondervindt, wat kun je daar dan aan ophangen?


246

Het kan toch niet waar zijn dat iemand als jij - die van jezelf zegt, dat je niets voorstelt - het waagt hindernissen op te werpen voor de genade van God?

Want dát doe je met je voorgewende nederigheid, met je 'objectiviteit', met je pessimisme.


247

Geef mij de genade om afstand te doen van alles wat op mijn persoon betrekking heeft. Mijn enige zorg moet uw eer zijn..., in één woord, uw Liefde. Alles uit liefde!


248

“Toen Herodes dit hoorde - dat de Koning ter wereld gekomen was -, werd hij zeer verontrust, en met hem heel Jeruzalem.”

Zo is het leven! Hetzelfde gebeurt nu. Bij de grootheid van God, die zich op allerlei manieren manifesteert, zijn er mensen - ook mensen met een hoge positie - die verontrust raken... omdat zij God niet ten volle beminnen; omdat ze Hem niet echt willen ontmoeten; omdat zij zijn influisteringen niet willen opvolgen. Ze vormen een hindernis op de goddelijke weg.

Wees daarvoor gewaarschuwd en ga gewoon door. Maak je geen zorgen, zoek de Heer, bid... en Hij zal overwinnen.


249

Je bent niet alleen. Wij mogen ons niet alleen voelen, noch jij, noch ik. En nog minder wanneer wij naar Jezus gaan door middel van Maria, want zij is een Moeder die ons nooit aan ons lot zal overlaten.


250

Je moet niet verdrietig worden, als je de indruk hebt dat de Heer je heeft verlaten. Doe daarentegen meer moeite om Hem te vinden! Hij is de Liefde en laat je niet alleen.

Wees ervan overtuigd dat Hij je uit Liefde 'alleen laat', zodat je duidelijk ziet wat in jouw leven van Hem is en wat van jou is.


251

Je zei me: “Ik voel me absoluut niet in staat om vooruit te gaan, en ook niet om de hemel te bereiken zonder een wonder van de genade; zo slecht is het met mij gesteld. Ik ben koud en, erger nog, onverschillig, net alsof ik 'mijn geval' bekijk en het me niets kan schelen wat ik zie. Zullen deze dagen nutteloos zijn?

En toch: mijn Moeder is mijn Moeder, en Jezus - zal ik het durven zeggen? - is mijn Jezus! En er zijn heilige zielen die op dit moment voor mij bidden.”

Ga aan de hand van je Moeder verder, antwoordde ik, en 'durf' Jezus te zeggen dat Hij van jou is. In zijn goedheid zal Hij licht en helderheid geven aan je ziel.


252

Jezus, geef mij een kruis, zonder de hulp van Simon van Cyrene. Ik zeg het niet goed, want zoals bij alles zal ik uw genade, uw hulp nodig hebben. Wees mijn Simon van Cyrene. Met U, mijn God, is er geen beproeving die mij afschrikt...

Maar, als het kruis nu eens de tegenzin is, of de droefheid? Ik zeg U, Heer, dat ik dan, met uw hulp, op een blijde manier bedroefd zou zijn.


253

Zolang ik U niet verlies, zal verdriet voor mij geen echt verdriet zijn.


254

Er is niemand tot wie Jezus het woord niet wil richten; een woord dat geneest, dat troost, dat verlicht.

Laten jij en ik dat goed onthouden, ook als wij moe zijn door het vele werk of door tegenslagen.


255

Verwacht geen applaus van mensen voor wat je doet.

Sterker nog, verwacht zelfs niet dat andere mensen en instellingen die net als jij voor Christus werken, je altijd begrijpen.

Zoek alleen de eer van God. Bemin allen en maak je geen zorgen als niet iedereen jou begrijpt.


256

Bergen, obstakels, onbegrip, intriges... dit is wat de duivel wil en de Heer laat het toe. Maar je moet geloof hebben, een geloof dat zich uit in daden, in offers, in nederigheid.


257

Bij de schijnbare onvruchtbaarheid van het apostolaat bestormen je de eerste symptomen van een golf van ontmoediging, die met kracht wordt gebroken door je geloof... Toch besef je dat je meer geloof nodig hebt: een nederig, levend en werkzaam geloof.

Jij, die zo verlangt naar het heil van de zielen, moet als de vader van het zieke kind dat door de duivel bezeten was, uitroepen: Domine adiuva incredulitatem meam, Heer, kom mijn ongeloof te hulp!

Twijfel er niet aan dat het wonder zich zal herhalen.


258

Onze vriend bad voor een priester die uit haat tegen het geloof gevangen was genomen. Het was een mooi gebed dat jij ook vaak zou moeten herhalen: “Mijn God, troost hem, want hij wordt vervolgd vanwege U. Hoevelen lijden er niet, omdat zij U dienen!”

Wat een blijdschap geeft de gemeenschap van de heiligen!


259

De maatregelen die sommige regeringen nemen om het geloof in hun land uit te roeien, doen mij denken aan de zegels die het Sanhedrin op het graf van Jezus liet aanbrengen.

Ondanks deze belemmeringen stond Hij - Hij die aan niemand en niets onderworpen was - uit het graf op!


260

Liefhebben. Dat is de oplossing. De apostel Johannes heeft woorden achtergelaten die mij diep raken: Qui autem timet, non est perfectus in caritate. Bijna letterlijk vertaal ik dat zó: wie bang is kan niet liefhebben.

Jij hebt een groot hart en je weet te beminnen. Daarom kun je nergens bang voor zijn! Vooruit dus!


261

God is bij je. De Allerheiligste Drieëenheid woont in de ziel die in staat van genade is.

Ondanks al je ellende kun je - en moet je - daarom voortdurend in gesprek zijn met de Heer.


262

Bid. Je moet altijd bidden.

In je geestelijk leven moet je bij ieder succes en bij iedere mislukking de behoefte hebben je tot God te richten.


263

Moge je gebed altijd een oprechte en werkelijke aanbidding van God zijn.


264

Toen Hij je bij het doopsel in de Kerk opnam, heeft de Heer je ziel getekend met een eeuwigdurend merkteken. Je bent een kind van God. Vergeet dat niet.


265

Wees Jezus heel dankbaar, want door Hem en met Hem en in Hem, kun je je kind van God noemen.


266

Als wij ons uitverkoren kinderen van onze Vader in de hemel voelen, wat wij inderdaad zijn, waarom zouden wij dan niet altijd blij zijn? Denk daar eens over na.


267

Bij het uitreiken van de heilige Communie had die priester zin om uit te schreeuwen: Ik reik je het Geluk aan!


268

Zorg dat je geloof in de heilige Eucharistie almaar groeit. Het is een niet onder woorden te brengen werkelijkheid die je steeds zal verwonderen! Wij hebben God onder ons. Wij kunnen Hem elke dag ontvangen en als wij willen, kunnen we een heel vertrouwelijk gesprek met Hem voeren, zoals met een vriend, een broer, een vader, zoals je spreekt met de Liefde.


269

Wat aantrekkelijk is onze roeping als christenen, als kinderen van God! Ze brengt ons hier op aarde de blijdschap en de vrede die de wereld ons niet kan geven.


270

Heer, geef mij de liefde waarmee Gij wilt dat ik U liefheb.


271

Om een opkomend pessimisme te boven te komen, heb je die ochtend, zoals iedere dag, weer doorgezet..., maar nu 'ging je de confrontatie aan' met je engelbewaarder. Je hebt hem met aandrang gevraagd je te leren om minstens evenveel van Jezus te houden als hij van Hem houdt... En je werd weer rustig.


272

Vraag je Moeder Maria, de heilige Jozef, je engelbewaarder... om met de Heer te spreken en Hem alles te vertellen wat jij, in je onbeholpenheid, niet onder woorden weet te brengen.


273

Heb deze zekerheid: als Moeder hebben wij de Moeder van God, de allerheiligste Maagd Maria, Koningin van hemel en aarde.


274

De heilige Schrift verhaalt dat Jezus werd geboren in een stal in Betlehem, “omdat er voor hen geen plaats was in de herberg”.

Ik zit niet naast de theologische waarheid als ik je zeg, dat Jezus nog steeds een plaats zoekt, een plaats in je hart.


275

De Heer zegt ons vanaf het Kruis: Ik lijd, opdat mijn broeders de mensen gelukkig worden, niet alleen in de hemel, maar - voor zover mogelijk - ook op aarde, door de allerheiligste wil van mijn hemelse Vader te doen.


276

Het is waar, dat je uit jezelf niets voor elkaar krijgt, dat alles in je ziel door God gedaan wordt.

Maar laat dat niet zo zijn voor wat je meewerken met de genade betreft.


277

Oefen je in de deugd van de hoop. Doe je werk zo goed mogelijk uit liefde voor God - ook al kost het moeite -, in de overtuiging dat je inspanning in de ogen van de Heer niet zinloos is.


278

Wanneer in je dagelijkse strijd, die meestal bestaat in een aaneenschakeling van kleine dingen, de wens aanwezig is om God voortdurend aangenaam te zijn en je dat met daden bewijst, dan verzeker ik je dat niets verloren gaat!


279

Haal je het volgende steeds voor de geest, omdat het echt zo is: Wat is de Heer goed, Hij heeft mij gezocht en mij deze heilige weg doen kennen. Daardoor kan ik doeltreffend zijn, van alle mensen houden en hun vrede en blijdschap brengen!

Dit is een gedachte die in concrete voornemens moet worden omgezet.


280

Je weet dat de genade van God je niet zal ontbreken, omdat Hij je van eeuwigheid heeft uitgekozen. Om die reden zal Hij je de nodige hulp verlenen om een trouw kind van Hem te zijn.

Ga met deze zekerheid verder en probeer altijd aan de genade te beantwoorden.


281

Ik vraag de Moeder van God tegen ons te glimlachen; ik vraag haar of zij dat wíl doen... en zij zál het doen.

En bovendien zal zij onze edelmoedigheid hier op aarde duizendvoudig belonen. Dat vraag ik haar: duizendvoudig!


282

Laat je naastenliefde blij, hartelijk, diep menselijk en bovennatuurlijk zijn. Houd van de mensen en je zult ze met een oprecht gemeende glimlach tegemoet gaan en hun bedoelingen en gevoelens kunnen begrijpen.

Als je met zachtheid en met kracht optreedt, zonder concessies te doen in je gedrag of in de geloofsleer, zal de liefde voor Christus - als je die goed beleeft - van jou een apostel maken. Je zult een steeds groter verlangen hebben om voor de zielen te werken.


283

Kind, zei ik je uit volle overtuiging, ik sluit mijn ogen niet voor de 'hindernissen' waarop wij zullen stuiten als we andere apostelen willen aansteken met onze 'dwaasheid'. Sommige zullen misschien onoverkomelijk lijken..., maar inter medium montium pertransibunt aquae, door de bergen vindt het water zijn weg. Wij zullen die hindernissen overwinnen, want de bovennatuurlijke bezieling en het vuur van onze ijver zullen de bergen doorboren.


284

“Mijn God, mijn God! U wilde allen door U en met U en in U met elkaar verenigen: en nu zijn allen verstrooid.” Zo beklaagde je je, toen je er weer alleen voor kwam te staan, zonder menselijke hulp.

Maar onmiddellijk legde God de zekerheid in je ziel dat Hij de situatie zou oplossen. En je zei Hem: Ik vertrouw erop dat U alles in orde brengt!

En inderdaad, de Heer regelde alles eerder, vollediger en beter dan jij had durven hopen.


285

Het is terecht dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest de Maagd Maria kronen tot Koningin en Heerseres van heel de schepping.

Profiteer van haar macht! Heb de kinderlijke moed je aan te sluiten bij dit feest in de hemel. Omdat ik geen kostbare edelstenen of deugden heb aan te bieden, kroon ik de Moeder van God, die ook mijn Moeder is, met de kroon van mijn fouten, die ik heb uitgeboet.

Vooruit maar!


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende