Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Smidse > Je kunt het! > Hst 5
286

Ik wil je waarschuwen voor een moeilijkheid die zich kan voordoen: de verleiding door vermoeidheid of door ontmoediging.

Heb je niet nog vers in je geheugen hoe je vroeger was? Dat je leven geen richting, geen doel, geen inhoud had? Een leven dat door het licht van God en door je overgave in banen werd geleid, waardoor je heel gelukkig werd?

Wees niet zo dom het ene voor het andere in te wisselen.


287

Als je merkt dat je, om welke reden dan ook, niet verder kunt, stel je vertrouwen dan in Hem en zeg: Heer, ik reken op U, ik geef me aan U over, maar kom mij in mijn zwakheid te hulp!

En herhaal vol vertrouwen: Jezus, kijk naar mij, ik ben als een vieze lap; mijn leven is zo bedroevend dat ik het niet waard ben uw kind te zijn. Zeg het Hem..., zeg het Hem vaak.

En al vlug zul je zijn stem horen: Ne timeas, vrees niet! En ook: Surge et ambula, sta op en loop!


288

Nog steeds aarzelend zei je me: Ik ervaar heel duidelijk periodes waarin de Heer meer van me vraagt!

Er schoot mij niets anders te binnen dan je het volgende in herinnering te brengen: Je hebt me verzekerd dat je je alleen maar met Hem wil vereenzelvigen. Waarom verzet je je dan?


289

Hopelijk ben je in staat je voornemen te vervullen: “elke dag een beetje aan mijzelf sterven.”


290

De blijdschap en het bovennatuurlijk en menselijk optimisme zijn te verenigen met vermoeidheid, met pijn, met tranen - wij hebben tenslotte een hart -, en met moeilijkheden in ons geestelijk leven of in het apostolaat.

Hij, perfectus Deus, perfectus Homo, volmaakt God, volmaakt Mens, bezat alle geluk van de hemel, maar wilde vermoeidheid, uitputting, tranen en verdriet ervaren..., opdat wij begrijpen dat we heel menselijk moeten zijn, als we heel bovennatuurlijk willen zijn.


291

Jezus vraagt je te bidden... dat zie je duidelijk.

Maar jouw beantwoording is zo matig! Alles kost je erg veel moeite. Je bent net een klein kind dat te lui is om te leren lopen. Maar het is niet enkel luiheid: het is ook angst, gebrek aan edelmoedigheid.


292

Je zou vaak moeten zeggen: Jezus, als er ooit twijfel in mij opkomt over de vraag of ik U moet volgen of moet kiezen voor andere nastrevenswaardige aspiraties, dan zeg ik U nu reeds, dat ik tot iedere prijs de voorkeur geef aan uw weg. Laat mij niet alleen!


293

Zoek de vereniging met God en wees vol hoop - dit is een deugd die zekerheid geeft - want Jezus zal je met het licht van zijn barmhartigheid bijstaan, ook in de donkerste nacht.


294

Dit was je gebed: “Ik ga gebukt onder mijn ellende, maar ik zal er niet aan onderdoor gaan, omdat ik een kind van God ben. Uitboeten. Liefhebben... En - voegde je eraan toe - ik wil mij, zoals de heilige Paulus, bedienen van mijn zwakheid, in de overtuiging dat de Heer hen die op Hem vertrouwen niet in de steek laat.”

Heel goed, ga zo verder, want - met de genade van God - kun je het. Je zult je ellende en je zwakheden te boven komen.


295

Ieder moment is een geschikt moment om een doeltreffend voornemen te maken en om te zeggen: ik geloof, ik hoop en ik bemin.


296

Leer de Vader en de Zoon en de Heilige Geest te loven. Leer een bijzondere devotie te hebben tot de Allerheiligste Drieëenheid: ik geloof in God de Vader, ik geloof in God de Zoon, ik geloof in God de Heilige Geest; ik hoop op God de Vader, ik hoop op God de Zoon, ik hoop op God de Heilige Geest; ik houd van God de Vader, ik houd van God de Zoon, ik houd van God de Heilige Geest. Ik geloof in de Allerheiligste Drieëenheid, ik hoop op de Allerheiligste Drieëenheid, ik houd van de Allerheiligste Drieëenheid.

Deze vroomheidsoefening is nodig als een bovennatuurlijke oefening voor de ziel, die vertaald wordt in uitingen van het hart, maar niet altijd wordt omgezet in woorden.


297

Het systeem, de methode, de procedure, de enige manier waardoor wij leven hebben - een leven van overvloed dat rijk is aan bovennatuurlijke vruchten - is de raad van de Heilige Geest op te volgen, die tot ons komt door de Handelingen van de Apostelen: Omnes erant perseverantes unanimiter in oratione, allen volhardden eensgezind in gebed.

Zonder gebed doen we niets!


298

Het Hart van Onze Lieve Heer is gevoeliger dan de harten van alle goede mensen samen. Als een goed (een gemiddeld goed) mens weet dat iemand van hem houdt, zonder daar iets voor terug te verwachten (hij bemint om te beminnen); en als hij ook weet dat de ander alleen maar wil dat deze liefde geaccepteerd wordt..., zal hij zonder aarzelen aan zo een belangeloze liefde beantwoorden.

Als de Geliefde zo machtig is dat Hij alles kan, dan ben ik ervan overtuigd dat Hij zich niet alleen overgeeft aan de trouwe liefde van het schepsel (ondanks de ellende van die arme ziel), maar het ook bovenmenselijke schoonheid, wetenschap en kracht zal geven, opdat Jezus zijn blik graag zal laten rusten op het arme hart van degene die Hem aanbidt.

Kind, bemin: bemin en hoop.


299

Als je door je offers liefde zaait, zul je ook liefde oogsten.


300

Kind, heb je niet dat brandend verlangen om te bereiken dat iedereen van Hem gaat houden?


301

Jezus als kind, Jezus als jongeman. Zo zie ik U graag, Heer, omdat... ik dan meer durf. Ik zie U graag heel klein, hulpeloos, om mezelf de illusie te geven dat U mij nodig hebt.


302

Telkens als ik de kapel binnenkom, zeg ik de Heer - dan ben ik weer kind geworden - dat niemand meer van Hem houdt dan ik.


303

Wat prachtig is de werking van de heilige Eucharistie in het denken en handelen van mensen die haar vaak en eerbiedig ontvangen.


304

Als die mensen al in vuur en vlam raakten en U toejuichten om een stuk brood - ook al is het wonder van de broodvermenigvuldiging nog zo groot -, wat moeten wij dan wel niet doen voor de vele gunsten die Gij ons verleend hebt? En vooral omdat U zichzelf, zonder terughoudendheid, geeft in de Eucharistie.


305

Goed kind, kijk eens hoe verliefden hier op aarde de bloemen, de brief of een aandenken van hun geliefde kussen...

En jij, zou je ooit kunnen vergeten dat je Hem altijd bij je hebt...? Ja, Hem! Zou je ooit kunnen vergeten... dat Hij zich als spijs aan jou geeft?


306

Ga vaak heel even naar de kapel om Jezus te zeggen: ik ben helemaal van U....

Leg alles wat je hebt aan zijn voeten. Al je ellende!

Op die manier zul je, ondanks alles wat je met je meesleept, nooit de vrede verliezen.


307

Bid vol overtuiging met de psalmist: “Heer, Gij zijt mijn toevlucht en mijn sterkte, in U stel ik mijn vertrouwen!”

Ik garandeer je dat Hij je - bij bekoringen en... als je valt! - zal behoeden voor de hinderlagen van de 'duivel van de rijpere leeftijd', wanneer jaren en deugden in jou gerijpt zouden moeten zijn en je uit ervaring zou moeten weten dat alleen Hij de Sterkte is.


308

Denk je dat iemand dankbaar is voor een dienst die niet van harte verleend wordt? Natuurlijk niet! Je zou bijna zeggen dat het beter was geweest niets te doen.

En je denkt dat je God met een lang gezicht kunt dienen? Nee! Je moet Hem met blijdschap dienen, ondanks al je ellende. Met de hulp van God zullen we die ellende wel uit de weg kunnen ruimen.


309

Je wordt bestormd door twijfels en bekoringen, die zich aantrekkelijk voordoen.

Ik luister graag naar je redenering: het is duidelijk dat de duivel je als een vijand beschouwt en dat de genade van God je niet in de steek laat. Ga zo verder!


310

De meeste mensen die persoonlijke problemen hebben, 'hebben die' door een egoïstisch om zichzelf draaien.


311

Het lijkt dat er rust heerst, maar de vijand van God slaapt niet...

Maar het Hart van Jezus waakt ook! Daar vertrouw ik op.


312

Heiligheid betekent dat we strijden, in het besef dat wij gebreken hebben en heldhaftig moeten proberen ze te overwinnen.

Nogmaals: de heiligheid zit in de strijd om deze gebreken te overwinnen..., ook al zullen we met gebreken sterven. Ik heb je al eens gezegd, dat we anders alleen maar hoogmoedig zouden worden.


313

Ik dank U, Heer, want als U bekoringen toelaat, geeft U ons ook het licht en de kracht van uw genade om te kunnen overwinnen. Ik dank U, Heer, dat Gij bekoringen toelaat, opdat wij nederig zijn!


314

Heer, laat mij niet alleen. Ziet U niet in wat voor een diepe afgrond dit arme kind van U anders terecht zal komen?

Moeder Maria, ik ben ook een kind van U!


315

Zonder de hulp van God is het onmogelijk een zuiver leven te leiden. God wil dat we nederig zijn en dat wij Hem hulp vragen door middel van onze Moeder, die ook zijn Moeder is.

Zeg de Maagd Maria, nu - op dit moment - vanuit de eenzaamheid van je hart en zonder het geluid van woorden: Moeder, mijn arme hart komt zo nu en dan in opstand... Maar als U mij helpt... - Zij zal je helpen het zuiver te houden en verder te gaan op de weg die de Heer voor jou gewild heeft. Maria zal het je altijd vergemakkelijken de wil van God te vervullen.


316

Als je de heilige zuiverheid, de reinheid van leven wil behouden, dan moet je iedere dag graag bereid zijn verstervingen op je te nemen.


317

Als je de prikkel van het arme vlees voelt, die soms heftig toeslaat, kus dan het kruis, kus het vaak en heel vastberaden, ook al denk je dat je het zonder liefde doet.


318

Zoek de Heer elke dag op en zeg Hem rustig en uit de grond van je hart, met de woorden van de hulpbehoevende blinde uit het evangelie: Domine, ut videam! Heer, maak dat ik zie; dat ik zie wat Gij van mij verwacht en dat ik strijd om daaraan te beantwoorden!


319

Mijn God, wat is het gemakkelijk door te zetten in de wetenschap dat U de goede Herder bent en wij - jij en ik... - schapen uit uw kudde!

Want we zijn ons er heel goed van bewust, dat de goede Herder zijn leven geeft voor elk van zijn schapen.


320

Je bekrachtigde vandaag in je gebed het voornemen om heilig te worden. Ik begrijp heel goed dat je dat concreet maakte door eraan toe te voegen: Ik weet, dat ik het zal bereiken, niet omdat ik zeker ben van mijzelf, Jezus, maar... omdat ik zeker ben van U.


321

Alleen, zonder te bouwen op de genade, zul je uiteindelijk niets nuttigs presteren, omdat je de weg van de betrekkingen met God hebt afgesloten.

Met de genade daarentegen kun je alles.


322

Wil je van Christus leren en zijn leven tot voorbeeld nemen? Sla dan het evangelie open en luister naar de dialoog van God met de mensen..., met jou.


323

Jezus weet heel goed wat nodig is... en ik houd van wat Hij wil en zal dat altijd blijven doen. Hij 'heeft de touwtjes in handen'. Hij zal mij geven wat ik vraag, als dat een weg is om ons doel te bereiken. En mensen zonder God, die dit hoe dan ook willen verijdelen, kunnen dat niet tegenhouden.


324

Echt geloof herken je aan de nederigheid.

Dicebat enim intra se, die arme vrouw zei bij zichzelf: Si tetigero tantum vestimentum eius, salva ero, door alleen maar de zoom van zijn mantel aan te raken zal ik genezen worden.

Wat een nederigheid! Het is zowel de vrucht, als een duidelijk bewijs van haar geloof!


325

Als God je een last oplegt, zal Hij je ook de kracht geven die te dragen.


326

Roep de Heilige Geest aan bij je gewetensonderzoek. Zo leer je God beter kennen en jezelf zien zoals je bent. Op die manier kun je je elke dag bekeren.


327

Geestelijke leiding. Verzet je er niet tegen dat degenen die geestelijke leiding geven, met bovennatuurlijke visie en heilige vrijmoedigheid je ziel onderzoeken om te zien tot welk punt je God kunt - en wilt! - eren.


328

Quomodo fiat istud quoniam virum non cognosco, hoe zal dit wonder geschieden, daar ik geen man beken? Uit deze vraag van Maria aan de engel blijkt de oprechtheid van haar hart.

Door naar Onze Lieve Vrouw te kijken word ik gesterkt in een duidelijke norm: om innerlijke vrede te hebben en in vrede te leven moeten wij heel oprecht zijn tegen God, tegen degenen die leiding geven aan onze ziel en tegen onszelf.


329

Een onnozel kind huilt en stampvoet wanneer zijn moeder vol liefde met een speld een splinter uit zijn vinger haalt... Een verstandig kind zal, misschien met tranen in de ogen - want het vlees is zwak -, dankbaar naar zijn moeder kijken, die hem een beetje pijn doet om erger kwaad te voorkomen.

Jezus, laat mij zo'n verstandig kind zijn.


330

Kind, arm ezeltje: als de Heer jouw vuile rug, die gewend is aan mest, vol liefde heeft schoongewassen en weer heeft doen glanzen, en als Hij je een satijnen zadel heeft opgelegd om je vervolgens te beladen met schitterende juwelen, vergeet dan niet, arm ezeltje, dat je in staat bent die zoete last door je eigen schuld op de grond te gooien..., maar dat je die in je eentje niet weer op je rug kunt nemen.


331

Zoek rust in het kindschap Gods. God is een Vader, jouw Vader! Hij houdt van jou met een tedere en grenzeloze liefde.

Noem Hem vaak Vader en zeg Hem onder vier ogen dat je van Hem houdt, dat je ontzettend veel van Hem houdt! Zeg Hem dat je het een hele eer vindt zijn kind te zijn en dat je daar kracht uit put.


332

De blijdschap is het noodzakelijke gevolg van het kindschap Gods, want we weten dat God, onze Vader, een bijzondere voorliefde voor ons heeft; dat Hij ons beschermt, ons helpt en ons vergeeft.

Denk daar altijd aan: als het ooit mocht lijken dat alles mislukt, mislukt er niets! God verliest geen veldslagen.


333

De beste manier om God te laten zien hoe dankbaar we zijn, is ons goddelijk kindschap hartstochtelijk lief te hebben.


334

Je bent als dat arme kleintje dat plotseling inziet dat het de zoon van de Koning is! Daarom gaat je aandacht op aarde alleen nog maar uit naar de eer - de volledige eer - van God, je Vader.


335

Kleine vriend, zeg Hem: Jezus, nu ik weet dat ik U bemin en dat U mij bemint, is al het andere niet belangrijk meer: het is goed zo.


336

Je zei me dat je veel aan Onze Lieve Vrouw gevraagd hebt. Daarna corrigeerde je jezelf met de woorden: liever gezegd, ik heb veel aan Onze Lieve Vrouw voorgelegd.


337

“Alles vermag ik in Hem die mij kracht geeft.” Met Hem loop ik niet het risico te mislukken. Op deze overtuiging is het heilig 'meerwaardigheidscomplex' gebaseerd, waardoor we onze taken met de geest van een overwinnaar tegemoet gaan, aangezien God ons zijn kracht verleent.


338

Vol aspiratie riep de kunstenaar voor zijn doek uit: Heer, ik zou U achtendertig harten willen schilderen; achtendertig engelen die zich voortdurend uitsloven uit liefde tot U: achtendertig wondermooie borduursels aan uw hemel, achtendertig zonnen op uw mantel, achtendertig vuren, achtendertig liefdes, achtendertig dwaasheden, achtendertig vreugden...

Daarna erkende hij nederig: dat is mijn verbeeldend verlangen. De werkelijkheid is: achtendertig weinig geslaagde figuren die eerder een straf zijn voor het oog dan dat zij voldoening geven.


339

Wij kunnen niet de pretentie hebben dat de engelen ons gehoorzamen..., maar wij hebben wel de absolute zekerheid dat zij altijd naar ons luisteren.


340

Laat je door God leiden. Hij zal je over 'zijn weg' laten gaan en zich daarbij bedienen van talloze tegenslagen... misschien zelfs van jouw neiging om maar wat rond te hangen, opdat duidelijk wordt dat jouw werk tot stand komt door Hem.


341

Vraag, dring aan, wees niet bang. Denk aan het verhaal van de broodvermenigvuldiging waarover we in het evangelie lezen. Je ziet daar hoe grootmoedig Hij de apostelen antwoordt: Hoeveel broden hebben jullie? Vijf...? Wat willen jullie dat Ik doe...? En Hij geeft er zes, honderd, duizend... Waarom?

Omdat Christus onze noden met het licht van de goddelijke wijsheid beziet. In zijn almacht kan en wil Hij onze wensen ruimschoots overtreffen.

De blik van de Heer reikt verder dan onze arme logica en Hij is grenzeloos edelmoedig!


342

Wie voor God werkt moet een 'meerwaardigheidscomplex' hebben. Dit heb ik je al eens eerder gezegd.

Maar, vroeg je, is dat dan geen teken van hoogmoed? Nee! Het is een gevolg van de nederigheid, van een nederigheid die me doet zeggen: Heer, U bent wie U bent en ik ben daarvan de tegenpool. U hebt alle volmaaktheden: macht, kracht, liefde, glorie, wijsheid, gezag, waardigheid... Als ik heel dicht bij U ben - zoals een kind dat zich nestelt in de sterke armen van zijn vader of op de schoot van zijn moeder - dan zal ik de warmte van uw goddelijkheid voelen, het licht van uw wijsheid ervaren, dan zal ik uw kracht door mijn aderen voelen stromen.


343

Als je God bij je weet, zal boven de oorverdovende storm, het licht van de zon in je ogen schitteren; en onder de stroom van de wilde en verwoestende golven, zullen kalmte en rust in je ziel heersen.


344

Voor een kind van God is iedere dag weer een gelegenheid om opnieuw te beginnen, in de zekerheid dat het - met de hulp van de genade - aan het einde van de weg, de Liefde zal bereiken.

Daarom ben je op de goede weg, als je begint en opnieuw begint. Als je de wil hebt om te overwinnen en als je strijdt zul je, met de hulp van God, zegevieren! Er is geen moeilijkheid die je niet te boven kunt komen.


345

Ga naar Bethlehem, ga naar het Kindje en neem Het in je armen, fluister Het vurige woordjes toe, druk Het aan je hart...

Het is niet kinderachtig zoiets te doen. Het is liefde en liefde blijkt uit daden! In de intimiteit van je ziel kun je het Kindje wiegen!


346

Laten we Jezus eraan herinneren dat we kinderen zijn. En kinderen, heel kleine kinderen, moeten heel wat doorstaan als ze de trede van een trap op willen! Het lijkt dat ze hun tijd verspillen. Maar ineens is het zover. Een trede en nog een trede. Op handen en voeten en met inspanning van hun hele lijfje behalen zij een nieuwe overwinning: weer een trede, en nóg een. Een hele onderneming! Het is bijna boven..., maar dan stapt het mis... en boem!... is het weer beneden. Huilend en vol butsen staat het arme kind weer op en begint opnieuw aan de beklimming.

Jezus, zo vergaat het ons, als we op onszelf aangewezen zijn. Neem ons, als de grote en goede Vriend van het kleintje, in uw liefdevolle armen. Laat ons niet aan onszelf over tot wij boven zijn. En dan - ja dan - zullen wij aan uw barmhartige Liefde kunnen beantwoorden en U met kinderlijke moed zeggen: Lieve Jezus, behalve Jozef en Maria heeft geen sterveling U bemind zoals ik U bemin en die zal er ook nooit komen..., ook al zijn er heel wat 'dwaze' mensen geweest.


347

Het moet je niets uitmaken kinderlijke dingen te doen, gaf ik jou als raad. Zolang het geen routine wordt, zullen zij niet zonder vruchten blijven.

Stel bijvoorbeeld dat iemand de weg van het geestelijk kindschap wil gaan en op het idee komt 's avonds voor het slapen gaan een houten Mariabeeld in te stoppen.

Het verstand verzet zich tegen zo'n manier van doen die duidelijk zinloos lijkt. De kinderziel echter, die geraakt is door de genade, ziet feilloos dat een kind uit liefde inderdaad tot zoiets in staat is.

De sterke wil die ieder heeft die geestelijk als een kind is, komt nu in actie om het verstand te dwingen zich gewonnen te geven... En als die kinderziel elke dag het beeld van Onze Lieve Vrouw blijft toedekken, speelt het elke dag een kinderspel dat vruchtbaar is in de ogen van God.


348

Als je echt een kind bent en je - als God het zo voor jou wil - de weg van het kindschap bewandelt, zul je onoverwinnelijk zijn.


349

Een vertrouwelijk verzoek van een klein kind: Heer, ik zou net zoveel berouw willen hebben, als de mensen hadden die U het meest aangenaam wisten te zijn.


350

Kind, je zult ophouden kind te zijn, als er iets of iemand tussen jou en God komt.


351

Ik wil niets aan Jezus vragen. Ik wil Hem alleen maar in alles aangenaam zijn en Hem alles waar ik vol van ben vertellen alsof Hij dat nog niet wist, zoals een klein kind doet met zijn vader.


352

Kind, zeg tegen Jezus: ik neem niet met minder genoegen dan met U.


353

Wat een kinderlijke dingen zeg je de Heer in je gebed van geestelijk kindschap! Vol vertrouwen, zoals een kind dat praat met zijn grote Vriend van wie het zeker weet dat Hij van hem houdt, zeg je Hem: Ik zou alleen willen leven voor uw glorie!

Je kijkt terug en erkent volmondig dat je alles verkeerd doet. Jezus, - voeg je eraan toe - dit zal U niet verbazen. Ik kan met geen mogelijkheid iets goed doen. Maar als U mij helpt en het in mijn plaats doet, dan zult U zien hoe goed het gaat.

Moedig en zonder de waarheid geweld aan te doen ga je verder: doordrenk me, bedwelm me met de Heilige Geest en dan zal ik uw wil doen. Ik wil ze volbrengen. Als dat niet lukt... komt dat doordat U mij niet helpt. Maar ik weet zeker dat U mij zult helpen!


354

Je moet de dringende noodzaak voelen jezelf te zien als klein, zwak en verstoken van alles. Dan zul je je in de armen van onze Moeder in de hemel werpen, met schietgebeden, met blikken vol liefde, met uitingen van mariale vroomheid... die tot de kern van je kinderlijke geest horen.

Zij zal je beschermen.


355

Wat er ook gebeuren mag, houd vol. Wees blij en optimistisch, want de Heer doet alles om de hindernissen voor je uit de weg te ruimen.

Luister goed: ik ben ervan overtuigd dat je heilig wordt, zolang je maar strijdt!


356

Toen de Heer hen riep waren de eerste apostelen bij hun oude boot de netten aan het boeten. De Heer zei hun Hem te volgen. En statim, onmiddellijk, relictis omnibus, lieten zij hun spullen, al hun spullen achter en volgden Hem!

Wij willen hun voorbeeld volgen, maar het kan gebeuren dat het ons niet lukt alles achter te laten, dat wij met ons hart ergens aan gehecht blijven, dat er in ons leven iets is waarmee we niet willen breken, iets dat we niet aan de Heer willen opdragen.

Ben je bereid je hart tot op de bodem te onderzoeken? Er mag niets achterblijven dat niet van Hem is; anders houden wij niet van Hem zoals het moet, jij niet en ik niet.


357

Vertel de Heer steeds dat je oprecht verlangt heilig te worden en apostolisch bezig te zijn... Op die manier zal het arme vat, dat je ziel is, niet breken. Als dat tóch gebeurt zal het weer in elkaar gezet worden, en mooier dan het was, zal het blijven dienen voor je eigen heiligheid en voor het apostolaat.


358

Jouw gebed moet het gebed zijn van een kind van God; niet dat van de schijnheiligen tot wie Jezus zich zal richten met de woorden: “Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het rijk der hemelen.”

Jouw gebed, jouw 'Heer, Heer', moet in de loop van de dag op duizend verschillende manieren samengaan met het verlangen én de inspanning de wil van God te vervullen.


359

Kind, zeg Hem: Jezus, ik wil niet dat de duivel zich meester maakt van de zielen!


360

Als je door de liefde van God geroepen bent en Hij je heeft uitgekozen om Hem te volgen, ben je verplicht daaraan te beantwoorden... Ook heb je de niet minder zware verplichting om je broeders de mensen te helpen, opdat ook zij de weg naar de heiligheid willen opgaan.


361

Vooruit maar... ook wanneer het je zwaar valt verder te gaan! Ben je niet blij dat de trouw aan je christelijke plichten voor een groot deel van jouzelf afhangt?

Wees daar blij mee en vernieuw in alle vrijheid je beslissing: Heer, wat U wilt, wil ik ook. Ik ben niet veel waard, maar U kunt op mij rekenen!


362

God rukt je niet weg uit je omgeving. Hij haalt je niet uit de wereld, noch uit je milieu, je edele menselijke ambities of je beroep... Maar Hij wil wel dat je, dáár waar je bent, heilig wordt!


363

Bedenk met je gezicht op de grond en in aanwezigheid van God dat je vuiler en verachtelijker bent (want zo is het toch) dan het stof dat met stoffer en blik bij elkaar geveegd wordt.

En desondanks heeft de Heer jou gekozen.


364

Wanneer neem je nu eens een besluit...!

Veel mensen in je omgeving leiden om louter menselijke redenen een hard leven. Zij begrijpen niet eens dat zij kinderen van God zijn en misschien zijn hun beweegredenen niet meer dan trots, de drang om op te vallen, of er in de toekomst hun gemak van te nemen. Zij ontzeggen zich van alles!

Maar jij, die de zoete last draagt van de Kerk, van je gezin, van je collega's en vrienden - redenen genoeg om je volledig in te zetten -, wat doe jij? Met welk verantwoordelijkheidsgevoel ben je bezig?


365

Heer, waarom hebt U mij uitgekozen, terwijl er zoveel heilige, wijze, rijke en invloedrijke mensen zijn van wie ik de tegenpool ben?

Je hebt gelijk..., maar juist daarom koos Hij jou. Dank Hem met daden en met liefde.


366

Jezus, laat allen in uw heilige Kerk volharden op hun weg door hun roeping als christen te volgen. Laat hen zoals de Wijzen de ster volgen en geen acht slaan op de adviezen van Herodes... Want ook nu zal het daaraan niet ontbreken.


367

Laten wij Jezus vragen dat zijn verlossingswerk rijke vruchten mag voortbrengen in de ziel van de mensen; steeds meer vruchten, steeds overvloediger; met een goddelijke overvloed!

En dat Hij ons daarom goede kinderen van zijn gezegende Moeder laat worden.


368

Het geheim om gelukkig te worden? Geef je aan de anderen, zet je voor hen in, zonder dankbaarheid te verwachten.


369

Als al je bezigheden - je leven en je werk - op God gericht zijn; als je liefhebt en je je inzet voor anderen; als je, ook al ben je geen priester, een priesterlijke ziel hebt, dan krijgt al je doen en laten een bovennatuurlijke dimensie. Je hele leven zal verbonden blijven met de bron van alle genade.


370

Bij het immense panorama dat voor ons open ligt, bij deze prachtige en enorme verantwoordelijkheid voor de zielen, kan de gedachte bij je opkomen - wat mij ook vaak gebeurt -: al dat werk, met mij? Met mij, terwijl ik niets voorstel?

Laten wij dan het evangelie opslaan en ons voor ogen halen hoe Jezus de blindgeborene geneest: met slijk, gemaakt van het stof der aarde en van speeksel. Dat is het geneesmiddel dat een paar blinde ogen het licht geeft!

Dat zijn jij en ik. In het besef van onze zwakheid en van onze nietigheid zijn wij - met Gods genade en onze goede wil - een geneesmiddel! Een geneesmiddel dat licht brengt, dat kracht geeft aan anderen en aan onszelf.


371

Een apostolische ziel zei Hem: Jezus, U zult wel weten wat U doet..., ik werk niet voor mijzelf...


372

Als je met een 'persoonlijke vasthoudendheid' volhardt in het gebed, zal de Heer je de middelen geven om doeltreffender te worden en om zijn Rijk over de wereld te verbreiden.

Het is echter een vereiste dat je trouw bent: blijf dus vragen en nog eens vragen... Vind je dat je dat doet?


373

De Heer verlangt van zijn kinderen, dat ze alle eerzame wegen op aarde gaan en daar het zaad uitstrooien van begrip, van vergeving, van een harmonieuze samenleving, van liefde, van vrede.

Jij, wat doe jij daaraan?


374

De verlossing wordt nog steeds voltrokken, ook op dit moment..., en jij bent - jij moet - medeverlosser zijn!


375

Christen zijn in de wereld betekent niet dat je je afzondert. Integendeel! Het betekent dat je alle mensen liefhebt en ernaar verlangt hen aan te steken met het vuur van de liefde tot God.


376

Maria, Moeder van God en mijn Moeder, ik zou onder geen voorwaarde willen dat U niet langer de Meesteres en Keizerin van al het geschapene zou zijn.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende