Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Smidse > Herrijzen > Hst 7
475

Je voelt dat het nodig is dat je je bekeert. Hij vraagt je meer... en je geeft Hem steeds minder!


476

Inderdaad, het verging ieder van ons zoals Lazarus. Wij kwamen in beweging door een veni foras, kom naar buiten.

Wat is het pijnlijk te zien dat er nog altijd 'doden' zijn die de macht van de barmhartigheid van God niet kennen!

Wees blij, met een heilige blijdschap, want tegenover de mens die zonder Christus uiteenvalt, staat de mens die met Hem verrezen is.


477

Meestal hebben onze gevoelens iets in zich van egoïsme, ook als ze méér zijn dan het puur zoeken van genot.

Veracht deze gevoelens echter niet, want ze kunnen God heel aangenaam zijn. Maar zuiver wel steeds je bedoelingen.


478

Zoek niet het medelijden van de mensen, want dat is vaak een teken van hoogmoed of ijdelheid.


479

Als je over de goddelijke deugden van geloof, hoop en liefde spreekt, bedenk dan dat het eerder deugden zijn om te beleven dan om over te filosoferen.


480

Is er iets in je leven dat niet te rijmen valt met je christen-zijn, en dat je ervan weerhoudt je te zuiveren?

Overdenk dat eens en probeer te veranderen.


481

Ga eens na hoe je je gedraagt. Je zult zien dat je vol fouten zit die schadelijk zijn voor jezelf en misschien ook voor de mensen om je heen.

Denk eraan, mijn kind, dat bacteriën niet minder gevaarlijk zijn dan roofdieren. Jij kweekt je fouten en vergissingen als bacteriën in een laboratorium, door je gebrek aan nederigheid, aan geest van gebed, aan plichtsgetrouwheid, aan zelfkennis... Vervolgens besmetten deze infectiehaarden je omgeving.

Je hebt een grondig dagelijks gewetensonderzoek nodig, om werkelijk spijt te krijgen over je gebreken, je nalatigheden en je zonden en om concrete voornemens te kunnen maken om jezelf te beteren.


482

De almachtige en alwetende God moest zijn Moeder kiezen.

Wat zou jij doen als je je moeder had moeten kiezen? Ik denk dat jij en ik onze eigen moeder hadden gekozen en haar hadden overladen met alle genaden. Dat deed God. Na de Allerheiligste Drieëenheid komt Maria daarom op de eerste plaats.

De theologen ontvouwen een logische redenering voor deze opeenstapeling van genade, en voor de onmogelijkheid dat zij onderworpen zou zijn aan de macht van de duivel: het was passend, God kon het doen en dus deed Hij het. Dat is de verklaring. Het is de duidelijkste verklaring waarom God zijn Moeder, vanaf het allereerste ogenblik, omgaf met alle voorrechten. Zo is zij: mooi, zuiver, rein naar ziel en lichaam!


483

Je wacht op de overwinning, op het einde van de strijd... en die is nog niet in zicht?

Dank de Heer alsof je dat doel al bereikt hebt en offer Hem je ongeduld op: Vir fidelis loquetur victoriam, wie trouw blijft zal de vreugde van de overwinning bezingen.


484

Er zijn momenten waarop je de vereniging met de Heer, waardoor je altijd - zelfs in je slaap - aan het bidden was, niet ervaart. Het lijkt dan dat je worstelt met de wil van God.

Dat is zwakheid en dat weet je. Bemin het Kruis; bemin het gemis van zoveel dingen die iedereen noodzakelijk acht; bemin de hindernissen om de weg in te slaan... of te vervolgen; bemin je eigen kleinheid en je geestelijke armoede.

Offer alles met een vastberaden wil aan God op: dat wat van jou is en dat van de mensen om je heen. Menselijk gezien is het niet weinig; in het bovennatuurlijk licht bezien is het niets.


485

Iemand heeft me eens gezegd: Vader, als ik moe en onverschillig ben, heb ik bij het gebed of andere vroomheidsoefeningen het gevoel dat ik toneelspeel...

Aan die vriend en aan jou - mocht jij dat ook zo ervaren - wil ik het volgende zeggen: een toneelstuk? Dat is toch fantastisch, mijn kind! Speel toneel! De Heer is je toeschouwer; de Vader, de Zoon en de Heilige Geest! De Allerheiligste Drieëenheid kijkt naar ons 'toneelspel'.

Het is heel goed zo te doen uit liefde tot God, juist wanneer je tegen de draad in moet gaan. De minstreel van God! Zo'n optreden uit liefde, met offergeest, zonder er zelf plezier in te hebben, alleen om God aangenaam te zijn... dat is schitterend!

Dat is wat je noemt: leven uit Liefde.


486

Een hart dat op een ongeordende manier houdt van de dingen van de wereld zit als het ware vast aan een ketting, of aan een 'dun draadje', waardoor het niet kan opstijgen naar God.


487

“Waakt en bidt, opdat ge niet op de bekoring ingaat...” Het is indrukwekkend te ervaren hoe men een goddelijke zaak kan opgeven voor een kortstondig bedrog!


488

De lauwe apostel, dát is de grote vijand van de zielen.


489

Een duidelijk bewijs van lauwheid is het gebrek aan bovennatuurlijke 'koppigheid', aan sterkte om met volharding te werken en door te gaan tot de 'laatste steen' gelegd is.


490

Er zijn harten die hard maar edel zijn en - wanneer zij de warmte van het Hart van Jezus naderen - als brons smelten tot tranen van liefde en berouw. Ze beginnen te branden!

Het hart van lauwe mensen daarentegen is van leem, van armzalig vlees... dat barst en tot stof verpulvert. Het is triest om te zien.

Zeg met mij: Jezus, houd de lauwheid ver van ons. Lauw? Dat nooit!


491

Alle goedheid, alle lieflijkheid, alle majesteit, alle schoonheid, alle bevalligheid sieren onze Moeder. Ben je er niet heel gelukkig mee zo'n Moeder te hebben?


492

Wij zijn verliefd op de Liefde. De Heer wil ons dan ook niet stug en stijf als een levenloos ding. Hij wil dat wij vol zijn van zijn liefde!


493

Kijk eens of je deze schijnbare tegenstrijdigheid begrijpt. Toen hij dertig werd, schreef hij in zijn dagboek: “Nu ben ik niet jong meer.” Toen hij de veertig passeerde schreef hij: “Ik blijf jong tot mijn tachtigste; als ik eerder sterf, zal ik denken, dat ik te vroeg gestorven ben.”

Ondanks de jaren had hij steeds de volle jeugd van de Liefde.


494

Wat kan ik de vraag die een op God verliefd mens zich stelde, goed begrijpen: Heb ik een ontevreden gezicht getrokken? Was er iets in mij dat U, mijn Heer en mijn Liefde, pijn kan doen?

Vraag God, je Vader, dat Hij ons blijvend bewust maakt van de veeleisendheid van de liefde.


495

Heb je gezien met hoeveel liefde en vertrouwen de vrienden van Christus met Hem omgingen? Op een heel natuurlijke manier verwijten de zusters van Lazarus Hem zijn afwezigheid: Wij hebben U bericht gegeven! Als U hier geweest was...!

Vertrouw Hem in alle rust toe: Leer mij heel bevriend met U te zijn en van U te houden zoals Marta en Maria en Lazarus deden; of zoals de eerste Twaalf, ook al volgden zij U in het begin misschien om niet erg bovennatuurlijke redenen.


496

Wat kijk ik graag naar Johannes die zijn hoofd aan de borst van Christus legt! Het is als een liefdevol - misschien niet eens zo gemakkelijk - onderwerpen van het verstand, om het te doen ontbranden aan het vuur van Jezus' Hart.


497

God houdt van mij... De apostel Johannes schrijft: “Wij willen liefhebben, omdat Hij ons het eerst heeft liefgehad.” Alsof dat nog niet genoeg is richt Jezus zich - ondanks onze onloochenbare zwakheden - tot ieder van ons met de vraag die Hij aan Petrus stelde: “Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij meer lief dan dezen Mij liefhebben...?”

Dit is het moment om te antwoorden: “Heer, Gij weet alles, Gij weet dat ik U bemin!” En daar voegen wij nederig aan toe: Help mij U meer lief te hebben! Vermeerder mijn liefde!


498

“Liefde bestaat niet uit mooie woorden, maar uit daden.” Daden en nog eens daden! Een voornemen: ik zal U heel vaak blijven zeggen dat ik van U houd - hoe vaak heb ik dat vandaag al niet gedaan! -, maar vooral wil ik, met de hulp van uw genade, door mijn doen en laten, door de kleine dingen van elke dag - met zwijgende veelzeggendheid - mijn liefde voor U uiten!


499

Wij spelen het niet klaar even attent te zijn voor Jezus, als veel mensen - misschien met weinig vorming, maar met een christelijk hart - dagelijks weten te zijn voor hun vrouw, hun kinderen, een vriend; voor schepselen die even armzalig en zwak zijn als zijzelf.

Dit zou een les voor ons moeten zijn.


500

De liefde van God is zó aantrekkelijk en zó inspirerend dat zij in het leven van de christen onbeperkt kan verder groeien.


501

Je kunt je niet gedragen als een opstandig kind, of als een dwaas.

Je bent een kind van God. Daarom moet je een mens met karakter zijn die rust uitstraalt op zijn werk en in het sociale leven. Dat lukt als je je steeds bewust bent van de aanwezigheid van God, waardoor je er zelfs op let de kleinste details perfect te doen.


502

Gerechtigheid om de gerechtigheid kan mensen kwetsen.

Laat je daarom altijd leiden door de liefde tot God, die aan de gerechtigheid een balsem van naastenliefde toevoegt en de aardse liefde zuivert en loutert.

Door God erbij te betrekken krijgt alles een bovennatuurlijke dimensie.


503

Heb de Heer hartstochtelijk lief. Houd ontzettend veel van Hem! Ik durf te beweren dat voornemens overbodig zijn als er liefde is. Mijn ouders - denk maar aan je eigen ouders - hoefden zich niet voor te nemen om van mij te houden, en dat ze van me hielden merkte ik dagelijks, tot in de kleinste details!

Wij kunnen en moeten God met dit mensenhart beminnen.


504

Liefde is offer. En het offer, uit liefde, maakt gelukkig.


505

Stel je de volgende vraag: hoe vaak besluit ik gedurende de dag mijn hart tot God te verheffen om Hem mijn genegenheid en mijn bezigheden aan te bieden?

Het is een goed middel om de intensiteit en de kwaliteit van je liefde te toetsen.


506

Mijn kind, overtuig je ervan dat God het recht heeft ons te vragen: Denk je aan Mij? Ben Ik in jouw gedachten? Zoek je steun bij Mij? Zoek je Mij als het licht van je leven, als je bescherming..., ben Ik alles voor jou?

Maak daarom opnieuw dit voornemen: In tijden die de mensen goed noemen, zal ik uitroepen: Heer! In tijden die zij slecht noemen, zal ik herhalen: Heer!


507

Verlies nooit de zin voor het bovennatuurlijke uit het oog. Ook niet als je je eigen ellende, je slechte neigingen - de klei waarvan je gemaakt bent - heel scherp ziet. God rekent op jou.


508

Gedraag je altijd en overal heel gewoon, net zoals de mensen om je heen, maar breng tegelijkertijd elk moment van de dag op een bovennatuurlijk niveau.


509

Om een eerlijk oordeel te kunnen geven heb je een zuiver hart nodig, ijver voor de zaken van de Heer en een onbevooroordeelde liefde voor de mensen.

Denk daar eens over na!


510

Ik hoorde een paar kennissen over hun radio spreken. Onwillekeurig vertaalde ik het naar het geestelijk vlak: wij hebben een groot, een veel te groot contact met de aarde gemaakt, maar wij zijn de antenne van het innerlijk leven kwijt...

Daardoor hebben zo weinig mensen contact met God. Hopelijk zal ons de antenne voor het bovennatuurlijke nooit ontbreken.


511

Onbenulligheden en futiliteiten waaraan ik niets heb en waarvan ik ook niets te verwachten heb, nemen mij meer in beslag dan God. Waar ben ik, wanneer ik niet bij God ben?


512

Zeg Hem: Heer, ik wil alleen maar wat U wilt. Mocht hetgeen ik U de laatste dagen vraag mij ook maar een millimeter van uw wil verwijderen, geef het mij dan niet!


513

Het geheim van de doeltreffendheid wortelt in je vroomheid, in echte vroomheid, want daardoor zul je in de loop van de dag steeds bij Hem zijn.


514

Voornemen: zoek zo vaak mogelijk, liefst ononderbroken, de vriendschap en de liefdevolle en volgzame omgang met de Heilige Geest. Veni, Sancte Spiritus... kom, Heilige Geest, neem uw intrek in mijn ziel!


515

Herhaal van ganser harte en met steeds meer liefde, in het bijzonder als je bij het tabernakel bent of de Heer net ontvangen hebt: Non est qui se abscondat a calore eius, laat mij U niet ontvluchten, laat mij vervuld worden met het vuur van uw Geest!


516

Je roept uit: Ure igne Sancti Spiritus, ontsteek in mij het vuur van uw Geest! Je voegt eraan toe: Mijn arme ziel zou haar vleugels zo vlug mogelijk opnieuw moeten uitslaan... om haar vlucht pas te beëindigen wanneer ze rust in Hem!

Dit verlangen lijkt mij heel goed. Ik zal je aanbevelen bij de Heilige Geest, de Helper, en Hem voortdurend aanroepen, opdat Hij zich vestigt in het binnenste van je ziel, je leiding geeft en een bovennatuurlijke glans verleent aan alles wat je zegt, denkt, doet en nastreeft.


517

Op het feest van Kruisverheffing smeekte je de Heer uit het diepst van je hart om de genade het heilig Kruis te 'verheffen' in je vermogens en zintuigen... Een nieuw leven! Een zegel om de echtheid van je boodschap kracht bij te zetten... Met heel je wezen aan het Kruis!

We zullen zien; we zullen zien wat daarvan komt.


518

De versterving moet er altijd zijn, net zoals het kloppen van het hart. Zo zullen wij meester zijn over onszelf en de christelijke naastenliefde beleven.


519

Het Kruis beminnen is vol vreugde afzien uit liefde voor Christus, ook als het moeite kost en omdát het moeite kost... Je weet uit ervaring dat dit met elkaar te verenigen is.


520

De christelijke blijdschap is niet fysiologisch van aard; ze heeft een bovennatuurlijk fundament en staat boven ziekte en tegenspoed.

Blijdschap is niet de uitgelatenheid van vrolijke mensen of van een volksfeest.

Echte blijdschap is intiemer: maakt ons rustig, doet ons overlopen van geluk, ook al blijft ons gezicht soms ernstig.


521

Ik schreef je het volgende: Ik begrijp dat het niet meer dan een manier van zeggen is, maar toch vind ik het niet prettig als mensen tegenspoed, die voortvloeit uit hun persoonlijke hoogmoed, een kruis noemen. Dit is niet het echte kruis, want het is het Kruis van Christus niet.

Strijd daarom tegen zelfverzonnen tegenslagen die niets te maken hebben met het kenmerk van Christus. Maak je los van deze vermomming van je eigen ik!


522

Ook op dagen die als zand door je vingers lijken te glijden is er, door het proza van de duizenden kleine dagelijkse beslommeringen, meer dan genoeg poëzie om het Kruis te vinden; een Kruis zonder ophef.


523

Hecht je hart niet aan iets vergankelijks: volg Christus na die arm wilde zijn voor ons, en niets had om zijn hoofd op te laten rusten.

Vraag Hem dat je je, midden in de wereld, van alles los kunt maken en daarvoor geen uitvluchten zoekt.


524

Een duidelijk teken van onthechting is dat je niets - maar dan ook niets - als je eigendom beschouwt.


525

Wie echt vanuit het geloof leeft, weet dat de materiële goederen hulpmiddelen zijn, en die zal hij edelmoedig en belangeloos gebruiken.


526

De verrezen, glorierijke Christus heeft zich ontdaan van al het aardse, opdat wij, zijn broeders en zusters, erover nadenken waarvan wij ons moeten ontdoen.


527

We kunnen de allerheiligste Maagd Maria nooit genoeg beminnen!

Houd veel van haar! Stel je er niet tevreden mee ergens een Mariabeeld neer te zetten, haar te vereren en schietgebedjes te zeggen. Je moet ook in staat zijn - jouw leven getuigt immers van veel sterkte - elke dag offertjes voor haar te brengen, zo je liefde voor haar te tonen en uiting te geven aan je verlangen dat de hele mensheid van haar gaat houden.


528

Dit is de waarheid over de christen: overgave en liefde - liefde tot God en, omwille van Hem, tot de naaste -, gebaseerd op het offer.


529

Jezus, vol vertrouwen verberg ik mij in uw armen, leg ik mijn hoofd aan uw borst en rust mijn hart bij uw Hart: in alles wil ik, wat U wilt.


530

Nu we in onze omgeving zoveel ongehoorzaamheid, geroddel, geruzie en kwaadsprekerij zien, moeten wij meer dan ooit de gehoorzaamheid, oprechtheid, trouw en eenvoud beminnen. Als we dat met bovennatuurlijke visie doen, zullen we alleen maar menselijker worden.


531

Je zegt van wel, dat je vastbesloten bent Christus te volgen.

Goed, maar dan moet je in Gods tempo verder gaan en niet in het jouwe!


532

Wat het fundament van onze trouw is?

Ik kan in een paar woorden samenvatten dat die gebaseerd is op de liefde tot God waardoor wij alle hindernissen overwinnen: het egoïsme, de hoogmoed, de vermoeidheid, het ongeduld...

Een mens die liefheeft treedt zichzelf met de voeten; voor hem staat vast dat hij niet voldoende weet lief te hebben, zelfs als hij met hart en ziel bemint.


533

Ik hoorde laatst iets wat ik je niet wil onthouden omdat ik het zo mooi vind. Een aardige religieuze uit mijn geboortestreek zei vol dankbaarheid over de vaderlijke goedheid van God: “Hij is zo 'slim'! Er ontgaat Hem werkelijk niets.”


534

Zoals alle kinderen van God, heb ook jij het persoonlijk gebed nodig: dit intiem en rechtstreeks contact met Onze Lieve Heer - een dialoog, oog in oog met elkaar - zonder je te verbergen achter de anonimiteit.


535

De eerste voorwaarde voor het gebed is de volharding; de tweede, de nederigheid.

Wees op heilige wijze koppig en vol vertrouwen. Bedenk dat de Heer misschien wil dat we Hem jarenlang smeken om iets dat belangrijk is. Blijf met een steeds groter vertrouwen aandringen!


536

De Meester raadt ons aan om met volharding te bidden. Dit uitgangspunt zal de bron zijn van je vrede, van je vreugde, van je kalmte, en daardoor van je bovennatuurlijke en menselijke doeltreffendheid.


537

Ergens waar muziek was en het geroezemoes van veel stemmen begon je spontaan te bidden, wat je een onverklaarbare troost gaf. Uiteindelijk zei je: Jezus, ik zoek geen troost, ik verlang naar U.


538

Je leven moet een voortdurend gebed, een ononderbroken dialoog met de Heer zijn; bij het aangename en het onaangename, het gemakkelijke en het moeilijke, het gewone en het buitengewone.

Bij iedere gelegenheid moet je onmiddellijk een gesprek met God, jouw Vader, voor ogen hebben, door Hem in het binnenste van je ziel te zoeken.


539

Het is zo eenvoudig in zichzelf te keren om te bidden en te beschouwen...! Jezus laat ons niet wachten, Hij verwijst ons niet eerst naar een wachtkamer. Hij kijkt juist naar ons uit.

Je hoeft alleen maar te zeggen: Heer, ik wil bidden, ik wil met U omgaan! Het contact met God is er dan meteen en je kunt met Hem spreken.

En alsof dat nog niet genoeg is, stelt Hij ook geen limiet aan de tijd. Dat laat Hij aan jou over. Hij geeft je geen tien minuten of een kwartier, nee, urenlang, de hele dag! En Hij is wie Hij is: de Almachtige, de Alwetende.


540

In het geestelijk leven is volharding een vereiste, net zoals in de menselijke liefde.

Door vaak op dezelfde thema's terug te komen en ze steeds opnieuw te overwegen, zullen er nieuwe horizonten voor je opengaan.

En misschien vraag je je dan vol verbazing af: waarom heb ik dat niet eerder zo duidelijk gezien? Dat komt doordat wij soms als stenen zijn, die het water almaar over zich heen laten lopen, zonder er ook maar een druppel van op te nemen.

Daarom is het nodig op hetzelfde terug te komen - hoewel het niet hetzelfde is! - om de zegeningen van God in ons op te kunnen nemen.


541

In het heilig misoffer neemt de priester het Lichaam van onze God en de kelk met zijn Bloed, heft ze boven alle dingen van de aarde uit en zegt: Per Ipsum, et cum Ipso, et in Ipso, door mijn Liefde en met mijn Liefde en in mijn Liefde!

Verenig je met dat gebaar. Sterker nog: maak het tot een deel van je leven.


542

De evangelist verhaalt dat Jezus een groot wonder deed, waarna Hij zich terugtrok omdat ze Hem tot koning wilden kronen.

Heer, Gij laat ons delen in het wonder van de Eucharistie. Wij vragen U dat U zich niet verbergt, maar bij ons blijft; dat wij U zien, U aanraken, U voelen en altijd bij U willen zijn en dat U de Koning van ons leven en van onze bezigheden bent.


543

Zoek steeds de omgang met de drie goddelijke Personen, met God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Maria is de weg om bij de Allerheiligste Drieëenheid te komen.


544

Wie zich niet op ieder moment volledig overgeeft aan Jezus heeft geen 'levend' geloof.


545

Iedere christen moet Christus zoeken en, door een intensief contact met Hem, steeds meer van Hem gaan houden. Het is als met verkering: de omgang met elkaar is noodzakelijk, want als twee mensen geen contact met elkaar hebben, komen zij er niet toe elkaar lief te hebben. En wat vult ons leven anders dan de Liefde?


546

Je zou eens moeten stilstaan bij de heilige toorn van de Meester in de tempel van Jeruzalem, wanneer Hij ziet dat alles wat zijn Vader toebehoort slecht behandeld wordt.

Dat is een goede les. Je kunt nooit onverschillig blijven of laf zijn, als men niet eerbiedig omgaat met alles wat van God is!


547

Zorg dat je een grote liefde voor de allerheiligste Mensheid van Jezus krijgt.

Ben je niet blij dat Hij één van ons heeft willen zijn? Bedank Hem voor dit summum van goedheid.


548

De Advent. Wat een mooie tijd om ons verlangen, ons hunkeren, ons uitzien naar de komst van Christus te vernieuwen; naar zijn dagelijkse komst in je ziel in de Eucharistie! De Kerk roept ons toe: Ecce veniet, Hij staat op het punt te komen!


549

Kerstmis. Iedereen zingt: Venite, venite... laten wij gaan, want Hij is geboren.

En nadat ik heb staan kijken hoe Maria en Jozef voor het Kind zorgen, durf ik jou toe te fluisteren: Kijk nog eens naar het Kind. Zou iemand daar ooit genoeg van kunnen krijgen?


550

Jij en ik, wij kunnen niet zeggen dat we niet bij de dood van Christus betrokken zijn, ook al doet het ons pijn het te erkennen; ik vraag God overigens dat Hij die pijn nog versterkt. De zonden van de mensen waren immers de hamerslagen die Hem met spijkers aan het kruishout nagelden.


551

De heilige Jozef: men kan niet van Jezus en Maria houden zonder te houden van de heilige Patriarch.


552

Kijk eens hoeveel redenen er zijn om de heilige Jozef te vereren en van zijn leven te leren. Hij stond sterk in het geloof...; hij wist zijn gezin - Jezus en Maria - met hard werken vooruit te brengen; hij eerbiedigde de zuiverheid van de Maagd Maria die zijn bruid was...; hij respecteerde - beminde - de vrijheid van God die niet alleen de Maagd uitkoos als zijn Moeder, maar die hém ook als echtgenoot van Maria wilde.


553

Heilige Jozef, onze Vader en Heer. Zeer kuise, allerzuiverste Jozef, U had het voorrecht het Kind Jezus in uw armen te nemen, het te verzorgen en te kussen. Leer ons met God om te gaan, zuiver te leven en maak ons waardig om een andere Christus te zijn.

Help ons de goddelijke - verborgen en lichtende - wegen van Christus te gaan en deze voor de mensen te openen en hun te zeggen dat zij, hier op aarde, de mogelijkheid hebben om voortdurend een onvermoede geestelijke kracht te ontplooien.


554

Houd veel van de heilige Jozef. Bemin hem met heel je hart, want hij is degene die, met Jezus, het meest van Maria gehouden heeft. Hij is ook degene die het meest met God omging en, na onze Moeder, het meest van Hem gehouden heeft.

Hij verdient het dat je van Hem houdt en het is goed dat je met hem omgaat, omdat hij de Meester van het innerlijk leven is en veel invloed heeft bij de Heer en bij de Moeder van God.


555

De Maagd Maria. Wie kan een groter Meesteres in de liefde tot God zijn dan deze Koningin, deze Vrouwe, deze Moeder die in de intiemste betrekking staat tot de Allerheiligste Drieëenheid: Dochter van God de Vader, Moeder van God de Zoon, Bruid van God de Heilige Geest, en bovendien onze Moeder.

Roep haar voorspraak in.


556

Je zult heilig worden, als je van de anderen weet te houden en hen het leven aangenaam maakt - ook als het je moeite kost -, vooropgesteld dat God daardoor niet beledigd wordt.


557

De heilige Paulus geeft ons een recept voor een fijngevoelige liefde: Alter alterius onera portate et sic adimplebitis legem Christi, draagt elkanders lasten en zo zult gij de wet van Christus nakomen.

Houd jij je daar aan?


558

De Heer hield zoveel van de mensen, dat Hij vlees geworden is en onze menselijke natuur aannam. Hij wilde dagelijks in contact zijn met armen en rijken, met rechtvaardigen en zondaars, met jongeren en ouderen, met heidenen en joden.

Hij sprak met iedereen: met mensen die veel van Hem hielden, maar ook met hen die alleen maar probeerden zijn woorden te verdraaien om Hem te kunnen veroordelen.

Probeer jij je te gedragen als de Heer?


559

Door de naastenliefde omwille van God te verzorgen, zullen we iedereen beminnen, begrijpen, verontschuldigen en vergeven...

Onze liefde moet de menselijke ellende als een mantel bedekken. We moeten over een buitengewone naastenliefde beschikken die - veritatem facientes in caritate - de waarheid verdedigt zonder iemand te kwetsen.


560

Als ik met jou over 'het goede voorbeeld' spreek, bedoel ik ook dat je begrip moet hebben, dat je anderen moet verontschuldigen en dat je vrede en liefde in de wereld moet brengen.


561

Stel jezelf dikwijls de vraag: doe ik echt mijn best om de mensen waarmee ik dagelijks te maken heb met meer tact en fijngevoeligheid te behandelen?


562

Als ik zeg dat men als een tapijt moet zijn waarop anderen zacht kunnen lopen, is dat niet zo maar een mooie gedachte; het moet werkelijkheid worden! Het is moeilijk, want heilig worden is moeilijk; maar het is ook gemakkelijk, omdat - ik wil het nog eens benadrukken - heiligheid voor iedereen haalbaar is.


563

Bij zoveel egoïsme en onverschilligheid - iedereen is met zijn eigen zaakjes bezig! - denk ik weer aan die sterke en stevige houten ezeltjes die over mijn bureau draven... Een van hen verloor een poot, maar hij ging verder omdat hij op de andere kon steunen.


564

Wij, katholieken, moeten ons inzetten om de waarheid te behouden en te verdedigen zonder concessies te doen. En tegelijkertijd moeten we proberen een klimaat te scheppen van naastenliefde en vriendelijkheid, dat alle haat en wrok verstikt.


565

In een christen, in een kind van God, vormen vriendschap en liefde één geheel: een goddelijk licht dat warmte geeft.


566

De broederlijke vermaning - die geworteld is in het evangelie - is een teken van bovennatuurlijke genegenheid en van vertrouwen.

Wees er dankbaar voor als jou een broederlijke vermaning gegeven wordt, en laat ook zelf niet na deze te geven aan de mensen die deel uitmaken van je leven.


567

Als je iemand terechtwijst omdat het nodig is en je je plicht wilt vervullen, dien je er rekening mee te houden dat je de ander en jezelf verdriet doet.

Maar gebruik dit nooit als een excuus om het dan maar niet te doen.


568

Zorg ervoor heel dicht bij je Moeder de Maagd Maria te zijn. Als je altijd met God verenigd wilt zijn, moet je niet van haar zijde wijken.


569

Luister goed: midden in de wereld staan en van de wereld zijn, wil niet zeggen werelds zijn.


570

Je zou als een gloeiend kooltje moeten zijn, dat alles in brand steekt waarmee het in aanraking komt. Maar zorg er in ieder geval voor dat de geestelijke temperatuur van de mensen in jouw omgeving stijgt, wat kan, als je hen tot een intens christelijk leven aanzet.


571

God wil dat het werk, dat Hij aan de mensen heeft toevertrouwd, vooruitgebracht wordt op basis van gebed en versterving.


572

De basis voor ons optreden als burgers - als katholieke burgers - ligt in een intens innerlijk leven. Wij moeten mannen en vrouwen zijn die van hun dag een ononderbroken dialoog met God maken.


573

Zie in iedere mens met wie je in contact bent een ziel: een ziel die je moet helpen, die je moet begrijpen, waarmee je veel moet delen en die gered moet worden.


574

Je staat erop je gang te gaan, je eigen zin te doen en je enkel en alleen te laten leiden door je eigen oordeel... Maar je ziet het! Het resultaat van dit alles heet 'onvruchtbaarheid'.

Kind, als je je eigen oordeel niet laat varen, als je hoogmoedig bent, als je je vastbijt in 'jouw' apostolaat, zul je de hele nacht zwoegen - je hele leven zal één lange nacht zijn! - en uiteindelijk zul je bij het ochtendgloren met lege netten staan.


575

De gedachte aan Christus' dood is als een oproep om onze dagelijkse bezigheden oprecht onder ogen te zien en het geloof dat wij belijden serieus te nemen.

Het moet een reden zijn om je te verdiepen in de intensiteit van de liefde van God en Hem daarna - met woord en daad - voor de mensen zichtbaar te maken.


576

Als christen - want dat ben je en dien je elk uur van de dag te zijn - moet je ervoor zorgen dat je het 'dringende' bovennatuurlijke woord op de lippen hebt, dat motiveert, aanspoort en de uitdrukking is van je levensideaal.


577

Er gaat een enorme gemakzucht - en soms een groot gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef - schuil achter de houding van mensen met een leidende functie, die de onaangename taak uit de weg gaan iemand terecht te wijzen, met het excuus dat ze anderen niet willen laten lijden.

Zij besparen zich in dit leven misschien wel narigheid..., maar zetten het eeuwig geluk - dat van zichzelf en dat van anderen - op het spel, door hun nalatigheden die zondig zijn.


578

Velen ervaren een heilige als 'ongemakkelijk', maar dat betekent niet dat hij onuitstaanbaar moet zijn.

Zijn ijver mag nooit bitter zijn; zijn terechtwijzing nooit grievend; zijn voorbeeld nooit een morele, arrogante klap in het gezicht van de naaste.


579

Een jonge priester had de gewoonte zich tot Jezus te richten met de woorden van de apostelen: Edissere nobis parabolam, leg ons de gelijkenis uit. En hij voegde eraan toe: Meester, leg de helderheid van uw leer in onze ziel, opdat die altijd in ons leven en in onze werken aanwezig is... en wij die aan anderen kunnen doorgeven.

Zeg jij Hem dat ook.


580

Heb altijd de moed - dit is nederigheid en dienstbaarheid jegens God - om de geloofswaarheden naar voren te brengen zoals ze zijn; dus ondubbelzinnig en zonder aan de inhoud afbreuk te doen.


581

Voor de katholiek is er er maar één houding mogelijk: we moeten het gezag van de paus altijd verdedigen en altijd bereid zijn onze mening bij te stellen, om het onderricht van de Kerk te volgen.


582

Een hele tijd geleden vroeg iemand nogal indiscreet of wij, die de loopbaan van het priesterschap hebben gekozen, later recht hebben op een uitkering of op pensioen. Omdat ik geen antwoord gaf bleef hij, weinig opportuun, aandringen.

Toen kwam ik op een antwoord waaraan naar mijn gevoel geen woord toegevoegd hoeft te worden: het priesterschap - zei ik - is geen loopbaan, het is apostolaat!

Zo zie ik het. Ik heb het bij deze punten willen opnemen, opdat wij - met de hulp van de Heer - het verschil nooit uit het oog verliezen.


583

Een katholieke geest hebben impliceert dat we de zorg voor de hele Kerk op onze schouders voelen rusten en niet alleen de zorg voor een of ander concreet stukje ervan. Het vereist dat ons smeekgebed de hele wereld omvat, van noord tot zuid, van oost tot west.

Op die manier zul je de uitroep - het schietgebedje - van die vriend van ons begrijpen, toen hij de liefdeloosheid van velen jegens onze heilige Moeder de Kerk zag: Ik lijd om de Kerk!


584

“Dag in dag uit drukt mij de zorg voor al de gemeenten”, schreef de heilige Paulus. Die verzuchting van de apostel herinnert alle christenen - ook jou! - aan hun verantwoordelijkheid. We moeten alles wat wij zijn en kunnen met een liefdevolle trouw aan de voeten leggen van de Bruid van Jezus Christus, de heilige Kerk, ook al gaat dat ten koste van bezit, eer of leven.


585

Laat je niet afschrikken door het complot van stilzwijgen waarmee ze de Kerk monddood willen maken, en reageer in zoverre dat voor jou mogelijk is. Sommigen zorgen ervoor dat de stem van de Kerk niet gehoord wordt; anderen verhinderen dat men het voorbeeld ziet van degenen die haar verkondigen met hun leven; weer anderen wissen elk spoor van de goede leer uit... en zeer velen kunnen de Kerk niet verdragen.

Nogmaals, laat je niet afschrikken en word niet moe de verkondiger te zijn van wat de Kerk leert.


586

Word elke dag 'roomser'. Bemin die gezegende status die de kinderen van de ene en ware Kerk siert. Zo heeft Christus het gewild.


587

De devotie tot de Maagd Maria wekt in de zielen van de gelovigen de bovennatuurlijke drang om te handelen als domestici Dei, als huisgenoten van God.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende