Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Smidse > Werk > Hst 9
678

Door het onderricht van de heilige Paulus weten we dat we de wereld moeten vernieuwen in de geest van Jezus Christus, dat we de Heer aan de top en in het centrum van alle dingen moeten plaatsen.

Denk je dat je dat bij je bezigheden en in je beroep doet?


679

Waarom probeer je niet je hele leven - je werk, je ontspanning, je tranen en je glimlach - om te zetten in een dienst aan God?

Dat kun je... en dat moet je!


680

Ieder schepsel, de hele schepping, letterlijk iedere gebeurtenis in je leven, moet je een stap dichter bij God brengen. Het moet je helpen Hem te leren kennen, te beminnen, te bedanken en ervoor te zorgen dat alle mensen Hem leren kennen en van Hem gaan houden.


681

We hebben de plicht om gewetensvol, met verantwoordelijkheidsbesef, met liefde en met volharding te werken, zonder oppervlakkig of nalatig te zijn. Werken is immers een gebod van God en zoals de psalmist zegt, moeten we Hem in laetitia, met blijdschap gehoorzamen!


682

Alles wat menselijk gezien waardevol is, moeten we voor God zien te winnen.


683

Wie echt liefheeft, heeft geen tijd om met zichzelf bezig te zijn. Hij heeft geen ruimte voor de hoogmoed en zal alleen maar gelegenheden zoeken om anderen van dienst te zijn!


684

Iedere bezigheid - of die menselijk gezien belangrijk is of niet - moet voor jou een middel zijn om God en de mensen te dienen. Dat geeft de ware dimensie aan ons handelen.


685

Werk altijd en in alles met offergeest, zodat je Christus aan de top van alle activiteiten van de mensen kunt plaatsen.


686

Ook bij de kleine, dagelijks terugkerende dingen gaat het erom aan de genade te beantwoorden. Ze kunnen onbelangrijk lijken, maar zij hebben de grootheid van de Liefde in zich.


687

Vergeet niet dat ieder werk, dat menselijk gezien waardig, edel en nobel is, verheven kan - en moet! - worden tot de bovennatuurlijke orde, waardoor het een goddelijke bezigheid wordt.


688

Jezus, onze Heer en ons voorbeeld, groeide op en leefde als één van ons. Zo openbaarde Hij ons dat het menselijk leven - ook dat van jou - met al zijn gewone, dagelijkse bezigheden, een goddelijke betekenis heeft met eeuwigheidswaarde.


689

Prijs de goedheid van God, onze Vader! Hij geeft je de zekerheid dat jouw gezin, jouw familie en jouw vaderland dat je zo lief is, materie voor je heiligheid zijn. Is dit geen reden om blij te zijn?


690

Mijn dochter, nu je een gezin hebt wil ik je graag aan iets herinneren dat je heel goed weet: jullie, vrouwen, beschikken over veel kracht, die jullie in een bijzondere zachtheid weten te verpakken, zodat die onopgemerkt blijft. En met die kracht kunnen jullie van je echtgenoot en van je kinderen werktuigen van God, of van de duivel maken.

Jij zult er zeker voor zorgen dat die van jou instrumenten van God worden: de Heer rekent op jouw hulp.


691

Ik vind het ontroerend dat de apostel het christelijk huwelijk een sacramentum magnum noemt, een groot sacrament. Ook daar leid ik uit af dat de taak van ouders buitengewoon belangrijk is.

Jullie delen in de scheppende macht van God, waardoor de menselijke liefde heilig, edel, goed en een vreugde voor het hart is. Wie - zoals ik en andere mensen - van het huwelijk afzien, doen dat in alle vrijheid, omdat God dat in zijn liefdevolle voorzienigheid zo wil.

Elk kind dat God jullie toevertrouwt is een grote goddelijke zegen: wees niet bang om meer kinderen te krijgen!


692

In mijn gesprekken met echtparen dring ik er vaak op aan om, zolang zij tijd van leven hebben, hun kinderen te helpen heilig te worden. Hoewel niemand dat hier op aarde kan bereiken, kunnen we wel strijden, strijden en nog eens strijden.

Daar wil ik aan toevoegen: jullie, christelijke ouders, zijn een grote geestelijke motor voor jullie kinderen, waardoor jullie hun de sterkte van God geven voor deze strijd om te overwinnen en heilig te worden. Laat hen niet in de steek!


693

Wees niet bang om, omwille van de Heer, van de mensen te houden. Dat jouw familie daarbij op de eerste plaats komt is goed, vooropgesteld dat je - ook al houd je nog zoveel van hen - duizend keer meer van God houdt.


694

Coepit facere et docere. Jezus begon te doen en daarna te onderrichten. Wij moeten door ons voorbeeld een getuigenis geven. We kunnen geen dubbelleven leiden door anderen iets te leren wat wij zelf niet doen. Met andere woorden: wat we anderen leren moeten we op zijn minst door te strijden in praktijk willen brengen.


695

Christen: je hebt de plicht op alle gebieden voorbeeldig te zijn, ook door als burger de wetten in acht te nemen die het algemeen welzijn bevorderen.


696

Je verlangt van anderen, zoals van mensen in de dienstverlening, dat ze hun taak perfect uitvoeren. Het is hun plicht! zeg je dan. Heb je je wel eens afgevraagd of jij je aan je werktijden houdt en of je die gewetensvol vult?


697

Kom al je burgerplichten na en probeer je nergens aan te onttrekken. Gebruik ook al je rechten ten bate van het algemeen welzijn en wees zo verstandig geen uitzonderingen te maken.

Ook dat is een christelijk getuigenis.


698

Als we ons werk werkelijk willen heiligen, zullen we toch zeker aan de eerste voorwaarde moeten voldoen: menselijk en bovennatuurlijk goed werken.


699

Wees vriendelijk voor je naasten! Heb voor iedereen - met de nodige opportuniteit en natuurlijkheid - een glimlach over, ook als je het liefst zou huilen. Zo bewijs je allen een dienst, zonder daar zelf enig voordeel van te hebben.


700

Half werk is niet meer dan een karikatuur van het totale offer dat God van je vraagt.


701

Als je zegt dat je Christus wilt volgen... en je hebt tijd over, dan ben je de weg van de lauwheid ingeslagen!


702

Het beroepswerk - ook het huishouden is een beroep van de eerste categorie - getuigt van de waardigheid van het menselijk schepsel. Het is een gelegenheid om de persoonlijkheid te ontplooien; het schept een band met anderen; het is een middel om in ons onderhoud te voorzien, de maatschappij waarin we leven te verbeteren en de vooruitgang van de gehele mensheid te bevorderen...

Voor een christen worden deze perspectieven nog eens extra benadrukt, omdat Christus zelf werkte, en dit tot een bevrijdende en verlossende werkelijkheid maakte. Daarom is het werk voor ons een middel en een weg naar de heiligheid; concrete stof die we heiligen en die ons heiligt.


703

De Heer wil dat wij, zijn kinderen, die de genade van het geloof hebben ontvangen, de oorspronkelijke optimistische visie op de schepping uitdragen; de 'liefde voor de wereld' die in het christendom besloten ligt.

Daarom mag het jou nooit ontbreken aan enthousiasme bij je werk, of aan inzet bij de opbouw van de aardse stad.


704

Je moet er bij je werk op bedacht zijn dat successen en mislukkingen - want die zullen er ook zijn - je geen seconde doen vergeten wat het werkelijke doel van je werk is: de glorie van God!


705

De christelijke verantwoordelijkheid bij het werk wordt niet alleen vertaald in het volmaken van de uren, maar ook in het werken met kennis van zaken, met kundigheid... en vooral met liefde tot God.


706

Wat zonde de tijd te doden! Het is een schat die we van God gekregen hebben.


707

Aangezien ieder degelijk beroep geheiligd kan en moet worden, is er niet één kind van God dat het recht heeft te zeggen: ik kan geen apostolaat doen.


708

Uit het verborgen leven van Jezus moet je ook deze conclusie trekken: geen haast... en tegelijkertijd wel haast hebben!

Dat wil zeggen dat het geestelijk leven op de eerste plaats komt; het andere - het apostolaat, al het apostolaat - is daar een uitvloeisel van.


709

Ga de confrontatie met de problemen van deze wereld aan met bovennatuurlijke visie en op basis van de morele normen. Ze vormen geen bedreiging of aantasting van je persoonlijkheid, maar ze geven daar wél richting aan.

Jouw leefwijze zal op die manier een bezielende kracht hebben die anderen meesleept; en het zal voor jou een bevestiging zijn dat je op de goede weg bent.


710

De Heer wil dat je heilig wordt, zodat je anderen zult heiligen. Maar daarvoor moet je de moed en de oprechtheid hebben eerst naar jezelf te kijken, dan naar God... en pas daarna naar de wereld.


711

Ontwikkel je positieve eigenschappen, want ze kunnen als basis dienen voor het bouwwerk van je heiliging. Denk er ook aan dat je - zoals ik je al eens eerder heb gezegd - in de dienst van God alles moet verbranden; ook de angst voor het oordeel van de mensen en, zonodig, zelfs wat 'goede naam' wordt genoemd.


712

Je hebt vorming nodig. Dit zal je een groot verantwoordelijkheidsbesef geven, waardoor je het optreden van katholieken in het openbare leven - met alle respect voor de vrijheid van ieder - zult stimuleren en bezielen, en allen eraan zult herinneren dat ze moeten handelen in overeenstemming met het geloof.


713

Door je werk met de grootst mogelijke menselijke en bovennatuurlijke perfectie af te ronden, kun je - moet je! - overal waar je bezig bent een christelijke maatstaf doorgeven.


714

Als christen mag je je niet afzijdig houden. Je hebt de plicht je loyaal en op vrijwillige basis in te zetten voor het algemeen welzijn.


715

Wij, kinderen van God, met dezelfde burgerrechten als ieder ander, moeten zonder complexen deelnemen aan al het zinvolle en fatsoenlijke wat mensen doen en organiseren, opdat Christus daar aanwezig is.

De Heer zal ieder van ons rekenschap vragen van het gebruik van onze persoonlijke vrijheid: of we ons uit nalatigheid of gemakzucht hebben willen onttrekken aan activiteiten en beslissingen die de samenleving van vandaag en morgen bepalen.


716

Bescheiden, zonder menselijk opzicht en met een oprechte nederigheid - want onze sterkte hebben we in de naam van God en niet, zoals de psalm zegt, uit hoofde van 'strijdwagens en paarden' -, dienen we ervoor te zorgen dat er geen hoekje van de samenleving overblijft waar men Christus niet kent.


717

Gebruik je vrijheid om, met je aanleg of kwaliteiten, actief deel te nemen aan wat waardevolle openbare of particuliere instellingen van je land doen. Laat je daarbij door je christelijk verantwoordelijkheidsgevoel leiden. Deze organisaties zijn nooit zonder betekenis voor het tijdelijk of eeuwig welzijn van de mensen.


718

Gebruik je recht als burger door actief te zijn in instellingen en maatschappelijke structuren. Zet je ervoor in, dat ze de beginselen van de christelijke levensopvatting als uitgangspunt nemen.

Je kunt er zeker van zijn dat je op deze manier veel mensen de mogelijkheid biedt om menswaardig te leven, en met de genade van God vergemakkelijk je hun de weg om persoonlijk te beantwoorden aan de christelijke roeping.


719

Als christen en als burger heb je de plicht om uit piëteit en cultuurbesef, de gedenktekens die over stad en land verspreid zijn - zoals kruisbeelden en Mariabeelden - in stand te houden en ze te herstellen als zij door vandalisme of door de tijd vernield zijn.


720

De zogenaamde 'vrijheden van het verderf' moeten met kracht bestreden worden. Ze zijn dochters van de losbandigheid, kleindochters van de kwade begeerten, achterkleindochters van de erfzonde... In één woord, ze stammen rechtstreeks van de duivel af.


721

Omwille van de objectiviteit en om ergere schade te voorkomen, wil ik er met nadruk op wijzen dat Gods vijanden niet onnodig in de publiciteit gebracht of toegejuicht hoeven te worden..., ook niet na hun dood.


722

Onze Moeder de heilige Kerk wordt in onze tijd op sociaal gebied aangevallen, ook van overheidswege. Daarom stuurt God zijn kinderen - ook jou! - om daar tegenin te gaan en de waarheid over het geloof te verbreiden.


723

Als gewone burger wordt van jou verwacht - omdat je evenzeer burger bent als jouw collega's - dat je de moed hebt, wat soms geen kleinigheid is, om je geloof 'tastbaar' te maken: ze mogen je goede werken zien en ze mogen je beweegredenen kennen.


724

Een kind van God - zoals jij - mag niet bang zijn voor het beroeps- of sociale milieu waarin het zich beweegt... Het is nooit alleen!

De Heer is altijd bij je. Hij geeft je de middelen om Hem trouw te zijn en om anderen met Hem in contact te brengen.


725

Alles uit Liefde! Dat is de weg van de heiligheid en van het geluk.

Bekijk je intellectuele werkzaamheden, je hogere geestelijke bezigheden en de meest alledaagse dingen - die we allemaal moeten doen - vanuit dat gezichtspunt, en je zult vreugde en vrede hebben.


726

Als christen kun je, binnen de grenzen van het dogma en van de moraal, alles wat met jezelf te maken heeft prijsgeven, en van harte zelfs..., maar je kunt niet prijsgeven wat van Christus is.


727

Als je leiding geeft, moet je dat met tact doen zonder te vernederen; met respect voor het verstand en de wil van degene die gehoorzaamt.


728

Vanzelfsprekend heb je materiële middelen nodig. Maar probeer er niet aan gehecht te zijn en vraag je altijd af hoe je ze in dienst van God en de mensen kunt gebruiken.


729

Echt alles plannen? - Alles! heb je me gezegd. - Het is natuurlijk wel zo dat we verstandig moeten zijn, maar houd er ook rekening mee dat bij wat we ondernemen - of dat nu moeilijk of gemakkelijk is - niet altijd alles te voorzien is. Een christen mag de weg van het vertrouwen nooit afsluiten; hij rekent op de goddelijke Voorzienigheid.


730

Je moet je werk met een zodanig bovennatuurlijke visie doen, dat je alleen maar door je bezigheden wordt opgenomen om ze te vergoddelijken: zo wordt het aardse goddelijk en wordt het tijdelijke eeuwig.


731

Wat in dienst van God ondernomen wordt, gaat nooit verloren door geldgebrek: het gaat verloren door gebrek aan goede geest.


732

Ben je niet blij de armoede van Jezus van zo dichtbij te ervaren...? Het is mooi om zelfs het noodzakelijke niet te hebben! Maar beleef de armoede wel zoals Hij: verborgen en in stilte.


733

Echte godsvrucht, werkelijke liefde tot God, zet ons aan tot werken en tot de - soms moeizame - vervulling van onze dagelijkse plichten.


734

Men heeft vaak gewezen op het gevaar van activiteiten waaraan geen innerlijk leven ten grondslag ligt. Men zou ook het gevaar moeten benadrukken van een innerlijk leven zonder werken, áls dat al mogelijk is.


735

De innerlijke strijd houdt ons niet af van onze bezigheden in de wereld. Integendeel! Ze helpt ons om die tot een beter einde te brengen!


736

Je leven is niet steeds weer een herhaling van hetzelfde. Iedere volgende stap moet je met meer goede wil, meer doeltreffendheid en meer liefde doen dan de vorige. Elke dag een nieuw licht en een nieuwe illusie! Om Hem!


737

Doe elke dag alles wat in je vermogen ligt om God beter te leren kennen, meer met Hem 'om te gaan', steeds meer van Hem te gaan houden en aan niets anders te denken dan aan zijn Liefde en zijn glorie.

Dit kun je, mijn kind, als je je door niets laat afhouden van de tijd die je gereserveerd hebt voor gebed, als je de aanwezigheid van God verzorgt (met schietgebeden en geestelijke communies om vurig te blijven), als je de heilige Mis zonder haast bijwoont, en je je werk - dat je voor Hem doet - goed doet.


738

Ik zal nooit de mening delen van mensen die een scheiding maken tussen contemplatief en actief leven - ook al respecteer ik die mening -, alsof dat niet met elkaar te verenigen is.

De kinderen van God moeten contemplatief zijn. We moeten mensen zijn, die midden in het lawaai van de wereld, de stilte in het hart weten te vinden voor een ononderbroken gesprek met de Heer, waarbij zij naar Hem opzien als naar een vader, naar een vriend, van wie ze ontzettend veel houden.


739

Iemand die écht vroom is doet zijn werk zo goed mogelijk, omdat hij weet dat zijn werk gebed is.


740

Onze status als kinderen van God zal ons ertoe aanzetten - ik herhaal het opnieuw - om bij alle menselijke activiteiten een contemplatieve geest te hebben; om licht, zout en gist te zijn, door het gebed, de versterving, de vorming in de leer en de deskundigheid in ons beroep. Dit programma zullen we realiseren: naarmate we meer in de wereld zijn, zullen we meer in God opgaan.


741

Puur goud en diamanten zitten in het binnenste van de aarde, en liggen niet in de palm van de hand.

Jouw heiligingswerk - dat van jezelf en dat van de anderen - is afhankelijk van de overgave en de blijdschap waarmee je je dagelijks inzet voor je vaak heel gewone en verborgen werk.


742

Bij ons dagelijks doen en laten hebben we een eigenschap nodig die veel verder reikt dan die van de legendarische koning Midas: hij veranderde alles wat hij aanraakte in goud.

We moeten de gewone dagelijkse arbeid - uit liefde - veranderen in een werk van God, dat een eeuwige reikwijdte heeft.


743

Alles in je leven kan materie zijn om God aan te bieden, je hoeft het je maar voor te nemen. Alles kan een aanleiding zijn om met je Vader in de hemel te spreken, die altijd een nieuw licht voor ons klaar heeft.


744

Werk met blijdschap en vrede in aanwezigheid van God.

Dat zal je ook helpen met gezond verstand te werken en af te maken waarmee je bezig bent, ook als je moe bent... Je zult goed werk leveren en je werk zal God aangenaam zijn.


745

Spreek in de loop van de dag voortdurend met de Heer. De gebeurtenissen bij je werk zullen je daar ook stof voor geven.

Ga in gedachten naar het tabernakel... en bied Hem het werk aan waarmee je bezig bent.


746

Laat je hart vanaf je werkplek ontsnappen naar God in het tabernakel, om Hem, zonder iets vreemds te doen, te zeggen: Mijn Jezus, ik houd van U.

Wees niet bang Hem aan te spreken met 'mijn Jezus' en dat vaak te herhalen.


747

Een priester wilde zich als volgt toeleggen op het bidden van het brevier: “Ik neem de gewoonte aan bij het begin te zeggen: 'ik wil bidden zoals de heiligen bidden', en daarna vraag ik mijn engelbewaarder om samen met mij lof aan God te zingen.”

Probeer deze weg te volgen bij je mondgebed. Het is ook een middel om de aanwezigheid van God bij je werk te bevorderen.


748

God heeft jou geroepen om een concrete weg te volgen: op alle kruispunten van de wereld aanwezig zijn door - in je werk - helemaal op te gaan in God.


749

Raak nooit de bovennatuurlijke visie kwijt. Stel je bedoeling bij - zoals de koers van een schip op volle zee wordt bijgesteld - door altijd naar de ster te kijken, door naar Onze Lieve Vrouw te kijken. Dan heb je de zekerheid de haven te bereiken.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende