 |
46 |
 |
Mijn God, ik zie dat ik U nooit als mijn Verlosser zal accepteren, als ik U niet tegelijkertijd als mijn voorbeeld beschouw.
Geef mij, omdat U arm wilde zijn, liefde voor de heilige armoede. Ik neem me voor om - met de hulp van uw genade - arm te leven en arm te sterven, zelfs als ik over miljoenen zou beschikken.
|
 |
|