 |
889 |
 |
In de praktijk geven christenen het gebod van de liefde niet de buitengewoon belangrijke plaats die het toekomt. In die wonderbaarlijke laatste redevoering zei Christus, bij wijze van testament, tot de zijnen: Mandatum novum do vobis, ut diligatis invicem, een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben.
En Hij drong nog aan: In hoc cognoscent omnes quia discipuli mei estis, hieruit zullen allen kunnen opmaken, dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart.
Hopelijk besluiten wij te leven zoals Hij het wil!
|
 |
|