Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Voor > Oprechtheid > Hst 10
323

Wie voor zijn geestelijk leidsman een bekoring verbergt deelt een geheim met de duivel. - Hij is vriend van de vijand geworden.


324

Het stof en de verblinding van die bepaalde val zijn in jou de oorzaak van onrust en ook van gedachten die je van je vrede beroven.

Heb je verlichting gezocht in je tranen bij de Heer, en in een vertrouwelijk gesprek met een van je broeders?


325

Oprechtheid: tegenover God, tegenover je geestelijk leidsman, tegenover je broeders de mensen - Op die manier ben ik zeker van je standvastigheid.


326

Hoe je openhartig en eenvoudig wordt? Beluister en overweeg deze woorden van Petrus: Domine, Tu omnia nosti, Heer, Gij weet alles!


327

“Wat moet ik zeggen?”, - vraag je me als je je ziel voor me gaat blootleggen. En ik antwoord je met een zeker geweten: “op de eerste plaats datgene waarvan je niet zou willen dat een ander het wist”.


328

Misschien zie je in anderen wel je eigen fouten. Si oculus tuus fuerit simplex - als je oog helder is, zal je hele lichaam verlicht worden; maar als het ziek is, is je hele lichaam verduisterd.

Bovendien: “Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder en zie je de balk in je eigen oog niet?”.

Onderzoek jezelf.


329

Wij allemaal moeten ons hoeden voor een gebrek aan objectiviteit, telkens als het erom gaat ons eigen gedrag te beoordelen - Jij ook.


330

Toegegeven, je spreekt - bijna - de hele waarheid - Je bent dus niet waarachtig.


331

Je beklaagt je, en ik zal mijn zin met een heilige ontoegeeflijkheid afmaken: je beklaagt je - omdat ik deze keer de vinger op de zere plek heb gelegd.


332

Uit wat je schreef blijkt dat je hebt begrepen wat oprechtheid wil zeggen: “Ik probeer voortaan de dingen bij hun naam te noemen en vooral geen woorden te zoeken om iets te zeggen dat er niet is”.


333

Denk er goed aan: doorzichtig zijn betekent eerder niet verbergen, dan willen vertonen - Je moet zorgen dat ze de voorwerpen die onder in het glas liggen kunnen onderscheiden - en je moet niet proberen de lucht zichtbaar te maken.


334

We moeten altijd zó handelen in Gods tegenwoordigheid dat we niets voor anderen te verbergen hebben.


335

Je zorgen zijn voorbij - Je hebt ontdekt dat al je problemen met een bewonderenswaardig gemak worden opgelost, als je openhartig bent tegenover je geestelijk leidsman.


336

Wat zitten ouders, leraren, of geestelijk leiders er naast - als ze volstrekte openhartigheid eisen en dan schrikken als ze de hele waarheid te horen krijgen!


337

In het woordenboek las je de synoniemen voor onoprecht: niet recht op de man af, achterbaks, geveinsd, sluw, listig... Je deed het boek dicht en vroeg de Heer dat die omschrijvingen nooit op jou zouden hoeven te slaan, en je nam je eens te meer voor om vooruit te gaan in die bovennatuurlijke èn menselijke deugd van oprechtheid.


338

Abyssus abyssum invocat, - de ene afgrond roept de andere afgrond op, heb ik je al eerder gezegd. Dat is een nauwkeurige beschrijving van het gedrag van leugenaars, schijnheiligen, afvalligen en verraders: omdat ze onvrede hebben met hun eigen manier van doen, verbergen ze hun wandaden voor anderen, en zo vervallen ze van kwaad tot erger en scheppen een kloof tussen zichzelf en hun naaste.


339

Tota pulchra es Maria, et macula originalis non est in te! -Geheel schoon zijt gij, Maria, niet door de erfzonde bevlekt! - zingt de liturgie uitbundig. In haar is niet de minste zweem van dubbelheid: ik bid onze Moeder dan ook dagelijks dat wij ons hart zullen kunnen openleggen tegenover onze geestelijk leidsman, opdat het licht van de genade op al ons handelen zal schijnen!

Als wij haar erom bidden, zal Maria voor ons de moed tot oprechtheid verkrijgen, zodat wij dichter bij de Heilige Drieëenheid kunnen komen.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende