Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Voor > Gebed > Hst 14
444

Kunnen we, als we ons van onze plichten bewust zijn, een hele dag voorbij laten gaan zonder eraan te denken dat we een ziel hebben?

Uit onze dagelijkse overweging moet de voortdurende zelfcorrectie voortkomen die we nodig hebben om niet van onze weg af te raken.


445

Als je niet meer bidt, leef je aanvankelijk nog op je geestelijke reserves - en daarna, van bedrog.


446

Mediteren - Gedurende een vaste tijd, op een vast uur. Anders zal de meditatie afhankelijk worden van onze gemakzucht: dat is een gebrek aan versterving. En gebed zonder versterving is nauwelijks efficiënt.


447

Je hebt geen innnerlijk leven: omdat je in je gebed niet de zorgen van de mensen om je heen en hun zieleheil betrekt; omdat je niet je best doet om de zaken duidelijk voor je te zien en concrete voornemens te maken en ten uitvoer te brengen; omdat je geen bovennatuurlijke visie hebt op je studie, je werk, je gesprekken, je omgang met anderen.

Hoe staat het met je bewustzijn van Gods tegenwoordigheid, want dat moet toch het gevolg en de uiting van je gebedsleven zijn?


448

Nee? - Omdat je geen tijd hebt gehad? - Je hèbt tijd. Bovendien, wat zullen je werkzaamheden kunnen voorstellen, als je ze niet in tegenwoordigheid van de Heer hebt overwogen om ze op de goede manier te ordenen? Hoe zul je zonder dat gesprek met God je dagelijkse werk op een volmaakte manier kunnen verrichten? - Kijk, het lijkt net zoiets als dat je zou beweren dat je geen tijd hebt om te studeren omdat je het te druk had met lesgeven... - Zonder studie kun je niet goed onderwijs geven.

Het gebed gaat voor alles. Als je dat begrijpt maar niet in praktijk brengt, kom er dan niet mee aan dat je geen tijd hebt: je wìlt eenvoudig niet bidden!


449

Gebed, meer gebed! - Dat lijkt nu, in examentijd, in grotere werkdrukte, tegenstrijdig - Toch heb je het nodig: niet alleen het gewone gebed, als vaste beoefening van de vroomheid, maar ook het gebed in verloren ogenblikken; het gebed tussen de ene en de andere bezigheid in, in plaats van dat je je aan onbenullige gedachten overgeeft.

Het geeft niet als het je, ondanks je pogingen, niet lukt je te concentreren en te bezinnen. Zo'n meditatie kan veel meer waarde hebben dan de meditatie die je in de aangename rust van een kapel hebt verricht.


450

Een doeltreffende gewoonte om je in Gods tegenwoordigheid te stellen: reserveer iedere dag je eerste - afspraak - voor Christus.


451

Het gebed is geen voorrecht van kloosterlingen. Het is de christenplicht van mannen en vrouwen van de wereld, die weten dat ze kinderen van God zijn.


452

Zeker, je moet doorgaan op je weg: als man van de daad - geroepen tot contemplatie.


453

Een katholiek die niet bidt? - Dat is net zoiets als een soldaat zonder wapens.


454

Bedank de Heer voor die grote gunst die Hij je heeft verleend, dat Hij je heeft doen inzien dat “slechts één ding noodzakelijk is”. - En verbind aan je dankzegging dagelijks je smeekbede voor hen die Hem nog niet kennen of die Hem nog niet hebben begrepen.


455

Toen ze jou wilden - vangen, vroeg je je af waar ze die kracht en vurigheid vandaan haalden, waardoor alles in brand wordt gezet. - Nu je aan gebed doet, heb je gemerkt dat dit de bron is die bij de ware kinderen van God opwelt.


456

Je minacht het mediteren - Maar is het niet zo dat je bang bent, dat je de anonimiteit zoekt, dat je niet met Christus onder vier ogen durft te spreken?

Je ziet wel dat er veel manieren zijn om die praktijk te - minachten, ook al beweert men dat men hem beoefent.


457

Het gebed: dat is het moment van heilige intimiteiten en vaste besluiten.


458

Wat een goed uitgedachte smeekbede van die ziel die zei: Heer, laat me niet in de steek! Ziet U niet dat - iemand anders - mij naar beneden trekt?


459

Zal de Heer mijn ziel opnieuw doen ontvlammen? - Je verstand en een diepe, verre hunkering in je, die misschien hoop is, verzekeren je van wèl - Aan de andere kant houden je gevoelens en je wil - van het ene heb je te veel en van het andere te weinig - je totaal vast in een verlammende, starre droefgeestigheid, alsof ze grijnzend de spot met je drijven.

Luister hoe de Heilige Geest beloofd wordt: “Heel binnenkort zal Hij komen die komen moet en Hij zal niet talmen. Intussen leeft mijn rechtvaardige door het geloof.”


460

Het echte gebed, dat de hele persoon in beslag neemt, wordt niet zozeer bevorderd door de eenzaamheid van de woestijn als door inkeer in jezelf.


461

We baden die avond in de open lucht, de duisternis viel in. We moeten een enigszins vreemde aanblik hebben geboden voor iemand die niet wist wat wij aan het doen waren: zittend op de grond, in een stilte die alleen werd onderbroken door het oplezen van enkele korte teksten om over te mediteren.

Dat gebed in het vrije veld waarvan een - krachtige aandrang - uitging, voor degenen die bij ons waren, voor de Kerk, voor de zielen, vond in de hemel een dankbaar en vruchtbaar onthaal: iedere plaats die je kiest, is geschikt voor zo'n ontmoeting met God.


462

Ik vind het fijn dat je die neiging hebt om in je gebed veel kilometers af te leggen: je denkt aan andere landen dan waar je bent; je hebt mensen van andere rassen voor ogen; je hoort uiteenlopende talen - Het is als een echo van die opdracht van Jezus: Euntes docete omnes gentes - Gaat en onderwijst alle volkeren.

Om steeds verder te kunnen komen moet je dat vuur van liefde aansteken in de mensen om je heen! Je dromen en verlangens zullen dan werkelijkheid worden: eerder méér en beter dan je denkt!


463

Soms is het gebed van verstandelijke aard; soms, misschien maar zelden, is het heel vurig; en misschien wel dikwijls, is het droog, droog, droog - Maar het belangrijkste is, dat je je met Gods hulp niet laat ontmoedigen.

Denk eens aan de schildwacht op zijn post: hij weet niet of de koning of het staatshoofd in het paleis is, hij is niet op de hoogte van wat hij doet, en meestal weet de persoon in kwestie ook niet wie de wacht houdt.

Met onze God is dat heel anders: Hij leeft waar jij leeft, houdt zich met je bezig, kent jou en je intiemste gedachten - Loop niet weg van je wachtpost die het gebed is!


464

Moet je eens kijken wat een hoop ongegronde redenen de vijand je voorzet met de bedoeling dat je stopt met bidden: - Ik heb geen tijd - terwijl je voortdurend je tijd loopt te verknoeien ; - dat is niets voor mij, - het raakt mijn hart niet -

Het gebed is geen kwestie van spreken of voelen, maar van liefhebben. En je hebt lief als je je best doet om iets tegen de Heer te zeggen, al zeg je in feite misschien niets.


465

- Eén minuut intens gebed is wel genoeg. - Dat zei iemand die nooit bad.

Zou iemand die verliefd is, kunnen begrijpen dat het genoeg was om één minuut intens naar zijn geliefde te kijken?


466

Dat ideaal om de strijd van Christus te strijden - en de overwinning te behalen - kan alleen worden verwezenlijkt door gebed en offer, door het geloof en de liefde. - Dus - ga bidden, geloven, lijden en liefhebben!


467

Versterving is de ophaalbrug die het betreden van het kasteel van het gebed mogelijk maakt.


468

Wees niet ontmoedigd: hoe onwaardig de mens ook is, hoe onvolmaakt zijn gebed ook is, als het nederig en volhardend is, verhoort God het altijd.


469

Heer, ik verdien niet dat U me verhoort want ik ben slecht, bad een berouwvolle ziel. En hij voegde eraan toe: maar luister toch naar me quoniam bonus - want Gij zijt goed.


470

De Heer die zijn leerlingen had uitgezonden om te preken, roept ze bij hun terugkeer bij elkaar en nodigt ze uit met Hem naar een eenzame plaats te gaan om daar uit te rusten - Wat zou Jezus hen allemaal niet vragen en vertellen! Ja - het evangelie blijft steeds actueel.


471

Ik begrijp je heel goed als je over je apostolaat schrijft: “Ik ga nu drie uur in gebed met mijn natuurkundeboek. Dat zal een bombardement zijn om de - stelling - aan de andere kant van de tafel hier in de bibliotheek tot - overgave - te brengen - U kent hem nog wel van de keer dat U hier was.”

Ik herinner me de blijdschap waarmee je reageerde toen je van me hoorde dat er geen kloof hoeft te zijn tussen gebed en werk.


472

De gemeenschap der heiligen: die jonge ingenieur ondervond dat toen hij zei: “Vader, op die dag, zo en zo laat, zat u voor mij te bidden.”

Dat is en blijft de eerste wezenlijke hulp die wij de zielen moeten bieden: gebed.


473

Maak er een gewoonte van om 's morgens als je je aankleedt mondgebedjes te bidden, zoals kleine kinderen dat doen. - Dan zul je daarna, door de dag heen, meer Gods tegenwoordigheid voelen.


474

De rozenkrans is bijzonder nuttig voor degenen die met hun hoofd moeten werken en die moeten studeren. Want die schijnbaar eentonige manier om tot Onze Lieve Vrouw te bidden zoals kinderen hun moeder om iets vragen, vernietigt geleidelijk elke kiem van ijdelheid en trots.


475

“Onbevlekte Maagd, ik weet heel goed dat ik een arme stakker ben die niet veel anders doet dan iedere dag het aantal van zijn zonden groter maken” Onlangs heb je me gezegd dat je zo met onze Moeder sprak.

En beslist raadde ik je aan de rozenkrans te bidden: gezegende eentonigheid van de weesgegroeten, die je reinigt van de eentonigheid van je zonden!


476

Een treurige middel om de rozenkrans niet te bidden: uitstellen tot het laatste moment.

Wanneer je naar bed gaat, bid je hem -op z'n zachtst gezegd- op slechte wijze en zonder dat je de geheimen overweegt. Op zo'n manier zul je de sleur nauwelijks kunnen vermijden, en de sleur verstikt de echte -de enig mogelijke!- vroomheid.


477

De rozenkrans wordt niet alleen gebeden met de lippen die het ene na het andere weesgegroet mompelen. Zo prevelen de kwezels. -Bij de christen is het mondgebed geworteld in het hart, zodat de geest bij het bidden van de rozenkrans in ieder van de geheimen kan doordringen.


478

Je stelt de rozenkrans steeds maar uit tot straks en laat hem ten slotte achterwege omdat je slaap hebt. - Als je geen tijd vrij kunt maken, bid hem dan onderweg, zonder dat iemand het hoeft te merken. Dat zal je bovendien helpen om Gods tegenwoordigheid te voelen.


479

“Bid voor mij”, vroeg ik hem zoals ik dat altijd doe. Verwonderd zei hij terug: “Maar is er dan iets met u aan de hand?”.

Ik moest hem duidelijk maken dat er ieder ogenblik iets met ons allemaal gebeurt of aan de hand is; en ik voegde eraan toe dat als er niet gebeden wordt, er “hoe langer hoe meer slechte dingen gebeuren”.


480

Herhaal in de loop van de dag je oefeningen van berouw: bedenk dat Jezus voortdurend beledigd wordt en dat er helaas niet evenredig boete wordt gedaan.

Daarom zeg ik zo vaak: hoe meer oefeningen van berouw, hoe beter! Zeg me dat na, door de manier waarop je leeft en door de raad die je aan anderen geeft.


481

Wat is het tafereel van de blijde boodschap aan Maria ontroerend! - Maria, - hoe vaak hebben we dit niet overwogen! - is in gebed verzonken, legt haar vijf zintuigen en al haar vermogens in het gesprek met God. Tijdens het gebed leert ze de Wil van God kennen; en door het gebed maakt ze die tot haar eigen vlees en bloed: verlies het voorbeeld van de heilige Maagd niet uit het oog!


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende