Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Voor > Menselijk opzicht > Hst 2
34

Als het om de verdediging van de waarheid gaat, hoe kan men dan tegelijkertijd niet aan God willen mishagen èn niet met zijn omgeving in botsing komen? Dat zijn tegengestelde zaken: het is of het één, of het ander. Het offer moet een holocaust zijn: alles moet worden verbrand - zelfs het - wat zullen ze zeggen, zelfs dat wat reputatie wordt genoemd.


35

Wat zie ik nu duidelijk dat de - heilige schaamteloosheid - heel diep in het evangelie is geworteld! Vervul de wil van God, indachtig de vals beschuldigde Jezus, de bespuugde en in het gezicht geslagen Jezus, de Jezus die voor de gerechtshoven van kleine mensjes werd gesleept, en van de zwijgende Jezus!

Voornemen: je hoofd buigen bij beledigingen en - alvast rekening houdend met vernederingen die zeker nog zullen komen - de goddelijke taak voortzetten die de Barmhartige Liefde van onze Heer ons heeft willen toevertrouwen.


36

Je schrikt als je denkt aan het onheil dat wij kunnen aanrichten als we ons laten meeslepen door de vrees of de schaamte dat we er in het dagelijks leven voor moeten uitkomen dat wij christenen zijn.


37

Er zijn mensen die, als ze over God of over het apostolaat spreken, de behoefte schijnen te voelen om zich te verdedigen. Mogelijk omdat ze de waarde van de natuurlijke deugden nog niet hebben ontdekt en daarom geestelijk gedeformeerd zijn en laf.


38

Het is nutteloos te proberen het iedereen naar de zin te maken. Ontevredenen, mensen die protesteren, zullen er altijd wel zijn. Kijk eens hoe de volkswijsheid dat samenvat: - Als het goed gaat met de schapen, gaat het slecht met de wolven.


39

Gedraag je niet als degenen die bang worden voor een vijand die alleen maar de kracht heeft van zijn - agressieve stemgeluid.


40

Je hebt begrip voor het werk dat men doet, je vindt het zelfs goed! Maar je let er bijzonder goed op dat je er niet aan meedoet en je zorgt er nog meer voor dat anderen niet zien of denken dat je meewerkt.

Je bent bang dat de mensen denken dat je beter bent dan in werkelijkheid!, heb je me gezegd. - Zou het niet zo zijn dat je bang bent dat God en de mensen een meer consequente houding van je eisen?


41

Hij leek vastbesloten ; maar, toen hij de pen opnam om aan zijn verloofde te schrijven dat hij aan hun verloving een einde wilde maken, werd hij overmand door besluiteloosheid en zonk de moed hem in de schoenen: heel menselijk en begrijpelijk, vond men. Kennelijk valt volgens sommigen de aardse liefde niet onder de goederen die je omwille van de totale navolging van Christus moet achterlaten, als de Heer erom vraagt.


42

Sommigen maken fouten uit zwakte - vanwege de broze klei waar we allen van zijn gemaakt, maar blijven de leer van de Kerk volledig vasthouden.

Dat zijn dezelfde mensen die, met de genade van God, de heldhaftige moed en nederigheid tonen om hun misslagen te erkennen en de waarheid vurig te verdedigen.


43

Sommigen noemen geloof en vertrouwen op God gebrek aan verstandigheid, roekeloosheid.


44

Het is dwaasheid om op God te vertrouwen! zegt men. - En is het niet nog dwazer op zichzelf te vertrouwen, of op andere mensen?


45

Je schrijft me dat je tenslotte bent gaan biechten en dat je de vernedering hebt gevoeld om het riool van je leven - zoals je het noemt - open te moeten maken ten overstaan van - een man.

Wanneer zal je die ijdele achting die je voor jezelf voelt er nu eens uittrekken? Dan zal je blij zijn om je bij de biecht te tonen zoals je bent, tegenover die gewijde - man - een andere Christus, Christus zelf! - die je de absolutie geeft, de vergiffenis van God.


46

Laten we de moed hebben om openlijk en voortdurend volgens ons heilig geloof te leven.


47

We mogen geen fanatici zijn, zeiden ze me met een air van redelijkheid, toen het ging over vast-zijn in de leer van de Kerk.

Nadat ik hen had uitgelegd dat degene die in het bezit is van de waarheid geen fanaticus is, begrepen zij hun misvatting.


48

Om ons ervan te overtuigen, dat het belachelijk is de mode als richtsnoer voor ons gedrag te nemen, hoef je alleen maar sommige oude portretten te bekijken.


49

Ik vind het fijn dat je van processies houdt en van alle uiterlijke manifestaties van onze Moeder de heilige Kerk om aan God de Hem verschuldigde eredienst te bewijzen, maar laat dat ook echt in je gaan leven!


50

Ego palam locutus sum mundo: Ik heb in het openbaar voor alle mensen gepredikt, antwoordt Jezus aan Kájafas, als het ogenblik naderbij komt dat Hij zijn leven voor ons gaat geven.

En toch zijn er christenen die bang zijn om palam, openlijk, hun eerbied voor de Heer te tonen.


51

Als de apostelen zijn weggerend en het razende volk in woede tegen Jezus zijn keel schor schreeuwt, volgt de heilige Maria van nabij haar Zoon door de straten van Jeruzalem. Het gebrul van de menigte doet haar niet terugdeinzen. Zij blijft de Verlosser vergezellen terwijl allen in de stoet, in de anonimiteit van de massa, Christus op lafhartige wijze durven te mishandelen.

Roep haar vurig aan: Virgo fidelis!, trouwe Maagd!, en vraag haar dat wij die ons vrienden van God noemen, dat ook echt en altijd mogen zijn.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende