Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Voor > Aan gene zijde > Hst 28
875

De ware christen is altijd bereid om voor God te verschijnen. Want als hij vecht om als een volgeling van Christus te leven, staat hij ieder ogenblik klaar om zijn plicht te doen.


876

In het aangezicht van de dood, wees kalm! - Zo zou ik je graag willen zien. - Niet met de stoïcijnse koelheid van een heiden, maar met de vurigheid van een kind van God dat weet, dat zijn leven anders wordt, maar niet verdwijnt. - Sterven? - Léven!


877

Hij was doctor in de rechten en in de filosofie, bereidde zich voor op een leerstoel aan de Universiteit van Madrid. Twee prachtige studies, die hij briljant had afgesloten.

Ik kreeg een bericht van hem, hij was ziek en wilde graag dat ik hem kwam opzoeken. Ik kwam aan bij het pension waar hij woonde.”Vader, ik ga dood”, zo begroette hij me. Ik sprak hem moed in, op een hartelijke manier. Hij wilde een generale biecht uitspreken. Nog diezelfde nacht stierf hij.

Een architect en een arts hielpen me om hem af te leggen. - En bij het zien van dat jonge lichaam dat al snel begon te ontbinden, waren wij drieën het erover eens dat die twee universitaire studies niets waard waren in vergelijking met zijn definitieve carrière als christen die zojuist zijn bekroning had gekregen.


878

Uiteindelijk kan alles worden geregeld, behalve de dood - En de dood regelt alles.


879

De dood komt onverbiddelijk. Maar wat is het dan een loze ijdelheid om het bestaan te laten draaien om dit leven! Kijk eens hoeveel er door mannen en vrouwen wordt geleden. Sommigen omdat het met hun leven is gedaan en ze het erg vinden om het achter te laten; anderen omdat hun leven door blijft gaan en ze er genoeg van hebben - In geen van beide gevallen is het juist om onze doortocht door deze wereld als een doel op zichzelf te zien.

We moeten uit dit denken treden en ons ankerpunt in de andere wereld leggen, in die van de eeuwigheid. Daar is een totale ommekeer voor nodig: je ontdoen van jezelf, van je egocentrische drijfveren die vergankelijk zijn, om opnieuw te worden geboren in Christus, die eeuwig is.


880

Als je aan de dood denkt, moet je ondanks je zonden niet bang zijn - Want Hij weet dat je van Hem houdt, en uit wat voor materiaal je bent gemaakt

Als jij Hem zoekt, zal Hij je ontvangen zoals de vader van de verloren zoon: maar je moet Hem wèl zoeken!


881

Non habemus hic manentem civitatem, - we hebben op deze aarde geen blijvende woonplaats. En om dat niet te vergeten, wordt die waarheid soms cru aan ons getoond in het uur van onze dood: onbegrip, vervolging, verachting - En altijd eenzaamheid, want al worden we omringd door liefdevolle mensen, iedereen sterft alléén.

Laten we nu reeds alle banden verbreken! Laten we ons voortdurend voorbereiden op die stap, die ons voor eeuwig in de tegenwoordigheid zal brengen van de Allerheiligste Drieëenheid.


882

De tijd is onze schat, het - geld - om de eeuwigheid mee te kopen.


883

Je troostte je met de gedachte dat het leven het verbruiken van jezelf is, opbranden in de dienst van God. - Als we onszelf zó helemaal voor Hem verbruiken, zal de dood komen als een bevrijding die ons in het bezit zal stellen van het Leven.


884

Een priestervriend van ons, met zijn gedachten bij God, vastgeklampt aan zijn vaderlijke hand, en zo hielp hij anderen zich deze leidende gedachten eigen te maken. Daarom zei hij bij zichzelf: als je sterft, zal er niets mis gaan, want dan zal Híj Zich met hen bezig blijven houden.


885

Maak geen tragedie van de dood, want dat is het niet! Alleen kinderen die geen liefde hebben, worden niet blij als ze hun ouders ontmoeten.


886

Alles hier beneden is een handvol stof. Denk eens aan die miljoenen mensen - dood en begraven - die - onlangs - nog - belangrijk - waren, maar die niemand zich nu meer herinnert.


887

Dit is de grote christelijke revolutie geweest: dat het leed is veranderd in lijden dat vruchtbaar is, dat uit een kwaad iets goeds is gemaakt. We hebben de duivel van dat wapen beroofd ; en we veroveren er de eeuwigheid mee.


888

Vreselijk zal het oordeel zijn voor diegenen die precies de weg hebben gekend en die hem, na hem aan anderen te hebben geleerd en van hen te hebben geëist die te volgen, zelf niet hebben afgelegd.

God zal hen oordelen en veroordelen met hun eigen woorden.


889

Het vagevuur is een creatie van Gods barmhartigheid, om hen die zich met Hem willen verenigen, van hun gebreken te zuiveren.


890

Alleen de hel is een straf voor de zonde. De dood en het oordeel zijn niet meer dan de gevolgen ervan, en wie leeft in de genade van God is daar niet bang voor.


891

Als je ooit ongerust wordt door de gedachte aan onze broeder de dood, omdat je namelijk ziet hoe weinig je voorstelt, vat dan moed en denk: wat zal die Hemel die ons te wachten staat, wel niet zijn, als de hele schoonheid en grootsheid, het hele geluk en de oneindige liefde van God zullen worden uitgegoten in dat armzalig vat van stof, uit klei genomen, dat het menselijk schepsel is, en als dat daar eeuwig zal worden verzadigd, altijd met de frisheid van een nieuw geluk?


892

Wat is een rechtschapen ziel die wordt geconfronteerd met het bittere onrecht van dit leven, verheugd als hij denkt aan de eeuwige rechtvaardigheid van zijn eeuwige God!

En in het besef van zijn eigen ellende ontsnapt hem, met daadkrachtig verlangen, die kreet van de heilige Paulus: Non vivo ego, - nu leef ik niet meer, maar het is Christus die in mij leeft! En Hij zal eeuwig in mij leven!


893

Wat moet iemand die iedere minuut van zijn leven heldhaftig heeft geleefd tevreden sterven! - Dat kan ik je verzekeren, want ik ben getuige geweest van de blijdschap van mensen die zich met kalm ongeduld vele jaren op die ontmoeting hebben voorbereid.


894

Vraag dat niemand van ons tegenover de Heer zal falen. - Dat zal niet zo moeilijk voor ons zijn, als we niet de dwaas uithangen. Want God onze Vader helpt overal mee: zelfs doordat Hij deze ballingschap van ons op aarde maar tijdelijk laat zijn.


895

De gedachte aan de dood zal je helpen om de deugd van de naastenliefde te beoefenen, want misschien is dit concrete ogenblik bij die of die wel het laatste : zij of jij, of ik, kunnen er ieder moment niet meer zijn.


896

Een ziel die naar God streefde zei: Gelukkig zijn wij mensen niet eeuwig!


897

Door dat bericht werd ik aan het denken gebracht: eenenvijftig miljoen mensen sterven er per jaar, zevenennegentig per minuut. De visser - dat zei de Meester al - werpt zijn netten in zee, het Koninkrijk der Hemelen lijkt op een sleepnet - en daar zullen de goeden worden uitgehaald; de slechten, de vissen die niet deugen, worden voor altijd weggeworpen! Eenenvijftig miljoen mensen sterven per jaar, zevenennegentig per minuut: vertel dat ook aan anderen!


898

Onze Moeder is met ziel en lichaam in de hemel opgenomen. Zeg haar vaak dat wij, haar kinderen, niet van haar gescheiden willen zijn - Zij zal naar je luisteren!


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende