Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Voor > Spreken > Hst 29
899

De gave van talen, het kunnen overbrengen van kennis over God: dat is een onmisbaar hulpmiddel voor degene die een apostel moet zijn. - Daarom bid ik de Heer onze God iedere dag dat Hij die gave aan elk van zijn zoons en dochters wil geven.


900

Leer nee te zeggen, zonder onnodig te kwetsen, zonder dat je het doet op een bits-afwijzende manier die de naastenliefde kapot maakt.

Denk eraan, dat je altijd voor God staat!


901

Ben je geërgerd dat ik steeds op dezelfde manier op dezelfde wezenlijke zaken terugkom? Dat ik geen rekening houd met die modestromingen? - Kijk eens: in de loop van de eeuwen is een rechte lijn steeds op dezelfde manier gedefinieerd omdat dat het duidelijkste en het kortste was. Een andere omschrijving zou minder duidelijk zijn en ingewikkelder.


902

Maak er een gewoonte van om over alles en iedereen vriendelijk te spreken, vooral over hen die in dienst van God werken.

En als dat niet kan, houd dan je mond! Ook bruuske en lichtvaardige commentaren kunnen uitlopen op kwaadsprekerij en laster.


903

Een jongeman die er juist toe was gekomen zich op een meer persoonlijke wijze aan God te geven, zei: “Wat me nu te doen staat is minder te praten, zieken te bezoeken en op de grond te slapen”.

Pas dit recept op jezelf toe.


904

Over priesters van Christus moet men alleen maar spreken om ze te prijzen!

Ik hoop van ganser harte dat mijn broeders en ik daar in ons dagelijkse optreden goed rekening mee houden.


905

De leugen heeft veel facetten: verzwijgen, intrige, laster - Maar zij is altijd het wapen van de lafaards.


906

Je mag je niet door het eerste het beste gesprek laten beïnvloeden!

Luister met respect en belangstelling, neem mensen serieus, maar wik en weeg je eigen oordeel in de tegenwoordigheid van God.


907

Er wordt geroddeld. En dan zorgen ze er zelf voor dat er meteen iemand naar je toekomt om je te vertellen wat - men zegt - - Gemeen? - Ongetwijfeld. Maar verlies je innerlijke vrede niet, want hun tong zal jou geen enkele schade kunnen berokkenen als je rechtschapen te werk gaat - Denk maar: wat dom van hen, wat hebben ze weinig tact, wat komen ze weinig voor hun broeders op - en nog minder voor God!

En begin zelf niet ook kwaad te spreken, op grond van een verkeerd begrepen recht op repliek. Als je moet spreken, pas dan de broederlijke vermaning toe die door het Evangelie wordt aangeraden.


908

Maak je niet druk om die kritiek, die praatjes: we zijn wel bezig aan een werk van God, maar we zijn toch maar mensen - En het is logisch dat we bij het gaan stof van de weg doen opwaaien.

Wat je niet kunt hebben, wat je kwetst - doe daar je voordeel mee om jezelf te louteren en als het nodig mocht zijn, jezelf te corrigeren.


909

Roddelen, zeggen ze, is heel menselijk. - Ik heb daarop als antwoord gegeven: we moeten op een goddelijke manier leven.

Het kwaadaardige of lichtvaardig uitgesproken woord van een enkel mens kan de meningsvorming beïnvloeden en zelfs een mode doen ontstaan om kwaad van iemand te spreken - Vervolgens gaat die kwaadsprekerij van beneden naar boven, komt in de hoogste sferen en condenseert daar misschien wel tot een donkere wolk.

Maar als het slachtoffer een ziel van God is, lossen die wolken zich op in een vruchtbare bui, wat er ook gebeurt; en de Heer zorgt er wel voor, dat het slachtoffer geprezen wordt in datgene waarin zij hem wilden vernederen of belasteren.


910

Je wilde het eerst niet geloven, maar moest je met tegenzin bij de feiten neerleggen: de vijanden van het geloof hebben de beweringen die je in alle eenvoud en vanuit een gezond katholiek gevoel hebt gedaan, moedwillig verdraaid.

Het is waar, we “moeten onschuldig zijn als duiven - en listig als slangen”. Spreek niet op het verkeerde moment, noch op de verkeerde plaats.


911

Omdat je geen voorbeeld kan - of wil - nemen aan het hoogstaande gedrag van die persoon, zet jouw verborgen jaloezie je ertoe aan om hem belachelijk te maken.


912

Kwaadsprekerij is de dochter van de afgunst, en afgunst de toevlucht van de onvruchtbaren.

Als je merkt dat je werk steriel is, moet je daarom eens nagaan hoe je kijk op het een en ander is. Als je zelf werkt en het je niet steekt dat anderen ook werken en succes hebben, is je steriliteit slechts schijn. Te zijner tijd zul je de oogst binnenhalen.


913

Er zijn mensen die schijnen te denken dat ze niets te doen hebben, als ze de anderen geen schade toebrengen of kwetsen.


914

Soms denk ik dat kwaadsprekers net kleine bezetenen zijn - Want de duivel dringt zich overal in met zijn boosaardige geest van kritiek tegen God en tegen hen die God willen volgen.


915

“Ezelstreken”, merk je minachtend op.

Ken je ze dan? Nee? - Waarom praat je dan over iets waar je niets van weet?


916

Je moet die kwaadspreker zo van repliek dienen: Ik zal de betrokkene zelf op de hoogte stellen en het er met hem over hebben.


917

Een moderne schrijver heeft geschreven: “Roddel is altijd mensonwaardig; het getuigt van een middelmatig karakter; het is een teken van gebrek aan beschaving; het geeft blijk van laag allooi; het is een christen onwaardig”.


918

Onthoud je altijd van klagen, kritiseren en kwaadspreken : onthoud je volstrekt van alles wat kan leiden tot onenigheid onder je broeders.


919

Jij die een hoge gezagspositie hebt, zou onverstandig zijn als je het zwijgen van degenen die naar je luisteren, zou uitleggen als een teken van instemming: je moet wèl in de gaten hebben dat je ze niet toestaat hun ideeën naar voren te brengen en dat je je beledigd voelt als dat toch een keer gebeurt. - Je moet je daarin corrigeren.


920

Bij laster moet dit je houding zijn. In de eerste plaats, vergeven: allen, vanaf het eerste moment en van harte. - Vervolgens: liefhebben: je mag geen enkele fout tegen de naastenliefde begaan - Reageer altijd met liefde!

Maar als je Moeder de heilige Kerk wordt aangevallen, verdedig haar dan moedig; met rust, maar met overtuiging en sterke integriteit. Verhinder het besmeuren en versperren van de weg waarlangs de zielen moeten gaan die persoonlijke beledigingen vergeven en met liefde beantwoorden.


921

Was het kleinste dorp maar als de hoofdstad, zei iemand die genoeg had van het geroddel.

De arme ziel wist niet dat dat niets uit zou maken

Uit liefde tot God en tot de naaste mag jij niet in dat bekrompen en zo onchristelijke gebrek van het roddelen vervallen. - Over de eerste volgelingen van Christus werd gezegd: Ziet, hoe zij elkaar liefhebben! Kan datzelfde ook van jou en van mij gezegd worden, op ieder ogenblik?


922

Er zijn meestal twee soorten kritiek op apostolaatswerk: sommigen doen alsof dat werk buitengewoon gecompliceerd van structuur is, anderen bestempelen het als makkelijk en zorgeloos.

In de grond van de zaak komt die - objectiviteit - neer op kortzichtigheid en een flinke dosis loos gekwebbel. - Vraag ze eens zonder dat je je kwaad maakt: wat doen jullie zelf eigenlijk?


923

Je mag voor de eisen van je geloof misschien wel geen sympathie verlangen, - maar je moet wel eisen dat men er respect voor heeft.


924

Degenen die tegen jou kwaad hebben gesproken over die vriend die trouw - aan God is, zijn dezelfden die over jou zullen roddelen als je besluit je beter te gaan gedragen.


925

Door bepaalde opmerkingen kunnen alleen maar diegenen worden gekwetst die zich er iets van aantrekken. Daarom zul je, wanneer je, wanneer je - met hart en ziel - de Heer navolgt, de kritiek daarover opvatten als een loutering en gebruiken als een prikkel om de pas te versnellen.


926

De Allerheiligste Drieëenheid heeft onze Moeder gekroond.

God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest zullen ons rekenschap vragen van ieder zinloos gesproken woord. Nòg een reden voor ons om de heilige Maagd te vragen dat zij ons leert altijd in de tegenwoordigheid van de Heer te spreken.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende