Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Voor > Blijdschap > Hst 3
52

Niemand is gelukkig op aarde, totdat hij besluit het níet te zijn. De weg verloopt als volgt: lijden - in christelijke taal: het kruis!, de wil van God, liefde; dan komt het geluk hier en, daarna, voor altijd.


53

Servite Domino in laetitia! - Ik zal God met blijdschap dienen! Een blijdschap die het resultaat is van mijn geloof, van mijn hoop en van mijn liefde - en die altijd zal voortduren, want zoals de Apostel ons verzekert, Dominus prope est!, de Heer volgt mij van nabij. Ik zal daarom met Hem wandelen, heel veilig, want de Heer is mijn Vader, en met zijn hulp zal ik zijn beminnelijke wil doen, ook al kost het mij moeite.


54

Een raad die ik jullie herhaaldelijk met nadruk heb gegeven: wees blij, altijd blij! Laat degenen die zich níet als een kind van God beschouwen, zich maar triest voelen.


55

Ik werk me een ongeluk om mijn jongere broers het - makkelijker te laten hebben, zoals u ons aanbeveelt. Wat maakt het je blij als je je op die manier - uitslooft!


56

Een man van geloof schreef me:”Wanneer je noodgedwongen geïsoleerd moet leven, merk je de hulp van je broers pas goed. Als ik zie dat ik nu alles - in mijn eentje - moet dragen, denk ik vaak, dat als dat - gezelschap dat wij elkaar van verre houden - de gezegende gemeenschap der heiligen - er niet was, ik mijn optimisme, waar ik vol van ben, niet zou kunnen bewaren.”


57

Vergeet niet dat het soms nodig is glimlachende gezichten om je heen te hebben.


58

“Ik had niet verwacht dat jullie allemaal zo opgeruimd zouden zijn”, hoorde ik opmerken.

Van oudsher kennen we de duivelse poging van de vijanden van Christus om onvermoeibaar het gerucht in de wereld te helpen, dat mensen die zich aan God hebben gegeven - gefrustreerd - zijn. En ongelukkigerwijze geven sommigen die - goed - willen zijn hun een klankbord met hun - sombere deugden.

Wij danken U, Heer, dat U hebt willen rekenen op ons gelukkige, blijde leven om die valse karikatuur uit te wissen.

Ik vraag U verder, dat we dit niet mogen vergeten.


59

Laat niemand gedeprimeerdheid of verdriet van je gezicht kunnen aflezen als je in de wereld om je heen de zoete geur van je offervaardigheid verspreidt: kinderen van God moeten altijd zaaiers van vrede en blijdschap zijn.


60

De blijdschap van een man van God, een vrouw van God, moet buiten haar oevers treden: rustig, aanstekelijk, innemend ; kortom ze moet zo bovennatuurlijk, zo pakkend en zo natuurlijk zijn, dat zij anderen de christelijke weg op trekt.


61

- Tevreden? - Die vraag stemde me tot nadenken.

Er zijn nog geen woorden gevonden om alles uit te drukken wat je voelt - in je hart en in je wil - als je beseft dat je een kind van God bent.


62

Kerstmis. Je schrijft me: “Verenigd met het heilige afwachten van Maria en Jozef wacht ook ik met ongeduld op het Kind. Wat zal ik gelukkig zijn in Bethlehem! Ik voel van tevoren al dat ik door een grenzeloze vreugde zal worden overspoeld. Ja! En met Hem wil ik ook opnieuw worden geboren!”

Moge je verlangen werkelijkheid worden!


63

Een oprecht voornemen: de weg voor anderen aantrekkelijk en makkelijk maken, want het leven brengt uit zichzelf al genoeg bittere ervaringen met zich mee.


64

Wat prachtig ongelovigen te bekeren, zielen te winnen!.

Ja, maar het is even mooi en zelfs nog welgevalliger aan God, te voorkomen dat zij verloren gaan.


65

Je bent weer in je oude dwaasheden teruggevallen! - En als je dan terugkeert, voel je weinig vreugde omdat je niet nederig bent.

Het lijkt wel alsof je in je hoofd hebt gezet dat het tweede deel van de parabel van de verloren zoon niet bestaat, en je blijft nog steeds hangen aan het zielige geluk van de wilde eikels. Omdat je trots zich door je zwakheid gekrenkt voelt, kun je er niet toe besluiten om vergiffenis te vragen en besef je niet dat, als je je vernedert, je de hartelijke ontvangst van je Vader God te wachten staat, het feest voor je thuiskomst en voor je nieuwe begin.


66

Het is waar: we zijn niets waard, we zijn niets, we kunnen niets, we hebben niets. En tegelijk is er, te midden van onze dagelijkse strijd, geen gebrek aan hindernissen en bekoringen - Maar de - blijdschap - van je broers zal alle moeilijkheden uit de weg ruimen zodra je weer bij hen bent, omdat je zult zien dat ze vast op Hem bouwen: quia Tu es Deus fortitudo mea - want Gij, o God, zijt onze kracht.


67

Het tafereel van de genodigden voor het bruiloftsmaal uit de parabel herhaalt zich: de een is bang; de ander druk bezet; heel wat - komen met allerlei verhalen, flauwe uitvluchten.

Ze willen niet. Zo voelen ze zich: afgestompt, in de war, lusteloos, verveeld, verbitterd. En het is toch zo gemakkelijk de goddelijke uitnodiging van ieder ogenblik te aanvaarden en blij en gelukkig te leven!


68

Het is erg makkelijk te zeggen: “ik ben nutteloos; het gaat met mij - of met ons - toch allemaal verkeerd”. - Behalve dat dit niet waar is, zit achter dat pessimisme een behoorlijke dosis luiheid - Sommige dingen doe je goed, andere slecht. Wees heel blij en hoopvol om het eerste; en zie het laatste onder ogen zonder je te laten ontmoedigen en probeer het recht te zetten: dan zal ook dat lukken.


69

“Vader, zoals u me hebt aangeraden lach ik om mijn armzalige eigenschappen, maar zonder te vergeten dat ik er niet aan mag toegeven en dan voel ik me veel blijer.

Maar als ik zo dom ben om te gaan treuren, heb ik de indruk dat ik de weg kwijtraak.”


70

Je hebt me gevraagd of ik een kruis te dragen heb. En ik heb je geantwoord dat wij inderdaad altijd een Kruis hebben. - Maar een glorievol Kruis, goddelijk zegel en garantie van de echtheid van ons kind zijn van God. Daarom leggen wij onze weg met het Kruis altijd gelukkig af.


71

Je voelt meer blijheid. Maar dit keer is het een nerveuze, wat ongeduldige blijdschap, die samengaat met het duidelijke gevoel dat er iets uit je wordt losgescheurd, als een offer.

Luister goed naar me: hier op aarde bestaat er geen volmaakt geluk. Daarom moet je je nu meteen, zonder te klagen en zonder slachtoffergevoelens, aanbieden als offergave aan God, met een totale en absolute overgave.


72

Je beleeft enkele dagen van grote vreugde, je ziel is vol licht en kleur. En wat eigenaardig is, de redenen van je blijdschap zijn dezelfde als die je anders moedeloos maakten!

Het is altijd hetzelfde: alles hangt af van het punt van waaruit je het bekijkt. - Laetetur cor quaerentium Dominum! - als je God zoekt, stroomt je hart altijd over van vreugde.


73

Wat een verschil tussen die mensen zonder geloof, die vreugdeloos zijn en onzeker wegens hun lege bestaan, die als windvaantjes blootstaan aan de - veranderlijkheid - van de omstandigheden - en ons leven als christenen, dat vol vertrouwen is, blij, sterk en stabiel door de wetenschap en absolute overtuiging van onze bovennatuurlijke bestemming!


74

Je bent niet gelukkig, omdat je alles om jezelf laat draaien, alsof je het centrum van de wereld was: je hebt pijn in je maag, je bent moe, je hebt dit of dat te horen gekregen

Heb je wel eens geprobeerd aan Hem te denken en omwille van Hem aan de anderen?


75

Miles - soldaat, noemt de Apostel de christen.

Nu, in deze heilige en christelijke strijd van liefde en vrede om het geluk van alle zielen zijn er in Gods linies vermoeide soldaten, hongerig, zwaargewond - maar blij: in hun hart dragen zij het zekere licht mee van de overwinning.


76

“Ik stuur u, Vader, mijn voornemen om altijd een glimlach te hebben: een hart dat lacht, ook al wordt erop getrapt.”

Een uitstekend voornemen. Ik bid, dat je het mag uitvoeren.


77

Op sommige ogenblikken begint een moedeloosheid je neer te drukken die al je dromen doodt, en die je maar nauwelijks met oefeningen van hoop de baas kunt worden. - Dat is niet belangrijk: het is het goede moment om God meer genade te vragen, en voorwaarts! Hernieuw je strijdlust, ook al verlies je een schermutseling.


78

Er zijn donkere wolken gekomen van lusteloosheid en ontgoocheling. Er zijn buien van verdriet gevallen en je hebt het sterke gevoel dat je vastzit. En daar bovenop word je belaagd door een gevoel van vertwijfeling dat voortkomt uit een min of meer objectieve werkelijkheid: zoveel jaren van strijd, en nog ben je zo achter, zo ver achter.

Dit alles is noodzakelijk en God rekent hiermee: om de gaudium cum pace - de ware vrede en vreugde - te bereiken moeten we aan de overtuiging van ons kindschap Gods, die ons vol optimisme stemt, de erkenning toevoegen van onze eigen, persoonlijke zwakheid.


79

Je bent jonger geworden! Inderdaad merk je dat de omgang met God je in korte tijd de gelukkige onbevangenheid van je jeugd heeft teruggegeven, met inbegrip van de zekerheid en het geluk - zonder kinderachtigheden - van je geestelijke jeugd - Je kijkt om je heen en constateert dat het de anderen ook zo vergaat: sinds hun ontmoeting met de Heer zijn er jaren voorbijgegaan, maar hoe ouder en rijper ze worden, hoe onverwoestbaarder hun jeugdigheid en blijheid; het zijn geen jongeren meer en toch zijn ze jong en blij!

Deze realiteit van het innerlijk leven trekt de zielen aan, sterkt ze en verovert ze. Bedank dagelijks daarvoor ad Deum qui laetificat juventutem - God Die je jeugd verblijdt.


80

Het ontbreekt je niet aan Gods genade. Zodra je eraan beantwoordt, moet je je daarom zeker voelen.

De zege hangt van jezelf af: je kracht en inzet - samen met die genade - zijn redenen genoeg om je het optimisme te geven van degene die zeker is van de overwinning.


81

Gisteren was je misschien nog een van die verbitterde en ontgoochelde mensen die in hun menselijke verwachtingen teleurgesteld zijn. Maar nu, sinds Hij in je leven is gekomen - dank U, mijn God!, lach en zing je, en neem je overal waar je heengaat een glimlach mee, Liefde en geluk.


82

Velen voelen zich ongelukkig omdat ze juist teveel van alles hebben. - Christenen die zich werkelijk als kinderen van God gedragen, zullen ongemak te verduren hebben, en hitte, vermoeidheid, kou - Maar ze zullen nooit gebrek aan blijdschap hebben, want die dingen - alles! - worden verordend of toegelaten door Hem die de bron is van het ware geluk.


83

Te midden van een onafzienbare menigte mensen zonder geloof, zonder hoop; van geesten die nerveus, op de rand van angst, een zin voor hun leven zoeken, ontmoette jij een doel: Hem!

En die ontdekking zal je bestaan voortdurend een injectie geven van nieuwe vreugde, zal je omvormen en je dagelijks een overvloed van prachtige dingen brengen die je nog niet kende en die je de heerlijke wijdte laat zien van de brede weg die je naar God voert.


84

Je geluk op aarde is één met je trouw aan het geloof, aan de zuiverheid en aan de weg die God voor je heeft bepaald.


85

Dank God dat je gelukkig bent, met een diepe blijdschap, die zich niet luidruchtig hoeft te uiten.


86

Met God, dacht ik, lijkt elke dag me fijner. Ik leef - bij de dag : de ene dag beschouw ik hoe magnifiek een detail is; de andere ontdek ik een vergezicht dat ik nog nooit eerder had opgemerkt - Wie weet wat ik na verloop van tijd nog zal tegenkomen als dat zo doorgaat.

Toen merkte ik dat Hij mij de verzekering gaf: je geluk zal van dag tot dag groeien, want je zal meer en meer in het goddelijke avontuur binnendringen, in al die - complicaties - waarin Ik je heb gebracht. En je zal merken dat Ik je niet in de steek laat.


87

Blijdschap is een gevolg van overgave. Zij wordt bevestigd door elke nieuwe ronde die het ezeltje in de rosmolen maakt.


88

Wat heb je een niet meer stuk te krijgen blijheid in je omdat je je aan God hebt gegeven! - En wat een drang en ijver dien je nu te hebben om allen in je blijdschap te laten delen!


89

- Alles waarover je je nu druk maakt kan worden omvat in een glimlach die je opbrengt uit liefde tot God.


90

Optimisme? Altijd! Ook als alles mis lijkt te gaan: misschien is dàt het moment om uit te barsten in een gezang, in een Gloria, want je hebt bij Hem je toevlucht gezocht en van Hem kan alleen maar goeds komen.


91

Hopen betekent niet dat je licht begint te zien, maar dat je er met gesloten ogen op vertrouwt dat de Heer dat in alle volheid bezit en in die luister woont. Hij ìs het Licht.


92

Het is de plicht van iedere christen om in alle milieus van de wereld vrede en geluk te brengen, in een kruistocht van vastberadenheid en blijdschap die zelfs verlepte en verdorven harten kan raken en tot Hem kan brengen.


93

Als je iedere opwelling van jaloezie in de kiem smoort en anderen van ganser harte hun succes gunt, zul je je blijdschap niet verliezen.


94

Een vriend van me kwam naar me toe: “ze zeggen dat je verliefd bent”. - Ik was heel verbaasd en de enige gedachte die me te binnen schoot was hem te vragen waar hij dat vandaan had.

Hij bekende dat hij het in mijn ogen had gelezen, die straalden van blijdschap.


95

Hoe zou de blije blik van Jezus geweest zijn!: dezelfde die straalde uit de ogen van zijn Moeder, die haar vreugde niet meer kon inhouden: Magnificat anima mea Dominum! - en haar ziel verheerlijkte de Heer, omdat zij Hem in zich droeg en naast zich had.

O, Moeder!: moge het ook onze vreugde uitmaken om bij Hem te zijn en Hem in ons te hebben.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende