Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Voor > Strijd > Hst 5
125

Niet iedereen kan rijk, geleerd of beroemd worden... Toch zijn we wèl allemaal -ja, “wij allemaal”- geroepen om heilig te worden.


126

Trouw zijn aan God vereist strijd. En wel een man-tot-man gevecht - de oude mens tegenover de man van God-, in de ene kleine aangelegenheid na de andere, zonder toegeven.


127

Ik ontken niet dat je wel erg hard op de proef wordt gesteld: je moet tegen de helling op, tegen “al je gevoelens in”.

Wat mijn raad is? - Herhaal: Omnia in bonum!, alles wat er gebeurt, - alles wat me overkomt, is voor mijn bestwil - Dus - dit is de juiste conclusie : aanvaard wat je zo hard vindt als een aangename werkelijkheid.


128

Vandaag de dag is het niet genoeg om alleen maar een goede vrouw of een goede man te zijn. - Bovendien, wie er tevreden mee is dat hij bijna - goed is, is niet goed genoeg: het is nodig om - revolutionair - te zijn.

Tegenover het hedonisme, tegenover de heidense en materialistische waren die ons worden aangeprezen, wil Christus non-conformisten, rebellen van de Liefde!


129

Heiligheid, de ware ijver om haar te bereiken, neemt geen rustpauzes of vakanties.


130

Sommigen gedragen zich hun hele leven lang, alsof de Heer alleen over zelfgave en rechtschapenheid gesproken had tot mensen die dat niets kost - die bestaan niet - of tot mensen die daar niet voor zouden hoeven vechten.

Ze vergeten dat Jezus voor allen heeft gezegd: het Rijk der Hemelen wordt met geweld ingenomen, met de heilige strijd van ieder ogenblik.


131

Wat hebben velen een drang om te hervormen!

Zou het niet beter zijn als wij onszelf zouden hervormen, ieder voor zich, om trouw uit te voeren wat ons is geboden?


132

Je dobbert rond in de bekoringen, brengt jezelf in gevaar, speelt met je blikken en met je fantasie, kletst over - flauwekul. - En dan schrik je als je wordt overvallen door twijfels, scrupules, toestanden van verwarring, verdrietigheid en ontmoediging.

Je moet toegeven dat je weinig consequent bent.


133

Na het enthousiasme van het begin zijn de aarzelingen, twijfels en angsten begonnen. Je tobt over je studie, je familie, financiële problemen en vooral over het idee dat je het leven niet aan kunt, dat je misschien te hoog hebt gegrepen, dat je geen levenservaring hebt.

Ik zal je een probaat middel geven om die angsten - bekoringen van de duivel of van je gebrek aan edelmoedigheid! - te overwinnen: - minacht ze, verwijder ze uit je gedachten. De Meester preekte dit al twintig eeuwen geleden op een indringende manier: “Kijk niet om naar wat achter u ligt!”.


134

Wij moeten in onze ziel een echte afschuw voor de zonde koesteren. Heer, geef dat ik U niet meer beledig! - zeg Hem dat bij herhaling met een berouwvol hart.

Maar schrik niet als je de last van je arme lichaam en van de menselijke hartstochten voelt: het zou onnozel en domweg kinderachtig naïef zijn als je er nu pas achter zou komen dat - dat - bestaat. Je misère is geen hinderpaal, maar een aansporing om je meer met God te verenigen, om Hem voortdurend te zoeken, want Hij zuivert ons.


135

Als je verbeelding koortsig met jezelf bezig is en illusies en situaties rond jezelf creëert die normaal gesproken niet bij je levensweg passen, leiden die je op een dwaze manier af, doen je in je ijver verkoelen en verwijderen je van de aanwezigheid van God. - IJdelheid.

Als je je gedachten over anderen laat gaan, val je gemakkelijk in de fout dat je gaat oordelen - terwijl dat je taak niet is - en ga je hun gedrag negatief en weinig objectief uitleggen. - Roekeloze oordelen.

Als je je verbeelding laat gaan over je eigen talenten en je manier van uiten, of over het klimaat van bewondering dat je bij anderen oproept, loop je het gevaar je zuiverheid van bedoelingen te verliezen en voedsel te geven aan je trots.

In het algemeen is het tijdverspilling om je verbeelding de vrije loop te laten, en daar komt bij dat, als je haar niet in toom houdt, zij de weg vrij maakt voor een hele rits van vrijwillige bekoringen.

Laat geen dag je innerlijke versterving achterwege!


136

Wees niet zo dom naïef om te denken dat je bekoringen moet meemaken om jezelf ervan te vergewissen dat je op de goede weg standvastig bent. Dat zou hetzelfde zijn als dat je zou willen dat iemand je hart zou stilzetten om jezelf te bewijzen dat je echt wil leven.


137

Treed niet in discussie met de bekoring. Mag ik het nogmaals zeggen? Heb de moed om weg te lopen; en de flinkheid om niet met je zwakte te spelen en je af te vragen hoever je kunt gaan. Kap af, zonder ook maar iets toe te geven!


138

Je hebt geen enkel excuus. Je kunt alleen jezelf maar de schuld geven. Als je weet - en daarvoor ken je jezelf goed genoeg - dat je langs die weg - met die lectuur, in dat gezelschap - in de afgrond terecht kan komen, waarom blijf je dan aan de gedachte vasthouden dat dit misschien goed zou zijn voor je ontwikkeling, of dat je persoonlijkheid er volwassener door zou worden?

Wijzig je koers radicaal, al betekent dat ook meer inspanning en minder verzetjes. Het is tijd dat je je als een verantwoordelijk mens gedraagt.


139

De Heer wordt pijnlijk getroffen door de zorgeloosheid van zoveel mannen en vrouwen, die geen moeite doen om vrijwillige dagelijkse zonden te vermijden. Ze rechtvaardigen zich met de gedachte: dat is normaal! We struikelen allemaal wel eens!

Luister eens goed: ook de meerderheid van het gepeupel dat Christus veroordeelde en ter dood bracht, begon alleen maar met schreeuwen - net als de anderen!, met naar de Hof van Olijven te lopen - net als de anderen!

Maar aan het eind, meegesleurd in de stroom van wat ze - allemaal - deden, konden of wilden ze niet meer terug, en kruisigden Jezus!

Nu, na twintig eeuwen, hebben we het nog niet geleerd.


140

Ups en downs. Je hebt wel erg veel - te veel! - ups en downs.

Het is duidelijk waarom: tot nu toe heb je een makkelijk leventje geleid en je wil niet toegeven dat er nog een heel verschil is tussen - graag willen - en - jezelf geven.


141

Omdat je vroeg of laat beslist zal aanlopen tegen het duidelijke feit van je persoonlijke ellende, wil ik je waarschuwen voor enkele bekoringen die de duivel je dan zal suggereren en die je onmiddellijk van de hand moet wijzen: de gedachte dat God je is vergeten, dat je roeping tot het apostolaat een illusie is, of dat het gewicht van het leed en de zonden in de wereld groter is dan jouw krachten als apostel

Niets van dat alles is waar!


142

Als je echt vecht, heb je gewetensonderzoek nodig.

Houd je aan het dagelijks onderzoek: ga na of je liefdesverdriet voelt omdat je Onze Lieve Heer niet behandelt zoals je zou moeten.


143

Op dezelfde manier als veel mensen gaan kijken wanneer er een - eerste steen - wordt gelegd, zonder er zich verder druk over te maken of het aldus begonnen bouwwerk nog ooit zal worden voltooid, houden zondaars zich voor de gek met hun: - dit zal de laatste keer zijn.


144

Wat betreft het ergens mee - kappen, mag je nooit vergeten dat de - laatste keer - de vorige keer dient te zijn, de keer die al voorbij is.


145

Ik raad je aan om eens te proberen terug te gaan - naar het begin van je - eerste bekering, die veel weg had van het worden-als-kinderen. In het geestelijk leven moet je je in volledig vertrouwen aan leiding onderwerpen, zonder vrees en huichelarij; je moet met absolute duidelijkheid spreken over wat er in je hoofd en hart omgaat.


146

Hoe wil je uit die toestand van lauwheid en betreurenswaardige sloomheid komen als je de middelen daartoe niet gebruikt? Je vecht maar heel weinig en als je je inspant gaat dat mokkend en lusteloos, alsof je niet echt wilt dat je inspanningen resultaat zullen hebben. Hierdoor kun je jezelf wijsmaken dat je geen eisen aan jezelf hoeft te stellen en anderen ook niets meer van je hoeven te vragen.

Je bent je eigen wil aan het doen; niet die van God. Zolang je niet serieus verandert, zul je niet gelukkig zijn en niet de vrede krijgen die je nu mist.

Verneder je voor God en probeer echt te willen.


147

Wat een tijdverspilling en een menselijke manier van bekijken is het toch alles als een kwestie van tactiek op te vatten, alsof het geheim van succes alleen maar daarin zou bestaan.

Ze vergeten dat Gods - tactiek - die van de naastenliefde is, van de liefde zonder beperkingen: zo heeft Hij de onoverbrugbare afstand die de mens - door de zonde - schept tussen Hemel en aarde, overbrugd.


148

Wees bij je gewetensonderzoek meedogenloos eerlijk; dat wil zeggen, wees moedig. Met dezelfde houding waarmee je in de spiegel kijkt of je een wondje hebt, of waar je vuil op je gezicht hebt, moet je kijken waar de fouten zitten die je moet verwijderen.


149

Ik moet je waarschuwen tegen een list van - satan - met een kleine letter, want meer verdient hij niet! - die de normaalste omstandigheden probeert te gebruiken om ons een klein stukje of een heel stuk af te brengen van de weg naar God.

Als je strijdt, en dat geldt nog meer als je werkelijk strijdt, moet je niet verbaasd zijn dat je vermoeid raakt of een periode hebt dat het je - tegen de borst stuit - en geen enkele geestelijke of menselijke troost zult ondervinden. Je moet eens horen wat iemand mij enige tijd geleden heeft geschreven en wat ik heb bewaard met de gedachte aan sommige naïeve mensen die denken dat de genade buiten de natuur omgaat: “Vader, sinds een paar dagen ben ik vreselijk lui en lusteloos bij het uitvoeren van mijn leefplan; ik moet mezelf tot alles dwingen en heb er heel weinig animo in. Bid voor me dat deze crisis gauw voorbij mag gaan, want de gedachte dat ik hierdoor van mijn weg kan afraken, vind ik heel erg”.

Ik zei daar alleen maar op: Wist je niet dat de Liefde offers vraagt? Lees langzaam de woorden van de Meester: “Wie zijn kruis niet quotidie, iedere dag, opneemt, is Mij niet waardig”. En vervolgens: “Ik laat u niet als wezen achter” De Heer laat die dorheid, die je zo moeilijk vindt, toe opdat je Hem meer zult liefhebben, opdat je alleen maar op Hem zult vertrouwen, opdat je meeverlost met zijn kruis, opdat je Hem zult ontmoeten.


150

De duivel lijkt me niet erg snugger!, zei je me. Ik begrijp zijn domheid niet: altijd dezelfde trucs, dezelfde leugens

Je hebt helemaal gelijk. Maar wij mensen zijn nog minder snugger en we worden niet wijzer door wat een ander met schade en schande heeft moeten leren - En satan houdt daar rekening mee om ons te bekoren.


151

Ik heb eens gehoord dat er bij grote veldslagen vaak iets merkwaardigs gebeurt. Hoewel de overwinning van te voren zeker lijkt wegens een numeriek overwicht aan manschappen en uitrusting, zijn er toch in de hitte van de strijd ogenblikken dat er een nederlaag dreigt door de zwakte van een bepaalde flank. Dan komen er strikte bevelen van het oppercommando en wordt de bres in de flank die in moeilijkheden was geraakt gedicht.

Ik moest aan jou en aan mijzelf denken. Met God, die geen veldslagen verliest, zullen we altijd overwinnaars zijn. Als je in de strijd om de heiligheid voelt dat je krachten te kort schieten, moet je daarom luisteren naar de bevelen, doe wat er wordt gezegd, laat je helpen, - want Hij faalt niet.


152

Je hebt in alle oprechtheid je ziel blootgelegd voor je geestelijk leidsman en sprak in Gods tegenwoordigheid, en het was fantastisch te constateren hoe je zelf de juiste antwoorden vond op je pogingen om uitvluchten te zoeken.

Laten we van de geestelijke leiding houden!


153

Toegegeven: je gedraagt je fatsoenlijk gedraagt - Maar, laat me eens eerlijk tegen je zijn: met die slome gang - geef het maar toe - blijf je, behalve dat je helemaal niet gelukkig bent, ver verwijderd van de heiligheid.

Daarom vraag ik je: gedraag je je echt wel fatsoenlijk? Heb je misschien niet een verkeerde voorstelling van wat fatsoen is?


154

Als je op die manier maar wat aanklungelt, met die innerlijke en uiterlijke luchthartigheid van je, met dat aarzelende gedoe bij bekoringen, met dat willen zonder te willen, kun je onmogelijk vorderingen maken in je innerlijk leven.


155

Ik heb altijd al gedacht dat velen hun weerstand tegen de genade uitdrukken met de woorden - morgen, - later.


156

Nog een paradox in het geestelijk leven: de ziel die het minst een verandering van zijn gedrag nodig heeft, slooft zich er het meest voor uit en rust niet voor ze die heeft bereikt. En omgekeerd.


157

Soms bedenk je “problemen”, omdat je niet doordringt tot aan de wortels van je gedrag.

Het enige wat je mist, is een vastberaden koerswijziging: trouw je plicht doen en de aanwijzingen die men je gegeven heeft in de geestelijke leiding stipt opvolgen.


158

Weer heb je sterker de urgentie, het “idée fixe” gevoeld om een heilige te moeten zijn; je hebt zonder aarzeling de dagelijkse strijd aangebonden, in de overtuiging dat je moedig iedere uiting van kleinburgerlijke middelmatigheid in jezelf moet afkappen.

En toen je in je gebed sprak met de Heer, heb je nog duidelijker begrepen dat strijd hetzelfde is als Liefde en heb je Hem om een grotere Liefde gevraagd, zonder angst voor de veldslag die je te wachten staat, omdat je zult vechten door Hem en met Hem en in Hem.


159

In de war? - Wees eerlijk en erken dat je liever de slaaf bent van je eigen egoïsme dan dat je God of die ziel wil dienen. - Geef toe!


160

Beatus vir qui suffert tentationem... gezegend is de man die een bekoring ondergaat, want nadat hij op de proef is gesteld zal hij de kroon van het Leven ontvangen.

Wordt je niet vervuld van blijdschap als je bedenkt dat die innerlijke sport een bron van vrede is die nooit zal opdrogen?


161

Nunc coepi! - nu begin ik! Dat is de uitroep van de verliefde ziel die ieder ogenblik, of zij nu trouw is geweest of in edelmoedigheid tekort is geschoten, haar verlangen hernieuwt om God met een totale overgave te dienen - lief te hebben!


162

Het raakte je tot in het diepst van je ziel toen jou werd gezegd: wat jij zoekt is geen bekering, maar een mooie verpakking voor je ellende... en zó lekker gemakkelijk - maar met een bittere bijsmaak! - je trieste last verder voort te kunnen slepen.


163

Je weet niet of wat je overkomt lichamelijke matheid is of een soort innerlijke moeheid, of allebei tegelijk : je strijdt zonder dat je strijd levert, zonder lust om tot een echte, duidelijke verbetering te komen, zodat je in staat zult zijn om de zielen aan te steken met de vreugde en de liefde van Christus.

Ik wil je herinneren aan de duidelijke woorden van de Heilige Geest: alleen degene die legitime - werkelijk en ondanks alles - heeft gestreden zal de zegekrans ontvangen.


164

Ik zou beter kunnen leven, vastberadener kunnen zijn, meer enthousiasme om me heen kunnen verspreiden... Waarom doe ik het dan niet?

Omdat - neem me mijn openhartigheid niet kwalijk - je een domoor bent: de duivel weet deksels goed dat een van de slechtst bewaakte toegangspoorten tot die van de menselijke domheid is: de ijdelheid. Daar gaat hij nu met alle macht tegen aan: door sentimentele herinneringen in je op te roepen; door je ik-ben-altijd-het-zwarte-schaap complex, met de daarbij horende hysterische visie op jezelf; door je het idee in te geven dat je zogenaamd een gebrek aan vrijheid hebt

Waarom wacht je er nog mee de uitspraak van de Meester tot je door te laten dringen: Waakt en bidt, want ge kent dag noch uur?


165

Branieachtig en onzeker zei je me dat je vond dat sommigen de weg naar boven gaan, anderen naar beneden - en dat weer anderen, zoals jezelf, rustig aan de kant blijven zitten.

Je apathie stemde me treurig en ik zei tegen je: enkelen van degenen die zo blijven hangen worden op sleeptouw genomen door degenen die naar boven gaan; maar meestal met een grotere kracht door degenen die naar beneden gaan. Bedenk wat een gevaarlijke dwaalweg je inslaat!

De heilige bisschop van Hippo heeft dat al gesignaleerd: niet vooruitgaan betekent achteruitgaan.


166

Er zijn in je leven twee dingen die niet bij elkaar passen: je verstand en je gevoel.

Je verstand - verlicht door het geloof - laat je niet alleen duidelijk de weg zien, maar ook het verschil tussen de heldhaftige en de domme manier om die te gaan. Vooral toont het je de grootsheid en goddelijke schoonheid van de ondernemingen die de Drieëenheid in onze handen legt.

Het gevoel daarentegen klampt zich vast aan alles wat je afkeurt, zelfs nog op het ogenblik dat je het afkeurenswaardig vindt. Het lijkt wel of duizend en een onbenulligheden op de loer liggen om hun kans te grijpen. En zodra je armzalige wil - door lichamelijke vermoeidheid of gebrek aan bovennatuurlijke visie op de dingen - verzwakt is, hopen die kleinigheden zich op, woelen ze in je verbeelding rond tot ze een berg vormen die neerdrukt en ontmoedigt. Het zijn bijvoorbeeld de nare aspecten van je werk; tegenzin om te gehoorzamen; tekort aan hulpmiddelen; valse aantrekkingskracht van een makkelijk leventje; kleine en grote weerzinwekkende bekoringen; opwellingen van sentimentaliteit; vermoeidheid; de bittere smaak van je geestelijke middelmatigheid - En soms ook angst: angst omdat je weet dat God wil dat je heilig bent en je het niet bent.

Mag ik het je ongezouten zeggen? Je hebt - redenen - te over om achterom te kijken en je hebt te weinig durf om aan de genade te beantwoorden die Hij je schenkt, want Hij heeft je immers geroepen om een andere Christus te zijn, ipse Christus! - Christus zelf. Je bent de aansporing van de Heer aan de Apostel vergeten: - Je hebt genoeg aan mijn genade!, wat bevestigt dat je het kunt, als je maar wilt.


167

Haal de tijd in die je verloren hebt laten gaan door te rusten op de lauweren van je zelfgenoegzaamheid, terwijl je van jezelf dacht dat je een goed mens was. Alsof het voldoende zou zijn je leven voort te slepen, zonder te roven en te moorden.

Versnel je pas in je godsdienstige leven en in je werk: je moet nog zo'n groot stuk afleggen! Zorg dat je met iedereen prettig omgaat, ook met hen die je ergeren; en doe je best om degenen tegen wie je vroeger iets had, lief te hebben - te dienen!


168

In de biecht toonde je de misère van je voorbije leven - dat een etterende wond was. En de priester behandelde je ziel als een goede arts, een gewetensvol arts: waar dat nodig was sneed hij weg en hij zorgde ervoor, dat de wond zich niet sloot, voordat hij deze grondig had schoongemaakt. - Wees hem daar dankbaar voor!


169

Ernstige zaken met een sportieve geest aanpakken geeft heel goede resultaten - Heb ik misschien een paar ronden verloren? - Goed, maar - als ik doorzet - win ik aan het eind.


170

Bekeer je nu, nu je je nog jong voelt - Wat moeilijk is het je te beteren, als je ziel oud geworden is!


171

Felix culpa!, zingt de Kerk - Gezegend zij je misstap - fluister ik als een echo in je oor - als die je heeft geholpen om niet meer te vallen; èn als hij je ook meer begrip en hulpvaardigheid voor je naaste heeft gegeven, want die is niet van mindere kwaliteit dan jij.


172

Is het mogelijk - vraag je je af nadat je de bekoring hebt verdreven - is het mogelijk, Heer, dat ik het ben - die ander?


173

Ik zal een samenvatting geven van je ziektegeschiedenis: hier val ik en daar sta ik weer op : dat laatste is het belangrijkste. - Ga dus door met die innerlijke strijd, al gaat het ook met de snelheid van een schildpad. Vooruit!

Je weet precies, mijn zoon, waar je terecht kunt komen als je niet vecht: afgrond roept afgrond op.


174

Je schaamt je voor God en de anderen. Je hebt oud en opnieuw opgerakeld vuil in jezelf ontdekt: er is geen instinct, geen slechte neiging die je niet onder je eigen huid voelt - en in je hart is een wolk van onzekerheid. Bovendien komt de bekoring wanneer je het het minst wilt of verwacht, als je wil door vermoeidheid is verslapt.

Je weet niet meer of je er nederiger door wordt gemaakt, hoewel je het erg vindt jezelf zo te moeten zien - Maar lijd er maar onder omwille van Hem, uit Liefde tot Hem; zo'n berouw uit liefde zal je helpen om waakzaam te blijven, want de strijd zal voortduren zolang we leven.


175

Wat verlang je er vurig naar je zelfgave van destijds opnieuw te bezegelen: jezelf kind van God weten en daarnaar leven!

Leg al je fouten en ontrouw in de handen van de Heer. Het is trouwens de enige manier de last ervan te verlichten.


176

Zich vernieuwen is niet verslappen.


177

Bezinningsdagen. Inkeer om God en jezelf te leren kennen en daardoor voortgang te boeken. Die tijd heb je nodig om te ontdekken waarin en hoe je je moet veranderen: wat zal ik doen, wat moet ik laten?


178

- Dat van vorig jaar mag niet meer gebeuren.

“Hoe waren de bezinningsdagen?”, had men jou gevraagd. En jij antwoordde: “We hebben heel goed uitgerust”.


179

Dagen van stilte en van intense genade - Gebed van aangezicht tot aangezicht met God

Er steeg een spontaan dankgebed in me op toen ik die mensen zag die zich ondanks het gewicht van hun jaren en ervaring open stelden voor de ingevingen van God en er als kinderen op reageerden, enthousiast omdat ze de mogelijkheid zagen om ook van hùn leven nog iets nuttigs te maken, zodat hun afdwalingen en alles wat ze hadden nagelaten kon worden uitgevlakt.

Met dat tafereel voor ogen heb ik je vermaand: verwaarloos de strijd in je godsdienstige leven niet.


180

Auxilium christianorum!, Hulp van de christenen, zo bidt de litanie van Loreto met vertrouwen. Heb je wel eens geprobeerd om dat schietgebedje in tijden van moeilijkheden na te zeggen? Als je het met vertrouwen doet, met de tederheid van een dochter of van een zoon, zul je de doeltreffendheid kunnen constateren van de tussenkomst van je Moeder, de heilige Maagd, die je naar de overwinning zal leiden.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende