Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Voor > Mensenvissers > Hst 6
181

Terwijl we zaten te praten zagen we op de kaart de landen van dat continent. - Je ogen lichtten op, je hart was vol ongeduld en denkend aan die volkeren, zei je tegen me: Zou de genade van Christus aan de andere kant van die zeeën soms níet werkzaam zijn?

Toen gaf je zelf echter het antwoord: Hij wil in zijn oneindige goedheid gebruik maken van volgzame werktuigen.


182

Wat heb je een medelijden met hen! - Je zou hen willen toeschreeuwen dat ze hun tijd verdoen - Waarom zijn ze zo blind en zien ze niet wat jij - armzalig schepsel - wèl hebt gezien? Waarom komen ze er niet toe om het beste te kiezen?

Bid, doe verstervingen, maak hen dan één voor één wakker - dat is je plicht! - en leg hun - ook weer één voor één - uit dat zij net zo goed als jij een weg tot - God kunnen vinden, zonder hun plaats in de maatschappij in de steek te laten.


183

Je begon met veel geestdrift. Maar stukje bij beetje ben je gaan afzakken - En als je doorgaat je horizon kleiner te maken zul je ten slotte helemaal in je schulp kruipen.

Je moet je hart keer op keer wijder openstellen, met honger naar apostolaat!: van de honderd zielen tellen er voor ons honderd.


184

Dank de Heer voor de vaderlijke zowel als moederlijke zorg die Hij voortdurend voor je aan de dag legt.

Jij die altijd van grote avonturen droomde, bent aan een schitterende onderneming begonnen - die je naar de heiligheid zal brengen.

Ik benadruk: wees God daar dankbaar voor door een apostolisch leven te leiden.


185

Als je aan het apostolaat begint, wees er dan van doordrongen dat het er altijd om gaat dat je de mensen gelukkig maakt, erg gelukkig: de Waarheid is onlosmakelijk verbonden met echte blijdschap.


186

Mensen van verschillende landen en rassen, van zeer uiteenlopende achtergronden en beroepen - Als je met hen spreekt over God, besef je de menselijke en bovennatuurlijke waarde van je roeping als apostel. Het is dan of je het wonder van de eerste prediking van de leerlingen van de Heer in zijn volle werkelijkheid opnieuw meemaakt: zinnen die in een vreemde taal zijn gesproken en een nieuwe weg laten zien, werden door iedereen diep in hun hart in hun eigen taal gehoord. En voor je geestesoog herleeft het tafereel dat - Parthen, Meden en Elamieten - gelukkig tot God naderden.


187

Luister goed naar me en vertel het verder door: christendom is Liefde; de omgang met God is een buitengewoon positief gesprek; de zorg voor anderen - het apostolaat - is geen luxe-artikel of de bezigheid van een enkeling.

Nu je dit eenmaal weet moet je vol vreugde zijn, omdat je leven een volledig nieuwe zin heeft gekregen. En wees consequent!


188

Natuurlijkheid, oprechtheid en blijdschap: de onmisbare voorwaarden voor een apostel om mensen aan te trekken.


189

De wijze waarop Jezus de eerste twaalf riep kon niet eenvoudiger zijn: “Kom en volg Me!”

Voor jou, die zoveel uitvluchten zoekt om niet met je taak te hoeven doorgaan, is het een heel toepasselijke gedachte dat de menselijke ontwikkeling van die eersten bijzonder gering was; en toch, wat wisten zij degenen die naar hen luisterden te raken!

Vergeet dit niet: Hij blijft het werk doen, door middel van ieder van ons.


190

God is Degene van Wie de roeping tot het apostolaat uitgaat. Maar jíj moet niet nalatig zijn bij het gebruiken van de middelen: gebed, versterving, studie of werk, vriendschap, een bovennatuurlijke visie op de dingen, innerlijk leven!


191

Als ik met je spreek over het - apostolaat van vriendschap, heb ik het over de vriendschap - van persoon tot persoon, vol toewijding en oprechtheid: op gelijk niveau, van hart tot hart.


192

In het apostolaat van vriendschap en vertrouwen is de eerste stap begrip en dienstvaardigheid - en heilige onverzettelijkheid in de leer.


193

Degenen die Christus ontmoet hebben, mogen zich niet meer in hun eigen wereldje opsluiten: wat zou zo'n inperking een trieste zaak zijn! Zij moeten zich als een waaier openen om alle zielen te bereiken. Ieder moet zijn vriendenkring maken - en deze groter laten worden - waar hij invloed op kan uitoefenen door het prestige dat hij heeft in zijn beroep, door zijn gedrag en zijn vriendschap, met de bedoeling dat Christus invloed zal uitoefenen door middel van dat beroepsprestige, dat gedrag en die vriendschap.


194

Je moet een gloeiende kool zijn die overal vuur naar toe brengt. En waar de omgeving niet in brand gestoken kan worden, moet je haar geestelijke temperatuur hoger maken.

Anders verspil je op een hopeloze manier je tijd en daarbij die van de mensen in je omgeving.


195

Als er ijver is voor de zielen, zijn er altijd wel goede mensen te vinden, is er altijd braakliggende grond te ontdekken. Er is geen excuus!


196

Wees er maar zeker van dat ook dáár veel mensen zijn die jouw weg kunnen begrijpen; zielen die - bewust of onbewust - Christus zoeken en Hem niet vinden. Maar “hoe moeten ze over Hem horen spreken, als niemand hun iets zegt?”


197

Zeg me niet dat je zorgt voor je innerlijk leven als je niet intens en zonder ophouden het apostolaat beoefent: de Heer - met Wie je zegt om te gaan - wil dat alle mensen gered worden.


198

Dat is een hele moeilijke weg, zei hij tegen je. En toen je dat hoorde stemde je daar trots mee in, denkend aan die uitspraak dat het kruis het kenmerk is van de ware weg... Maar je vriend staarde zich blind op het zware deel van de weg, zonder zich rekenschap te geven van de belofte van Jezus: - Mijn juk is zacht.

Breng hem dat in herinnering, want - misschien als hij dat weet - zal hij zich geven.


199

Heeft hij geen tijd? - Des te beter. Christus is juist geïnteresseerd in mensen die geen tijd hebben.


200

Als je beseft dat er velen zijn die hun grote kans niet aangrijpen en Jezus laten voorbijgaan, denk dan: Waar heb ìk die duidelijke roepstem, die zozeer door de Voorzienigheid was beschikt en die mij de weg heeft gewezen, aan te danken?

Overdenk dit dagelijks: een apostel moet altijd een andere Christus zijn, Christus zelf.


201

Verbaas je niet en laat je niet van je stuk brengen omdat hij je heeft verweten dat je hem oog in oog met Christus - hebt gebracht, en omdat hij daar verontwaardigd aan heeft toegevoegd: “Ik kan niet meer rustig leven voordat ik een besluit heb genomen”

Bid voor hem - Het zou nutteloos zijn als je zou proberen hem gerust te stellen: misschien is er wel een oude onrust in hem naar boven gekomen, de stem van zijn geweten.


202

Ergeren ze zich aan je omdat je over overgave spreekt met mensen die daar nog nooit aan hebben gedacht? - Ach, wat geeft dat, als jij toch de roeping hebt om een apostel van apostelen te zijn?


203

Je bereikt de mensen niet omdat je een andere - taal - spreekt. Ik raad je aan om natuurlijk te zijn.

Die gekunstelde manier van doen van je!


204

Aarzel je om er een begin mee te maken over God te spreken, over een christelijk leven, over roeping, - omdat je niet wilt kwetsen? - Je vergeet dat jij het niet bent die roept maar Hij: ego scio quos elegerim - Ik weet wie ik heb uitgekozen.

Bovendien zou ik het naar vinden als er achter dat verkeerde gevoel van respect voor anderen gemakzucht of lauwheid schuilging: verkies je nu nog steeds een povere menselijke vriendschap boven vriendschap met God?


205

Je hebt een gesprek gehad met deze en gene en met nog iemand anders, want je wordt verteerd door ijver voor de zielen.

Deze werd bang; gene ging te rade bij een “voorzichtig” iemand, die hem een verkeerd advies heeft gegeven... -Zet door: laat niemand zich later kunnen excuseren door te beweren quia nemo nos conduxit - dat niemand ons heeft geroepen.


206

Ik kan je heilige ongeduld wel begrijpen, maar je moet bedenken dat het voor sommigen nodig is lang na te denken en dat anderen pas na verloop van tijd gaan reageren - Wacht met open armen op hen: kruid je heilige ongeduld met heel veel gebed en verstervingen. Dan zullen ze jeugdiger en edelmoediger zijn als ze eenmaal komen; ze zullen hun verburgerlijking van zich af hebben gegooid en moediger zijn.

Wat wacht Gòd niet op hen!


207

Het geloof is een onmisbaar vereiste voor het apostolaat en vaak komt dat tot uiting in de volharding waarmee iemand over God spreekt, ook al laten de vruchten op zich wachten.

Als we doorzetten en vasthoudend zijn in de overtuiging dat de Heer het wil, zullen er ook in jouw omgeving overal tekenen van een christelijke revolutie gaan verschijnen: sommigen zullen zich geven, anderen zullen hun innerlijk leven serieus gaan nemen en weer anderen -de zwaksten- zullen op zijn minst gewaarschuwd zijn.


208

Dagen om echt uitgelaten te zijn: weer drie mensen die hebben besloten Christus te volgen!

De woorden van Jezus worden werkelijkheid: “Hierdoor wordt mijn Vader verheerlijkt, dat gij rijke vruchten draagt; zo zult gij mijn leerlingen zijn.”


209

Ik moest glimlachen omdat ik je heel goed begreep toen je tegen me zei: Het idee om naar nieuwe landen te gaan, misschien heel ver weg, en daar een bruggehoofd te vestigen, maakt me enthousiast - Ik zou wel eens willen nagaan of er ook mensen op de maan zijn!

Vraag de Heer dat hij die apostolische ijver van je nog groter maakt.


210

Als je soms te maken krijgt met zielen die slapen, kun je een enorme behoefte in je voelen opkomen om hen toe te schreeuwen, hen door elkaar te schudden, hen te laten reageren, zodat ze uit die vreselijke versuftheid komen waar ze zich in bevinden. Het is zo triest als je ze ziet lopen als een blinde die met zijn stok overal tegenaan tikt zonder dat hij de weg vindt!

Hoe begrijp ik dit wenen van Jezus over Jeruzalem als een uiting van zijn volmaakte liefde


211

Verdiep je elke dag meer in de apostolische diepte van je roeping als christen. - Twintig eeuwen geleden ontvouwde Hij zijn banier - jij en ik moeten dat aan de mensen verkondigen - om allen die een oprecht hart hebben en kunnen liefhebben daaronder te verzamelen - Wat wil je nog een duidelijker oproep dan het ignem veni mittere in terram!, ik ben vuur op de aarde komen brengen. En aan de andere kant die twee en half miljard zielen die Christus nog niet kennen!


212

Hominem non habeo - Ik heb niemand om me te helpen. Dat kunnen helaas veel mensen zeggen die zwak en verlamd zijn in hun geest, maar die dienstbaar zouden kunnen - en zouden móeten zijn.

Heer, laat me nooit onverschillig zijn tegenover de zielen!


213

Bid met mij om een nieuw Pinksteren dat de wereld opnieuw in brand zet.


214

“Als iemand die Mij volgt zijn vader en zijn moeder, zijn vrouw en zijn kinderen, zijn broers en zusters, ja zelfs zijn eigen leven niet geringacht, kan hij Mijn leerling niet zijn.”

Ik zie steeds duidelijker, Heer, dat familiebanden die niet met uw allerbeminnelijkst Hart verbonden zijn, voor sommigen een voortdurend kruis betekenen; voor anderen een bron van - min of meer rechtstreekse - bekoringen om niet te blijven volharden; en voor iedereen een last die zich verzet tegen een totale overgave.


215

De ploegschaar die de akker openbreekt en er voren in trekt ziet het zaad niet, noch de vrucht.


216

Sinds je beslissing doe je iedere dag een nieuwe ontdekking. Je herinnert je dat je je vroeger voortdurend afvroeg: “hoe zit het hiermee, hoe zit het daarmee?” - en dat je dan maar weer in je twijfels en teleurstellingen bleef doorleven?

Nu vind je steeds het precieze antwoord, logisch en duidelijk. En als je hoort wat je als antwoord krijgt op je soms wat onvolwassen vragen, moet je wel eens denken: “Zo moet Jezus de eerste twaalf ook te woord hebben gestaan”.


217

Roepingen, Heer, meer roepingen! Het kan me niet schelen of ìk de zaaier ben geweest of een ander - U, Jezus, bent het geweest, U zaaide met onze handen! ; ik weet alleen maar dat U ons rijpe vruchten hebt beloofd: et fructus vester maneat!, en jullie vruchten zullen blijvend zijn.


218

Kom er rond voor uit. Als ze tegen je zeggen dat je “zieltjes aan het winnen” bent, antwoord dan dat je dat inderdaad wilt - Maar, ze hoeven zich niet bezorgd te maken! Want als ze geen roeping hebben - als Hij ze niet roept - zullen ze ook niet komen; en als ze die wel hebben, wat zal het dan een schande voor ze zijn als ze eindigen zoals de rijke jongeling uit het evangelie: verdrietig en eenzaam.


219

Je taak als apostel is groots en mooi. Je bevindt je op het punt waar de genade en de vrijheid van de zielen samenvloeien; en bent getuige van het plechtigste ogenblik in het leven van sommige mensen: hun ontmoeting met Christus.


220

Het lijkt wel of jullie één voor één zijn uitgekozen, zei hij.

Zo is het ook!


221

Wees ervan overtuigd dat het nodig is, dat je een goede vorming krijgt met het oog op de grote toevloed van mensen die ons te wachten staat en die ons de duidelijke en dringende vraag zal stellen: “Goed, wat moet ik doen?”


222

Een werkzaam recept voor je geest van apostolaat: concrete plannen maken, niet van de ene week tot de andere, maar van vandaag tot morgen, en van nu tot straks.


223

Christus heeft hoge verwachtingen van je werk. Maar je zult op zoek moeten gaan naar zielen, zoals de goede Herder achter het honderdste schaap aanging: zonder te wachten tot je geroepen wordt. Maak verder gebruik van je vrienden om goed aan anderen te doen: niemand mag zich op zijn gemak voelen - zeg dat tegen ieder van je vrienden - als hij weliswaar zelf vervuld is van zijn geestelijk leven, maar niet overloopt van apostolische ijver.


224

Het is onverdraaglijk dat je je tijd verknoeit met “je eigen onbenulligheden” als er zoveel zielen zijn die op je wachten.


225

Apostolaat van de leer van de Kerk: dat moet je apostolaat altijd zijn.


226

Het wonder van Pinksteren is dat alle wegen een goddelijke wijding hebben ontvangen: het mag nooit worden uitgelegd als het monopolie of de exclusieve waardering van één enkele weg ten nadele van de andere.

Pinksteren is een onbegrensde variatie in talen, methoden, manieren om God te ontmoeten: geen opgelegde eenvormigheid.


227

Je schreef me: bij onze groep sloot zich een jongeman aan die naar het Noorden ging. Het was een mijnwerker. Hij zong heel goed en stemde in met ons lied. Ik bad voor hem tot hij aan zijn station was gekomen. Toen hij afscheid nam, zei hij: “Wat zou ik graag met jullie verder zijn meegereisd!”

Ik moest onmiddellijk denken aan het mane nobiscum!, blijf bij ons, Heer! Opnieuw vroeg ik Hem met vertrouwen dat anderen - Hem zouden mogen zien - in ieder van ons, de tochtgenoten van - zijn weg.


228

De massa's zijn - het pad van de terechte ontevredenheid - ingeslagen en ze blijven die richting volgen.

Droevig, maar hoeveel van de mensen die geestelijk of materieel in nood verkeren, zijn door ons toedoen rancuneus!

Christus moet opnieuw onder de armen en eenvoudigen worden gebracht: juist bij hen is Hij het liefst.


229

Leraar: je moet het als je ideaal zien om je leerlingen in korte tijd te laten begrijpen wat jezelf uren studie heeft gekost voor je een helder inzicht had.


230

Het verlangen om - te onderrichten, - met overtuiging, maakt leerlingen dankbaar en dat is een geschikte bodem voor het apostolaat.


231

Ik hou van dit devies: - Laat iedere reiziger zijn eigen weg gaan, de hem door God gewezen weg, in trouw en liefde, ook al gaat het moeizaam.


232

Wat bevat elk afzonderlijk tafereel van het Nieuwe Testament een buitengewone les! - Als de Meester, wanneer Hij opstijgt naar de rechterhand van de Vader, hun heeft gezegd: “Gaat en onderwijst alle volkeren”, blijven de leerlingen in vrede achter. Maar ze hebben nog twijfels: ze weten niet wat ze moeten doen en verenigen zich met Maria, Koningin der apostelen, om vurige predikers te worden van de Waarheid die de wereld zal redden.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende