Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Voor > Lijden > Hst 7
233

Je vertelde dat je door bepaalde scènes uit het leven van Jezus het meest ontroerd wordt: als Hij in contact komt met mensen die lijden, als Hij vrede en gezondheid brengt aan mensen van wie geest en lichaam door pijn verwoest zijn Je vindt het geweldig, zo ging je voort, om Hem melaatsheid te zien genezen, het gezichtsvermogen te zien teruggeven, de lamme bij de vijver te zien genezen: de arme drommel aan wie niemand denkt. Je ziet Hem dan als volkomen menselijk, zo dichtbij!

Wel, Jezus is nog steeds dezelfde als toen.


234

Je vroeg de Heer een beetje voor Hem te mogen lijden. Maar dan als het lijden op zo'n menselijke manier komt, zo gewoon-moeilijkheden en problemen in het gezin, of die talloze kleine hinderlijke dingen-, kost het je moeite om daar Christus achter te zien. - Open je handen gewillig voor die spijkers, en je leed zal in vreugde worden omgezet.


235

Beklaag je niet als je lijdt. Alleen een mooie steen, die veel waard is, wordt gepolijst.

Doet het pijn? - Laat je dankbaar bijslijpen, want God heeft je als een diamant in zijn handen genomen - Een gewone kiezelsteen wordt zo niet bewerkt.


236

Wie laf het lijden ontvlucht, heeft stof tot nadenken als hij ziet met wat voor een grote overgave andere zielen hun leed aanvaarden.

Niet weinig mannen en vrouwen weten hun lijden christelijk te dragen. Laten wij hun voorbeeld volgen.


237

Beklaag je je? - en je legt me uit, dat je daar het volste recht toe hebt: een speldeprik! - En nog een! - Ben je nog nooit op het idee gekomen, dat het stom is je te verbazen over de doornen tussen de rozen?


238

Ik wil vertrouwelijk met je praten, zoals ik dat tot nog toe steeds heb gedaan: als ik een kruisbeeld voor me heb, heb ik het hart niet meer om het over mijn eigen lijden te hebben - En ik vind het niet erg om daaraan toe te voegen dat ik veel heb geleden, maar altijd met blijdschap.


239

Begrijpen ze je niet? - Hij was de Waarheid en het Licht, maar ook de zijnen begrepen Hem niet. - Zoals ik al vaak heb gedaan, herinner ik je opnieuw aan de woorden van de Heer: “de leerling staat niet boven zijn Meester”.


240

Voor een kind van God zijn tegenspraak en laster, net als voor een soldaat, wonden die hij op het slagveld oploopt.


241

Ze kletsen over je - Wat kan je je goede naam schelen?

Heb in ieder geval geen schaamte of medelijden met jezelf, maar met hen: met degenen die je mishandelen.


242

Soms wìllen ze niet begrijpen: ze zijn als blinden - Maar een andere keer ben jij het zelf die zich niet begrijpelijk heeft weten te maken: corrigeer dat bij jezelf!


243

Het is niet voldoende dat je gelijk hebt. Je gelijk moet zich ook kunnen laten gelden - en anderen moeten het willen erkennen.

Breng de waarheid echter altijd naar voren als het nodig is, zonder je te laten weerhouden door het - wat zullen ze zeggen.


244

Als je bij de Meester school gaat, zul je er niet verwonderd over zijn dat je ook het hoofd moet bieden aan het onbegrip van heel veel mensen die je enorm zouden kunnen helpen, als ze maar een beetje moeite zouden doen om begrip op te brengen.


245

Je hebt hem niet lichamelijk mishandeld - Maar je hebt zo dikwijls gedaan of hij lucht voor je was; je hebt onverschillig naar hem gekeken, alsof hij een vreemde was.

Vind je dat een kleinigheid?


246

Zonder het te willen zijn degenen die vervolgen, aan het heiligen - Maar wee zulke - heiligmakers!


247

Hier op aarde betaalt men vaak met laster.


248

Er zijn zielen die hardnekkig pijnen lijken te bedenken om zich met die verzinsels te kwellen.

Maar als er dan later werkelijk lijden en tegenspoed komt, kunnen ze niet als de Allerheiligste Maagd Maria aan de voet van het Kruis staan met de blik vast gericht op haar Zoon.


249

Offer, offer! Het is waar: het volgen van Christus - Hij heeft het zelf gezegd - is het dragen van het Kruis. Maar ik hoor niet graag dat mensen die van de Heer houden, zoveel over kruisen en onthechting spreken: als er liefde is, is een offer - ook al kost het moeite - aangenaam en is het kruis het heilige Kruis.

De ziel die zo weet lief te hebben en zich te geven, wordt vervuld van blijdschap en vrede. Waarom is het dan nodig om zo de nadruk te leggen op het - offer - alsof je medelijden wilt hebben, als het kruis van Christus - dat je leven is - je gelukkig maakt?


250

Wat zou er minder neurasthenie en hysterie zijn, als men - tegelijk met de katholieke leer - zou onderrichten hoe men werkelijk als christen zou moeten leven: door God lief te hebben en tegenslagen te kunnen accepteren als een zegening die uit zijn hand komt!


251

Ga niet onverschillig voorbij aan andermans leed. Die mens - een familielid, een vriend, een collega, of iemand die je niet kent - is je broeder.

Denk aan wat het evangelie vertelt en wat je zo vaak verdrietig hebt gelezen: zelfs de familieleden van Jezus gaven Hem hun vertrouwen niet. - Zorg dat dit tafereel niet wordt herhaald.


252

Stel je eens voor dat alleen God en jij op de wereld zouden zijn.

Op die manier zal het makkelijker voor je zijn om krenkingen en vernederingen te verdragen - En zul je ten slotte de dingen doen die God wil en zoals Hij het wil.


253

Soms - zei die zieke die brandde van ijver voor de zielen - protesteert het lichaam een beetje en beklaagt het zich. Maar ook - die klachten - probeer ik in een glimlach te veranderen, want dan worden ze heel nuttig.


254

Een ongeneeslijke ziekte die zijn activiteit beperkte. Toch verzekerde hij me opgeruimd: - Die ziekte gedraagt zich aardig tegenover me en van moment tot moment ga ik meer van haar houden. Als ze me de keus lieten, zou ik wel honderd keer opnieuw zo geboren willen worden!


255

Jezus kwam tot het kruis na Zich drie en dertig jaar te hebben voorbereid, zijn hele leven!

Als zijn leerlingen Hem echt willen navolgen, moeten ze hun leven omvormen tot mede-verlossing uit liefde, door hun eigen actieve en passieve zelfverloochening.


256

Het kruis is overal aanwezig en komt als men het het minst verwacht. - Maar vergeet niet, dat het begin van het kruis en het begin van resultaat gewoonlijk hand in hand gaan.


257

De Heer, de Eeuwige Hogepriester, zegent altijd met het teken van het kruis.


258

Cor Mariae perdolentis, miserere nobis!, Hart vol smarten van Maria, ontferm u over ons - roep het Hart van de heilige Maagd aan, met de vaste wil om je met haar lijden te verenigen, als eerherstel voor je zonden en voor die van de mensen van alle tijden.

En vraag haar voor iedere ziel, dat haar lijden onze afkeer van de zonde mag versterken en dat we van de lichamelijke en geestelijke tegenslagen van iedere dag kunnen houden als een manier om boete te doen.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende