Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Voor > Strijd > Punt 166
166

Er zijn in je leven twee dingen die niet bij elkaar passen: je verstand en je gevoel.

Je verstand - verlicht door het geloof - laat je niet alleen duidelijk de weg zien, maar ook het verschil tussen de heldhaftige en de domme manier om die te gaan. Vooral toont het je de grootsheid en goddelijke schoonheid van de ondernemingen die de Drieëenheid in onze handen legt.

Het gevoel daarentegen klampt zich vast aan alles wat je afkeurt, zelfs nog op het ogenblik dat je het afkeurenswaardig vindt. Het lijkt wel of duizend en een onbenulligheden op de loer liggen om hun kans te grijpen. En zodra je armzalige wil - door lichamelijke vermoeidheid of gebrek aan bovennatuurlijke visie op de dingen - verzwakt is, hopen die kleinigheden zich op, woelen ze in je verbeelding rond tot ze een berg vormen die neerdrukt en ontmoedigt. Het zijn bijvoorbeeld de nare aspecten van je werk; tegenzin om te gehoorzamen; tekort aan hulpmiddelen; valse aantrekkingskracht van een makkelijk leventje; kleine en grote weerzinwekkende bekoringen; opwellingen van sentimentaliteit; vermoeidheid; de bittere smaak van je geestelijke middelmatigheid - En soms ook angst: angst omdat je weet dat God wil dat je heilig bent en je het niet bent.

Mag ik het je ongezouten zeggen? Je hebt - redenen - te over om achterom te kijken en je hebt te weinig durf om aan de genade te beantwoorden die Hij je schenkt, want Hij heeft je immers geroepen om een andere Christus te zijn, ipse Christus! - Christus zelf. Je bent de aansporing van de Heer aan de Apostel vergeten: - Je hebt genoeg aan mijn genade!, wat bevestigt dat je het kunt, als je maar wilt.

[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Zie hoofdstuk Volgende