 |
479 |
 |
“Bid voor mij”, vroeg ik hem zoals ik dat altijd doe. Verwonderd zei hij terug: “Maar is er dan iets met u aan de hand?”.
Ik moest hem duidelijk maken dat er ieder ogenblik iets met ons allemaal gebeurt of aan de hand is; en ik voegde eraan toe dat als er niet gebeden wordt, er “hoe langer hoe meer slechte dingen gebeuren”.
|
 |
|