 |
67 |
 |
Het tafereel van de genodigden voor het bruiloftsmaal uit de parabel herhaalt zich: de een is bang; de ander druk bezet; heel wat - komen met allerlei verhalen, flauwe uitvluchten.
Ze willen niet. Zo voelen ze zich: afgestompt, in de war, lusteloos, verveeld, verbitterd. En het is toch zo gemakkelijk de goddelijke uitnodiging van ieder ogenblik te aanvaarden en blij en gelukkig te leven!
|
 |
|