 |
9 |
 |
Toen zij er met hem over spraken om zich persoonlijk in te zetten, was zijn reactie deze redenering: “Ja, in dat geval zou ik dit kunnen doen..., en ik zou dat moeten doen...”.
- Ze antwoordden hem: “Hier wordt niet met God gemarchandeerd. Je aanvaardt de wet van God, de uitnodiging van de Heer zoals hij is, of je aanvaardt dit niet. Je moet beslissen: voorwaarts, zonder enige reserve en met veel geestdrift, of weggaan. Qui non est mecum - wie niet met Mij is, is tegen Mij.”
|
 |
|