Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Weg > Karakter > Hst 1
1

Zorg dat je leven niet onvruchtbaar blijft. - Wees nuttig. - Laat iets blijvends na. - Laat het licht van je geloof en je liefde stralen.

Wis door je leven als apostel het vuile, kleverige spoor uit, dat de verdorven zaaiers van de haat achterlieten. - Steek alle wegen van de aarde in brand met het vuur van Christus, dat je in je hart draagt.


2

Ik zou willen dat je gedrag en je gesprekken zodanig waren, dat allen die je zien of horen spreken, zouden kunnen zeggen: die leest het leven van Jezus Christus.


3

Bezadigdheid. - Laat die gekunsteldheid en die kinderachtige manieren achterwege. - Zorg dat je gedrag een weerspiegeling is van de vrede en de orde in je geest.


4

Zeg niet: “Zo ben ik nu eenmaal..., dat komt door mijn karakter”. Het komt veeleer door je gebrek aan karakter. Wees mannelijk: esto vir.


5

Wen je eraan, nee te zeggen.


6

Keer de verleider de rug toe, wanneer hij je in het oor fluistert: waarom zou je je het leven moeilijk maken?


7

Wees niet bekrompen. - Vergroot je hart tot het universeel, “katholiek”, is.

Fladder niet rond als een kip, als je kunt opstijgen als een adelaar.


8

Kalmte. - Waarom zou je je kwaad maken, als je daardoor God beledigt, lastig bent voor je medemens, jezelf een vervelend moment bezorgt... en je tenslotte toch je kalmte moet zien te herwinnen?


9

Wat je zojuist gezegd hebt, zeg dat op een andere toon, zonder geprikkeldheid. Je redenering zal aan kracht winnen en, vooral, je zult God niet beledigen.


10

Geef geen terechtwijzing zolang je nog verontwaardigd bent over de begane fout. - Wacht tot de volgende dag, of desnoods nog langer. - Als je dan je kalmte teruggevonden hebt en je mening gezuiverd, laat dan niet na die terechtwijzing alsnog te geven. - Zo zul je met één vriendelijk woord meer bereiken dan met drie uur redetwisten. - Beheers je temperament.


11

Wil. - Energie. - Voorbeeld. - Doen wat er gedaan moet worden... Zonder aarzeling... Zonder vals zelfmedelijden...

Zonder dit alles zou Cisneros geen Cisneros zijn geworden; Teresia van Ahumada geen heilige Teresia van Avila...; Iñigo van Loyola geen heilige Ignatius... God en onverschrokkenheid! Regnare Christum volumus! Wij willen dat Christus heerst.

[Cisneros (1436-1517): Spaanse kardinaal, regent van de troon van Spanje en biechtvader van koningin Isabella de Katholieke. Kardinaal Cisneros begon de hervorming van de Kerk in Spanje, vooruitlopend op de hervorming die het Concilie van Trente jaren later voor de hele Kerk zou aanvangen. Hij was algemeen bekend om zijn standvastig en energiek karakter.]


12

Groei tegen de verdrukking in. - De genade van de Heer zal je niet ontbreken: inter medium montium pertransibunt aquae! Je zult je door het gebergte een weg banen!

Wat geeft het dat je je activiteiten wat moet inperken, als je later, als een veer die gespannen werd, veel verder zult komen dan je ooit gedroomd had?


13

Zet die nutteloze gedachten van je af: op zijn best verdoe je er immers je tijd mee.


14

Verspil je kracht en je tijd, die aan God toebehoren, niet met het gooien van stenen naar de honden die je onderweg aanblaffen. Negeer ze.


15

Stel je werk niet uit tot morgen.


16

Wil je een massamens worden? Een van de grote hoop? Je bent geboren om een leider te worden! Bij ons is er geen plaats voor lauwen. Wees deemoedig en Christus zal het vuur van de Liefde opnieuw in jou ontsteken.


17

Verval niet in die karakterzwakte, die wordt gekenmerkt door onstandvastigheid in alles, door frivoliteit in woord en daad, door onbezonnenheid; in één woord: door oppervlakkigheid.

En deze oppervlakkigheid - vergeet het niet - maakt je dagelijkse plannen “zo vol leegte”, dat je een dooie pier en een nutteloze hansworst wordt, indien je daar niet tijdig - niet morgen, maar vandaag! - op reageert.


18

Je wilt werelds, oppervlakkig en onbezonnen zijn, omdat je laf bent. Wat is die weigering jezelf te willen zien zoals je bent, anders dan lafheid?


19

Wilskracht. Dat is een zeer belangrijke eigenschap. Veracht de kleine dingen niet, want door de voortdurende beoefening van de onthechting en de zelfverloochening in de kleine dingen - die nooit onbeduidend zijn! - maak je je wil, met Gods genade, sterk en mannelijk. Zó zul je allereerst heer en meester over jezelf worden; en later: gids, hoofd, leider!... een leider, die met zijn voorbeeld, zijn woord, zijn kennis en zijn gezag overtuigt, stimuleert en meesleept.


20

Je botst met bepaalde karakters uit je omgeving... Het is onvermijdelijk dat dit gebeurt, want je bent geen gouden tientje dat iedereen graag wil hebben.

Bovendien, hoe zou je zonder deze wrijvingen in de omgang met je naaste, de scherpe punten, de oneffenheden en de uitsteeksels van je karakter - je onvolmaaktheden en fouten - kunnen afslijpen? Hoe zou je anders naar de volmaakte naastenliefde kunnen streven: rijp, gepolijst en tegelijk soepel en sterk?

Als jouw karakter en dat van degenen die met je samenleven, zoet en zacht was als schuimgebak, zou je niet heilig worden.


21

Voorwendsels. - Nooit zullen zij ontbreken, als je je aan je plichten wilt onttrekken. Wat een overvloed aan redenen die eigenlijk geen redenen zijn!

Verspil je tijd niet met er aandacht aan te besteden. - Verwerp ze en doe je plicht.


22

Wees sterk. - Wees flink. - Wees een man. - En verder... wees een engel.


23

Wat vertel je me nu...? Kun je niet méér doen? - Is het niet zo dat... je niet minder doen kunt?


24

Je bent weetgierig..., je wilt leiding geven..., je wilt stoutmoedig zijn.

Goed, uitstekend; maar... voor Christus, uit Liefde.


25

Redetwist niet... - Twistgesprekken helderen gewoonlijk niets op, omdat de rede verduisterd wordt door de emoties.


26

Het huwelijk is een heilig sacrament. - Als het zover is dat je het zult gaan ontvangen, vraag dan aan je geestelijk leidsman of aan je biechtvader een nuttig boek. - Zo zul je beter voorbereid zijn om de lasten van het gezin waardig te dragen.


27

Moet je lachen omdat ik je zeg dat je “roeping voor het huwelijk” hebt? - Welnu, die heb je: een echte roeping.

Beveel jezelf bij de heilige Rafaël aan, opdat hij je kuis tot aan het einde van de weg leidt, zoals hij ook Tobias geleid heeft.


28

Het huwelijk is voor de gewone soldaten, en niet voor de officieren van Christus” leger. - Terwijl het eten een noodzaak is voor ieder als individu, is de voortplanting slechts een noodzaak voor de soort, waaraan afzonderlijke personen zich kunnen onttrekken.

Je verlangt naar kinderen?... Welnu, we zúllen kinderen krijgen, veel kinderen, en een onuitwisbaar spoor van licht achterlaten, als we verzaken aan het egoïsme van het vlees.


29

Het betrekkelijke en armzalige geluk van de egoïst die zich opsluit in zijn ivoren toren, in zijn pantser, is in deze wereld niet moeilijk te verkrijgen. - Maar het geluk van de egoïst is onbestendig.

Wil je voor deze karikatuur van de hemel afzien van het Geluk van de Heerlijkheid, die geen einde kent?


30

Je bent berekenend. - Zeg me niet dat je jong bent, want de jeugd geeft alles wat ze heeft: ze geeft zichzelf, zonder voorbehoud.


31

Egoïst. - Je denkt alleen maar aan “jezelf”. - Het lijkt wel, of je niet in staat bent je de broederlijke gevoelens van Christus eigen te maken: je ziet anderen niet als broeders, maar als springplanken.

Ik voorzie je volledige mislukking. - En wanneer je in de put zit, zul je van de anderen die naastenliefde verwachten, die je nu zelf niet wilt beoefenen.


32

Jij zult nooit een leider worden, zolang je in de massa alleen maar een springplank ziet om hogerop te komen. - Leider zul je pas worden, als je allen wilt redden.

Je kunt de menigte niet de rug toekeren: je moet het vurige verlangen hebben haar gelukkig te maken.


33

Je wilt nooit doordringen tot “de kern van de waarheid”. - Soms laat je het uit hoffelijkheid, meestal om je eigen stemming niet te bederven en een enkele keer om dit anderen te besparen. Maar altijd uit lafheid.

Met deze angst om je in de dingen te verdiepen, zul je nooit een mens worden met een gezond oordeel.


34

Heb geen angst voor de waarheid, ook al zou ze je het leven kosten.


35

Ik houd niet van een dergelijke afzwakking: angstigheid wordt door jullie voorzichtigheid genoemd. - Jullie “voorzichtigheid” biedt aan sommige leeghoofden, die vijanden van God zijn, de gelegenheid om door te gaan voor wijzen, en om posities te bereiken, die ze nooit hadden moeten krijgen.


36

Dat misbruik is niet onherstelbaar. - Het is een gebrek aan karakter, nog verder Gods water over Gods akker te laten lopen, alsof het een verloren zaak zou zijn, waar niets meer aan te doen is.

Onttrek je niet aan je plicht. - Vervul haar manmoedig, ook al laten anderen het afweten.


37

Jij bent, wat men noemt, goed van de tongriem gesneden. - Maar met heel die omhaal van woorden bereik je toch niet, iets te rechtvaardigen, wat niet te rechtvaardigen valt, ook al noem je het door de Voorzienigheid beschikt.


38

Zou het waar zijn - maar dat kan ik gewoon niet geloven - dat er op aarde geen mensen, maar alleen buiken bestaan?


39

“Bid, dat ik me nooit tevreden zal stellen met de weg van de minste weerstand”. - Daar heb ik al voor gebeden; nu moet jij je inspannen, dit mooie voornemen uit te voeren.


40

Geloof, vreugde, optimisme. - Ja, maar niet zo dwaas zijn om de ogen te sluiten voor de werkelijkheid.


41

Wat een verheven wijze om een leven van onbenullige dwaasheden te leiden, en wat een manier om iets te worden in het leven: alsmaar hoger stijgen omdat je “weinig gewicht” hebt, omdat je leeg bent, in je hoofd en in je hart!


42

Waarom ben je zo wispelturig? Wanneer ga je je eindelijk eens op een vast doel richten? - Laat die voorliefde van jou voor de eerste steen toch varen, en leg eerst maar eens de laatste hand aan één van je vele projecten.


43

Wees niet zo gauw... op je teentjes getrapt. - Door het minste of geringste voel je je beledigd. - Om met jou over de kleinste onbenulligheid te praten, moet men ieder woord op een goudschaaltje leggen.

Ik hoop niet dat je kwaad wordt als ik je zeg dat je... onuitstaanbaar bent. - Zolang dat niet beter wordt, heeft niemand iets aan je.


44

Verontschuldig je met een vriendelijk woord, zoals de christelijke naastenliefde en de maatschappelijke omgang vereisen. - En dan: vooruit! Met heilige schaamteloosheid, zonder stil te staan voordat je de steile helling van de plicht helemaal beklommen hebt.


45

Waarom doen die valse geruchten, die over je de ronde doen, je verdriet? - Je zou nog ergere dingen doen, als God je zou verlaten. - Volhard in het goede en stoor je niet aan de rest.


46

Geloof je niet, dat gelijkheid, zoals velen die opvatten, een ander woord voor onrechtvaardigheid is?


47

Die hoogdravendheid en die zelfingenomenheid misstaan je; men kijkt er zo doorheen. - Probeer tenminste om ze achterwege te laten in je omgang met God, met je geestelijk leidsman en met je broeders. Dan zal er tussen hen en jou één hinderpaal minder zijn.


48

Je hebt weinig karakter: wat een behoefte heb je om overal je neus in te steken! - Je wilt overal in kunnen meespreken... Maar, en word niet boos als ik duidelijke taal spreek, daartoe mis je de nodige kwaliteit; je bent niet in staat jezelf weg te cijferen en op de achtergrond te blijven.

Je hebt een tekort aan offergeest. En een teveel aan nieuwsgierigheid en behaagzucht.


49

Zwijg. - Wees niet zo kinderachtig, de karikatuur van een kind: wees geen klikspaan, onrustzaaier, kletser. - Met je verhalen en je geroddel heb je de onderlinge liefde laten verkoelen, het ergste wat je kon doen. Als je dan met je boze tong de sterke muren van de volharding van anderen op hun grondvesten hebt doen trillen, is jouw volharding geen genade van God meer, omdat ze het verraderlijke instrument van de vijand is geworden.


50

Je bent nieuwsgierig en een uithoorder, een snuffelaar en een gluurder. Schaam je je niet dat je, zelfs in je gebreken, zo weinig mannelijk bent? - Wees een kerel! Zet die zucht alles over anderen te willen weten om in verlangens en daden van zelfkennis.


51

Je mannelijke geest, rechtschapen en eenvoudig, raakt in de war als hij verwikkeld raakt in intriges en kletspraatjes, waar je geen hoogte van kunt krijgen, en waar je nooit in verzeild had willen raken. - Verdraag de vernedering, het onderwerp van roddelpraat te zijn, en leer hieruit in het vervolg meer op je woorden te letten.


52

Waarom leg je in je kritiek op anderen de bitterheid van je eigen mislukkingen?


53

Die kritische geest van je, ik geef toe dat het geen kwaadsprekerij is, moet je niet gebruiken in je apostolaat, en ook niet in de omgang met je broeders. - Vergeef me dat ik het zeg, maar die geest is toch een grote belemmering voor jullie bovennatuurlijke werk. Want terwijl je ongevraagd het werk van anderen beoordeelt - ook al is het met de beste bedoelingen - ben je zelf met niets positiefs bezig, en belemmer je de vooruitgang van de anderen met je eigen voorbeeld van niets doen.

Je vraagt me ongerust: “Wat moet ik dan doen met die kritische geest, die zo tot het wezen van mijn karakter behoort...?”

Ik zal je geruststellen: neem pen en papier, en schrijf eenvoudig en openhartig - en vooral kort! - op, wat je dwars zit. Stel het je meerdere ter hand, en denk er verder niet meer aan. Hij die de leiding heeft, én de genade van staat, zal de aantekening bewaren... of in de prullenmand gooien. - Jou is dat om het even, daar jouw kritische geest door zuivere bedoelingen geïnspireerd wordt en geen kwaadsprekerij is.


54

Water in de wijn doen? - Alleen in het woordenboek van hen die geen zin hebben om te strijden, gemakzuchtigen, sluwerds en lafaards, staat dat men “inschikkelijk moet zijn!”, want zij hebben zich reeds bij voorbaat gewonnen gegeven.


55

Man, wees wat minder naïef (ook al ben je een kind, en dat speciaal voor God), en zet in het bijzijn van anderen je broeders niet in het zonnetje.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende