Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Weg > Tegenwoordigheid van God > Hst 11
265

Kinderen... Wat doen ze niet hun best om zich in het bijzijn van hun ouders goed te gedragen! En kinderen van koningen, in het bijzijn van hun vader, de koning, hoe doen ze niet hun best om de koninklijke waardigheid te bewaren!

En jij... weet jij niet dat je altijd in tegenwoordigheid bent van de grote Koning, God, je Vader?


266

Neem geen beslissing zonder de aangelegenheid in tegenwoordigheid van God overwogen te hebben.


267

Wij moeten ervan overtuigd raken dat God voortdurend dicht bij ons is. - Wij leven alsof de Heer ver weg zou zijn, daarboven, waar de sterren schitteren, en wij denken er niet aan dat Hij óók altijd naast ons staat.

En Hij is er als een liefhebbende Vader die ons helpt, ons inspireert, zegent... en vergeeft, want Hij houdt van ieder van ons meer dan alle moeders ter wereld hun kinderen kunnen liefhebben.

Hoe dikwijls heeft de strenge blik van onze ouders zich niet verzacht, als we hen na het uithalen van een kwajongensstreek zeiden: “Ik zal het nóóit meer doen!” - Wie weet deden we het diezelfde dag opnieuw... En onze vader berispte ons met voorgewende barsheid in de stem en een ernstig gezicht..., terwijl zijn hart op hetzelfde moment vertederd werd omdat hij onze zwakheid kende en dacht: arm kind, wat doet het zijn best om zich goed te gedragen!

We moeten het tot ons laten doordringen en helemaal vervuld raken van de gedachte dat de Heer, die bij ons is en in de hemel, Vader is, geheel en al onze Vader.


268

Maak er een gewoonte van, gedurende de dag je hart dikwijls in dankbaarheid tot God te verheffen. - Omdat Hij je dit of dat geeft. - Omdat men je geminacht heeft. - Omdat je niet hebt wat je nodig hebt, of omdat je het wel hebt.

Omdat Hij zijn Moeder, die ook jouw Moeder is, zo mooi maakte. - Omdat Hij de zon geschapen heeft en de maan en dat dier en die plant daar. - Omdat Hij die mens zo welsprekend heeft gemaakt en jou stroef van taal...

Dank Hem voor alles, want alles is goed.


269

Wees niet zo blind of zo gehaast, dat je nalaat je in gedachten naar ieder Tabernakel te verplaatsen, wanneer je de muren of torens van de huizen Gods ontwaart. - Hij wacht op je.

Wees niet zo blind of zo overijld, dat je nalaat tenminste een schietgebedje te bidden tot de Onbevlekte Maagd Maria, wanneer je voorbij plaatsen komt, waarvan je weet dat daar Christus beledigd wordt.


270

Maakt het je niet blij, als je op je gebruikelijke weg door de stad weer een ander Tabernakel hebt ontdekt?


271

Een mens van gebed zei: Jezus moet het doel van ons gebed zijn, de Liefde van ons hart, het onderwerp van ons gesprek en het voorbeeld van ons handelen.


272

Gebruik die heilige “menselijke hulpmiddeltjes”, die ik je aanraadde om de tegenwoordigheid van God niet te verliezen: schietgebedjes, oefeningen van liefde en eerherstel, geestelijke communies, blikken op de beeltenis van Onze Lieve Vrouw...


273

Alleen! - Je bent niet alleen. Van veraf houden we je voortdurend gezelschap. - Bovendien, gevestigd in jouw ziel, wanneer die in staat van genade is, geeft de heilige Geest, - God-met-jou -, steeds meer een bovennatuurlijke grondtoon aan al je gedachten, verlangens en werken.


274

“Vader”, zei me die grote kerel, een goed student van de Central

(wat zou er toch van hem geworden zijn?), “ik dacht aan wat u me zei..., dat ik zoon van God ben! En ik betrapte me erop, fier als een pauw over straat te lopen, met opgeheven hoofd en vol trots... zoon van God!” Ik raadde hem met een rustig geweten aan, die “hoogmoed” te bevorderen.

<>


275

Ik twijfel niet aan je eerlijkheid. - Ik weet dat je handelt in tegenwoordigheid van God. Maar, er is een “maar”: jouw daden worden gezien of kunnen worden gezien door mensen die menselijk oordelen... En het is nodig hun een goed voorbeeld te geven.


276

Als je eraan went, tenminste één keer per week Maria op te zoeken om met haar naar Jezus te gaan, dan zul je zien dat je meer tegenwoordigheid van God hebt.


277

Je vraagt me: Waarom dat kale houten kruis? - En ik schrijf uit een brief over: “Bij het opkijken van de microscoop valt de blik op het lege zwarte kruis. Dit kruis zonder Gekruisigde is een symbool. Het heeft een betekenis die de anderen niet zullen zien. En hij die, vermoeid als hij is, op het punt stond met het werk op te houden, brengt zijn ogen weer naar het oculair en werkt verder, want het eenzame kruis vraagt schouders om het te dragen”.


278

Leef in tegenwoordigheid van God en je zult bovennatuurlijk leven hebben.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende