Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Weg > Meer over het innerlijk leven > Hst 13
301

Een geheim. - Een publiek geheim: de wereldcrises ontstaan door een tekort aan heiligen.

God wenst een handvol van “zijn” mensen in iedere menselijke activiteit. - En dan... pax Christi in regno Christi, de vrede van Christus in het rijk van Christus.


302

Je kruisbeeld. - Als christen zou je altijd je kruisbeeld bij je moeten dragen. En het op je werktafel leggen. En het kussen als je gaat slapen en als je opstaat; en als je arme lichaam in opstand komt tegen je ziel, kus het dan ook.


303

Wees niet bang, de Heer bij zijn naam - Jezus - te noemen en Hem te zeggen dat je van Hem houdt.


304

Probeer iedere dag enkele minuten voor die gezegende eenzaamheid vrij te maken, die zo hard nodig is om het innerlijk leven op gang te houden.


305

Je hebt me geschreven: “Eenvoud is het zout der volmaaktheid. Juist dat ontbreekt me. Met Zijn en uw hulp wil ik haar zien te bereiken”.

Noch Zijn hulp, noch de mijne zullen je ontbreken. - Wend de middelen aan.


306

Het leven van de mensen op aarde is een krijgsdienst, heeft Job al eeuwen geleden gezegd.

Nog altijd zijn er gemakzuchtigen, tot wie dit niet doorgedrongen is.


307

Deze bovennatuurlijke manier van handelen is echte krijgstactiek. Je voert strijd - de dagelijkse gevechten van je innerlijk leven - in stellingen die ver voor de verdedigingsmuren van je vesting liggen.

Hier valt de vijand je aan: op je kleine versterving, op je dagelijks gebed, op de orde bij je werk, op je leefplan. Op deze manier valt het hem moeilijk door te dringen tot de kwetsbare torens van je vesting. - En als hij zover raakt, is hij te uitgeput om ze te bestormen.


308

Je schrijft me en ik schrijf over: “Mijn vreugde en mijn vrede. Ware vreugde zal ik nooit bezitten zonder vrede. En wat is vrede? Vrede is iets dat nauw samenhangt met oorlog. Vrede is een gevolg van de overwinning. Vrede eist van mij een voortdurende strijd. Zonder strijd kan ik geen vrede verwerven”.


309

Beschouw hoe barmhartig Gods gerechtigheid is. - Wie schuld bekent, wordt door het aards gerecht bestraft, door het goddelijk gerecht wordt hem vergeven.

Geprezen zij het sacrament van de boete.


310

Induimini Dominum Jesum Christum - Bekleedt u met de Heer Jezus Christus, zei St. Paulus tot de Romeinen. In het sacrament van de boete bekleden wij, jij en ik, ons met Jezus Christus en zijn verdiensten.


311

De oorlog! - De oorlog heeft een bovennatuurlijk doel, zeg je, dat de wereld onbekend is: de oorlog is voor ons geweest...

De oorlog is de grootste hindernis die het simpel volgen van de gemakkelijke weg belet. - Desondanks zullen we hem op den duur moeten liefhebben zoals een kloosterling zijn boetegesel.


312

Welk een kracht bezit Uw Naam, Heer! - Zoals gebruikelijk was ik mijn brief begonnen met: “Moge Jezus je beschermen”.

Daarop schreef men mij: “Dit “Moge Jezus je beschermen” in uw brief heeft me reeds geholpen om me voor groot onheil te behoeden. Moge Hij ook u allen beschermen”.


313

“Aangezien de Heer mij helpt met zijn gebruikelijke edelmoedigheid, zal ik mijn best doen om te beantwoorden met een verfijning van mijn manieren”, zei je me. - En ik had er niets aan toe te voegen.


314

Ik schreef je: “Ik steun op jou. Jij moet beslissen wat we doen!” - En wat hadden we anders kunnen doen dan steun zoeken bij de Ander!


315

Missionaris! Je droomt ervan missionaris te worden. Je brandt van verlangen als een Franciscus Xaverius en wilt voor Christus een wereldrijk veroveren. Japan, China, Indië, Rusland..., de koude landen van Noord-Europa, Amerika, Afrika, Australië.

Wakker dit vuur in je hart aan, deze dorst naar zielen. Maar vergeet niet, dat je meer missionaris bent door te gehoorzamen. Ver van die apostolaatsvelden werk je weliswaar “hier”, maar tegelijkertijd “daar”. Voel je niet, zoals Franciscus Xaverius, dat je arm moe wordt, doordat je zoveel mensen hebt gedoopt?


316

Je zegt me: ja, ik wil. Goed, maar wil je zoals een vrek zijn geld wil, zoals een moeder haar kind liefheeft, zoals een eerzuchtige naar eer verlangt, zoals een ongelukkige wellusteling naar zijn bevrediging verlangt?

Nee? - Dan wil je niet echt.


317

Welke inspanningen getroosten de mensen zich toch in aardse zaken; verlangens naar eer, naar rijkdom, zucht naar zinnelijk genot. - Mannen en vrouwen, rijken en armen, grijsaards, volwassenen, jongeren en zelfs kinderen: ze zijn allemaal hetzelfde.

Wanneer jij en ik ons dezelfde inspanning getroosten voor de aangelegenheden van onze ziel, dan zullen we een levend en werkdadig geloof hebben, en zullen er in ons apostolisch werk geen hindernissen zijn die we niet kunnen overwinnen.


318

Wat voor een goede raad geeft de Apostel niet voor jou, als sportman: Nescitis quod ii qui in stadio currunt omnes quidem currunt, sed unus accipit bravium? Sic currite ut comprehendatis - Gij weet het: de hardlopers in het stadion lopen allen, maar slechts één krijgt de prijs. Loopt zo dat gij hem krijgt.


319

Kom tot inkeer. - Zoek God in jezelf en luister naar Hem.


320

Bevorder die edele gedachten, die heilige verlangens die in je ontkiemen... - Een vonk kan een groot vuur doen oplaaien.


321

Apostel, die innige vriendschap van Jezus met jou, zo dicht bij Hem gedurende zóveel jaren, zegt je dat niets?


322

Het is waar dat ik ons Tabernakel altijd Betanië noem... - Sluit vriendschap met de vrienden van de Meester: Lazarus, Marta, Maria. - En dan zul je me wel niet meer vragen, waarom ik ons Tabernakel Betanië noem.


323

Je weet, dat er “evangelische raden” zijn. Die te volgen is een verfijning van de liefde. - Men zegt, dat het een weg voor weinigen is. - Soms denk ik, dat het een weg voor velen zou kunnen zijn.


324

Quia hic homo coepit aedificare et non potuit consummare! Hij begon te bouwen en kon het niet afmaken!

Een droevig commentaar dat, als je maar wilt, niet op jou van toepassing zal zijn. Want je hebt alle middelen om het gebouw van je heiliging te voltooien: de genade van God en je eigen wil.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende