Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Weg > Studie > Hst 15
332

Hem die geleerd kan zijn, vergeven wij niet, dat hij het niet is.


333

Studie. - Gehoorzaamheid: non multa, sed multum, - niet veel, maar goed.


334

Je bidt, doet versterving, je put je uit in apostolaat..., maar je studeert niet. - Als je niet verandert, deug je niet.

De studie, de beroepsvorming op welk gebied dan ook, is voor ons een zware plicht.


335

Een uur studie is, voor een modern apostel, een uur gebed.


336

Als jij God met je verstand moet dienen, is studeren voor jou een zware plicht.


337

Je ontvangt vaak de sacramenten, je bidt, je bent kuis... en je studeert niet... - Zeg me niet dat je goed bent. - Je bent alleen goedig.


338

Vroeger, toen de menselijke kennis, de wetenschap, nog zeer beperkt was, scheen het goed mogelijk dat een enkele geleerde ons heilig Geloof kon uitleggen en verdedigen.

Tegenwoordig, met de uitbreiding en verdieping van de wetenschappen, zullen de apologeten het werk moeten verdelen om op alle terreinen de Kerk wetenschappelijk te kunnen verdedigen.

- Ook jij kunt je niet onttrekken aan deze verplichting.


339

Boeken: koop ze niet zonder raad te vragen aan onderlegde en verstandige christenen. Je zou iets kunnen kopen dat nutteloos of nadelig is.

Hoe dikwijls menen de mensen een boek onder de arm te dragen..., terwijl het in werkelijkheid een lading vuilnis is!


340

Studeer. - Studeer met volharding. - Als je zout en licht moet zijn, heb je wetenschap, bekwaamheid nodig.

Of meen je dat je als beloning voor je luiheid en gemakzucht, je de wetenschap door de Heilige Geest krijgt ingestort?


341

Het is goed dat je zo volhardend bent in de studie, als je tenminste met dezelfde volharding ernaar streeft om innerlijk leven te verkrijgen.


342

Vergeet niet dat men, alvorens iets te onderwijzen, het eerst zelf moet doen.

Coepit facere et docere, zegt de Heilige Schrift van Jezus Christus: “Hij begon te doen en te onderwijzen”. Eerst doen. Opdat jij en ik daaruit leren.


343

Werk. - Wanneer je beroepswerk je helemaal in beslag neemt, zal je zieleleven erop vooruitgaan: en je zult mannelijker worden, want dan zul je die jou verterende “zucht om op anderen te vitten” opgeven.


344

Opvoeder: de onmiskenbare inspanning, waarmee je de beste methode zoekt en in praktijk brengt om je leerlingen aardse wetenschap bij te brengen, getroost je die ook bij het in praktijk brengen van de christelijke ascese, die voor hen en voor jou de énige methode is om beter te worden.


345

Cultuur, cultuur! - Uitstekend: laat niemand ons overtreffen in het streven naar het verkrijgen en bezitten van cultuur.

- Maar de cultuur is een middel en geen doel.


346

Student: vorm je in een solide en actieve vroomheid, munt uit in de studie en heb een vurig verlangen naar het apostolaat in je beroep. - Uit die innerlijke kracht van je godsdienstige en wetenschappelijke vorming zal, dat voorspel ik, een snelle en brede ontplooiing volgen.


347

Je bekommert je er alleen om, je cultuur te ontwikkelen. - Maar wat je ontwikkelen moet, is je zieleleven. - Dan pas werk je voor Christus, zoals het moet. Om hier op aarde te heersen heeft Hij mensen nodig die, met hun blik op de hemel gericht, een groot prestige verwerven in alle menselijke activiteiten en hierdoor in stilte, maar doelmatig, een apostolaat van het beroep uitoefenen.


348

Je traagheid, je slordigheid en je nietsdoenerij zijn lafheid en gemakzucht; je geweten houdt het je voortdurend voor, maar “ze zijn niet de weg”.


349

Blijf rustig, wanneer je een rechtzinnige mening naar voren hebt gebracht, ook al neemt degene die je aanhoort er kwaadwillig aanstoot aan. - Want zijn aanstoot-nemen is farizeïsch.


350

Het is niet voldoende dat je geleerd en daarenboven een goed christen bent. - Wanneer je de grofheden van je karakter niet afslijpt en je ijver en wetenschap niet in overeenstemming brengt met goede manieren, kan ik niet inzien hoe je ooit heilig wordt. - En al ben je nog zo'n geleerde, dan zou men je ondanks je geleerdheid aan een krib vastgebonden moeten houden als een muildier.


351

Die zelfingenomenheid maakt je onuitstaanbaar en onsympathiek, je maakt je belachelijk en, wat erger is, je verzwakt de uitwerking van je apostolische werk.

Bedenk, dat zelfs middelmatigen kunnen zondigen door al te veel geleerdheid.


352

Je eigen onervarenheid brengt je tot die zelfingenomenheid, tot die ijdelheid, tot die gewichtigdoenerij.

- Verbeter je, alsjeblieft. Zelfs als je een domoor bent, kun je zover komen dat je leidende functies bekleedt (dit is meer dan eens gebeurd), en als je jezelf niet overtuigt van je gebrek aan talenten, zul je weigeren te luisteren naar degenen die in staat zijn jou raad te geven. - En het is beangstigend te bedenken wat een schade jouw wanbeheer dan zal aanrichten.


353

Ongodsdienstigheid. Neutraliteit. - Oude mythen, die zich steeds weer als nieuw trachten voor te doen.

Heb je wel eens de moeite genomen te bedenken, hoe absurd het zou zijn, je katholiciteit af te geven bij het binnengaan van een universiteit, een vakbond, een congreszaal of het parlement, zoals je een hoed afgeeft aan de garderobe?


354

Gebruik je tijd goed. - Vergeet de vijgeboom niet, die vervloekt werd. Toch bracht hij wat voort: bladeren, net als jij...

- Kom niet aandragen met verontschuldigingen: - Het baatte de vijgeboom niet, vertelt de Evangelist, dat het niet de tijd van de vijgen was, toen de Heer ze wilde hebben.

Hij bleef onvruchtbaar voor immer.


355

Zakenlieden zeggen dat tijd geld is. - Dit lijkt mij weinig: onze zaken zijn de zielen, en voor ons is tijd eeuwige gelukzaligheid!


356

Ik begrijp niet hoe je je christen kunt noemen en een leven van nietsdoen kunt leiden. - Ben je het inspannende leven van Christus vergeten?


357

Alle zonden schijnen te wachten op het eerste ogenblik van ledigheid, heb je me gezegd. Niets doen zou op zichzelf al een zonde zijn.

- Wie zich inzet om voor Christus te werken, mag zich geen vrij ogenblik toestaan, want vrije tijd betekent niet niets doen, maar zich ontspannen door bezigheden, die minder inspanning vergen.


358

Ledigheid is iets onvoorstelbaars bij een apostolisch ingesteld mens.


359

Leg een bovennatuurlijk motief in de uitoefening van je beroep en je zult je werk geheiligd hebben.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende