Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Weg > Vorming > Hst 16
360

Wat heb je hartelijk gelachen, toen ik je aanraadde je jeugdjaren onder de bescherming van de heilige Rafaël te stellen: opdat hij jou, zoals de jonge Tobias, tot een heilig huwelijk zou leiden - met een goede, knappe en rijke vrouw, heb ik schertsend gezegd.

Hoe ging je daarna nadenken, toen ik hieraan de raad toevoegde om je ook onder de bescherming van die jonge apostel Johannes te stellen: voor het geval dat de Heer méér van je zou verlangen.


361

Voor jou, die je inwendig beklaagt over de hardheid waarmee je behandeld wordt, in tegenstelling tot de manier waarop je familieleden je behandelen; voor jou schrijf ik de volgende regels over uit een brief van een militaire arts: “Men kan tegenover de zieke twee houdingen aannemen: of die van de gewetensvolle dokter: koel en zakelijk, maar objectief en nuttig voor de patiënt, of die van de familieleden: jammerend. Wat zou er in een veldhospitaal gebeuren tijdens een veldslag, wanneer de gewonden zich opstapelen omdat de afvoer niet snel genoeg gaat, als er bij iedere draagbaar een familie staat? Dat zou genoeg zijn om over te lopen naar de vijand”.


362

Ik heb geen wonderen nodig: aan die uit de Schrift heb ik meer dan genoeg. - Wat ik wél nodig heb, is dat je je plicht vervult en aan de genade beantwoordt.


363

Ontgoocheld. - Je komt met hangende pootjes terug. De mensen hebben je zo net de les gelezen. - Zolang zij dachten dat je hen niet nodig had, boden zij je van alles aan. Maar toen ze bemerkten, dat je hun financiële hulp van enkele armzalige centen goed gebruiken kon, veranderde hun vriendschap in onverschilligheid.

- Stel je vertrouwen enkel op God en op hen, die omwille van Hem met je verbonden zijn.


364

Als je je toch eens voornam om God “in ernst” te dienen: met dezelfde ijver, waarmee je je eerzucht, je ijdelheid en je zinnelijkheid dient!...


365

Als je je geroepen voelt om leider te zijn, moet je streven dít zijn: onder je broeders de laatste en te midden van anderen de eerste.


366

Hoor eens: waarom voel je je achtergesteld, als deze of gene vertrouwelijker omgaat met bepaalde personen die hij langer kent en tot wie hij zich meer aangetrokken voelt op grond van sympathie, beroep of aard? - Onder jullie moet echter zelfs maar de schijn van een bijzondere vriendschap vermeden worden.


367

Als een varken (om het beest bij zijn naam te noemen!) het meest uitgezochte gerecht eet, dan wordt dat in het beste geval omgezet in varkensvlees.

Laten we engelen zijn om de gedachten, die we in ons opnemen te veredelen. - Laten we tenminste mensen zijn om het voedsel althans om te zetten in sterke en mooie spieren of misschien in een machtig brein..., dat in staat is God te erkennen en te aanbidden. - Maar... laten we geen beesten zijn, zoals zovelen!


368

Je verveelt je? - Dat komt doordat je zinnen wakker zijn en je ziel slaapt.


369

De liefde van Christus zal je vaak tot zeer lofwaardige concessies brengen... - En de liefde van Christus zal je vaak tot ontoegeeflijkheid brengen..., die ook zeer lofwaardig is.


370

Als je je slecht voordoet zonder het te zijn, dan ben je dom. - Deze domheid, steen des aanstoots, is erger dan slechtheid.


371

Wanneer mensen die in hun beroep weinig aanzien genieten, bij godsdienstige manifestaties haantje de voorste zijn, zullen jullie ongetwijfeld zin hebben om hun toe te fluisteren: “Zou u zo goed willen zijn u wat minder katholiek voor te doen!”


372

Als je een openbaar ambt bekleedt, heb je rechten en plichten die uit de uitoefening van je taak voortvloeien.

- Je verwijdert je van je weg als apostel, als je naar aanleiding of onder voorwendsel van een apostolaatswerk je beroepsplichten niet vervult. Want je verliest dan je beroepsprestige, dat juist het “aas is om mensen te vissen”.


373

Het devies van je apostolaat bevalt mij: “Werken zonder ophouden”.


374

Waarom die overhaasting? - Vertel me nou niet dat het werkzaamheid is: het is onbesuisdheid.


375

Verstrooiing. - Je laat je zinnen en vermogens drinken aan iedere poel die je tegenkomt. - Het gevolg is, dat je door het leven gaat zonder een vast plan, dat je aandacht afgeleid is, dat je wil slaapt en je begeerte wakker is.

- Onderwerp je opnieuw met ernst aan een plan, dat je zal helpen een christelijk leven te leiden. Want anders zul je nooit iets doen dat waarde heeft en vruchten afwerpt.


376

“Het milieu heeft zo'n grote invloed!”, heb je me gezegd. En ik moest antwoorden: zonder twijfel. Daarom moet jullie vorming zodanig zijn, dat jullie, op natuurlijke wijze, je eigen sfeer met je meedragen, om “jullie toon” te geven aan de maatschappij waarin jullie leven.

- En, als je je deze geest eigen hebt gemaakt, dan ben ik er zeker van dat je me, met dezelfde hevige verbazing als de eerste leerlingen bij het aanschouwen van de eerste wonderen die ze in naam van Christus met hun eigen handen hadden verricht, zult zeggen: “Wat hebben wij toch een invloed op deze omgeving!”


377

En hoe kan ik “onze vorming” verkrijgen en “onze geest” bewaren? - Door de concrete normen te vervullen die je geestelijk leidsman je gaf, je uitlegde en leerde liefhebben. Vervul ze en je zult een apostel zijn.


378

Wees geen pessimist. - Weet je dan niet, dat alles wat er gebeurt of kan gebeuren, tot het goede bijdraagt?

- Je optimisme zal een noodzakelijk gevolg zijn van je geloof.


379

Natuurlijkheid. - Je christelijk leven, je zout en je licht, moet spontaan verlopen, zonder rare dingen of kinderachtigheid. Draag onze geest van eenvoud altijd met je mee.


380

“En als mijn leven in botsing komt met een verheidenst of heidens milieu, zal mijn natuurlijkheid dan niet gekunsteld lijken?”, vraag je me.

- En ik antwoord je: Zonder twijfel zal jouw leven botsen met dat van hen: dat contrast, dat ontstaat doordat je je geloof met je werken bevestigt, is nu juist de natuurlijkheid die ik van je vraag.


381

Trek het je niet aan, als je van corpsgeest wordt beticht. Wat willen ze? Een broos werktuig, dat breekt als men het oppakt?


382

Toen ik je dat “Leven van Jezus” schonk, schreef ik daarin deze opdracht: “Zoek Christus. Vind Christus. Bemin Christus”.

- Het zijn drie duidelijk te onderscheiden etappes. Heb je op zijn minst geprobeerd de eerste in praktijk te brengen?


383

Als ze je zien wankelen... en je bent leider, dan is het niet te verwonderen dat de gehoorzaamheid gaat falen.


384

Verwarring. - Ik kwam te weten dat je oordeel onzeker werd. Opdat je me zou begrijpen, heb ik je geschreven: de duivel is heel lelijk, en omdat hij zeer gewiekst is, zorgt hij ervoor dat we zijn horens niet te zien krijgen. Hij valt niet frontaal aan.

- Daarom komt hij zo vaak in de vermomming van het edele, en zelfs van het geestelijke.


385

De Heer zegt: “Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben. Hieruit zullen zij kunnen opmaken, dat gij mijn leerlingen zijt”.

- En de heilige Paulus: “Draagt elkaars lasten: daardoor zult gij de wet van Christus vervullen”.

- Ik zeg je verder niets.


386

Vergeet niet, mijn zoon, dat er voor jou op aarde slechts één kwaad bestaat, dat je moet vrezen en met Gods genade moet vermijden: de zonde.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende