Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Weg > Naastenliefde > Hst 19
440

Als je klaar bent met je werk, doe dan dat van je broeder. Help hem omwille van Christus met zoveel tact en vanzelfsprekendheid, dat niemand, zelfs niet hijzelf, merkt dat je meer doet dan je strikt genomen moet doen.

- Dat is nou wat je noemt de verfijnde deugd van een kind van God!


441

Het gebrek aan naastenliefde van de anderen jegens jou doet je pijn. Maar hóeveel verdriet doe jíj God niet aan met je gebrek aan liefde en genegenheid jegens Hem?


442

Veroorloof je geen enkele slechte gedachte over iemand, ook al geven woorden of daden van de betrokkene aanleiding om redelijkerwijs zo te oordelen.


443

Lever geen negatieve kritiek. Als je niets lovends kunt zeggen, houd dan je mond.


444

Spreek nooit kwaad van je broeder, zelfs niet als je er alle redenen voor hebt. - Ga eerst naar het tabernakel en ga daarna naar de priester, je vader, en stort ook bij hem je hart uit. - En bij niemand anders.


445

Roddelen is als schurft, wat het apostolaat bezoedelt en belemmert. - Het is in strijd met de naastenliefde, verbruikt energie, verstoort de vrede en doet de eenheid met God verliezen.


446

Als je zelf zo vol fouten zit, hoe kun je je dan verwonderen dat de anderen fouten hebben?


447

Nadat ik gezien heb, waaraan zo veel mensen hun leven verspillen (praten, praten en nog eens praten, met alle gevolgen van dien), lijkt me het zwijgen nog noodzakelijker en aantrekkelijker. - En ik begrijp heel goed, Heer, dat U verantwoording vraagt over ieder overbodig woord.


448

Het is gemakkelijker gezegd dan gedaan. - Jij met je scherpe tong - als een kapmes -, heb jij wel eens ooit geprobeerd, misschien toevalligerwijze, “goed” te doen wat anderen, volgens jouw “gezaghebbende” mening, minder goed doen?


449

Dat noemt men: roddelen, kwaadspreken, kletspraat, intrige, achterklap, verhaaltjes, bedreiging... of laster? Gemeenheid?

- Het is moeilijk te voorkomen, dat “beoordelingen” door iemand die daarmee niet belast is, uitdraaien op “oudewijvenpraat”.


450

De ongerechtigheid der “rechtvaardigen”, - hoeveel pijn wordt God hierdoor aangedaan! Hoeveel kwaad berokkent zij aan veel mensen! Maar hoezeer kunnen anderen er daarentegen door geheiligd worden!


451

Laten we niet oordelen. - Iedereen ziet de dingen vanuit zijn stan$punt... en met zijn begripsvermogen, dat bijna altijd behoorlijk beperkt )sl en met ogen die dikwijls verduisterd en beneveld zijn door hartstochten.

Bovendien is de visie van bepaalde personen, net als bij sommige moderne schilders, zo subjectief en ziekelijk dat ze enige willekeurige trekken schetsen en ons verzekeren dat die ons portret, ons gedrag weergeven...

Wat heeft het oordeel van de mensen weinig waarde! - Oordeelt niet, alvorens jullie oordeel in het gebed gezuiverd te hebben.


452

Span je zo nodig in om degenen die je beledigen altijd en meteen te vergeven. Al is de schade of de belediging die je is aangedaan nog zo groot, God heeft jou heel wat meer vergeven.


453

Je spreekt kwaad? - Dan verlies je de goede geest. Als je niet leert zwijgen, dan zal ieder woord je een stap dichter brengen bij de uitgang van de apostolische onderneming waarin je werkt.


454

Oordeel niet, zonder beide partijen gehoord te hebben. - Zelfs mensen die zich voor vroom houden, vergeten te gemakkelijk deze elementaire regel van voorzichtigheid.


455

Ken je de schade, die je kunt aanrichten, als je geblinddoekt een steen weggooit?

- Evenmin ken je de soms zware schade die je kunt aanrichten, als je onschuldig schijnende, kleinerende opmerkingen rondstrooit, omdat je door lichtzinnigheid of hartstocht verblind bent.


456

Bekritiseren en vernielen is niet moeilijk: de minst geschoolde metselaar kan zijn beitel in de edele en mooie stenen van een kathedraal slaan.

- Opbouwen: dat is een werk waar meesters bij nodig zijn.


457

Wie ben je, dat je over de beslissingen van je meerdere oordeelt? - Zie je niet, dat hij over meer factoren tot oordelen beschikt dan jij, meer ervaring en raadgevers heeft, die onkreukbaarder, minder vooringenomen en bekwamer zijn? Maar bovenal, dat hij een bijzondere genade heeft, een genade van staat die licht en machtige bijstand van God betekent?


458

Die botsingen met het egoïsme van de wereld zullen je de broederlijke naastenliefde van de jouwen des te meer doen waarderen.


459

Je naastenliefde is... verwaand. - Van verre trek je aan: je geeft licht. - Van dichtbij stoot je af: het ontbreekt je aan warmte. - Wat jammer!


460

Frater qui adiuvatur a fratre quasi civitas firma. De broeder die geholpen wordt door zijn broeder, is zo sterk als een ommuurde stad. - Denk een ogenblik na en neem het besluit, die broederlijkheid in praktijk te brengen die ik je altijd aanbeveel.


461

Ik zie dat je de gezegende broederlijkheid, die ik je voortdurend voorhoud, niet beoefent, breng ik je die liefdevolle woorden van de heilige Johannes in herinnering: Filioli mei, non diligamus verbo neque lingua, sed opere et veritate. - Mijn kindertjes, laten we niet met woorden of met de tong liefhebben, maar met daden en in waarheid.


462

De macht van de naastenliefde! - Als jullie de gezegende broederlijkheid in praktijk brengen, is de zwakte van ieder van jullie tegelijkertijd een steun, die jullie staande houdt bij de vervulling van je plicht: zoals speelkaarten zich staande houden als ze tegen elkaar gezet zijn.


463

Meer dan in het “geven”, bestaat de liefde in het “begrijpen”. - Zoek daarom altijd naar een verontschuldiging voor je naaste, als het je plicht is te oordelen. Er zijn er altijd te vinden.


464

Het is je bekend dat iemands ziel gevaar loopt? - Van verre kun je hem werkelijk tot hulp zijn, door je innerlijke verbondenheid. - Vooruit dan. En maak je niet ongerust.


465

Die zorg om je broeders lijkt me heel goed: zij is een teken van jullie wederzijdse liefde. - Maar pas op, dat deze zorg niet ontaardt in onrust.


466

In het algemeen zijn de mensen weinig vrijgevig met geld, schrijf je me. Veel woorden, uitbundige geestdrift, beloften, plannen. - Maar zodra het op concrete offers aankomt, zijn er maar weinigen die “hun schouders er onder zetten”. En, áls ze iets geven, moet er een pretje aan verbonden zijn: een bal, een loterij, een film, een feestje, of een bericht in de krant met de lijst van gaven en gevers.

- Het is een treurig beeld, maar er zijn uitzonderingen: wees ook jij een van hen die niet toestaan dat hun linkerhand weet, wat de rechterhand doet, wanneer ze een aalmoes geven.


467

Boeken. - Ik stak mijn hand uit, als een arme van Christus, en vroeg boeken. Boeken, die het voedsel zijn voor de katholieke en apostolische vorming van vele jonge studenten.

- Ik stak mijn hand uit, als een arme van Christus..., en hoe vaak kreeg ik niet de kous op de kop.

- Waarom, Jezus, begrijpen zij de diepe christelijke naastenliefde niet van die aalmoes, die doeltreffender is dan brood van het allerbeste graan?


468

Je bent te naïef. - Wat beoefenen er toch weinig mensen de naastenliefde! - Het geven van oude kleren of koperen munten is geen naastenliefde...

- En je vertelt me wat je hebt meegemaakt en wat je daarbij teleurstelde.

- Er komt alleen maar dit bij me op: laten wij, jij en ik, geven en onszelf geven zonder krenterig te zijn. Zo zullen we vermijden dat zij die met ons omgaan, dezelfde trieste ervaring opdoen als jij.


469

“Groet alle heiligen. Alle heiligen groeten jullie. Aan alle heiligen die in Efese wonen. Aan alle heiligen in Christus Jezus, die in Filippi zijn”. - Vind je het ook niet ontroerend, die aanspreektitel “heiligen”, die de eerste christenen onder elkaar gebruikten?

- Leer van hen met je broeders om te gaan.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende