Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Weg > Geestelijke leiding > Hst 2
56

Zij zijn van het hout waaruit men heiligen snijdt, wordt van sommige mensen gezegd. - Afgezien van het feit, dat heiligen niet van hout zijn, is het niet genoeg van dat hout te zijn.

Nodig zijn: een stipte gehoorzaamheid aan de geestelijke leidsman en een grote volgzaamheid tegenover de genade. - Als we de genade van God en de geestelijke leidsman niet op ons laten inwerken, zal het profiel niet naar voren komen, het beeld van Jezus Christus, dat de heilige mens aanneemt.

En dat hout van zojuist “waaruit heiligen gesneden worden”, zal maar een onbewerkt, vormloos blok blijven, net goed om een vuur van te stoken... Een flink vuur, als het goed hout is!


57

Zoek dikwijls omgang met de heilige Geest, de Grote Onbekende. Hij is het die jou moet heiligen.

Vergeet niet dat je een tempel van God bent. - De Trooster is in het binnenste van je ziel: luister naar Hem en volg gewillig Zijn ingevingen op.


58

Hinder het werk van de Trooster niet: verenig je met Christus om je te zuiveren, en voel met Hem de beledigingen, en de bespuwingen, en de slagen in het gezicht..., en de doornen, en de last van het kruis..., en de ijzers die je vlees openhalen, en de angsten van een dood in verlatenheid...

En ga binnen in de geopende zijde van Onze Heer Jezus en je zult een veilig toevluchtsoord vinden in Zijn doorboorde Hart.


59

Het loont de moeite deze veilige leer te kennen: de eigen geest is een slechte raadgever en een slechte stuurman om de ziel, in storm en onweer, te sturen langs de klippen van het innerlijk leven.

Daarom is het de wil van God, dat er een Meester aan het roer van het schip staat, die ons met zijn licht en kennis veilig de haven kan binnenloodsen.


60

Een goed huis om hier op aarde in te leven, zou je nooit bouwen zonder een architect; en zou je dan het kasteel van je heiligheid, waarin je in de hemel eeuwig zult leven, zonder geestelijk leidsman willen bouwen?


61

Wanneer een leek zich opwerpt als leermeester in de moraal, vergist hij zich vaak; leken kunnen hierin slechts leerling zijn.


62

Een leidsman, die heb je nodig! - Nodig, om je over te geven, om jezélf te geven..., in gehoorzaamheid. - Een geestelijk leidsman die je apostolaat kent en die weet wat God wil. Zo zal hij met vrucht het werk van de heilige Geest in je ziel kunnen bijstaan zonder je van de je toegewezen plaats in het leven weg te halen..., terwijl Hij je met vrede vervult en je leert hoe je de meeste vruchten van je werk zult kunnen plukken.


63

Je meent een hele persoonlijkheid te zijn, vanwege je studies. - Je wetenschappelijk onderzoek, je publicaties, - je maatschappelijke positie, - je familienaam, - je politieke activiteiten, - de ambten die je bekleedt, - je vermogen..., je leeftijd, je bent geen kind meer!...

Juist daarom heb je meer dan anderen een geestelijk leidsman nodig voor je ziel.


64

Verberg voor je geestelijk leidsman de influisteringen van de vijand niet. - Door ze hem toe te vertrouwen, overwin je jezelf, en krijg je meer genade van God. - Bovendien heb je nu, om aan de winnende hand te blijven, de gave van raad en ook de gebeden van je geestelijke vader.


65

Waarom die weerstand om jezelf en je geestelijk leidsman te tonen hoe je in werkelijkheid bent?

Je zult een grote veldslag gewonnen hebben, als je de angst verliest om je te laten kennen.


66

De priester, wie het ook moge zijn, is altijd een andere Christus.


67

Hoe bekend het ook moge zijn, ik wil niet ophouden je eraan te herinneren, dat de priester een “andere Christus” is. - En dat de Heilige Geest heeft gezegd: nolite tangere Christos meos, raak “mijn Christussen” niet aan.


68

Presbyter betekent etymologisch zoiets als ouderling. - Als de ouderdom geëerbiedigd wordt, bedenk dan maar eens hoeveel meer eerbied je verschuldigd bent aan een priester.


69

Wát een gebrek aan fijngevoeligheid en wát een gebrek aan respect, om grappen te maken en de spot te drijven met een priester, wie het ook moge zijn! Zoiets dient onder geen enkel voorwendsel te gebeuren!


70

Ik herhaal nadrukkelijk: die grappen, die spottende opmerkingen aan het adres van een priester zijn te allen tijde, op zijn minst erg ordinair en geven blijk van gebrek aan goede smaak, hoe verzachtend jou de omstandigheden ook toeschijnen.


71

Hoezeer moeten wij de priesterlijke zuiverheid bewonderen! - Het is zijn schat. - Geen enkele dictator zal ooit aan de Kerk deze kroon kunnen ontrukken.


72

Breng een priester niet in een situatie waarin hij zijn waardigheid kan verliezen. De waardigheid is een deugd die hij moet bezitten, maar zonder stijf te doen.

Hoe vurig bad die jonge geestelijke, een vriend van ons: “Heer, geef me... de waardigheid van een man van tachtig jaar!”

Bid ook jij hierom, voor alle priesters. Daar doe je een goed werk mee.


73

Het deed je pijn, het was als een steek in het hart, dat ze van je zeiden dat je je slecht had uitgelaten over die en die priesters. - Mij verheugt je verdriet: want nu ben ik wérkelijk zeker van je goede instelling!


74

God beminnen en geen eerbied hebben voor een priester... dat is onmogelijk.


75

Als de goede zonen van Noach, moet je de gebreken die je in je vader, de priester, ziet, met de mantel der liefde bedekken.


76

Zonder leefplan zul je nooit orde hebben.


77

Dat volgen van een leefplan en een dagrooster, zei je me, is zo eentonig! En ik heb je geantwoord: Het is zo eentonig, omdat er liefde ontbreekt.


78

Als je niet op een vastgesteld tijdstip opstaat, komt er van je leefplan niets terecht.


79

Deugd zonder orde? - Dat moet een vreemdsoortige deugd zijn!


80

Wanneer je orde hebt, zal je tijd zich vermenigvuldigen: je zult derhalve meer in dienst van God kunnen werken en Hem meer eer geven.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende