Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Weg > De Kerk > Hst 22
517

Et unam, sanctam, catholicam et apostolicam Ecclesiam... Ik begrijp, waarom je het zo langzaam uitspreekt, alsof je elk woord wilt proeven: ik geloof in de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk...


518

Wat een vreugde, met heel mijn ziel te kunnen zeggen: ik houd van mijn Moeder, de heilige Kerk!


519

De uitroep serviam!, ik wil dienen!, is de wil om de Kerk van God in uiterste trouw te “dienen”, zelfs ten koste van bezittingen, eer en leven.


520

Katholiek, Apostolisch, Rooms! - Het bevalt me dat je zo rooms bent, en dat je een bedevaart naar Rome verlangt te maken videre Petrum, om Petrus te zien.


521

Hoe groot is Christus” goedheid, die zijn Kerk de sacramenten heeft nagelaten! - Ze zijn een hulpmiddel in elke nood.

- Vereer ze en wees de Heer en zijn Kerk zeer dankbaar.


522

Heb verering en achting voor de heilige liturgie van de Kerk en voor haar verschillende ceremonies. - Volg ze trouw. - Weet je niet, dat bij ons armzalige mensen ook het grootste en verhevenste alleen maar door de zintuigen kan binnenkomen?


523

De Kerk zingt, zegt men, omdat het gesproken woord alleen niet voldoende zou zijn voor haar gebed. - Jij christen, - uitverkoren christen -, moet leren liturgisch te zingen.


524

Je moet beginnen te zingen!, zei een verliefd mens tegen zichzelf bij het zien van de wonderen, die de Heer door zijn dienstwerk verricht had.

- En deze raad geef ik ook aan jou: zing! Laat je dankbaar enthousiasme voor God losbreken in tal van liederen.


525

“Katholiek” zijn betekent zijn vaderland beminnen, zonder hierin voor iemand onder te doen. En tegelijkertijd het nobele streven van de andere landen als het zijne te beschouwen. Hoeveel roem van Frankrijk is ook mijn roem! En hoeveel gerechtvaardigde trots van de Duitsers, Italianen, Engelsen, Amerikanen, Aziaten en Afrikanen is ook mijn trots.

- Katholiek: een ruim hart, een open geest!


526

Als je niet de grootste verering hebt voor de priesterlijke en de religieuze staat, is het niet waar dat je Gods Kerk liefhebt.


527

De vrouw, die bij Simon de melaatse in Betanië kostbare balsem over het hoofd van de Meester uitgoot, herinnert ons aan de plicht om in de eredienst van God royaal te zijn.

- Alle pracht, luister en schoonheid schijnen mij nog niet voldoende.

- Tegen degenen die aanstoot nemen aan de rijkdom van heilige vaten, ornamenten en altaarstukken, pleit de lof van Jezus: Opus enim bonum operata est in me, zij heeft een goed werk aan Mij gedaan.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende