Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Weg > Nederigheid > Hst 27
589

Wanneer je het applaus hoort dat je met je successen oogst, herinner je dan ook het gelach dat je mislukkingen hebben uitgelokt.


590

Verlang niet te zijn als die vergulde windwijzer bovenop een groot gebouw: hij mag nóg zo glanzen en nóg zo hoog staan, voor de stevigheid van het gebouw is hij van geen betekenis.

- Wees veeleer als het oude steenblok, verborgen in de fundering, onder de grond, waar niemand je ziet: dan zal dank zij jou het huis niet instorten.


591

Wil mij, mijn Jezus, des te meer in mijn hart vernederen naarmate de mensen mij meer ophemelem. Doe mij beseffen wat ik geweest ben, en wat ik opnieuw zal zijn als U mij in de steek laat.


592

Vergeet niet, wat je bent..., een vuilnisemmer. - Daarom, als de goddelijke Tuinman je ter hand neemt, je schrobt en schoonmaakt en je met prachtige bloemen vult..., moeten noch de geuren noch de kleuren waarmee je lelijkheid opgesmukt wordt, je trots maken.

- Verneder je: weet je niet dat je maar een afvalemmer bent?


593

Wanneer je jezelf gaat zien zoals je bent, moet je het vanzelfsprekend vinden dat men je veracht.


594

Je bent nederig, niet wanneer je jezelf vernedert, maar wanneer anderen je vernederen en je dit omwille van Christus verdraagt.


595

Als je jezelf zou kennen, zou je blij zijn wanneer de mensen je verachten en je hart zou bedroefd zijn wanneer ze je prijzen en je lof toezwaaien.


596

Je moet er niet onder lijden wanneer men je fouten ziet. Dat God beledigd wordt en dat je anderen misschien aanstoot geeft, daaronder moet je lijden.

- Voor de rest mogen ze gerust weten wie je bent en je verachten. - Je moet er niet over treuren dat je niets bent. Op die manier ziet Jezus zich genoodzaakt alles in je op te bouwen.


597

Als je de aandrang van je hart zou volgen en handelen overeenkomstig de ingevingen van je verstand, zou je voortdurend languit gestrekt liggen met je gezicht tegen de grond als een vieze, lelijke en verachtelijke worm... voor deze God, die je zo lang verdraagt.


598

Hoe groot is de waarde van de nederigheid! Quia respexit humilitatem... Meer dan het geloof, de liefde en de smetteloze zuiverheid wordt in de jubelzang van onze Moeder in het huis van Zacharias de nederigheid bezongen:

“Want Hij heeft neergezien op mijn nederigheid. Zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen”.


599

Je bent vuil, neergevallen stof. - Ook al zou de adem van de heilige Geest je boven de dingen der aarde verheffen en je laten schitteren als goud, wanneer de goddelijke stralen van de Zon der Gerechtigheid in jouw armzaligheid weerkaatsen, moet je je eigen nietswaardigheid nooit uit het oog verliezen.

Een ogenblik van hoogmoed zou je weer op de grond laten terugvallen en in plaats van licht zou je weer slijk zijn.


600

Jij... trots? - Waarop?


601

Hoogmoedig? - Hoezo?... Binnenkort - een kwestie van jaren, misschien dagen - zul je nog slechts een hoop stinkend vlees zijn: wormen, slecht riekende vochten, vuile lappen van een doodskleed..., en niemand op aarde die nog aan je denkt.


602

Jij bent geleerd, beroemd, welsprekend, machtig: als je niet nederig bent, ben je niets waard. - Snoei, ruk uit dat “ik” van jou, dat zo oppermachtig is, - God zal je daarbij helpen. Dan kun je beginnen voor Christus te werken, op de allerlaatste plaats in het leger van Zijn apostelen.


603

Die valse nederigheid van jou is gemakzucht: door dit soort nederigheid doe je afstand van rechten..., die plichten zijn.


604

Wees nederig en erken je zwakheid, zodat je met de apostel kunt zeggen: Cum enim infirmor, tunc potens sum. Want als ik zwak ben, dan ben ik sterk.


605

Vader, hoe kunt u zoveel vuiligheid verdragen?, vroeg je me na een rouwmoedige biecht. - Ik zweeg en dacht: als je nederigheid je ertoe brengt jezelf zo te zien, als vuil, een grote hoop vuil, dan kunnen we van al je ellende nog iets groots maken.


606

Bedenk hoe nederig onze Heer Jezus is. Een ezel was zijn troon in Jeruzalem!...


607

De nederigheid is ook een goede weg om tot de innerlijke vrede te komen. - Hij heeft het zelf gezegd: “Leer van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart... en gij zult vrede vinden voor uw zielen”.


608

Het is geen gebrek aan nederigheid als je de vooruitgang van je innerlijk leven kent. - Op die manier kun je God hiervoor danken.

- Maar vergeet niet dat je een arme stakker bent in een mooi kostuum... dat geleend is.


609

Zelfkennis leidt ons als het ware aan de hand naar de nederigheid.


610

Je zielskracht, nodig voor de verdediging van de geest en de normen van het apostolaat waarin je werkzaam bent, mag je niet laten ondermijnen door valse nederigheid. - Deze geestkracht is geen hoogmoed: het is de kardinale deugd van sterkte.


611

Uit hoogmoed. - Je begon jezelf reeds tot alles in staat te achten, helemaal alleen. - Hij liet je een ogenblik los, en daar lag je. - Wees nederig, en Zijn buitengewone steun zal je niet ontbreken.


612

Die hoogmoedige gedachten zou ik maar meteen opzij zetten: jij bent als het penseel in de hand van de kunstenaar. - En verder niets.

- Zeg eens: waartoe dient een penseel, als het zich niet door de schilder wil laten gebruiken?


613

Om nederig te worden is het voldoende, dat jij, die zo oppervlakkig en zo zelfingenomen bent, deze woorden overweegt van Jesaja: je bent “een waterdruppel of een dauwdruppel, die op de grond valt en die men amper zien kan”.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende