Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Weg > Gehoorzaamheid > Hst 28
614

In het apostolaatswerk bestaat er geen geringe ongehoorzaamheid.


615

Staal je wil, hard je wil: laat hem met Gods genade als stalen sporen worden.

- Alleen als je een sterke wil hebt, zul je erin slagen hem op te geven om te gehoorzamen.


616

Die traagheid, die passiviteit, die weerstand van jou om te gehoorzamen: wat lijdt je apostolaat eronder en wat verheugt de vijand zich erover!


617

Gehoorzaam, als een werktuig in de hand van de kunstenaar, dat niet bij de vraag blijft stilstaan, waarom het dit of dat moet doen. Wees er zeker van dat men jullie nooit iets zal opdragen, dat niet goed is of niet helemaal ter ere Gods.


618

De vijand: Zul je gehoorzamen tot in deze “belachelijke” kleinigheid toe?... Antwoord jij met Gods genade: Ik zal gehoorzamen..., tot in deze “heldhaftige” kleinigheid toe.


619

Initiatieven. - Die moet je in je apostolaat ontwikkelen binnen de grenzen die aan je taak gesteld zijn.

- Als je initiatieven deze grenzen te buiten gaan of als je daarover twijfelt, raadpleeg dan je meerdere zonder je gedachten aan iemand anders bekend te maken.

- Houd jezelf steeds voor ogen dat je slechts uitvoerder bent.


620

Als je geen vrede vindt in de gehoorzaamheid, dan is dat omdat je hoogmoedig bent.


621

Het is jammer, als degene die aan het hoofd staat je geen goed voorbeeld geeft... - Maar gehoorzaam je hem soms om zijn persoonlijke hoedanigheden?... Of vertaal je het obedite praepositis vestris - gehoorzaam uw meerderen - van St. Paulus gemakshalve met een toevoeging van jezelf...: op voorwaarde dat de meerdere deugden bezit die mij aanstaan?


622

Je schreef me: “Altijd gehoorzamen betekent martelaar zijn, zonder te sterven!” - Je hebt de gehoorzaamheid werkelijk goed begrepen!


623

Ze dragen je iets op, dat je nutteloos en moeiljk vindt. - Doe het toch maar. - Dan zul je zien, dat het gemakkelijk en vruchtbaar is.


624

Hiërarchie. - Ieder onderdeel op zijn eigen plaats. - Wat zou er van een schilderij van Velázquez overblijven, als elke kleur zijn eigen weg ging, elke draad zich van het doek losmaakte, elk stukje hout van de lijst zich scheidde van de rest?


625

Jouw gehoorzaamheid verdient die naam niet, als je niet bereid bent je eigen werk, al is het nog zo bloeiend, op te geven wanneer je meerdere het zo beschikt.


626

Is het niet zo, Heer, was U niet erg getroost door de “fijne attentie” van dat grote kind, dat merkte hoe moeilijk het valt te gehoorzamen in een lastig en weerzinwekkend karwei en dat U zachtjes zei: Jezus, maak dat ik er een vriendelijk gezicht bij trek!?


627

Je gehoorzaamheid dient zwijgzaam te zijn. Die tong toch!


628

Nu het gehoorzamen je moeite kost, moet je denken aan onze Heer: Factus obediens usque ad mortem, mortem autem crucis. Gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het kruis!


629

De macht van de gehoorzaamheid! - Het meer van Genesaret wilde zijn vissen niet aan de netten van Petrus geven. Een hele nacht voor niets gezwoegd.

- Maar uit gehoorzaamheid wierp hij toch opnieuw zijn netten uit en toen ving hij piscium multitudinem copiosam - een grote hoeveelheid vissen.

- Geloof me: dit wonder herhaalt zich iedere dag.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende