 |
| 630 |
 |
Niet vergeten: hij die het minst nodig heeft, heeft het meest. - Schep je geen behoeften.
|
| 631 |
 |
Wees onthecht aan de aardse goederen. - Bemin en beoefen de armoede van geest: stel je tevreden met wat je nodig hebt voor een sober en eenvoudig leven.
- Anders word je nooit een apostel.
|
| 632 |
 |
De ware armoede bestaat niet in het niets bezitten, maar in het onthecht zijn: in het vrijwillig afstand doen van het heersen over de dingen.
- Daarom zijn er armen die in werkelijkheid rijk zijn. En omgekeerd.
|
| 633 |
 |
Als je een man van God bent, veracht dan de rijkdom met dezelfde inzet als waarmee de mensen van de wereld hem nastreven.
|
| 634 |
 |
Zoveel gehechtheid aan de dingen van de aarde! - Ze zullen je spoedig ontglippen, want de rijkdom volgt de rijke niet in zijn graf.
|
| 635 |
 |
Je hebt de geest van armoede niet, wanneer je in de gelegenheid bent, een keuze te doen zonder dat anderen het zien, en je niet het minste kiest.
|
| 636 |
 |
Divitiae, si affluant, nolite cor apponere. - Wanneer grote rijkdommen je in de schoot vallen, moet je je hart er toch niet aan hechten. - Aarzel niet ze royaal, zo nodig zelfs heldhaftig te besteden.
- Wees arm van geest.
|
| 637 |
 |
Je houdt niet van de armoede, als je niet houdt van de gevolgen die zij met zich brengt.
|
| 638 |
 |
Hoe rijk aan hulpbronnen is de armoede toch! - Weet je nog? Je gaf hem, toen een bepaald apostolisch werk in grote financiële moeilijkheden verkeerde, al wat je had tot op de laatste cent.
- En hij, een priester Gods, zei tegen je: “Ik geef je ook alles wat ik heb”, en jij, geknield, hoorde de woorden: “De zegen van de almachtige God, de Vader, de Zoon en de heilige Geest, dale over je neer en blijve altijd bij je”.
- Je bent er nog altijd van overtuigd dat je goed betaald bent.
| |
 |
|