Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Weg > Tegenspoed > Hst 33
685

De storm van de vervolging is heilzaam. - Wat gaat daarbij verloren?... Wat al verloren is, kan niet meer verloren gaan. - Als de boom van de Kerk niet met wortel en al uitgerukt wordt - en er is geen storm of orkaan die hem uitrukken kan -, dan vallen alleen de dorre takken af... En dat die afvallen is goed.


686

Akkoord, die persoon heeft je slecht behandeld. - Maar: heb jij God niet slechter behandeld?


687

Overal waar U, Jezus, langs komt, blijft geen hart onverschillig. - U wordt of bemind, of gehaat.

Als een echte apostel U navolgt en zijn plicht doet, moet ik me dan verwonderen - daar hij immers een andere Christus is - dat hij soortgelijke gevoelens van afkeer of genegenheid oproept?


688

Alweer...: Ze hebben gezegd, ze hebben geschreven...: ervoor, ertegen...: met minder of met meer goede wil...: insinuaties en laster. Lofredes en toejuichingen. Zinnige en onzinnige dingen...

- Dwaas, grote dwaas! Zolang je recht op je doel afgaat, hoofd en hart bedwelmd door God, wat kan het je dan schelen of de storm raast, de krekel tsjirpt, of er geloeid wordt, geknord of gehinnikt?... Bovendien..., er is niets aan te doen: je kunt geen ijzer met handen breken.


689

Ze hebben hun tong geroerd, en je hebt geleden onder de minachting. Dit heeft je temeer gekwetst, omdat je er niet op verdacht was.

Je bovennatuurlijke reactie moet zijn: vergeven. - En zelfs om vergiffenis vragen. En van deze ervaring profiteren, om innerlijk meer van de schepselen los te komen.


690

Wanneer het lijden en de verachting komen..., het Kruis, moet je bedenken: wat is dit in vergelijking met wat ik verdien?


691

Heb je te kampen met grote tegenspoed? - Heb je grote moeilijkheden? Zeg dan langzaam, woord voor woord, bijna proevend, dit krachtige en mannelijke gebed:

“Moge de zeer rechtvaardige en beminnelijke wil van God gedaan, vervuld, geprezen en eeuwig verheerlijkt worden boven alle dingen. - Amen. - Amen”.

Ik verzeker je, dat je de vrede zult vinden.


692

Je lijdt in dit leven hier..., dat maar een droom, een korte droom is. - Verheug je! Want God, je Vader, houdt erg veel van je. Als jij Hem geen hindernissen in de weg legt, zal Hij je na deze boze droom een heerlijk ontwaken schenken.


693

Het heeft je onaangenaam getroffen, dat men je voor deze dienst niet bedankt heeft. - Antwoord me op deze twee vragen: gedraag jij je tegenover Christus dankbaarder?... Heb je het alleen over je hart kunnen verkrijgen deze dienst te bewijzen, omdat je er op aarde dank voor verwachtte?


694

Ik begrijp niet waarom je geschrokken bent. - De vijanden van Christus zijn nooit erg redelijk geweest.

Toen Lazarus uit de dood was opgewekt, zouden ze zich hebben moeten overgeven en de godheid van Christus belijden. - Maar nee, ze zeiden: Laten we die man doden, die het leven geeft.

Vandaag gebeurt hetzelfde als gisteren.


695

In tijden van strijd en tegenwerking, wanneer misschien zelfs “de goeden” je dwarsbomen, moet je je hart verheffen. Luister naar Jezus, hoe Hij spreekt over het mosterdzaadje en over de zuurdesem. - En zeg Hem: edissere nobis parabolam, verklaar me de gelijkenis.

Dan zul je het genot smaken je toekomstige overwinning te zien: dat de vogels zich nestelen in jouw nu ontluikend apostolaat, en dat heel het deeg doordesemd is.


696

Als je het leed met een beklemd gemoed ondergaat, verlies je de vreugde en de vrede. En je loopt de kans uit die beproeving geen enkel geestelijk nut te halen.


697

Openbare gebeurtenissen hebben je een vrijwillige afzondering opgelegd, die door de omstandigheden misschien erger geworden is dan het opgesloten zitten in een gevangenis. - Je persoonlijkheid heeft als het ware een verduistering ondergaan. Je hebt geen werkterrein meer: overal vind je nog slechts egoïsme, nieuwsgierigheid, onbegrip en roddel. - Zo! En wat dan nog? Ben je je volledig vrije wil vergeten en je macht als “kind van God”? - Het ontbreken van bladeren en bloemen (van de uiterlijke bezigheden) verhindert het toenemen en de werkzaamheid van de wortels (het innerlijk leven) niet.

Werk: de gebeurtenissen zullen een andere loop nemen en je zult vruchten dragen, talrijker en smakelijker dan tevoren.


698

Word je berispt? - Maak je niet boos, zoals je hoogmoed je aanraadt. - Denk: wat zijn ze liefdevol voor mij! In hoeveel dingen hebben ze mij gespaard!


699

Kruis, inspanning, tegenslagen: die zul je hebben, zolang je leeft. - Dit was de weg die Christus ging, en de leerling is niet meer dan de Meester.


700

Toegegeven: er bestaat veel tegenwerking van buiten, en dit is voor jou ten dele een verontschuldiging. - Maar van binnen is er ook medeplichtigheid - onderzoek je maar eens goed -, en hiervoor zie ik geen verontschuldiging.


701

Heb je uit de mond van de Meester zelf de gelijkenis niet gehoord van de wijnstok en de ranken? - Troost je: Hij eist veel van je, omdat je een wijnrank bent die vrucht draagt... Hij snoeit je, ut fructum plus afferas, opdat je nog meer vrucht zult dragen.

Natuurlijk is dit wegsnijden en snoeien pijnlijk. Maar hoe sappig zijn daarna de vruchten en hoe rijp de werken!


702

Je bent ongerust. - Luister: wat er in je innerlijk leven of in de wereld rondom ook gebeurt, houd steeds voor ogen dat het belang van gebeurtenissen en personen zeer betrekkelijk is. - Kalmte. - Laat de tijd voorbijgaan. Wanneer je dan mensen en dingen op een afstand en zonder opwinding beziet, zul je ieder onderdeel op zijn juiste plaats weten te zetten en alles in zijn ware proporties zien.

Door zo te handelen zul je rechtvaardiger zijn en zul je je veel zorgen besparen.


703

Een slechte nacht in een slechte herberg. - Zo moet Teresia van Avila ons aardse leven genoemd hebben. - Is dit geen treffende vergelijking?


704

Een bezoek aan een beroemd klooster. - Een buitenlandse dame kreeg hevig medelijden bij het zien van de armoedigheid van de gebouwen: “U hebt zeker een erg zwaar leven?” De monnik volstond met tevreden te antwoorden: “Monnik wilde je zijn, monnik ben je geworden”.

Wat ik deze heilige man vol vreugde hoorde zeggen, moet ik tegenover jou vol verdriet herhalen, wanneer je me zegt dat je niet gelukkig bent.


705

Tobben? - Dat nooit: dat zou betekenen dat je de vrede verliest.


706

Lichamelijke uitputting. - Je bent... ingestort. - Rust uit. Stop alle uiterlijke activiteit. - Raadpleeg de dokter. Gehoorzaam en zet alle zorgen van je af.

Spoedig zul je je vroegere leven weer kunnen opnemen en je apostolaat zal er alleen maar bij gewonnen hebben, mits je trouw blijft.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende