Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Weg > Innerlijke strijd > Hst 34
707

Maak je niet ongerust, als je bij het overdenken van de heerlijkheden van de bovennatuurlijke wereld die andere - vleierige - stem in je binnenste hoort: die van de oude mens.

Het is “het lichaam van de dood”, dat zijn verloren rechten opeist... Jij hebt genoeg aan de genade. Wees trouw en je zult overwinnen.


708

De wereld, de duivel en het vlees zijn als drie avonturiers die gebruik maken van de zwakheid van het onbeteugelde in je binnenste. Zij willen dat je, in ruil voor het waardeloos klatergoud van een pretje, hun het zuivere goud, de parels, de briljanten en de robijnen geeft, die gedrenkt zijn in het levende en verlossende bloed van jouw God en die het losgeld en de schat zijn van je eeuwigheid.


709

Je hoort soms: in een andere situatie, op een andere plaats, in een andere rang en een ander beroep zou je veel meer goed kunnen doen. En voor hetgeen je nu doet heb je toch geen talent nodig!...

Wel, ík zeg je daarentegen: daar waar je nu bent, behaag je God... En wat je zojuist hierover dacht, is duidelijk een duivelse ingeving.


710

Je bent bezorgd en bedroefd dat het ter communie gaan je zo koud laat. - Zeg me eens: als je het Sacrament gaat ontvangen, wie zoek je dan: jezelf of Jezus? - Als je jezelf zoekt, dan is je droefheid gegrond... Maar als je, zoals het hoort, Christus zoekt, welk duidelijker teken dan het Kruis wil je dan nog, om te weten dat je Hem gevonden hebt?


711

Alweer een misstap...en wat voor een! Gaan wanhopen? Nee: verneder je en neem door Maria, je Moeder, je toevlucht tot de barmhartige Liefde van Jezus. - Een miserere, “ontferm U over mij”, je hart omhoog. - En begin opnieuw.


712

Je bent heel diep gevallen! - Begin nu vanuit die diepte weer met de opbouw. - Wees nederig. Cor contritum et humiliatum, Deus, non despicies. God zal een berouwvol en vernederd hart niet versmaden.


713

Jíj gaat niet tegen God in. - Je misstappen worden door je zwakheid veroorzaakt. - Akkoord, maar die zwakheden komen zo dikwijls voor! Je kunt ze niet vermijden? Je wilt toch niet dat ik je voor slecht houd; of moet ik je soms gaan beschouwen als slecht en dom?


714

Een willoos willen is het, als je de gelegenheid tot zondigen niet vastberaden vermijdt. - Misleid jezelf niet door me te zeggen dat je zwak bent. Je bent... laf, en dat is niet hetzelfde.


715

Deze verwarring van je geest en de verleiding die je belaagt, zijn als een blinddoek voor de ogen van je ziel.

Je tast in het duister. - Geef je hardnekkige pogen om alleen te gaan op. Want alléén val je. - Ga naar je geestelijk leidsman, je meerdere. Hij zal je herinneren aan de woorden, die de aartsengel Rafaël tegen Tobias zei: Forti animo esto, in proximo est ut a Deo cureris. Heb goede moed, binnenkort zal God je genezen. - Wees gehoorzaam en de schellen en blinddoeken zullen van je ogen vallen. God zal je met genade en vrede vervullen.


716

Ik kan mezelf niet overwinnen, schrijf je moedeloos. - En ik antwoord je: Maar heb je wel geprobeerd de nodige middelen aan te wenden?


717

Gelukkige tegenspoed van deze wereld! - Armoede, tranen, haat, onrecht, schande... Alles zul je vermogen in Hem, die jou kracht geeft.


718

Je lijdt... en het liefst zou je je niet beklagen. - Het is niet erg als je je beklaagt; dat is de natuurlijke reactie van ons armzalige lichaam. Het komt erop aan, dat je nu en altijd wilt, wat God wil.


719

Wanhoop nooit. Lazarus was dood en reeds in staat van ontbinding: Iam foetet, quatriduanus est enim, - hij riekt al, want hij ligt al vier dagen begraven, zegt Marta tegen Jezus.

Als je de ingeving van God hoort en die volgt: - Lazarus, veni foras! Lazarus kom naar buiten! -, dan zul je tot het Leven terugkeren.


720

Wat valt je dat zwaar! - Dat weet ik. Maar, aan de slag! Niemand wordt beloond - en met wat voor een beloning! - die niet met volle inzet vecht.


721

Als je geestelijk leven op zijn fundamenten staat te wankelen, als het je toeschijnt alsof alles in de lucht hangt..., steun dan op het kinderlijk vertrouwen in Jezus en Maria, de onwrikbare rots, waarop je vanaf het begin had moeten bouwen


722

De beproeving duurt lang deze keer. - Misschien - nee, zeker - heb je ze tot nu toe niet goed gedragen, omdat je nog menselijke troost zocht. - En God, je Vader, heeft die met wortel en al uitgerukt, opdat je je aan niemand anders meer kunt vastklampen dan aan Hem.


723

Kan het je allemaal niets schelen? - Probeer dit jezelf niet wijs te maken. Als ik je op dit ogenblik zou vragen naar personen en zaken, waarvoor jij je volledig hebt ingezet omwille van God, zou je me antwoorden met het vuur en de belangstelling van iemand, die spreekt over iets wat hem ter harte gaat.

Het kan je wél wat schelen: maar je energie is niet onbegrensd... En je moet jezelf meer tijd gunnen. Tijd, die overigens ten goede zal komen aan je werkzaamheden, want je bent per slot van rekening het werktuig.


724

Je zegt dat in je innerlijk naast elkaar bestaan: water en vuur, kou en warmte, hartstochten en God: een kaars brandend voor de heilige Michaël en een andere voor de duivel.

Je kunt gerust zijn: zolang je de strijd niet opgeeft, branden er geen twee kaarsen, maar één, die voor de aartsengel.


725

Bij mensen die zich tegen hem verzetten, gaat de vijand bijna altijd als volgt te werk: huichelachtig en stilletjes, met zogenaamde geestelijke motieven, opdat men niet de aandacht trekt... - En dan, wanneer er geen uitweg meer schijnt te zijn, (die is er altijd), probeert hij schaamteloos wanhoop uit te lokken zonder berouw, zoals bij Judas.


726

Toen je die menselijke vertroostingen kwijt was geraakt, ben je achtergebleven met een gevoel van verlatenheid, met een gevoel alsof je aan een draad boven de donkere leegte van een afgrond hing. - En je geschreeuw en hulpgeroep schenen door niemand te worden gehoord.

Deze verlatenheid heb je echt verdiend. Wees nederig. Zoek niet jezelf, noch je gemak; houd van het Kruis, want het is te weinig om het alleen maar te dragen. De Heer zal je gebed verhoren. - En je zinnen zullen tot rust komen. - Je gewonde hart zal helen. - En je zult vrede hebben.


727

Je bent uiterst gevoelig. - Alles doet je geestelijk en lichamelijk pijn. Alles is een verleiding voor je geworden...

Wees nederig, ik herhaal het, en je zult zien hoe vlug je uit deze toestand bevrijd wordt; je verdriet zal in vreugde veranderen en de verleiding in vaste zekerheid.

Maar verlevendig ondertussen je geloof. Vervul je met hoop en bid zonder ophouden akten van liefde; ook al denk je dat het slechts lege woorden zijn.


728

Al onze kracht is ons geleend.


729

O mijn God, iedere dag ben ik minder zeker van mijzelf en meer zeker van U!


730

Als jij Hem niet verlaat, zal Hij jou niet verlaten.


731

Verwacht alles van Jezus: je hebt niets, je bent niets, je kunt niets. - Hij zal handelen, als je je helemaal aan Hem overgeeft.


732

Jezus, - in U rust ik.


733

Vertrouw altijd op je God. - Hij verliest geen veldslagen.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende