Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Weg > De apostel > Hst 44
929

Het kruis op je borst?... Goed. Maar... ook het kruis op je schouders, het kruis in je vlees, het kruis in je verstand. - Zo zul je leven voor Christus, met Christus en in Christus. Zo alleen kun je apostel zijn.


930

Apostel: eerst jezelf. - De Heer heeft gezegd bij St. Matteüs: “Velen zullen Mij op de dag van het oordeel zeggen: Heer, Heer! Hebben wij niet in Uw naam geprofeteerd, de duivels uitgedreven en veel wonderen gedaan? Dan zal Ik hun onomwonden verklaren: Nooit heb Ik u als de mijnen beschouwd; gaat weg van Mij, gij die ongerechtigheid doet”.

Laat het niet gebeuren, zegt St. Paulus, dat ik, na voor anderen gepreekt te hebben, zelf verloren ga.


931

Het militaire genie van St. Ignatius stelt ons Satan voor ogen die talloze duivels oproept en verdeelt over landen, provincies, steden en dorpen, nadat hij hen in een “preek” heeft aangezet de mensen in boeien te slaan en helemaal niemand vrij te laten rondlopen...

Je zei me dat je een aanvoerder wilt zijn. Maar... waartoe dient een aanvoerder die met ketenen geboeid is?


932

Kijk, de apostelen met al hun duidelijke, onloochenbare zwakheden, waren oprecht, eenvoudig..., doorzichtig. Jij hebt eveneens duidelijke en onloochenbare zwakheden. - Ik hoop dat jou ook de eenvoud niet ontbreekt.


933

Men vertelt van iemand die in het gebed tot de Heer zei: “Jezus, ik bemin U”, en dat hij van de hemel dit antwoord kreeg: “Liefde blijkt uit daden en niet uit mooie woorden.”

Overweeg, of ook jij misschien niet dit liefdevolle verwijt verdiend hebt.


934

Apostolische ijver is een goddelijke dwaasheid, die ik je toewens en die de volgende kenmerken heeft: honger naar een veelvuldige omgang met de Heer; voortdurende bezorgdheid om de zielen; volharding die door niets aan het wankelen wordt gebracht.


935

Rust niet op je lauweren. - Als dit, menselijkerwijze gesproken, al een ongemakkelijke en weinig elegante houding is, wat moeten we dan zeggen als de lauweren, zoals in dit geval, niet van jou zijn, maar van God?


936

Je gaat apostolaat beoefenen om jezelf te onderwerpen, om jezelf te ontledigen: niet om je persoonlijke mening op te leggen.


937

Weest nooit mannen en vrouwen van lang werken en kort bidden.


938

Zorg ervoor zo te leven, dat je vrijwillig afstand weet te doen van die vormen van comfort en gemak, die je niet graag zou zien bij een andere man van God.

Bedenk dat je de graankorrel bent waarover het Evangelie spreekt. - Als je niet in de aarde valt en sterft, zul je geen vrucht voortbrengen.


939

Weest mannen en vrouwen van de wereld, maar geen wereldse mannen en vrouwen.


940

Vergeet niet dat de eenheid een kenmerk is van leven: uit elkaar gaan is bederf, een zeker teken dat men een lijk is.


941

Gehoorzamen... is een veilige weg. Onvoorwaardelijk gehoorzamen aan de meerdere... is de weg naar de heiligheid. Gehoorzaamheid in jouw apostolaat... is de enige weg; want in de werken van God moet de geest zo zijn: óf gehoorzamen óf gaan.


942

Vergeet niet, mijn kind, dat je niet zo maar een mens bent, die zich met andere mensen verenigt om iets goeds te doen.

Dit is al veel..., - maar het is nog te weinig. - Je bent de apostel die een bevel van Christus uitvoert.


943

Zorg ervoor dat niemand die met jou te maken krijgt, reden heeft om, zoals iemand eens deed, uit te roepen: “Ik heb schoon genoeg van al die fatsoenlijke mensen...”


944

Je moet je liefde tot God en je ijver voor de zielen aan anderen doorgeven, opdat die op hun beurt vele anderen aansteken, en elk van hen weer zijn beroepsgenoten.

Hoeveel geestelijke calorieën heb je niet nodig! - Wat een grote verantwoordelijkheid heb je, als je zou verkoelen! En, ik wil er niet aan denken, wat een afschuwelijke misdaad zou het zijn, als je een slecht voorbeeld gaf!


945

Het is een teken van een slechte gesteltenis, het woord van God met een kritische geest te aanhoren.


946

Als jullie je aan God willen geven in de wereld, moeten jullie meer nog dan geleerd (de vrouwen hoeven niet geleerd te zijn, verstandigheid is voor hen voldoende), geestelijk zijn, door het gebed nauw met de Heer verbonden; jullie moeten een onzichtbare mantel dragen, waarmee jullie al je zintuigen en vermogens bedekken: bidden, bidden en nog eens bidden; boeten, boeten en nog eens boeten.


947

Je stond verbaasd, toen je zag dat ik geen bezwaar had tegen het ontbreken van “eenvormigheid” in het apostolaat, waarin je werkzaam bent.

Ik zei je: eenheid en verscheidenheid. - Jullie moeten zo verschillend zijn als de heiligen in de hemel, die allen hun eigen, zeer persoonlijke trekken hebben. - En tegelijkertijd moeten jullie evenzeer op elkaar gelijken als de heiligen, die niet heilig zouden zijn als zij zich niet helemaal gelijkvormig hadden gemaakt aan Christus.


948

Jij, uitverkoren kind van God, doorvoel en doorleef de broederlijkheid, maar zonder familiariteiten.


949

Het is in dít leven nutteloos om in apostolische ondernemingen leidende functies na te streven, en voor het andere Leven is het een gevaar.

Als God het wil, zullen ze wel een beroep op je doen. - En dan zul je het moeten aannemen. - Maar vergeet niet dat je op alle plaatsen heilig kunt en moet worden, want daarvoor ben je gekomen.


950

Als je denkt dat in het werk voor Christus ambten iets anders zijn dan lasten, hoeveel teleurstellingen staan je dan te wachten!


951

Aan het hoofd staan van een apostolaatswerk betekent zoveel als bereid zijn, alles van allen te verdragen, met een grenzeloze liefde.


952

In het apostolaat mag men geen ongehoorzaamheid en onoprechtheid toestaan. - Houd er rekening mee, dat eenvoud niet gelijk staat met onvoorzichtigheid of indiscretie.


953

Je hebt de plicht te bidden en verstervingen op te dragen voor de persoon en de intenties van wie aan het hoofd staat in jouw apostolaatswerk. - Als je nalatig bent in het vervullen van deze plicht, dan geef je mij de indruk dat het je aan enthousiasme voor je weg ontbreekt.


954

Wees tegenover je meerdere uiterst eerbiedig, wanneer hij naar je mening vraagt en je een ander inzicht hebt. - En spreek hem nooit tegen in het bijzijn van zijn ondergeschikten, ook als hij geen gelijk heeft.


955

In je apostolische onderneming moet je niet bang zijn voor de vijanden van buiten, hoe machtig ze ook zijn. - Dit is de meest geduchte vijand: je gebrek aan “kindschap” en je gebrek aan “broederlijkheid”.


956

Ik begrijp goed, dat je je vermaakt met de minachting die ze voor je koesteren (zelfs als ze van machtige tegenstanders komt), zolang je je verenigd voelt met jouw God en met jouw broeders in het apostolaat. - Wat kan het jou schelen?


957

Ik vergelijk het apostolaat graag met een machine: tandwielen, zuigers, kleppen, schroeven...

Welnu, de liefde, jouw liefde, is de olie.


958

Laat die houding van “zelfgenoegzaamheid” varen, die je isoleert van de mensen die in je nabijheid komen. - Probeer te luisteren. En spreek gewoon. Alleen op die manier zal je apostolisch werk in omvang en vruchtbaarheid toenemen.


959

Minachting en vervolging zijn gezegende tekenen van goddelijke voorliefde. Maar er bestaat geen mooier bewijs en teken van Gods voorliefde, dan onopgemerkt door het leven te gaan.


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende