Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  De Weg > Hart > Hst 5
146

Je maakt op mij de indruk, alsof je je hart in je handen draagt, op zoek naar een koper. - Wie wil het hebben? - Als niemand het dan hebben wil, ga je het naar God brengen.

Geloof je dat de heiligen ook zo gedaan hebben?


147

Zijn de schepselen voor jou? - Nee, ze zijn voor God! En als ze eventueel ook voor jou zijn, dan toch alleen omwille van God.


148

Waarom je vooroverbuigen om te drinken uit de poel van de aardse vertroostingen, als je je dorst kunt lessen aan de wateren die opspringen tot het eeuwig leven?


149

Maak je los van de schepselen, zodat je er helemaal van ontbloot bent. Want de duivel heeft op deze wereld niets dat hem toebehoort; hij komt daarom naakt ten strijde, zegt de heilige paus Gregorius. Als je gekleed met hem gaat vechten, zul je gauw op de grond terechtkomen, want hij heeft dan iets waar hij je aan vast kan grijpen.


150

Het is net alsof je engel je zegt: je hart is vol menselijke gehechtheden!... - En hij vervolgt: moet jouw engelbewaarder dat allemaal bewaren?


151

Onthechting. - Hoeveel kost dat!... Had ik maar geen andere binding meer dan de drie nagels, en in mijn vlees geen ander gevoel dan dat van het Kruis!


152

Voel je niet aan, dat meer vrede en een grotere eenheid met God je deel zullen zijn, zodra je beantwoordt aan die buitengewone genade die een totale onthechting van je eist?

- Vecht voor Hem, om Hem te behagen, maar versterk je hoop.


153

Vooruit! Wees edelmoedig en zeg Hem als een kind: wat zult U mij geven in ruil voor wat U van mij eist?


154

Je bent bang tegenover de anderen koel en stug te worden als je je van alles vrij wilt maken! Laat die bezorgdheid varen: als je Christus toebehoort - en wel helemaal! - zul je - van Christus zelf - vuur, licht en warmte krijgen voor iedereen.


155

Jezus is niet tevreden als Hij je hart moet “delen” met anderen: Hij wil alles voor zich!


156

Je wilt je niet onderwerpen aan de Wil van God..., daarentegen wil je wel dansen naar de pijpen van het eerste het beste schepsel.


157

Zet de dingen niet op hun kop: als God zichzelf aan je geeft, waarom moet jij je dan zozeer aan de schepselen hechten?


158

Nu vloeien er tranen. Het doet pijn, nietwaar? Logisch! Toch moet het je niet verbazen: juist dáárom heeft men je op die plek getroffen.


159

Je hart dreigt het te begeven en je zoekt een steunpunt op aarde. - Goed, maar pas op dat die steun niet in een loodzwaar gewicht verandert waardoor je meegesleurd wordt, of in een ketting waarmee je gevangen gehouden wordt.


160

Zeg me nu eens eerlijk: die relatie..., is dat een vriendschap, of is dat een keten?


161

Je deelt je tederheid al te kwistig uit. - Ik zeg je: liefde voor je naasten, já, altijd. Maar - luister goed, apostel - dat andere gevoel dat de Heer zelf in je hart heeft opgewekt, is voor Christus, en alléén voor Hem. - Bovendien, is het niet zo, dat bij het wegnemen van een grendel van je hart, (zeven heb je er nodig), meer dan eens een wolkje van twijfel bleef hangen aan je bovennatuurlijke horizon?... en je vraagt je, ondanks je goede bedoelingen, gekweld af: ben ik niet te ver gegaan in mijn uitingen van genegenheid?


162

Het hart terzijde; eerst de plicht. - Maar leg je warm hart in de vervulling van die plicht.


163

“Als je rechteroog je tot zonde dreigt te brengen..., ruk het uit en werp het ver weg!” - Wat een arm hart heb je, daar het je aanleiding tot zonde geeft!

Klem het tussen je handen, pers het uit: geef het geen troost. - En áls het erom vraagt, zeg het dan langzaam, in vertrouwen en met waarachtig medelijden: “Hart, hart aan het Kruis, hart aan het Kruis!”


164

Hoe gaat het met dat hart? - Word nou niet ongerust: de heiligen, die net als jij en ik heel gewone en normale wezens waren, voelden net zo goed die “natuurlijke” neigingen. En als zij ze niet gevoeld hadden, dan zou hun “bovennatuurlijke” reactie, om hun hart - lichaam en ziel - te bewaren voor God in plaats van het te geven aan een schepsel, weinig verdiensten hebben gehad.

Daarom meen ik, dat de zwakheid van het hart geen belemmering behoeft te zijn voor een vastbesloten en liefhebbend mens, wanneer hij eenmaal de weg gezien heeft.


165

Jij... die voor een aardse liefde zoveel laagheden hebt willen accepteren, geloof je werkelijk dat je van Christus houdt als je die vernedering niet voor Hem verdraagt?


166

Je schrijft me: “Vader, ik heb... kiespijn in mijn hart”. - Ik lach er niet om, want ik begrijp dat je een goede tandarts nodig hebt voor het trekken van enkele kiezen.

Liet je het maar doen!...


167

“Had ik maar vanaf het begin gebroken”, zei je me. - Hopelijk hoef je die verlate uitroep niet meer te herhalen.


168

“Ik vond het grappig u de uitdrukking te horen gebruiken, dat Onze Lieve Heer “afrekening” met u zal houden. Nee, voor u allen zal Hij geen Rechter zijn in de strenge zin van het woord, maar gewoon Jezus”. - Deze regels, geschreven door een heilige bisschop, die meer dan één bedroefd hart hebben getroost, kunnen ook goed het jouwe troosten.


169

De smart overstelpt je, omdat je haar laf ondergaat. - Aanvaard haar moedig in een christelijke geest en je zult haar gaan waarderen als een schat.


170

De weg is zo duidelijk!... De hindernissen zijn zo helder zichtbaar!... De wapens om te overwinnen zijn zo voortreffelijk! Desondanks, hoeveel omwegen en hoeveel struikelingen. Is het niet zo?

- Wat jou van het goede pad afbrengt, je doet struikelen en je zelfs doet vallen, dat is de dunne draad - in werkelijkheid een ketting, een smeedijzeren ketting - die we allebei goed kennen en die je niet verbreken wilt.

- Waarop wacht je om hem door te hakken en voorwaarts te gaan?


171

De Liefde... is een liefde waard!


[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Volgende